VOORSTEL VOOR EEN BESLUIT VAN DE UNIE
PDF 127kWORD 58k
27.2.2015
PE550.004v01-00
 
B8-0210/2015

ingediend overeenkomstig artikel 46, lid 2, van het Reglement


over de wijziging van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde


Richard Sulík (ECR)

Voorstel voor een besluit van de Unie over de wijziging van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde  
B8-0210/2015

Het Europees Parlement,

 

–       gezien artikel 225 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 

–         gezien artikel 46, lid 2, van zijn Reglement,

 

A. overwegende dat met Richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de plaats van een dienst(1), een wijziging is aangebracht wat de plaats en de voorwaarden betreft voor de betaling van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna "btw") door de aanbieders van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten (hierna „bepaalde elektronische diensten“) aan niet-belastingplichtige personen, waarbij de aanbieders van bepaalde elektronische diensten btw betalen in het land waar de klanten de door hen verstrekte dienst gebruiken;

 

B.  overwegende dat blijkens de toelichting bij Richtlijn 2008/8/EG, de hoofdreden voor de wijziging in kwestie is om een einde te maken aan de situatie waarbij de aanbieders van bepaalde elektronische diensten zich vestigen in lidstaten met een lager btw-tarief, met name wat de grootste spelers betreft, d.w.z. ondernemingen waarvan de zetel zich bevindt in de lidstaat met het laagste btw-tarief in de Unie, en overwegende dat deze reden niet van toepassing kan zijn voor kleine ondernemers;

 

C.  overwegende dat de verstrekking van bepaalde elektronische diensten binnen het kader van één lidstaat blijft vallen onder de nationale regelgeving, waarbij kleine ondernemers in de meerderheid van de lidstaten vrijgesteld zijn van de registratieverplichting voor de btw tot het bereiken van een bepaalde maximumomzet, waardoor er verschillen ontstaan wat de verstrekking van bepaalde elektronische diensten binnen de Unie betreft, met name wanneer de aanbieders van bepaalde elektronische diensten de verstrekking van diensten buiten de lidstaat waar zij gevestigd zijn, stopzetten, om aan de registratieverplichting voor de btw te ontkomen;

 

D.  herinnert eraan dat het belangrijk is de toegangsbelemmeringen voor kleine ondernemers te verwijderen, omdat kleine ondernemingen een sleutelrol spelen voor de schepping van nieuwe arbeidsplaatsen en voor innovatie;

 

E. overwegende dat een van de drie hoofdprioriteiten van de Commissie de totstandbrenging is van één digitale markt en dat een van de zes basisinstrumenten voor het halen van de beoogde doelstelling volgens de Commissie is om het voor innovatoren gemakkelijker te maken om een eigen bedrijf op te richten, waarbij het btw-mini-éénloketsysteem (hierna MOSS (Mini One-Stop Shop)) strookt met de rechtstreekse ondersteuning van deze idee;

           

F.  overwegende dat betaling van de btw in de lidstaat van verbruik zonder dat wordt voorzien in uitzonderingen voor kleine ondernemers, negatieve en zelfs fatale gevolgen kan hebben voor kleine aanbieders van bepaalde elektronische diensten, omdat de verplichtingen op het gebied van registratie en belasting voor hen een administratieve belemmering vormen die hen van de verstrekking van diensten kan doen afzien, ondanks het MOSS-systeem voor de btw, dat dient voor het voorkomen van een meervoudige registratie voor de btw in de afzonderlijke lidstaten, waarbij de aanbieder van bepaalde diensten zich met dit systeem eenmalig voor belastingdoeleinden aanmeldt en belasting betaalt voor alle binnen de lidstaten geleverde diensten;

 

G.  overwegende dat het MOSS-systeem naast registratie- en betalingsverplichtingen bijkomende administratieve maatregelen omvat, zoals de verplichte archivering gedurende tien jaar van documenten met verplichte gegevens over de kopers (zelfs bij de verkoop van elektronische applicaties ter waarde van enkele centen), waarbij kleine ondernemers, terwijl tot nu toe geen persoonsgegevens over de kopers hoefden te worden bijgehouden, na de inwerkingtreding van het MOSS-systeem verplicht zullen zijn deze gegevens te verzamelen en te archiveren, hetgeen voor kleine ondernemers vervolgens bijkomende administratieve verplichtingen met zich meebrengt, bijvoorbeeld in verband met het garanderen van de beveiliging van de verzamelde persoonsgegevens en de verplichting een trimestrieel rapport op te stellen, met als gevolg, als aan deze verplichting niet wordt voldaan, dat de aanbieder van diensten de toegang tot het MOSS-systeem wordt ontzegd, waarna de kleine ondernemer verplicht is zich voor btw-doeleinden te laten registeren in elke lidstaat afzonderlijk enz.;

 

H.  overwegende dat de bedoelde bepalingen van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2008/8/EG de aanbieders van bepaalde elektronische diensten, die hun activiteiten, door het specifieke karakter van hun producten, kunnen verrichten om het even waar ter wereld, ertoe kunnen brengen de verstrekking van bepaalde elektronische diensten stop te zetten buiten de lidstaat waar zij belastingplichtig zijn, of hun zetel te verplaatsen buiten de Unie, bijvoorbeeld door middel van registratie bij een platform buiten de Unie, via hetwelk de aanbieders van bepaalde elektronische diensten deze diensten zullen verkopen tegen een beperkte vergoeding, om de met het MOSS-systeem verbonden administratieve belemmeringen te overwinnen;

 

I.  overwegende dat kleine ondernemers moeten worden ondersteund en dat er voor hen geen onnodige belemmeringen mogen worden gecreëerd, zelfs al steunen de administratieve belemmeringen op een goed idee, namelijk het MOSS-systeem, dat uiteindelijk toch een belemmering vormt;

 

J.  overwegende dat het geen geschikte oplossing is om voor kleine ondernemers belemmeringen te creëren en deze te compenseren door de mogelijkheid van financiële steun waaraan een andere administratieve moeilijkheid gekoppeld is, zoals het geval is bij de fondsen van de Unie;

 

1. verzoekt de Commissie vóór 1 januari 2016, op basis van artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, een voorstel voor wijziging van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad in te dienen;

 

2. is van mening dat met het bedoelde Commissievoorstel een uitzondering moet worden ingevoerd voor de betaling van btw voor de verstrekking van bepaalde elektronische diensten, wanneer de totale waarde van de elektronische diensten zonder btw die door de aanbieder zijn verstrekt en die zich situeren in de lidstaat van verbruik, in het kalenderjaar in kwestie niet hoger ligt dan 100 000 EUR of het equivalent hiervan in de nationale munt;

 

3. is van mening dat in het bedoelde Commissievoorstel moet worden bepaald dat de lidstaat op het grondgebied waarvan de aanbieder van elektronische diensten is gevestigd, de belastingplichtige persoon die elektronische diensten verstrekt, in staat moet stellen om te beslissen dat deze onder de verplichting vallen om btw te betalen in de lidstaat van verbruik.

 

TOELICHTING

Sinds 1 januari 2015 is een aanbieder van bepaalde elektronische diensten die worden aangeboden buiten de eigen lidstaat, verplicht btw te betalen in de lidstaat waar de dienst wordt gebruikt. Hiermee samen hangt de verplichting zich te laten registreren en vervolgens btw te betalen bij de verkoop van om het even welke hoeveelheid diensten buiten de eigen lidstaat van de aanbieder van de diensten. Hoofdredenen voor de wijziging in kwestie waren:

- inperking van de verhuizing van grote aanbieders van diensten naar de lidstaten met het laagste btw-tarief,

- eerlijkere economische mededinging en verdeling van de fiscale inkomsten tussen binnenlandse en buitenlandse bedrijven die dezelfde diensten verlenen,

- de politieke lijn die is overeengekomen op internationaal niveau, die is gericht op een belasting van diensten op de plaats van verbruik.

 

Ondanks de administratieve steun die in samenhang met de invoering van de aangebrachte wijziging wordt verleend door middel van het MOSS-systeem, levert de richtlijn in kwestie belemmeringen op voor kleine ondernemers. Het bestaan van kleine ondernemingen hangt in grote mate of van de belemmeringen die voor hen worden gecreëerd door de markt, resp. door de lidstaten als gevolg van hun wettelijke voorschriften. Gelet op de belangrijke rol van kleine ondernemingen op de interne markt moeten de bedoelde belemmeringen in de mate van het mogelijke worden verwijderd.

 

(1)

PB L 44 van 20.2.2008, blz. 11.

Juridische mededeling