Procedure : 2015/2723(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0669/2015

Ingediende teksten :

B8-0669/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.11
CRE 09/07/2015 - 12.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0275

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 160kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0657/2015
1.7.2015
PE559.032v01-00
 
B8-0669/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))


Davor Ivo Stier, Cristian Dan Preda, Joachim Zeller, Lorenzo Cesa, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Mariya Gabriel, Francesc Gambús, Michael Gahler, Maurice Ponga, Tokia Saïfi, Lara Comi namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2723(RSP))  
B8-0669/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–       gezien de verklaring van de VN-Veiligheidsraad van 4 juni 2015 over de situatie in Burundi,

–       gezien de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening,

–       gezien de verklaring van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Federica Mogherini over de opschorting van de verkiezingswaarnemingsmissie naar Burundi van 28 mei 2015 en de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV over de situatie in Burundi van 29 juni 2015,

–       gezien het communiqué van de spoedbijeenkomst van de staatsleiders van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap over de situatie in Burundi van 31 mei 2015,

–       gezien het communiqué van de Vredes- en Veiligheidsraad van de Afrikaanse Unie van 13 juni 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad van 22 juni 2015 over Burundi,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–       gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–       gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–       gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Burundi in een staat van beroering verkeert sinds april 2015, toen president Pierre Nkurunziza zijn controversiële kandidatuur indiende voor een derde opeenvolgende vijfjarige ambtstermijn, met als gevolg massale protesten en een mislukte militaire staatsgreep in mei;

B.     overwegende dat de oppositie heeft verklaard de verkiezingen te boycotten, met als reden dat het niet mogelijk is eerlijke verkiezingen te houden;

C.     overwegende dat er lokale en parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden in Burundi op 29 juni 2015 en dat er presidentsverkiezingen gepland zijn voor 15 juli, ondanks de oproep van de top van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (OAG) om de verkiezingen uit te stellen zodat er tijd is om de noodzakelijke omstandigheden te creëren voor vreedzame, inclusieve en geloofwaardige verkiezingen;

D.     overwegende dat het verkiezingsproces nog steeds ernstig verstoord wordt door beperkingen jegens onafhankelijke media, buitensporig gebruik van geweld tegen demonstranten, een klimaat van intimidatie jegens oppositiepartijen en het maatschappelijk middenveld en een gebrek aan vertrouwen in de verkiezingsautoriteiten, hetgeen de EU ertoe gebracht heeft haar verkiezingswaarnemingsmissie op te schorten;

E.     overwegende dat de commissie van de AU (Afrikaanse Unie) op zondag 28 juni aankondigde dat zij de lokale en parlementsverkiezingen niet zou waarnemen, aangezien niet was voldaan aan de noodzakelijke voorwaarden voor de organisatie van vrije, eerlijke, transparante en geloofwaardige verkiezingen;

F.     overwegende dat de voorzitter van het Burundese parlement dezelfde dag verklaarde dat hij naar aanleiding van bedreigingen was gevlucht, terwijl er op verschillende plaatsen in de hoofdstad hevige vuurgevechten te horen waren;

G.     overwegende dat de EU haar verkiezingswaarnemingsmissie naar Burundi op 29 juni 2015 definitief heeft teruggetrokken, met als argument dat de crisis alleen maar kan verergeren als er parlementsverkiezingen worden gehouden zonder dat voldaan is aan de minimumvoorwaarden om de geloofwaardigheid, transparantie en inclusiviteit ervan te waarborgen;

H.     overwegende dat Burundi nog altijd de ergste politieke crisis doormaakt sinds het eind van de twaalfjarige burgeroorlog in 2005, waardoor niet alleen de interne stabiliteit van Burundi in gevaar is maar ook de stabiliteit van de buurlanden in een toch al zo wankele Afrikaanse regio;

I.      is ernstig bezorgd over het aantal slachtoffers en de gevallen van ernstige mensenrechtenschendingen sinds het begin van de crisis, met name de gevallen van misbruik die aan de veiligheidstroepen en de leden van de Imbonerakure worden toegeschreven;

J.      spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de onophoudelijke vluchtelingenstroom naar de buurlanden;

K.     overwegende dat een duurzame politieke oplossing, in het belang van veiligheid en democratie voor alle Burundezen, alleen mogelijk is door middel van dialoog en consensus, in overeenstemming met de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi;

1.      betreurt dat de regering van Burundi bleef aandringen op het houden van lokale en parlementsverkiezingen op 29 juni, ondanks de heersende politieke en veiligheidssituatie;

2.      veroordeelt alle mensenrechtenschendingen in Burundi, en verzoekt alle partijen het geweld een halt toe te roepen en zich gedurende deze periode terughoudend op te stellen;

3.      verzoekt om de onmiddellijke ontwapening van alle gewapende jeugdgroeperingen die verbonden zijn aan politieke partijen;

4.      vraagt de leiders op te houden met elke actie die deze gewelddaden uitlokt, en roept de Burundese autoriteiten op een grondig onderzoek in te stellen naar deze gebeurtenissen en de daders voor de rechter te brengen;

5.      herhaalt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor personen die ernstige mensenrechtenschendingen plegen, en dat deze personen individueel aansprakelijk moeten worden gesteld en voor de rechter verantwoording moeten afleggen; hecht er in dit verband bijzonder belang aan dat de door de AU in het vooruitzicht gestelde mensenrechtenwaarnemers en militaire deskundigen onmiddellijk worden ingezet;

6.      spreekt zijn steun uit voor de aanhoudende inspanningen van de OAG, en benadrukt het belang van de tijdens de topbijeenkomsten in Dar es Salaam op 13 en 31 mei 2015 overeengekomen maatregelen, waaronder de oproep tot het uitstel van de verkiezingen en de onmiddellijke beëindiging van het geweld, de ontwapening van de aan politieke partijen verbonden jeugdgroeperingen, de opening van een dialoog tussen Burundese belanghebbenden, en de toezegging van de regio om niet werkeloos toe te zien als de situatie verslechtert, hetgeen een kader schept voor een politieke en op consensus gebaseerde oplossing voor de crisis;

7.      stelt met teleurstelling vast dat de door de speciale VN-gezant voor het gebied van de Grote Meren opgestarte politieke dialoog, waaraan werd deelgenomen door de OAG, de Internationale Conferentie over het gebied van de Grote Meren en de AU niet de gewenste resultaten heeft opgeleverd;

8.      benadrukt dat de belangrijke vooruitgang die is geboekt met de ondertekening van de Overeenkomst van Arusha voor vrede en verzoening in Burundi en de alomvattende staakt-het-vuren-overeenkomst van 2003 door de huidige situatie op het spel wordt gezet, wat van invloed is op de stabiliteit van de regio;

9.      roept ertoe op de door de AU en de OAG bepaalde voorwaarden integraal na te leven, die onontbeerlijk zijn voor de geloofwaardigheid en het goede verloop van het verkiezingsproces, in vreedzame, inclusieve en transparante omstandigheden en met volledige eerbiediging van de politieke vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting;

10.    herhaalt ervan overtuigd te zijn dat alleen door middel van dialoog en consensus, gebaseerd op eerbiediging van de Overeenkomst van Arusha en de grondwet van Burundi, een duurzame politiek oplossing kan worden gevonden, waarbij de vrede wordt gehandhaafd en geconsolideerd en de democratie en de rechtsstaat worden versterkt; roept in dit verband alle Burundese belanghebbenden op om de dialoog te hervatten over alle kwesties waarover de partijen van mening verschillen, en om het nationale belang zwaarder te laten wegen dan alle andere overwegingen;

11.    spreekt nogmaals zijn bezorgdheid uit over de moeilijke situatie van de Burundese vluchtelingen die hun land zijn ontvlucht naar de buurlanden; prijst de landen van toevlucht (Democratische Republiek Congo, Rwanda en Tanzania), alsook de humanitaire organisaties, om hun steun aan deze bevolking, en verzoekt de internationale gemeenschap de nodige humanitaire bijstand te verlenen;

12.    benadrukt opnieuw dat Burundi gebonden is door de mensenrechtenclausule van de Overeenkomst van Cotonou, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren en op grond daarvan verplicht is de universele rechten van de mens, waaronder de vrijheid van meningsuiting, te eerbiedigen;

13.    verzoekt de Commissie, de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger en de lidstaten te blijven werken aan een duidelijk en principieel EU-beleid ten aanzien van Burundi om de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen aan te pakken, in overeenstemming met het strategisch EU-kader voor de mensenrechten;

14.    verzoekt de Commissie en de lidstaten om, indien dit nog niet het geval is, alle steun aan politie-, militaire en overheidsstructuren op te schorten;

15.    verzoekt de Commissie na te gaan of er wellicht met Burundi overleg zoals bedoeld in artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou moet worden gestart met het oog op een eventuele opschorting van de overeenkomst met het land, en de nodige passende maatregelen te nemen voor de periode waarin het overleg plaatsvindt;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de lidstaten, de regering van Burundi, de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de Afrikaanse Unie, de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de Internationale Conferentie over het gebied van de Grote Meren, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

Juridische mededeling