Procedure : 2015/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0666/2015

Ingediende teksten :

B8-0666/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.11
CRE 09/07/2015 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0275

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 145kWORD 75k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0657/2015
1.7.2015
PE559.029v01-00
 
B8-0666/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))


Gianni Pittella, Maria Arena, Linda McAvan, Elena Valenciano, Marlene Mizzi, Kati Piri, Alessia Maria Mosca, Goffredo Maria Bettini, Doru-Claudian Frunzulică, Victor Negrescu, Viorica Dăncilă namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))  
B8-0666/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–       gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 10 april 2014 over de situatie in Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening voor Burundi,

–       gezien de grondwet van Burundi,

–       gezien de verklaring van de staatshoofden van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap van 31 mei 2015 in Dar es Salaam, Tanzania,

–       gezien de besluiten over de situatie in Burundi van de top van de Afrikaanse Unie (AU) van 13 juni 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad over Burundi van 22 juni 2015,

–       gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers en de EU-richtsnoeren over vrijheid van meningsuiting, alsook de conclusies van de Raad van juni 2014 waarin wordt toegezegd dat de werkzaamheden met betrekking tot mensenrechtenverdedigers zullen worden geïntensiveerd,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–       gezien het Afrikaanse Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–       gezien het Afrikaanse handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat in de grondwet van Burundi en in artikel 96 van de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening wordt bepaald dat een president slechts twee termijnen kan dienen, overwegende dat president Pierre Nkurunziza al sinds 2005 in functie is, dat hij in 2010 is herkozen, in verkiezingen die door de oppositie werden geboycot omdat zij de regering beschuldigde van intimidatie;

B.     overwegende dat president Nkurunziza op 26 april 2015 heeft aangekondigd dat hij zich kandidaat wil stellen voor een derde termijn, omdat hij de eerste termijn werd gekozen door wetgevers;

C.     overwegende dat na deze aankondiging 17 officieren zijn gearresteerd op 14 mei 2015 wegens een mislukte coup onder leiding van voormalig majoor-generaal van het leger Godefroid Niyombare, die het land is ontvlucht, waarna meer dan 70 mensen om het leven zijn gekomen door geweld en een reeks aanvallen met granaten;

D.     overwegende dat twee senior leden van de onafhankelijke nationale kiescommissie (CENI) het land zijn ontvlucht, evenals een senior rechter van het Constitutioneel Hof die belast was met de uitspraak over de wetmatigheid van de derde termijn van de president, alsmede de parlementsvoorzitter, die allen zeggen te vrezen voor hun veiligheid; overwegende dat vice-president Gervais Rufyikiri op 25 juni 2015 het land ook is ontvlucht, omdat hij twijfel had geuit over de gepastheid van een derde termijn;

E.     overwegende dat de oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld de verkiezingen hebben geboycot met als argument dat de staatsinstellingen op partijdige wijze worden gebruikt, dat de jongerenmilitie CNDD-FDD (de Imbonerakure) geweld plegen en intimideren, dat er te weinig vertrouwen in de CENI is en dat er regeringsstrategieën zijn om de inclusiviteit van het kiesproces te verminderen, o.a. doordat het lastig is om je als kiezer te laten registreren en door de herindeling van de kiesdistricten in het voordeel van de regeringspartij;

F.     overwegende dat de internationale gemeenschap in de regio een belangrijke rol speelt als hoeder van de Overeenkomst van Arusha, en overwegende dat instellingen als het Internationaal Strafhof van groot belang zijn om onafhankelijk onderzoek te doen naar het geweld en de misdrijven die in Burundi worden gepleegd;

G.     overwegende dat er, ondanks oproepen van de internationale gemeenschap en van belanghebbenden in Burundi om de verkiezingen uit te stellen, parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden op 29 juni 2015 en dat er presidentsverkiezingen gepland zijn voor 15 juli;

H.     overwegende dat, gezien de politieke en veiligheidssituatie in het land, de EU heeft besloten haar verkiezingswaarnemingsmissie op te schorten;

I.      overwegende dat de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) en de Afrikaanse Unie (AU) hebben verklaard dat de omstandigheden zich niet lenen voor de organisatie van verkiezingen en dat het onmogelijk is dat er binnen de in de grondwet van Burundi voorziene termijn verandering in komt;

J.      overwegende dat het VN- vluchtelingenagentschap (UNHCR) stelt dat circa 127 000 mensen uit Burundi zijn gevlucht naar buurlanden, inclusief Tanzania, waar een uitbraak van cholera is gemeld;

K.     overwegende dat de politieke impasse in Burundi en de verslechterende veiligheids- en economische situatie ernstige gevolgen hebben voor de bevolking en een risico vormen voor de gehele regio, waarbij Burundi zijn ernstigste crisis doormaakt sinds de twaalf jaar durende etnisch gemotiveerde burgeroorlog waarbij in 2005 naar schatting al 300 000 mensen waren omgekomen;

L.     overwegende dat EU-vertegenwoordigers, naar aanleiding van eerdere resoluties van het Europees Parlement en met name de verwijzing daarin naar artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, hebben gewezen op de noodzaak van inclusieve deelname aan het verkiezingsproces van alle politieke groeperingen in het land, in overeenstemming met de routekaart en de gedragscode in verkiezingsaangelegenheden (Code de bonne conduite en matière électorale);

M.    overwegende dat de EU 2 miljoen EUR aan hulp aan Burundi inhoudt vanwege de toenemende bezorgdheid over de gewelddadige onderdrukking van betogers die protesteren tegen de pogingen van president Nkurunziza om een derde termijn veilig te stellen;

N.     overwegende dat België ook heeft aangekondigd zijn verkiezingssteun te zullen opschorten, en de helft te zullen inhouden van de 4 miljoen EUR die het gereserveerd had voor peilingen en zich terugtrekt uit een project voor politiële samenwerking voor een bedrag van 5 miljoen EUR dat het gezamenlijk met Nederland ter beschikking had gesteld; overwegende dat Frankrijk ook de veiligheidssamenwerking met Burundi heeft opgeschort en dat Duitsland de opschorting van alle bilaterale samenwerking met de regering van Burundi heeft aangekondigd;

O.     overwegende dat de vrijheid van meningsuiting wordt gewaarborgd in de grondwet van Burundi en in internationale en regionale verdragen die door Burundi zijn geratificeerd, deel uitmaakt van de nationale strategie voor goed bestuur en corruptiebestrijding, en een essentiële voorwaarde is voor vrije, eerlijke en transparante verkiezingen waardoor het land, dat nog steeds de naweeën ondervindt van het conflict, uit de politieke impasse kan geraken;

P.     overwegende dat de EU Burundi kort geleden 432 miljoen EUR uit het Europees Ontwikkelingsfonds 2014-2020 heeft toegekend ter ondersteuning van onder meer bestuurlijke verbeteringen en het maatschappelijk middenveld;

1.      geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over de verslechterende politieke en humanitaire situatie in Burundi en de gehele regio; dringt aan op onmiddellijke beëindiging van het geweld en de politieke intimidatie van tegenstanders; betuigt zijn sympathie aan de slachtoffers van het geweld die om het leven zijn gekomen, en dringt aan op onmiddellijke humanitaire bijstand voor degenen die gedwongen werden hun huizen te verlaten;

2.      dringt er bij allen die betrokken zijn bij het verkiezingsproces, waaronder de organen die verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de verkiezingen en de veiligheidsdiensten, op aan de in de Overeenkomst van Arusha neergelegde verbintenissen na te komen, daar deze overeenkomst een einde heeft gemaakt aan de burgeroorlog en het fundament vormt van de Burundese grondwet; benadrukt het belang van een consensus over de verkiezingskalender op basis van een technische beoordeling door de VN;

3.      benadrukt eens te meer dat een duurzame politieke oplossing, in het belang van veiligheid en democratie voor alle Burundezen, alleen mogelijk is door dialoog en consensus, waarbij de Burundese regering, oppositie en maatschappelijk middenveld worden betrokken, in overeenstemming met de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi; dringt er bij alle Burundese belanghebbenden op aan de dialoog op alle gebieden waarover onenigheid bestaat, te hervatten; steunt derhalve de bemiddelingspogingen van de AU, de EAC en de VN, en is bereid om de uitvoering van de onlangs door de AU aangekondigde concrete maatregelen te ondersteunen;

4.      wijst erop dat het partnerschap van de EU met Burundi valt onder de Overeenkomst van Cotonou, en dat alle partijen verplicht zijn de bepalingen van die overeenkomst te eerbiedigen en na te leven, met name de eerbiediging van de mensenrechten; merkt op dat Burundi het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren ook heeft ondertekend en geratificeerd, en op grond daarvan verplicht is de universele rechten van de mens en de vrijheid van meningsuiting te eerbiedigen; dringt er derhalve bij de regering van Burundi op aan een echt en open politiek debat toe te staan, zonder vrees voor intimidatie, en om af te zien van misbruik van het justitieel apparaat om politieke rivalen buitenspel te zetten;

5.      neemt kennis van de dialoog die heeft plaatsgevonden tussen de EU en de Burundese autoriteiten, overeenkomstig artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou; is desalniettemin van mening dat essentiële en fundamentele elementen van de Overeenkomst van Cotonou voortdurend worden geschonden, met name de eerbiediging van fundamentele menselijke en democratische beginselen, en dringt er bij de Commissie op aan artikel 96-procedures in te leiden om passende maatregelen te treffen;

6.      dringt er ook bij de Commissie op aan om de EU-hulp zo spoedig mogelijk te herzien om deze een andere bestemming te geven, om meer financiële ondersteuning te geven aan het maatschappelijk middenveld en te focussen op humanitaire hulp en niet op begrotingssteun, en daarbij de zeer prijzenswaardige rol van de Burundese vredeshandhavingsmissie in Somalië in gedachten te houden;

7.      sluit zich aan bij de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 22 juni 2015 waarin er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) op wordt aangedrongen een lijst voor te bereiden van gerichte beperkende maatregelen en visumweigeringen en reisverboden tegen personen die verantwoordelijk zijn voor daden van geweld en repressie, zware schendingen van de mensenrechten, en die actief een politieke oplossing binnen het door de AU en de EAC voorgestelde kader bemoeilijken, en verzoekt de VV/HV de nodige maatregelen te treffen om de activa in de EU-lidstaten van al deze personen te bevriezen;

8.      geeft uiting aan zijn ernstige bezorgdheid over het aantal slachtoffers en het aantal gevallen van ernstige schendingen van de mensenrechten die sinds het begin van de crisis zijn gemeld, met name de misdrijven die worden toegeschreven aan de Imbonerakure; neemt kennis van de intimidatie en risico's waar mensenrechtenactivisten en journalisten mee worden geconfronteerd en van de willekeurige arrestatie van leden van oppositiepartijen; dringt aan op onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die gearresteerd zijn omdat zij hun recht op vreedzame vergadering en vrijheid van meningsuiting uitoefenen;

9.      eist dat het geweld en de intimidatie die worden uitgeoefend door de Imbonerakure onmiddellijk worden gestaakt; dringt er bij de CNDD-FDD op aan onmiddellijk over te gaan tot ontwapening van de jongerenmilities en zijn leden laat ophouden met intimideren en aanvallen van tegenstanders, en ervoor te zorgen dat de schuldigen voor de rechter worden gebracht; dringt aan op een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de berichten dat de CNDD-FDD haar jeugdbeweging wapens en trainingen verstrekt; doet tevens een beroep op de leiders van de oppositiepartijen om geweld tegen tegenstanders te voorkomen;

10.    herhaalt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor personen die ernstige mensenrechtenschendingen plegen, en die individueel aansprakelijk moeten worden gesteld en voor de rechter verantwoording moeten afleggen; hecht in dit verband bijzonder belang aan het onmiddellijk inzetten van de door de AU in het vooruitzicht gestelde mensenrechtenwaarnemers en militaire deskundigen;

11.    merkt op dat pogingen van bepaalde groeperingen om de rellen om te laten slaan in een etnisch conflict mislukken, en dat politieke scheidslijnen in Burundi niet uitdrukkelijk etnisch zijn; is van mening dat dit aantoont dat de Overeenkomst van Arusha erin geslaagd is te zorgen voor een etnisch evenwichtig samengestelde leger- en politiemacht;

12.    herhaalt in deze context dat het van belang is om de gedragscode in verkiezingsaangelegenheden en de via bemiddeling van de VN samengestelde routekaart, die in 2013 is ondertekend door de politieke leiders, na te leven, en steunt de pogingen op VN- en regionaal niveau om een verdere escalatie van het politieke geweld te voorkomen;

13.    dringt aan op onmiddellijke opheffing van de beperkingen van de media en de toegang tot internet, en stelt nogmaals aan de kaak dat Radio Publique Africaine, een van de belangrijkste nieuwsbronnen van het land, stelselmatig wordt aangepakt; is van mening dat er alleen legitieme verkiezingen kunnen plaatsvinden als media ongehinderd kunnen functioneren, en als journalisten zonder te worden geïntimideerd hun werk kunnen doen;

14.    prijst de rol van de humanitaire organisaties en de autoriteiten van buurlanden die voorzien in de behoeften van de mensen die de crisis ontvluchten, en die de vluchtelingen bescherming bieden; is verheugd dat de Commissie heeft toegezegd 1,5 miljoen EUR te zullen vrijmaken om de humanitaire nood te lenigen; waarschuwt er echter voor dat deze toezegging moet worden verdubbeld door zowel de EU als de lidstaten, gezien de grote stroom vluchtelingen in deze kwetsbare regio, de gemelde uitbraken van cholera en alarmerende berichten van seksueel geweld; benadrukt het belang van een langetermijnstrategie, niet alleen voor medicijnen en voedselhulp maar ook voor re-integratie en psychologische bijstand voor de vluchtelingen;

15.    dringt er bij de EU en de lidstaten op aan hun toezeggingen aan het regionale vluchtelingenplan voor Burundi van de VN gestand te doen, waarvoor tot september 2015 207 miljoen USD vereist is om de naar schatting 200 000 Burundese vluchtelingen op te vangen, o.a. door lopende subsidies aan de regio te verhogen;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering van Burundi en de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de regeringen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

Juridische mededeling