Procedure : 2015/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0377/2015

Ingediende teksten :

B8-0377/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.67
CRE 29/04/2015 - 10.67
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 124kWORD 59k
27.4.2015
PE555.151v01-00
 
B8-0377/2015

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de recente tragedies in de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU (2015/2660(RSP))


Laura Ferrara, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de recente tragedies in de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU (2015/2660(RSP))  
B8‑0377/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien de Verdragen van Genève van 1951 en de aanvullende protocollen hierbij,

–       gezien zijn resolutie van 17 december 2014(1) over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie,

–       gezien zijn resolutie van 9 oktober 2013(2) over maatregelen van de EU en de lidstaten om met de vluchtelingenstroom als gevolg van het conflict in Syrië om te gaan,

–       gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa(3),

–       gezien de toespraak van de Voorzitter van het Europees Parlement tijdens zijn bezoek aan Lampedusa op 2 en 3 oktober 2014 ter gelegenheid van de herdenking van de tragedie van 3 oktober 2013,

–       gezien de verslagen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken over de bezoeken van haar delegaties naar Lampedusa in november 2011, naar Jordanië in februari 2013 betreffende vluchtelingen uit Syrië, en naar Bulgarije in januari 2014 betreffende de situatie van asielzoekers en vluchtelingen, in het bijzonder uit Syrië,

–       gezien de debatten in zijn plenaire vergadering van 9 oktober 2013 over migratiestromen in het Middellandse Zeegebied, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa,

–       gezien de debatten die sinds het begin van de huidige zittingsperiode zijn gehouden in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, met name op 22 juli 2014 over de uitvoering van de mededeling over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied; op 4 september 2014 over de activiteiten van Frontex in de Middellandse Zee en over de Task Force Middellandse Zeegebied; en op 24 september 2014 over het vijfde jaarlijkse verslag van de Commissie over immigratie en asiel (2013) en over het jaarverslag van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de situatie van asielzoekers in de Europese Unie (2013),

–       gezien de mededeling van de Commissie over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied van 4 december 2013,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 december 2013,

–       gezien het werkdocument van de Commissie van 22 mei 2014 over de uitvoering van de mededeling over het werk van de Task Force Middellandse Zeegebied,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 26-27 juni 2014, waarin de strategische richtsnoeren zijn omschreven voor de wetgevings- en operationele planning voor de komende jaren binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid,

–       gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité/Comité van de Regio's van 11 september 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad over maatregelen om de migratiestromen beter te beheersen van 10 oktober 2014,

–       gezien het rapport van april 2012 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa met als titel "Lives lost in the Mediterranean Sea",

–       gezien de jaarverslagen van de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten van migranten, met name het verslag van april 2013 over het beheer van de buitengrenzen van de EU en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten, en het verslag van april 2014 over arbeidsuitbuiting van migranten,

–       gezien de toespraak van Zijne Heiligheid Paus Franciscus tijdens zijn bezoek aan het Europees Parlement op 25 november 2014,

–       gezien de vragen aan de Raad en de Commissie over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie (O-000078/2014 - B8 0037/2014 en O-000079/2014 - B8 0038/2014),

–       gezien het debat over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie dat op 25 november 2014 in het Parlement is gehouden,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de recentste tragedie voor de kust van Libië heeft geleid tot 800 doden en een nog veel groter aantal vermisten;

B.     overwegende dat volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sinds 2000 naar schatting minstens 22 400 mensen zijn omgekomen in de Middellandse Zee bij pogingen om Europa te bereiken, waarmee het de dodelijkste zee ter wereld is voor migranten, en er nogmaals op wijzend dat alles in het werk moet worden gesteld om de levens te reden van mensen die in gevaar verkeren en dat de lidstaten zich moeten houden aan hun internationale verplichtingen inzake redding op zee;

C.     overwegende dat de patrouille-, reddings- en surveillance-operatie "Mare Nostrum" door Italië is gestart om de humanitaire reddingsacties in de Middellandse Zee te verbeteren, en dat gedurende de laatste 364 dagen van deze operatie 150 810 migranten zijn gered; overwegende dat de aanname dat de beëindiging van Mare Nostrum zou leiden tot een daling van het aantal migranten dat de oversteek over de Middellandse Zee zou wagen en daarbij zou omkomen onjuist is gebleken;

D.     overwegende dat de gezamenlijke operatie Triton, gecoördineerd door Frontex, op 1 november 2014 volledig operationeel is geworden; overwegende dat het mandaat de werkzaamheden beperkt tot patrouillering en grenscontrole, en dat zoek- en reddingsoperaties daar dus niet toe behoren; overwegende dat de activiteiten van Triton een gebied bestrijken van slechts 30 mijl vanaf een fractie van de Europese kusten; overwegende dat de financiële en technische middelen in het kader van Triton veel beperkter zijn dan die van Mare Nostrum; overwegende dat verdriedubbeling van het budget van Triton, zoals besloten door de Europese Raad op donderdag 23 april 2015, niet zal leiden tot een daling van het aantal op zee omgekomen migranten, indien het mandaat van Triton niet wordt gewijzigd;

E.     overwegende dat het beginsel van solidariteit en billijke verdeling van de verantwoordelijkheid wordt uiteengezet in artikel 80 van het VWEU;

1.      geeft uiting aan zijn diepe bedroefdheid over het tragische verlies van mensenlevens in de Middellandse Zee; herinnert eraan dat solidariteit in de EU samen moet gaan met verantwoordelijkheid; herinnert eraan dat bij het in kaart brengen van en het zoeken naar oplossingen voor het probleem van migratie de menselijke waardigheid het uitgangspunt moet zijn;

2.      dringt er bij de Europese Unie en de lidstaten op aan zich meer in te spannen om verder verlies van mensenlevens op zee te voorkomen, en dringt er bij de lidstaten op aan hun bevoegdheden in te zetten om levens op zee te redden, overeenkomstig hun internationale verplichtingen; roept op tot het opzetten van een grote zoek- en reddingsoperatie van Cyprus tot Spanje, waarvoor toereikende financiële, technische en menselijke hulpbronnen beschikbaar worden gesteld, en die wordt gecoördineerd op EU-niveau;

3.      roept op tot de invoering van een gecoördineerde benadering op basis van solidariteit en verantwoordelijkheid, om een Europese oplossing te vinden voor dit grote Europese structurele probleem - deze oplossing moet gebaseerd zijn op solidariteit en in hoge mate gedeelde verantwoordelijkheid, zoals bepaald in artikel 80 VWEU, en op een holistische benadering waarin rekening wordt gehouden met alle aspecten van het probleem, waaronder het vaststellen van nieuwe veilige en legale migratiekanalen, humanitaire visa, verplichte hervestigingsprogramma's voor lidstaten, en samenwerking met derde landen, hetgeen ook positieve gevolgen heeft voor de interne veiligheid;

4.      roept de lidstaten op maatregelen te nemen om asielzoekers in staat te stellen op veilige en eerlijke wijze toegang te krijgen tot het asielstelsel van de Unie, zonder daarbij hun leven in de waagschaal te hoeven stellen; roept op tot de verlening van humanitaire hulp aan overlevenden van dergelijke tragische gebeurtenissen, en verzoekt de EU en de lidstaten zich ervoor in te zetten dat de universele grondrechten van migranten zijn gewaarborgd;

5.      wijst erop dat mogelijk tussen een half miljoen en een miljoen mensen de komende maanden zouden kunnen proberen de Middellandse Zee over te steken; roept de EU en de lidstaten op om mogelijkheden te onderzoeken voor het opzetten van een noodmechanisme voor herplaatsing en een bindend mechanisme ter vermindering van de druk op lidstaten die een groot aantal asielzoekers en personen die internationale bescherming genieten ontvangen, om deze verwachte migrantenstroom op de beste wijze te kunnen opvangen;

6.      vraagt de lidstaten in overeenstemming met het bestaande internationale en EU-recht het beginsel van "non-refoulement" in acht te nemen; roept de lidstaten op onmiddellijk een einde te maken aan elke vorm van onjuiste en langdurige opsluiting die een schending vormt van het internationale en Europese recht; wijst erop dat maatregelen voor de opsluiting van migranten te allen tijde de vorm van een administratief besluit moeten hebben en terdege gemotiveerd en tijdelijk moeten zijn;

7.      roept op tot betere en efficiëntere samenwerking tussen de EU en derde landen, om te voorkomen dat dergelijke tragische gebeurtenissen zich opnieuw voordoen; is van mening dat overeenkomsten inzake migratiebeheer tussen de EU en derde landen alleen moeten worden overwogen indien de doorreislanden de bescherming van vluchtelingen en de eerbiediging van de grondrechten garanderen; roept op tot het verlenen van steun aan doorreislanden, en aan landen van herkomst, om de economieën van deze landen te stimuleren, en benadrukt dat derde landen het internationale recht met betrekking tot het redden van levens op zee moeten naleven;

8.      vraagt de EU door te gaan met het bieden van humanitaire, financiële en politieke bijstand in crisisgebieden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten, teneinde de onderliggende oorzaken van migratie en humanitaire problemen aan te pakken; verzoekt de EU derhalve de distributie van deze middelen te monitoren en het democratisch toezicht erop te vergroten, zodat zij positief effect kunnen sorteren, iets waar het tot nu toe aan heeft ontbroken;

9.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de hoge commissaris van de VN voor vluchtelingen.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0105.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0414.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0448.

Juridische mededeling