Procedure : 2015/2615(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0326/2015

Ingediende teksten :

B8-0326/2015

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0095

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kWORD 64k
8.4.2015
PE555.078v01-00
 
B8-0326/2015

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de Internationale Dag van de Roma - zigeunerhaat en de erkenning door de EU van de herdenkingsdag van de genocide op Roma tijdens WO II (2015/2615(RSP))


Tomáš Zdechovský, Monika Hohlmeier namens de PPE-Fractie
Tanja Fajon, Jörg Leichtfried, Birgit Sippel, Soraya Post, Damian Drăghici namens de S&D-Fractie
Timothy Kirkhope namens de ECR-Fractie
Filiz Hyusmenova, Marielle de Sarnez, Ivan Jakovčić, Ramon Tremosa i Balcells, Juan Carlos Girauta Vidal, Frédérique Ries, Pavel Telička namens de ALDE-Fractie
Cornelia Ernst, Marina Albiol Guzmán, Martina Anderson, Malin Björk, Marie-Christine Vergiat, Eleonora Forenza, Emmanouil Glezos, Tania González Peñas, Pablo Iglesias, Josu Juaristi Abaunz, Patrick Le Hyaric, Marisa Matias, Younous Omarjee, Barbara Spinelli namens de GUE/NGL-Fractie
Bodil Ceballos, Barbara Lochbihler, Ernest Urtasun namens de Verts/ALE-Fractie
Laura Ferrara, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de Internationale Dag van de Roma - zigeunerhaat en de erkenning door de EU van de herdenkingsdag van de genocide op Roma tijdens WO II (2015/2615(RSP))  
B8‑0326/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de preambule van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name het tweede en het vierde tot en met zevende streepje ervan,

–       gezien onder meer artikel 2, artikel 3, lid 3, tweede streepje, en artikelen 6 en 7 van het VEU,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 7 december 2000 (hierna "het Handvest"), dat op 12 december 2007 in Straatsburg is uitgevaardigd en met het Verdrag van Lissabon in december 2009 in werking is getreden,

–       gezien zijn resolutie van 9 maart 2011 over de EU-strategie voor de integratie van de Roma(1), de mededeling van de Commissie van 5 april 2011 over een EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma tot 2020 (COM(2011)0173), de mededeling van de Commissie van 2 april 2014 over de tenuitvoerlegging van het EU-kader voor de nationale strategieën voor integratie van de Roma (COM(2014)0209) en de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 over doeltreffende maatregelen voor integratie van de Roma in de lidstaten,

–       gezien de bevindingen van het proefonderzoeksproject inzake de Roma dat het Bureau voor de grondrechten in 2011 heeft uitgevoerd,

–       gezien het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–       gezien de op 1 februari 2012 aangenomen verklaring van het Comité van ministers van de Raad van Europa over de toename van zigeunerhaat en racistisch geweld tegenover Roma in Europa,

–       gezien algemene beleidsaanbeveling nr. 13 van de Europese Commissie tegen racisme en intolerantie (ECRI) over de bestrijding van zigeunerhaat en discriminatie van Roma,

–       gezien het alomvattende actieplan dat is aangenomen door bij de OVSE aangesloten staten, met inbegrip van lidstaten en kandidaat-lidstaten van de EU, en dat is gericht op verbetering van de situatie van de Roma en Sinti in het OVSE-gebied, waarin deze staten onder andere toezeggen meer inspanningen te zullen doen om ervoor te zorgen dat de Roma en Sinti een volwaardige en gelijkwaardige rol in onze samenlevingen kunnen spelen, en om discriminatie jegens hen uit te bannen,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat er naar schatting 10 à 12 miljoen Roma in Europa leven en dat de Roma daarmee de grootste etnische minderheid van Europa vormen;

B.     overwegende dat "Roma" in deze resolutie als een overkoepelende term wordt gebruikt die betrekking heeft op verscheidene verwante, al dan niet sedentaire bevolkingsgroepen in heel Europa, zoals de Roma, reizigers, Sinti, Manoesjen, Kalé, Romanichels, Boyash, Ashkali, Egyptians, Yenish, Dom en Lom, die niet noodzakelijk dezelfde cultuur en levensstijl hebben;

C.     overwegende dat zigeunerhaat – specifiek racisme tegenover Roma – een ideologie is die stoelt op rassuperioriteit, een vorm van ontmenselijking en op historische discriminatie gebaseerd institutioneel racisme en die onder meer tot uiting komt in geweld, haatpropaganda, uitbuiting, stigmatisering en schaamteloze discriminatie;

D.     overwegende dat zigeunerhaat één van de hoofdredenen is voor de discriminatie en marginalisering waarvan de Roma in de loop van de geschiedenis in heel wat Europese landen het slachtoffer zijn geworden;

E.     overwegende dat veel Roma nog altijd in uiterst armoedige omstandigheden leven en met extreme vormen van sociale uitsluiting en discriminatie te maken hebben;

F.     overwegende dat de situatie van de Roma in Europa, die historisch gezien deel uitmaken van de bevolking van heel wat Europese landen, zonder een eigen staat te bezitten, en die als burgers hebben bijgedragen tot de vormgeving van Europa, verschilt van de situatie van nationale minderheden in Europa, en dat er daarom specifieke maatregelen op Europees niveau nodig zijn; overwegende dat de Roma deel uitmaken van de cultuur en waarden van Europa;

G.     overwegende dat Roma-vrouwen vaak blootgesteld zijn aan meervoudige en intersectionele discriminatie op basis van geslacht en etnische afstamming en beperkte toegang hebben tot de arbeidsmarkt, onderwijs, gezondheidszorg, sociale diensten en het besluitvormingsproces; overwegende dat discriminatie in de reguliere maatschappij kan voorkomen, tegen de achtergrond van het groeiende racisme tegenover Roma, maar ook binnen de gemeenschappen waartoe deze vrouwen behoren, op grond van hun geslacht;

H.     overwegende dat de Commissie de lidstaten er in haar mededeling van 5 april 2011 over een EU-kader voor nationale strategieën tot integratie van de Roma toe opriep een veelomvattende benadering van de integratie van de Roma op te stellen of verder uit te werken en zich tot een aantal gemeenschappelijke doelstellingen te verbinden; overwegende dat de lidstaten in de aanbeveling van de Raad van 9 december 2013 worden verzocht doeltreffende beleidsmaatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de Roma onbevooroordeeld worden behandeld en dat hun grondrechten worden geëerbiedigd, waaronder hun recht op gelijke toegang tot onderwijs, werk, gezondheidszorg en huisvesting;

I.      overwegende dat de Verenigde Naties 27 januari, de dag van de bevrijding van het concentratiekamp Auschwitz-Birkenau, hebben uitgeroepen tot Internationale Holocaustherdenkingsdag;

J.      overwegende dat de nazi's en andere verwante regimes tijdens WO II naar schatting minstens 500 000 Roma hebben omgebracht, en overwegende dat in sommige landen meer dan 80 % van de Romabevolking is uitgeroeid; overwegende dat tijdens WO II ten minste 23 000 Roma in het zigeunerkamp van Auschwitz-Birkenau zijn vergast en dat in dat kamp in de nacht van 2 op 3 augustus 1944 2897 Roma, voornamelijk vrouwen, kinderen en oudere mensen, vermoord zijn; overwegende dat Roma-organisaties daarom 2 augustus hebben gekozen als de herdenkingsdag voor alle Romaslachtoffers van deze genocide;

K.     overwegende dat de massale uitroeiing van Roma door de nazi's en andere verwante regimes tijdens WO II een feit is dat nog altijd in grote mate wordt genegeerd en bijgevolg niet bekend is bij het brede publiek en vaak niet ter sprake komt in het onderwijs, met als gevolg dat de Roma tot de "doodgezwegen" slachtoffers van de genocide tijdens WO II behoren;

L.     overwegende dat de herdenking van misdaden tegen de menselijkheid en grove schendingen van de mensenrechten essentieel is om de doelstellingen van vrede, verzoening, democratie en mensenrechten in Europa te blijven nastreven; overwegende dat de genocide op de Roma in Europa terdege moet worden erkend, en dat deze erkenning in verhouding moet zijn met de ernst van de misdaden van de nazi's en andere regimes, die tot doel hadden de Europese Roma, net als de joden en andere specifieke bevolkingsgroepen, fysiek uit te roeien;

M.    overwegende dat de erkenning en herdenking van de genocide op de Roma tijdens WO II belangrijk is om de Romabevolking eventueel schadeloosstelling te kunnen bieden voor de gruwel die hun tijdens WO II door de nazi's en andere verwante regimes is aangedaan;

N.     overwegende dat de erkenning van de genocide op de Roma tijdens WO II en de invoering van een Europese Holocaustherdenkingsdag voor de Roma aldus een belangrijke symbolische stap zou vormen in de strijd tegen zigeunerhaat en de algemene kennis van de geschiedenis van de Roma in Europa zou vergroten;

1.      maakt zich ernstige zorgen over de toename van zigeunerhaat in Europa, die onder meer tot uiting komt in tegen Roma gerichte uitlatingen en geweldplegingen, inclusief moorden, wat onverenigbaar is met de normen en waarden van de Europese Unie, een grote hindernis vormt voor de geslaagde integratie van de Roma in de samenleving en de volledige eerbiediging van hun mensenrechten belemmert;

2.      benadrukt dat discriminatie en marginalisering nooit worden veroorzaakt door een inherente zwakte van de persoon of groep die hiervan het slachtoffer is, maar in de eerste plaats voortkomt uit het falen van de reguliere maatschappij om de rechten van individuen te erkennen en individuen de nodige structuren te bieden voor de uitoefening van deze rechten;

3.      verzoekt de lidstaten Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming daadwerkelijk toe te passen met als doel discriminatie tegenover Roma, in het bijzonder op het vlak van werkgelegenheid, onderwijs en toegang tot huisvesting, te voorkomen en uit te bannen;

4.      beklemtoont dat zigeunerhaat op alle niveaus en met alle mogelijke middelen moet worden bestreden, en wijst erop dat het om een uiterst hardnekkige, heftige, recurrente en alledaagse vorm van racisme gaat; roept de lidstaten ertoe op de strijd tegen zigeunerhaat in het kader van hun nationale strategieën voor integratie van de Roma verder te versterken en goede praktijken aan te moedigen;

5.      is ingenomen met de betrokkenheid van de Romagemeenschappen en van ngo's bij de uitvoering van de nationale strategieën voor integratie van de Roma en vraagt dat zij blijven deelnemen aan de uitwerking, monitoring, beoordeling en uitvoering van deze strategieën;

6.      onderstreept dat in de nationale strategieën voor integratie van de Roma specifieke maatregelen betreffende vrouwenrechten en gendermainstreaming moeten worden opgenomen, en dat bij de beoordeling en jaarlijkse monitoring in elk onderdeel van deze strategieën op het aspect vrouwenrechten en gendergelijkheid moet worden gelet;

7.      verzoekt de lidstaten en de Commissie om kinderen centraal te plaatsen bij de uitvoering van het EU-kader voor de nationale Romastrategieën en wijst nogmaals op het belang van de bevordering van gelijke toegang tot huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs en waardige levensomstandigheden voor Romakinderen;

8.      roept de lidstaten ertoe op Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht daadwerkelijk uit te voeren met het oog op de doeltreffende bestrijding van zigeunerhaat, tegen Roma gerichte uitlatingen en geweldplegingen en de vergoelijking, ontkenning en grove bagatellisering van de genocide op de Roma;

9.      brengt in herinnering dat de Roma deel uitmaken van de Europese cultuur en gedeelde waarden, en spoort de lidstaten en andere Europese landen er daarom toe aan de geschiedenis van de Roma en met name de genocide op de Roma tijdens WO II aan te kaarten in een dialoog met de burgers en met jongeren;

10.    spreekt zijn diepe en ondubbelzinnige afkeuring uit van alle vormen van racisme en discriminatie waarmee de Roma geconfronteerd worden, en benadrukt dat zigeunerhaat effectief moet worden aangepakt vooraleer maatregelen op andere gebieden doeltreffend kunnen zijn;

11.    doet in dit verband een beroep op de Commissie om de eerbiediging van de fundamentele waarden van de EU door de lidstaten daadwerkelijk te monitoren en te evalueren; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de grondrechten, democratie en rechtsstaat in alle lidstaten worden geëerbiedigd, de eerbiediging van deze waarden door de lidstaten daadwerkelijk te monitoren en te evalueren en in te grijpen indien systematische inbreuken aan het licht zouden komen;

12.    erkent dan ook officieel het historische feit van de genocide op de Roma die tijdens WO II heeft plaatsgevonden;

13.    vraagt dat de lidstaten deze genocide en andere vormen van vervolging van de Roma tijdens WO II zoals deportatie en opsluiting officieel erkennen;

14.    verklaart dat er een Europese dag moet komen ter herdenking van de slachtoffers van de genocide op de Roma tijdens WO II en dat deze dag de Europese Holocaustherdenkingsdag voor de Roma moet worden genoemd;

15.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de kandidaat-landen, de Raad van Europa, de OVSE en de Verenigde Naties.

(1)

PB C 199E van 7.7.2012, blz. 112.

Juridische mededeling