Procedure : 2015/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0658/2015

Ingediende teksten :

B8-0658/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.11
CRE 09/07/2015 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0275

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 163kWORD 72k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0657/2015
1.7.2015
PE559.018v01-00
 
B8-0658/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))


Louis Michel, Gérard Deprez, Pavel Telička namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))  
B8-0658/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–       gezien het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–       gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening van 2000,

–       gezien de grondwet van de Republiek Burundi,

–       gezien de conclusies van de Europese Raad van 16 maart 2015 over de politieke situatie in Burundi in de aanloop naar de verkiezingen,

–       gezien de verklaring van de hoge commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties van 15 april 2015,

–       gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad over de situatie in Burundi van 17 april 2015 en zijn oproep van 4 juni 2015,

–       gezien de verklaring van de spoedbijeenkomst van de staatsleiders van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap over de situatie in Burundi van 31 mei 2015,

–       gezien de dringende oproep die voormalige Burundese staatshoofden, politieke partijen en maatschappelijke organisaties op 28 mei 2015 in Bujumbura hebben gedaan,

–       gezien de verklaring die de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger op 9 juni 2015 heeft afgelegd,

–       gezien de resoluties van de Vredes- en Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie van 13 juni 2015 en de 25e gewone zitting van de Vergadering van de Afrikaanse Unie op 14 en 15 juni 2015 in Johannesburg,

–       gezien de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-lidstaten op 22 juni 2015 in Luxemburg,

–       gezien het besluit van het bureau van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 14 juni 2015 om de verkiezingswaarnemingsmissie van de Vergadering naar Burundi op te schorten wegens de situatie in dat land,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat op 26 april 2015 de protesten zijn begonnen tegen de kandidatuur van president Pierre Nkurunziza voor een derde ambtstermijn; overwegende dat de politie in haar optreden tegen de demonstraties excessief geweld heeft gebruikt, terwijl de betogers vreedzaam waren en geen duidelijk gevaar vormden; overwegende dat er tijdens de demonstraties betogers door de politie zijn doodgeschoten; overwegende dat er volgens cijfers van de politie 892 mensen zijn gearresteerd in verband met de protesten tussen 26 april en 12 mei en dat er vervolgens 568 zijn vrijgelaten; overwegende dat er 280 arrestanten zijn overgedragen aan het parket;

B.     overwegende dat de protesten gewelddadiger zijn geworden en dat de repressie is voortgezet, zodat wel 78 mensen tijdens de betogingen zijn gedood of zijn overleden aan de verwondingen die hun daarbij zijn toegebracht; overwegende dat de Imbonerakure-militie, die banden heeft met de jeugdafdeling van de heersende partij, de CNDD-FDD (Nationale Raad voor de Verdediging van de Democratie-Krachten voor de Verdediging van de Democratie), betrokken is geweest bij het aftuigen van betogers en het intimideren van leden van de oppositie;

C.     overwegende dat de aanhoudende onrust en de onophoudelijke botsingen tussen betogers en politie de aanleiding vormden voor een mislukte militaire staatsgreep op 13 mei 2015, toen president Nkurunziza in Dar es Salaam (Tanzania) deelnam aan een buitengewone top van de staatshoofden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap over de crisis in Burundi;

D.     overwegende dat oppositieleider Zedi Feruzi en zijn lijfwacht op 23 mei 2015 vanuit een rijdend voertuig zijn doodgeschoten; overwegende dat de omstandigheden waarin deze moord plaatsvond, nog niet zijn opgehelderd; overwegende dat als gevolg van deze moord andere oppositieleiders, activisten en journalisten die kritiek op het regime uiten, gedwongen zijn zich te verschuilen; overwegende dat meer dan 100 000 Burundezen de grens over zijn gevlucht, omdat zij vrezen dat het geweld zich ook buiten de hoofdstad Bujumbura zal verspreiden; overwegende dat door deze stroom Burundese vluchtelingen in de buurlanden (Democratische Republiek Congo, Rwanda, Tanzania) een zorgwekkende humanitaire noodsituatie ontstaat;

E.     overwegende dat vier onafhankelijke radio- of televisiezenders (Radio PA, Isanganiro, Bonesha en Radio-Télévision Renaissance) met granaten zijn aangevallen en dat ten minste één radiozender volledig is afgebrand, waardoor de staatsmedia voor veel Burundesen buiten Bujumbura de enige bron van informatie zijn; overwegende dat volgens journalisten die getuige waren van de aanvallen, leden van de inlichtingendienst en politiefunctionarissen de daders waren;

F.     overwegende dat de politieke wanorde voor de katholieke kerk van Burundi aanleiding is geweest haar priesters terug te roepen die zij had aangewezen om bij de organisatie van de verkiezingen te helpen, omdat zij "geen verkiezingen vol tekortkomingen kan steunen"; overwegende dat twee vooraanstaande functionarissen in de vijf leden tellende onafhankelijke nationale kiescommissie (CENI), namelijk vicevoorzitter Spes Caritas Ndironkeye en de voor management en financiën verantwoordelijke Illuminata Ndabahagamye, ontslag hebben genomen en het land zijn ontvlucht; overwegende dat ook Aimé Nkurunziza, parlementslid en voorzitter van de parlementaire Commissie politieke en buitenlandse zaken en bestuur, het land is ontvlucht, omdat hij de verkiezingsfraude van de regering niet ondersteunt; overwegende dat de tweede vicepresident van Burundi, Gervais Rufyikiri, op 17 juni 2015 in Belgische ballingschap is gegaan;

G.     overwegende dat de secretaris-generaal van de VN een nieuwe bemiddelaar, Abdoulaye Bathily, heeft benoemd als opvolger van Said Djinnit, de speciale afgezant van de VN voor het gebied van de Grote Meren, die is afgetreden als bemiddelaar in de politieke dialoog tussen de heersende partij en de tegenstanders van de kandidatuur van Pierre Nkurunziza voor een derde termijn; overwegende dat de heersende partij weigert deel te nemen aan de politieke dialoog die is hervat onder aegide van de nieuwe bemiddelaar en de "faciliteringsgroep", bestaande uit vertegenwoordigers van de VN, de Afrikaanse Unie (AU), de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG) en de Internationale Conferentie over het gebied van de Grote Meren (ICGLR);

H.     overwegende dat de regering een verder uitstel van de verkiezingsdata ondanks de indringende verzoeken van de internationale gemeenschap van de hand wijst; overwegende dat de "faciliteringsgroep" op 24 juni 2015 een laatste voorstel heeft gedaan om alle verkiezingen uit te stellen tot 31 juli 2015;

I.      overwegende dat het aantal granaataanvallen zodanig kan toenemen en de spanningen dusdanig kunnen oplopen dat het gevaar ontstaat dat er wreedheden worden begaan, gezien het feit dat Burundi een geschiedenis van etnisch geweld kent,

1.      spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de situatie in Burundi, waar het escalerende geweld nog verder kan toenemen, gelet op de recente geschiedenis van het land en het grote gevaar van weer opvlammende etnische tegenstellingen in Burundi, waardoor de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening uit 2000 in gevaar komt, met wellicht rampzalige gevolgen voor de veiligheid in de hele regio;

2.      spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het besluit van de Burundese regering om ondanks de kritieke politieke en veiligheidssituatie die momenteel bestaat, de verkiezingen toch doorgang te doen vinden;

3.      veroordeelt het doorgaan van de verkiezingen, waaraan door de oppositie niet wordt deelgenomen;

4.      betreurt ten zeerste het niet-transparante, ondemocratische en oneerlijke karakter van deze verkiezingen en de verkiezingsuitslag;

5.      verzoekt om onmiddellijke stopzetting van alle gewelddaden, het vrijmaken van mediaruimte, de terugkeer van alle oppositieleiders in ballingschap naar Burundi, de onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen en de onmiddellijke beëindiging van het chicaneren van het maatschappelijk middenveld;

6.      veroordeelt de poging tot staatsgreep en wijst erop dat het afzetten van een regering met geweld en militaire middelen ongrondwettelijk en ondemocratisch is; stelt het gedrag van de Imbonerakure-militie, die burgers terroriseert, duidelijk aan de kaak en spreekt zijn krachtige veroordeling uit over het gebruik van vuurwapens en scherpe munitie tegen betogers; veroordeelt elke vorm van gewelddadig optreden, ongeacht uit welke hoek dit komt en wie ertoe aanzet; herhaalt dat er geen sprake mag zijn van straffeloosheid voor personen die ernstige mensenrechtenschendingen plegen, en wenst dat deze personen nationaal en internationaal strafrechtelijk worden vervolgd;

7.      is verheugd over de verklaringen van de spoedbijeenkomst van de staatshoofden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap en de top van de Afrikaanse Unie, en geeft zijn volledige steun aan de inspanningen van de VN, de AU, de OAG en de ICGLR;

8.      onderschrijft de verklaringen van de secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon; dringt er bij de regering van Burundi op aan dat de veiligheid van de VN-waarnemers wordt gewaarborgd;

9.      dringt er bij de Burundese regering op aan dat zij de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de vrijheid van mening en meningsuiting, garandeert; merkt op dat de afwezigheid van onafhankelijke stemmen in niet door de overheid gecontroleerde media bijdraagt tot de spanningen; herinnert eraan dat het de primaire verantwoordelijkheid van een regering is de eigen bevolking tegen wreedheden te beschermen;

10.    doet een beroep op de Burundese regering, de partijleiders, kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders en alle centrale spelers uit het maatschappelijk middenveld, alsmede mediaeigenaren en journalisten, hun invloed aan te wenden om acties te voorkomen waardoor het gevaar van geweld tegen personen of groepen op grond van hun etnische of religieuze identiteit of hun politieke kleur zou kunnen toenemen; verzoekt alle partijen een open dialoog aan te gaan om de crisis tot een oplossing te brengen en de spanningen te verminderen;

11.    onderstreept dat de akkoorden van Arusha moeten worden geëerbiedigd, omdat dit de enige manier is om een duurzame vrede en nationale eenheid te waarborgen; wijst op de suprematie van de grondwet, die bepaalt dat niemand meer dan tweemaal president mag zijn;

12.    verzoekt de Burundese regering te voldoen aan het punt inzake de ontwapening van alle gewapende jeugdgroepen die banden met politieke partijen hebben, in het bijzonder de Imbonerakure-militie, omdat dit essentieel is voor het herstel van een klimaat waarin de dialoog op vreedzame wijze kan worden hervat, en alle omstreden kwesties, waaronder de problematiek van een derde termijn, te behandelen;

13.    is het volledig eens met de conclusies van de Europese Raad inzake Burundi van 18 mei 2015, en verzoekt de VV/HV om overeenkomstig het strategisch EU-kader voor de mensenrechten te zorgen voor een duidelijk beleid ten aanzien van de kritieke situatie in Burundi, waaraan beginselen ten grondslag liggen en waarmee de mensenrechtenschendingen worden aangepakt die zijn geconstateerd sinds president Nkurunziza heeft aangekondigd (aanleiding voor betogingen en onrust) dat hij kandidaat is voor een derde termijn;

14.    is het volledig eens met de conclusies van de Europese Raad inzake Burundi van 22 juni 2015, en herinnert aan de verplichtingen die de Overeenkomst van Cotonou bevat op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische waarden en de rechtsstaat, en aan de mogelijkheid de overlegprocedures op te starten waarin o.a. artikel 96 van die overeenkomst voorziet;

15.    spreekt zijn waardering uit aan het adres van de buurlanden die vluchtelingen uit Burundi opvangen, en aan het adres van de humanitaire organisaties voor hun hulpverlening; verzoekt de Commissie na te denken over het verlenen van bijstand aan de ontheemden en de vluchtelingen in de buurlanden;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering van Burundi, de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de Afrikaanse Unie, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement (PAP).

 

Juridische mededeling