Procedure : 2015/2760(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0680/2015

Ingediende teksten :

B8-0680/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.6
CRE 09/07/2015 - 12.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0270

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 151kWORD 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0680/2015
6.7.2015
PE559.049v01-00
 
B8-0680/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))


Alyn Smith, Barbara Lochbihler, Michel Reimon, Bodil Valero, Igor Šoltes namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))  
B8-0680/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien resoluties 2201 (2015), 2204 (2015) en 2216 (2015) van de VN-Veiligheidsraad over Jemen, alsmede resolutie 2140 (2014) van de VN-Veiligheidsraad waarmee sancties worden opgelegd,

–       gezien het rapport dat het VN-panel van Jemendeskundigen heeft opgesteld op basis van resolutie 2140 (2014) van de VN-Veiligheidsraad van 20 februari 2015,

–       gezien het feit dat de tegoeden zijn bevroren en een reisverbod is opgelegd aan vijf personen, te weten de Houthi-bevelhebbers Abd Al-Khaliq Al-Huthi en Abdullah Yahya Al Hakim, de Houthi-leider Abdumalik Al-Houthi alsmede voormalig president Ali Abdullah Saleh en zijn zoon Ahmed Ali Abdullah Saleh,

–       gezien de verklaringen van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden over de situatie in Jemen van 20 maart, 26 maart, 1 april, 26 april en 9 juni 2015,

–       gezien de conclusies van de Raad van 20 april 2015 over Jemen,

–       gezien de uitlatingen van de heer Stephen O'Brien, plaatsvervangend secretaris-generaal van de VN voor humanitaire aangelegenheden, van 25 juni over Jemen,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de huidige crisis in Jemen het gevolg is van het feit dat de opeenvolgende regeringen er niet in zijn geslaagd tegemoet te komen aan het legitieme verlangen van de Jemenitische bevolking naar democratie, economische en sociale ontwikkeling, stabiliteit en veiligheid; overwegende dat door de mislukte overgang na het aftreden van president Ali Abdullah Saleh, die dit ambt lang heeft bekleed, ten gunste van vicepresident Abd Rabbu Mansour Hadi een gewelddadig conflict kon uitbreken, omdat de vele tribale spanningen stelselmatig zijn genegeerd, met onveiligheid alom en een verlamde economie;

B.     overwegende dat de Samenwerkingsraad van de Golf, gesteund door resolutie 2051 (2012) van de VN-Veiligheidsraad, het initiatief heeft genomen tot een nationale dialoogconferentie (NDC), waarop de afgezette president Ali Abdullah Saleh is afgetreden, gevolgd door een overgangsdialoog in Sanaa in maart 2013, die echter in januari 2014 is afgebroken, toen Ahmed Sharif Al-Din, een Houthi-vertegenwoordiger in de NDC, onderweg naar de conferentie in de hoofdstad Sanaa is vermoord, de tweede moord op een Houthi-vertegenwoordiger, waardoor de spanningen tussen Houthi's en regeringstroepen zijn opgelopen;

C.     overwegende dat het conflict tussen de Houthi-gemeenschap en de Jemenitische regering historische wortels heeft, die deels gelegen zijn in klachten van de Houthi's over discriminatie en pogingen om het Wahabisme in Jemen te verspreiden; overwegende dat het eerste gewapende conflict uit 2004 dateert en dat er al ten minste sinds 2009 sprake is van Saudische en Amerikaanse luchtaanvallen;

D.     overwegende dat een mislukte politieke integratie de voorwaarden heeft gecreëerd voor de opkomst van de Houthi-milities, die uit het noorden van het land komen, van het machtsvacuüm op het vlak van bestuur en veiligheid hebben geprofiteerd en sinds de verovering van Sanaa in september 2014 grote delen van het land hebben ingenomen; overwegende dat de legitieme president van Jemen, Abd-Rabbu Mansour Hadi, ten gevolge hiervan naar Saudi-Arabië is gevlucht en sindsdien in Riyad verblijft;

E.     overwegende dat een door Saudi-Arabië geleide coalitie van Arabische staten als reactie op het oprukken van de Houthi's op 26 maart 2015 in Jemen operatie Beslissende Storm is gestart om de Ansar Allah (de dominante Houthi-militie) terug te dringen, Abd-Rabbu Mansour Hadi weer als president te installeren en de veiligheid en stabiliteit in het land te herstellen; overwegende dat deze doelstellingen ondanks intensieve luchtaanvallen op posities van de Houthi's tot nog toe niet zijn bereikt; overwegende dat sinds het uitbarsten van de vijandelijkheden ongeveer 3 000 personen zijn gedood en meer dan 10 000 gewond zijn geraakt;

F.     overwegende dat in Jemen talloze burgerslachtoffers zijn gemaakt door gewapende Houthi-groepen en daarbij aangesloten strijdkrachten, o.a. door het gebruik van luchtafweermunitie die na het neerkomen in bewoonde gebieden ontploft, waardoor burgers worden gedood en verminkt; overwegende dat diverse malen bij luchtaanvallen van de door Saudi-Arabië geleide militaire coalitie burgers in Jemen zijn gedood, hetgeen in strijd is met het internationaal humanitair recht, zodat alle mogelijke stappen moeten worden ondernomen om burgerslachtoffers te voorkomen of tot een minimum te beperken;

G.     overwegende dat Saudi-Arabië naast de luchtaanvallen Jemen ook een zeeblokkade heeft opgelegd, met dramatische gevolgen voor de burgerbevolking (22 miljoen mensen, bijna 80 % van de bevolking, hebben dringend behoefte aan voedsel, water en medische benodigdheden); overwegende dat de VN in Jemen een humanitaire noodtoestand van de hoogste categorie hebben uitgeroepen en hebben gewaarschuwd dat het land op de rand van een hongersnood staat, terwijl het Wereldvoedselprogramma erop heeft gewezen dat nu al ongeveer 12 miljoen mensen honger lijden, waardoor een hele generatie kinderen blijvende lichamelijke en mentale schade zal oplopen;

H.     overwegende dat Saudi-Arabië een van de vier landen met de hoogste militaire uitgaven ter wereld is en dat het land in 2014 volgens het Internationaal Instituut voor Vredesonderzoek in Stockholm (SIPRI) 17 % meer heeft aangeschaft;

I.      overwegende dat Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de VN, om een onderzoek heeft verzocht nadat een compound van het Ontwikkelingsprogramma van de VN in Saada tijdens luchtaanvallen onder leiding van Saudi-Arabië geraakt en zwaar beschadigd werd;

J.      overwegende dat alle conflictpartijen blijk hebben gegeven van volkomen minachting voor het menselijk leven, door herhaaldelijk civiele infrastructuur, zoals ziekenhuizen, scholen, centrales en waterinstallaties, aan te vallen;

K.     overwegende dat het nationale zorgstelsel in Jemen op instorten staat, nu het aantal gevallen van knokkelkoorts toeneemt, patiënten met een chronische ziekte geen behandeling krijgen en vitale medische benodigdheden en medisch personeel niet tot bij de beoogde personen raken;

L.     overwegende dat de brandstof in Jemen snel opraakt en dat dit nu al de distributie van hulpgoederen ernstig belemmert en weldra zal leiden tot een levensbedreigend watertekort, omdat het onder droogte lijdende Jemen voor zijn watervoorziening geheel afhankelijk is van gemotoriseerde pompen in diepe putten;

M.    overwegende dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland (Al-Qaeda in the Arabian Peninsula, AQAP) heeft kunnen profiteren van de verslechtering van de politieke en veiligheidssituatie in Jemen om zijn aanwezigheid op te voeren en het aantal en de impact van zijn terroristische aanvallen te vergroten;

N.     overwegende dat de zogenaamde Islamitische Staat (IS)/Da'esh zich in Jemen heeft gevestigd en terroristische aanslagen heeft uitgevoerd op sjiitische moskeeën, waarbij honderden mensen zijn omgekomen; overwegende dat naar verwachting zowel AQAP als IS/Da'esh van het machtsvacuüm in Jemen zullen profiteren om hun capaciteiten te verhogen en aanslagen te beramen op Jemenitische veiligheidstroepen, Houthi's en elke westerse aanwezigheid;

O.     overwegende dat de aanhoudende oorlog en de uitbreiding van AQAP en IS/Da'esh in Jemen een rechtstreekse bedreiging vormen voor de stabiliteit en veiligheid van andere landen in de regio;

P.     overwegende dat het vredesoverleg tussen de strijdende Jemenitische partijen onder leiding van de VN in Genève, waarbij de speciale afgezant van de VN voor Jemen, Ismail Ould Cheikh Ahmed, als bemiddelaar optreedt, medio juni 2015 zonder resultaat is afgebroken; overwegende dat Oman, dat zich onthouden heeft van deelname aan de operatie Beslissende Storm en sterke contacten onderhoudt met de twee belangrijkste partijen in het conflict, vooraan staat bij de regionale diplomatieke inspanningen om tot een staakt-het-vuren te komen;

Q.     overwegende dat de oude binnenstad van Sanaa, een Unesco-werelderfgoedsite, na het begin van de oorlog in Jemen is geraakt bij een bombardement; overwegende dat hierdoor veel historische gebouwen, monumenten, musea, archeologische sites en gebedshuizen onherstelbaar beschadigd of verwoest zijn;

1.      verklaart nogmaals zijn sterke steun voor de eenheid, soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen en dat het de Jemenitische bevolking bijstaat;

2.      is ernstig verontrust door de snel verslechterende politieke, humanitaire en veiligheidssituatie in Jemen, waardoor de keuze zich beperkt tot vrede of de hongerdood voor grote delen van de bevolking;

3.      roept alle partijen op om onmiddellijk een einde te maken aan de militaire confrontatie en ten minste in te stemmen met een humanitaire pauze tijdens de voor moslims heilige maand Ramadan, zodat er dringend noodzakelijke hulp aan de bevolking kan worden verleend;

4.      veroordeelt de destabiliserende eenzijdige acties van de Houthi's en de militaire eenheden die loyaal zijn aan voormalig president Saleh, en veroordeelt eveneens de luchtaanvallen van de door Saudi-Arabië geleide coalitie en de zeeblokkade die ze aan Jemen heeft opgelegd, die al het leven hebben gekost aan duizenden mensen, waardoor Jemen verder wordt gedestabiliseerd, voorwaarden worden gecreëerd die de verspreiding van terroristische en extremistische organisaties, zoals IS/Da'esh en AQAP, bevorderen, en de reeds schrijnende humanitaire situatie nog verergert;

5.      dringt er bij de door Saudi-Arabië geleide coalitie op aan de zeeblokkade van Jemen onmiddellijk op te heffen, zodat de invoer van handelsgoederen in Jemenitische havens kan worden hervat, teneinde nog ernstigere hongersnood en tekorten, in het bijzonder aan voeding, brandstof en medische benodigdheden, te voorkomen;

6.      vraagt in dit verband dat de EU, de EU-lidstaten en de VS hun druk op de regering van Saudi-Arabië opvoeren, opdat het zich beperkt tot het tegenhouden en doorzoeken van afzonderlijke schepen waarvan met reden wordt vermoed dat zij worden gebruikt voor wapensmokkel;

7.      vraagt de lidstaten de uitvoer van wapens naar partijen in het conflict geheel te staken, aangezien dit indruist tegen het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake de controle op de uitvoer van wapens; uit met name kritiek op de onlangs bekendgemaakte contracten met Saudi-Arabië voor de uitvoer van Frans en Brits militair materieel;

8.      vraagt alle partijen de bescherming van de burgerbevolking te garanderen en geen doelgerichte aanvallen uit te voeren op civiele infrastructuur, in het bijzonder medische voorzieningen en watersystemen; wenst dat gevallen waarin burgers zijn gedood, onafhankelijk en onpartijdig worden onderzocht als wellicht disproportionele of willekeurige aanslagen, dat de onderzoeksresultaten openbaar worden gemaakt en dat degenen die ervan worden verdacht verantwoordelijk te zijn voor ernstige schendingen van het oorlogsrecht in een eerlijk proces worden berecht; onderstreept dat alle slachtoffers van wederrechtelijke aanslagen en hun familie een volledige schadevergoeding dienen te ontvangen;

9.      dringt er bij alle partijen op aan de humanitaire hulpverleners en de humanitaire hulp ongehinderd tot het land toe te laten, zodat de meest kwetsbare mensen onmiddellijk levensnoodzakelijke hulp kunnen krijgen; benadrukt dat het een schending van het internationaal humanitair recht vormt om humanitaire hulpverleners willekeurig de toegang te ontzeggen en burgers goederen te onthouden die voor hun overleven onmisbaar zijn;

10.    vraagt om een onafhankelijk internationaal onderzoek naar de vermeende schendingen van de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

11.    benadrukt dat alleen een politieke, inclusieve en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing voor het conflict mogelijk is; dringt er derhalve bij alle Jemenitische partijen op aan via dialoog, compromis en het delen van de macht te werken aan de oplossing van hun geschillen, waardoor een regering van nationale eenheid kan worden gevormd teneinde de vrede te herstellen, een economische en financiële instorting van het land te voorkomen en de dreigende humanitaire ramp af te wenden;

12.    spreekt zijn volledige steun uit voor de inspanningen van de VN en Ismail Ould Cheikh Ahmed, de speciale gezant van de secretaris-generaal van de VN voor Jemen, om vredesonderhandelingen tussen de partijen te bewerkstelligen; steunt de inspanningen van Oman om een staakt-het-vuren tussen de Houthi's en de aan de regering van Jemen loyale troepen te bereiken als eerste stap in de richting van onderhandelingen over een politieke oplossing;

13.    verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, samen met de lidstaten binnen de VN met spoed te zoeken naar steun voor een groots internationaal plan om de watervoorziening in Jemen te garanderen, want afgezien van de absolute noodzaak hiervan zou een dergelijke stap beslissend kunnen zijn om een mogelijk vredesproces tot een succesvol einde te brengen en de bevolking het perspectief te bieden dat zij de landbouw kan verbeteren, zichzelf kan voeden en het land weer op kan bouwen;

14.    veroordeelt in de strengst mogelijke bewoordingen de terroristische aanvallen van IS/Da'esh op sjiitische moskeeën in Sanaa en Saada, waarbij honderden mensen zijn omgekomen en gewond geraakt; waarschuwt voor het gevaar dat uitgaat van de verspreiding van de extreme sektarische ideologie die de basis vormt voor de misdaden van IS/Da'esh;

15.    is verontrust over het feit dat AQAP heeft kunnen profiteren van de verslechterende politieke en veiligheidssituatie in Jemen; dringt er bij alle partijen in het conflict op aan blijk te geven van hun vastberadenheid en beslistheid om de hoogste prioriteit toe te kennen aan de bestrijding van extremistische en terroristische groeperingen als IS/Da'esh en AQAP; waarschuwt dat elke poging om deze groeperingen als handlangers in de strijd tegen vermeende vijanden te gebruiken, een averechts effect zal hebben en alleen tot meer instabiliteit, sektarisch bloedvergieten en de destabilisering van buurlanden zal leiden;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de speciale gezant van VN-secretaris-generaal voor Jemen, de regeringen van Jemen en van het Koninkrijk Saudi-Arabië, en de parlementen en regeringen van de lidstaten van de Samenwerkingsraad van de Golf en van de Liga van Arabische Staten.

Juridische mededeling