Procedure : 2015/2660(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0381/2015

Ingediende teksten :

B8-0381/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 29/04/2015 - 10.67
CRE 29/04/2015 - 10.67
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 150kWORD 67k
27.4.2015
PE555.155v01-00
 
B8-0381/2015

naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het verslag van de buitengewone Europese Raad (23 april 2015) - de recente tragedies in de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU (2015/2660(RSP))


Barbara Spinelli, Cornelia Ernst, Marina Albiol Guzmán, Martina Anderson, Malin Björk, Kostas Chrysogonos, Marie-Christine Vergiat, Eleonora Forenza, Tania González Peñas, Takis Hadjigeorgiou, Pablo Iglesias, Patrick Le Hyaric, Younous Omarjee, Curzio Maltese, Marisa Matias, Lola Sánchez Caldentey, Neoklis Sylikiotis, Estefanía Torres Martínez, Miguel Urbán Crespo, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Sofia Sakorafa, Kostadinka Kuneva, Emmanouil Glezos namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het verslag van de buitengewone Europese Raad (23 april 2015) - de recente tragedies in de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU (2015/2660(RSP))  
B8‑0381/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 1948,

–       gezien het Verdrag van Genève van 1951 en het aanvullende protocol hierbij,

–       gezien zijn resolutie van 9 oktober 2013 over maatregelen van de EU en de lidstaten om met de vluchtelingenstroom als gevolg van het conflict in Syrië om te gaan(1),

–       gezien zijn resolutie van 23 oktober 2013 over migratiestromen over de Middellandse Zee, in het bijzonder in het licht van de tragische gebeurtenissen bij Lampedusa(2),

–       gezien de debatten die de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken sinds het begin van de huidige zittingsperiode gevoerd heeft, te weten op 22 juli 2014 over de tenuitvoerlegging van de mededeling over de werkzaamheden van de Task Force Middellandse Zeegebied, op 4 september 2014 over de activiteiten van Frontex in de Middellandse Zee en over de Task Force Middellandse Zeegebied, op 24 september 2014 over het vijfde jaarverslag over immigratie en asiel (2013), over het jaarverslag van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de situatie van asielzoekers in de Europese Unie (2013) en op 21 april 2014 over JOT Mare,

–       gezien de jaarverslagen van de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten van migranten, met name het verslag van april 2013 over het beheer van de buitengrenzen van de EU en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten, en het verslag van april 2014 over arbeidsuitbuiting van migranten,

–       gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(3),

–       gezien het 10-puntenplan dat door de Commissie is voorgesteld in de aanloop naar de buitengewone Europese Raad op 23 april 2015,

–       gezien de verklaring van voorzitter Juncker tijdens de buitengewone Europese Raad dat het redden van mensenlevens de eerste prioriteit is en dat de EU meer middelen moet inzetten om mensenlevens te redden,

–       gezien de toespraak van Martin Schultz, de voorzitter van het Europees Parlement, tijdens de buitengewone Europese Raad op 23 april 2015,

–       gezien de verklaring van de Europese Raad van 23 april 2015,

–       gezien de verklaring van Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de VN, van 26 april 2015 in de krant La Stampa dat er geen militaire oplossing is voor de menselijke tragedie die zich afspeelt in het Middellandse Zeegebied en dat het uiterst belangrijk is dat er een holistische aanpak wordt gevolgd, waarbij gekeken wordt naar de onderliggende oorzaken van het vluchtelingenprobleem en naar de veiligheid en de mensenrechten van migranten en vluchtelingen en dat er voorzien moet worden in netwerken voor legale en gereguleerde immigratie,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat er volgens de Internationale Organisatie voor Migratie sinds het begin van 2015 al meer dan 1 554 migranten zijn omgekomen en er daarnaast nog velen worden vermist; overwegende dat de verdrinkingsdood van meer dan 800 migranten de ergste ramp is in de Middellandse Zee sedert de Tweede Wereldoorlog;

B.     overwegende dat er in de laatste twintig jaar meer dan 30 000 personen zijn omgekomen op zee, waaruit blijkt dat al het mogelijke moet worden gedaan om de levens van mensen in gevaar te redden en dat de lidstaten de krachtens het internationaal zeerecht op hen rustende verplichtingen inzake redding op zee moeten nakomen;

C.     overwegende dat dankzij de patrouille-, reddings- en surveillance-operatie "Mare Nostrum", die door Italië is gelanceerd om de humanitaire reddingsacties in de Middellandse Zee te verbeteren, over een periode van 364 dagen 150.810 migranten zijn gered; overwegende dat de Italiaanse regering de operatie "Mare Nostrum" heeft stopgezet omdat deze een aanzuigende werking zou hebben en migranten en smokkelaars zou aanzetten tot het wagen van de oversteek, terwijl is aangetoond dat dat niet het geval is; overwegende dat er sindsdien geen zoek- en reddingsoperatie van gelijke omvang voor Mare Nostrum in de plaats is gekomen, vanwege een gebrek aan solidariteit tussen de EU-lidstaten, die hun verantwoordelijkheden niet nakomen; overwegende dat het einde van Mare Nostrum ook inhoudt dat er niet langer grote schepen worden ingezet op volle zee met als enig doel het uitvoeren van zoek- en reddingsoperaties voor de kust van Libië, waar de meeste vluchtelingenboten in moeilijkheden geraken;

D.     overwegende dat het mandaat van de gezamenlijke operatie Triton, die door Frontex wordt gecoördineerd en die op 1 november 2014 volledig operationeel is geworden, zich beperkt tot grensbewaking, en dus geen zoek- en reddingsactiviteiten omvat; overwegende dat middelen van Triton zijn ingezet voor zoek- en reddingsoperaties gecoördineerd door het Italiaanse coördinatiecentrum voor zoek- en reddingsoperaties, hetgeen Frontex ertoe gebracht heeft een klacht in te dienen vanwege het feit dat de Italiaanse kustwacht middelen van Frontex inzet op volle zee; overwegende dat een verdrievoudiging van het budget voor Triton, waartoe de Europese Raad donderdag 24 april 2015 heeft besloten, gelet op het mandaat van Frontex, de uitrusting die men ter beschikking heeft en het huidige operatiegebied van 30 mijl, niet zal leiden tot een vermindering van het aantal migranten dat omkomt op zee;

E.     overwegende dat de mogelijkheden voor mensen die bescherming nodig hebben om legaal de EU binnen te komen, zeer beperkt zijn; overwegende dat naar schatting 90% van de asielzoekers de EU op illegale wijze binnenkomt; overwegende dat het aantal Schengenvisa dat in de loop van de oorlog in Syrië aan Syrische onderdanen is afgegeven enorm is afgenomen, van 30 000 in 2010 tot vrijwel geen visa in 2013;

F.     overwegende dat de buurlanden van Syrië volgens schattingen van de UNCHR ongeveer 3,9 miljoen Syrische vluchtelingen hebben opgevangen; overwegende dat de lidstaten van de EU slechts 37.000 Syrische vluchtelingen hebben opgenomen via het hervestigingsprogramma van de UNHCR, terwijl deze aandringt op hervestiging van 10% van de Syrische vluchtelingen (370 000 personen) en dringend uitkijkt naar ten minste 130 000 hervestigingsplaatsen voor vluchtelingen die bijzondere bescherming nodig hebben; overwegende dat er 13 lidstaten zijn die nog geen enkele vluchteling hebben opgevangen;

G.     overwegende dat de EU en de lidstaten mensensmokkelaars met hun criminele en gevaarlijke praktijken in de kaart spelen door hekken te bouwen en hun buitengrenzen steeds meer te sluiten voor migranten en vluchtelingen, zonder te voorzien in mogelijkheden om de EU veilig en op legale wijze binnen te komen; overwegende dat de EU en de lidstaten er dus niet in slagen om met een passende reactie te komen op de dood van vele migranten in het Middellandse Zeegebied en de vluchtelingencrisis in onze omgeving;

H.     overwegende dat de ministers van Binnenlandse Zaken van Frankrijk, Duitsland en Spanje en de Europese Commissie in de marge van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) van 12 maart 2015 een voorstel hebben besproken van de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, Angelino Alfano, om de zoek- en reddingsoperaties en de controle van de zeegrenzen van de EU uit te besteden aan landen zoals Egypte of Tunesië, die dan de geredde migranten naar hun kusten zouden brengen; overwegende dat dit voorstel gedaan is met het oog op zijn afschrikkend effect, om ervoor te zorgen dat minder migranten hun leven in de waagschaal leggen om de kusten van Europa te bereiken; overwegende dat de ministers van Binnenlandse Zaken zich ook hebben beraad over de mogelijkheid om in Noord-Afrika vluchtelingenkampen op te zetten en aldaar asielaanvragen te verwerken;

1.      herdenkt alle mannen, vrouwen en kinderen die de afgelopen jaren zijn omgekomen bij pogingen om een veilige plaats in Europa te bereiken en betuigt zijn deelneming aan en solidariteit en steun met de familieleden van de slachtoffers; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan alles in het werk te stellen om de lichamen te identificeren, vermiste personen op te sporen en hun familieleden te informeren;

2.      pleit voor radicale en onmiddellijke veranderingen in het migratie- en asielbeleid; veroordeelt in dit verband de verklaring van de Europese Raad van 23 april 2015, waarin de nadruk wordt gelegd op versterking van fort Europa door middel van repressieve maatregelen en waarin migranten vooral als bedreiging worden gezien en minder als een groep die onmiddellijk moet worden geholpen om een verder verlies aan mensenlevens te voorkomen;

3.      wijst erop dat de EU en haar lidstaten een verantwoordelijkheid hebben tegenover vluchtelingen en immigranten die wegvluchten voor oorlog, chaos, slechte economische omstandigheden, honger en sterfte en die het slachtoffer zijn van het mondiale neoliberale economische beleid;

4.      veroordeelt het besluit om het budget voor Frontex Triton-operaties te verdrievoudigen, en dat in de verklaring van de Europese Raad op zeer hypocriete wijze als maatregel ten behoeve van zoek- en reddingsoperaties werd gepresenteerd; herinnert in dit verband aan de verklaring die de directeur van Frontex aan de vooravond van de buitengewone Raad tegenover the Guardian aflegde, dat Triton geen proactieve zoek- en reddingsoperatie kan zijn, omdat het mandaat van Frontex niet zover strekt, en wijst erop dat deze verklaring in de slotverklaring van de Europese Raad van 23 april 2015 niet wordt weerlegd; waarschuwt de Commissie en de Raad dat het Parlement als medewetgever de begroting voor 2016 zal verwerpen als er geen specifieke voorziening voor zoek- en reddingsoperaties wordt opgenomen en dat het Parlement tevens de toewijzing van aanvullende middelen voor 2015 zal verwerpen als deze middelen niet uitsluitend bestemd zijn voor zoek- en reddingsoperaties en humanitaire hulp, gericht op het redden van levens; dringt aan op opheffing van Frontex en op overheveling van de middelen van dit agentschap naar maatregelen die gericht zijn op het redden van levens, zoals zoek- en reddingsoperaties, herplaatsing en hervestiging;

5.      constateert dat er tussen de lidstaten geen consensus bestaat over politieke koerswijziging die nodig is om een einde te maken aan de sterfgevallen in de Middellandse Zee en vindt het onacceptabel dat regeringen elkaar de schuld blijven geven van het uitblijven van maatregelen; is er derhalve voorstander van dat lidstaten die daartoe bereid zijn het voortouw nemen en een coalitie vormen om een multinationale zoek- en reddingsoperatie op te zetten, gericht op het redden van levens, en om mechanismen te ontwikkelen voor meer solidariteit en onderlinge steun voor de opvang van vluchtelingen, met gebruikmaking van EU-middelen; roept de lidstaten op om, indien voldoende lidstaten hiertoe bereid zijn, gebruik te maken van de procedure voor nauwere samenwerking om deze doelstellingen te realiseren;

6.      is verheugd over het feit dat een aantal lidstaten tijdens de bijeenkomst van de Raad op 23 april 2015 heeft toegezegd schepen beschikbaar te zullen stellen die zich uitsluitend zullen gaan bezighouden met zoek- en reddingsacties op volle zee, en dringt er bij de andere lidstaten op aan ook uitrusting, zoals schepen, beschikbaar te stellen om te worden ingezet voor zoek- en reddingsoperaties op volle zee, om op die manier een verbeterde Mare Nostrum te realiseren, een robuuste, multinationale Europese zoek- en reddingsoperatie, geïnitieerd door die landen die bereid zijn om maatregelen te nemen die uitsluitend gericht zijn op het redden van levens;

7.      veroordeelt het besluit van de Europese Raad om alle doeltreffende inspanningen, waaronder het inzetten van het leger in de strijd tegen smokkelaars en de vernietiging van hun schepen, te concentreren voor de kust van Libië en andere Noord-Afrikaanse landen, en dringt er bij de EU en de lidstaten op aan in dit verband niet over te gaan tot civiel/militaire acties in het kader van het GVDB;

8.      waarschuwt voor de mogelijke gevolgen van het voorstel van de Raad om "Europol in te zetten voor het opsporen en het verzoeken om verwijdering van internetcontent die door smokkelaars wordt gebruikt om migranten en vluchtelingen te ronselen", met naleving van de nationale grondwettelijke bepalingen, aangezien dit misbruikt zou kunnen worden om de communicatie via internet tussen migranten onderling en met maatschappelijke solidariteitsorganisaties te belemmeren, terwijl hierdoor in de laatste maanden juist duizenden levens zijn gered; wenst dat met deze bezwaren rekening wordt gehouden als Europol en/of andere autoriteiten zich met dergelijke activiteiten gaan bezighouden;

9.      betreurt dat er geen voorstellen zijn gedaan om veilige en rechtmatige toegang tot de EU mogelijk te maken voor asielzoekers en economische migranten, omdat het haast onmogelijk is om onderscheid te maken tussen een moeilijke situatie en oorlogen, dictatoriale regimes, milities en economische rampen, en dringt aan op ambitieuze voorstellen ter zake;

10.    dringt aan op onmiddellijke afgifte van humanitaire visa aan asielzoekers in ambassades en consulaten van lidstaten en op invoering van een verplicht hervestigingsprogramma op EU-niveau in plaats van het zwakke hervestigingsprogramma op vrijwillige basis, zoals door de Raad voorgesteld;

11.    dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om onmiddellijk maatregelen uit de richtlijn tijdelijke bescherming (Richtlijn 2001/55/EG) toe te passen, gezien de recente massale toestroom van vluchtelingen;

12.    veroordeelt de vaagheid van de toezegging om meer noodhulp beschikbaar te stellen voor de lidstaten die in de frontlinie liggen; verzoekt de Commissie en de lidstaten met klem om met een ambitieuzer en concreter voorstel te komen inzake noodhulp;

13.    veroordeelt de aarzeling van de Raad om noodherplaatsing tussen alle lidstaten mogelijk te maken; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan per direct een pilotprogramma op te zetten voor de relocatie van Syrische en Eritrese vluchtelingen en personen die subsidiaire bescherming genieten, in eerste instantie gericht op Syriërs en Eritreërs die op zee gered zijn en naar Griekenland of Italië zijn overgebracht, overeenkomstig de voorstellen van de UNHCR voor de opvang van asielzoekers, vluchtelingen en migranten die over zee naar Europa zijn gekomen; verzoekt de Commissie en de lidstaten ook te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor wederzijdse erkenning van asielbesluiten;

14.    roept de Commissie op de Dublinverordening ogenblikkelijk buiten werking te stellen, omdat deze verordening geen doeltreffende toegang tot asiel waarborgt, en zonder uitstel radicale alternatieven voor te stellen;

15.    benadrukt dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) door alle deelnemende lidstaten snel en volledig moet worden omgezet en op doeltreffende wijze moet worden uitgevoerd; roept de lidstaten op om bij deze omzetting hogere normen vast te stellen dan het CEAS;

16.    veroordeelt het besluit van de Raad om te streven naar het sneller terugsturen van migranten, omdat hiermee het recht op een eerlijke beoordeling van aanvragen voor internationale bescherming wordt ondermijnd; herinnert eraan dat geen enkel land ter wereld als veilig kan worden beschouwd en dat iedereen die een asielaanvraag indient recht heeft op een individuele beoordeling van zijn/haar aanvraag;

17.    veroordeelt de opsluiting van migranten en roept op tot het sluiten van detentiecentra; steunt de inspanningen die sommige lidstaten hiertoe hebben verricht en roept op tot de invoering van alternatieven voor opsluiting;

18.    roept de lidstaten het internationale beginsel van "non-refoulement" in acht te nemen, en in dat verband de daad bij het woord te voegen;

19.    roept de Commissie en de lidstaten op onmiddellijk een einde te maken aan samenwerking met derde landen die erop gericht is om migranten en vluchtelingen te verhinderen een veilig toevluchtsoord te vinden in Europa, en de grenscontrole te verbeteren in landen als Eritrea, Sudan, Somalië, Ethiopië en Egypte, waaruit mensen wegvluchten, en het proces van Khartoum en Rabat stop te zetten; benadrukt in dit verband dat alle financiële steun aan het Egyptische en Eritrese regime moet worden stopgezet, gezien de rapporten van de VN en ngo's over schendingen van de mensenrechten;

20.    verwerpt de voorstellen van de lidstaten om Europese asielcentra op te richten in derde landen, en Noord-Afrikaanse landen te betrekken bij de Europese zoek- en reddingsoperaties met het doel vluchtelingen te onderscheppen en naar de Afrikaanse kusten terug te brengen; roept de Commissie in dit verband om aan het Parlement een evaluatie voor te leggen van de overeenstemming van deze voorstellen met het internationaal recht, met name het verdrag van Genève, en ook van eventuele andere praktische en juridische obstakels voor de uitvoering van deze voorstellen;

21.    roept de Commissie op een ambitieuze EU-agenda voor migratie te ontwikkelen en in te dienen, op basis van een holistische en gezamenlijke benadering en solidariteit, met volledige eerbiediging van de grondrechten; roept de Commissie in dit verband op ambitieuze voorstellen in te dienen voor veilige en rechtmatige toegang, herplaatsing, hervestiging en zoek- en reddingsacties;

22.    roept de Commissie op een einde te maken aan alle vormen van beleid die de oorzaak vormen van de migratiestromen, met inbegrip van de rol van de Commissie in het wereldwijde economisch beleid, het gemeenschappelijk landbouwbeleid in verband met derde landen, en vrijhandelsakkoorden;

23.    roept de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de lidstaten op om de geopolitieke en wereldwijde economische oorzaken van de massale uittocht uit de instabiele regio die zich uitstrekt van Afrika beneden de Sahara via het Middellandse Zeegebied tot Zuid-Azië opnieuw te evalueren, en zich rekenschap te geven van de verantwoordelijkheid van de EU, de NAVO en de lidstaten voor de permanente toestand van oorlog en chaos in deze regio's; is in dit verband van oordeel dat de intensivering van de samenwerking met Turkije, zoals aangekondigd door de Raad, in het licht van de situatie in Syrië en Irak in politiek en democratisch opzicht geen werkbare oplossing is;

24.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de voorzitters van de parlementen van de lidstaten.

 

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0414.

(2)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0448.

(3)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0105.

Juridische mededeling