Procedure : 2015/2760(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0683/2015

Ingediende teksten :

B8-0683/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.6
CRE 09/07/2015 - 12.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0270

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 159kWORD 69k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0680/2015
6.7.2015
PE559.052v01-00
 
B8-0683/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))


Victor Boştinaru, Enrique Guerrero Salom, Elena Valenciano, Richard Howitt, Afzal Khan, Josef Weidenholzer, Ana Gomes, Alessia Maria Mosca, Nicola Caputo, Marlene Mizzi, Norbert Neuser, Brando Benifei, Maria Grapini, Andi Cristea, Victor Negrescu, Marc Tarabella, Krystyna Łybacka, Michela Giuffrida, Viorica Dăncilă, Doru-Claudian Frunzulică, Enrico Gasbarra, Vilija Blinkevičiūtė, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Simona Bonafè, Nikos Androulakis, Sergio Gutiérrez Prieto, Demetris Papadakis, Tonino Picula, Liisa Jaakonsaari, Zigmantas Balčytis, Goffredo Maria Bettini, Eric Andrieu, Emilian Pavel, Cătălin Sorin Ivan, Damian Drăghici, Momchil Nekov, Miroslav Poche, Julie Ward, Hugues Bayet, Tibor Szanyi, Neena Gill, Arne Lietz, Liliana Rodrigues namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))  
B8-0683/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de conclusies van de Raad van 20 april 2015 over Jemen,

–       gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over Jemen, meer bepaald resoluties 2201 van 15 februari 2015 en 2216 van 14 april 2015,

–       gezien de uitlatingen van de heer Stephen O'Brien, plaatsvervangend secretaris-generaal van de VN voor humanitaire aangelegenheden, van 25 juni over Jemen,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van Federica Mogherini, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), en Christos Stylianides, commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, van 3 juli 2015 over de crisis in Jemen,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de huidige crisis het gevolg is van het feit dat de opeenvolgende regeringen er niet in zijn geslaagd tegemoet te komen aan het verlangen van de Jemenitische bevolking naar democratie, economische en sociale ontwikkeling, stabiliteit en veiligheid; overwegende dat de mislukte transitie na het ontslag van de reeds lang regerende president Ali Abdullah Saleh ten voordele van de vicepresident Abd-Rabbu Mansour Hadi een voedingsbodem heeft gevormd voor de uitbarsting van een gewelddadig conflict, omdat er geen inclusieve regering werd gevormd, de macht niet eerlijk werd verdeeld en de vele spanningen tussen de stammen, de wijdverspreide onveiligheid en economische stilstand van het land werden genegeerd;

B.     overwegende dat deze mislukkingen de voorwaarden hebben gecreëerd voor de opkomst van de Houthi-milities, die uit het noorden van het land komen, van het machtsvacuüm op het vlak van bestuur en veiligheid hebben geprofiteerd en in september 2014 de hoofdstad Sanaa hebben veroverd en die sindsdien in heel het land snel terrein hebben gewonnen met de hulp van en bijgestaan door troepen die loyaal zijn aan voormalig president Saleh, hetgeen geleid heeft tot de gevangenneming van politieke tegenstanders en een aanslag op grotere bevolkingscentra zoals Aden en Taïz; overwegende dat de legitieme president, Abd-Rabbu Mansour Hadi, ten gevolge hiervan naar Saudi-Arabië is gevlucht en sindsdien in Riyad verblijft;

C.     overwegende dat een door Saudi-Arabië geleide coalitie van Arabische staten als reactie op het oprukken van de Houthi's en op verzoek van president Hadi op 26 maart 2015 in Jemen de operatie Beslissende Storm, later omgedoopt tot operatie Herstellen van de Hoop, heeft gestart om de Ansar Allah (de dominante Houthi-militie) terug te dringen, president Hadi opnieuw aan de macht te brengen en de veiligheid en stabiliteit in het land te herstellen; overwegende dat deze doelstellingen ondanks intensieve bombardementen van posities van de Houthi's tot nog toe niet zijn bereikt; overwegende dat deze interventie er echter wel is in geslaagd de reeds schrijnende humanitaire situatie te verslechteren; overwegende dat sinds het uitbarsten van de vijandelijkheden meer dan 3 000 personen zijn gedood en meer dan 10 000 gewond zijn geraakt;

D.     overwegende dat Saudi-Arabië, niet alleen luchtaanvallen heeft uitgevoerd, maar Jemen ook een zeeblokkade heeft opgelegd, met dramatische gevolgen (22 miljoen mensen, bijna 80 % van de bevolking, hebben dringend nood aan voedsel, water en medische benodigdheden); overwegende dat het vervoer van humanitaire hulp en goederen in het land ernstig wordt belemmerd door wegblokkades, gevechten en het algemeen ontbreken van veiligheid; overwegende dat de VN heeft verklaard dat in Jemen het hoogste niveau van humanitaire noodtoestand heerst en heeft gewaarschuwd dat het land niet ver verwijderd is van hongersnood;

E.     overwegende dat 9,9 miljoen kinderen ernstig worden getroffen door het conflict en dat sinds maart 2015 279 kinderen zijn gedood en 402 gewond zijn geraakt; overwegende dat minstens 1,8 miljoen kinderen wegens sluitingen van scholen in verband met het conflict geen toegang tot onderwijs meer hebben, waardoor zij een groter risico lopen door gewapende groeperingen te worden gerekruteerd of gebruikt en op andere wijzen te worden misbruikt;

F.     overwegende dat UNICEF schat dat meer dan een half miljoen kinderen jonger dan vijf jaar het risico lopen ernstige acute ondervoeding te ontwikkelen, terwijl 1,2 miljoen kinderen jonger dan vijf jaar risico lopen op gematigde acute ondervoeding – bijna een verdubbeling sinds het begin van de crisis;

G.     overwegende dat het gezondheidsstelsel op instorten staat en dat door het sluiten van de vaccinatiediensten ongeveer 2,6 miljoen kinderen jonger dan vijftien jaar het risico lopen besmet te raken met de mazzelen en 2,5 miljoen kinderen met buikloop, een potentieel dodelijke ziekte die zich tijdens conflicten en volksverhuizingen snel verspreidt; overwegende dat het aantal gevallen van knokkelkoorts toeneemt, dat patiënten met chronische ziekten geen behandeling krijgen en dat vitale medische benodigdheden en medisch personeel niet tot bij de beoogde personen raken;

H.     overwegende dat Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de VN, om een onderzoek heeft verzocht nadat een compound van het Ontwikkelingsprogramma van de VN in Saada tijdens door Saudi-Arabië geleide luchtaanvallen geraakt en zwaar beschadigd werd;

I.      overwegende dat Al Qaida op het Arabische Schiereiland (Al-Qaeda in the Arabian Peninsula, AQAP) heeft kunnen profiteren van de verslechtering van de politieke en veiligheidssituatie in Jemen en zijn aanwezigheid heeft kunnen opvoeren en het aantal en de impact van zijn terroristische aanvallen heeft kunnen vergroten;

J.      overwegende dat de zogenaamde Islamitische Staat (IS)/Da'esh zich in Jemen heeft gevestigd en terroristische aanslagen heeft uitgevoerd op sjiitische moskeeën, waarbij honderden mensen zijn omgekomen; overwegende dat naar verwachting zowel AQAP als IS/Da'esh van het machtsvacuüm in Jemen zullen profiteren om hun capaciteiten te verhogen en aanslagen te beramen op Jemenitische veiligheidstroepen, Houthi's en elke westerse aanwezigheid;

K.     overwegende dat de voortdurende oorlog en de uitbreiding van AQAP en IS/Da'esh in Jemen een rechtstreekse bedreiging vormen voor de stabiliteit en veiligheid van andere landen in de regio en van de EU en de globale internationale gemeenschap;

L.     overwegende dat Ismail Ould Cheikh Ahmed, de speciale gezant van VN-secretaris-generaal voor Jemen, met alle partijen blijft onderhandelen om naar een "humanitaire pauze" toe te werken; overwegende dat Oman, dat zich onthouden heeft van deelname aan de operatie Beslissende Storm, later omgedoopt tot operatie Herstellen van de Hoop, en dat sterke contacten onderhoudt met de twee belangrijkste partijen in het conflict, regionale diplomatieke inspanningen leidt om tot een staakt-het-vuren te komen;

M.    overwegende dat de oude stad van Sanaa, een Unesco-werelderfgoedsite, sinds het begin van de oorlog in Jemen werd geraakt bij een bombardement; overwegende dat hierdoor veel historische gebouwen, monumenten, musea, archeologische sites en gebedshuizen onherstelbaar beschadigd of verwoest zijn;

N.     overwegende dat Jemen nu wegens verschillende redenen dichter bij Europa staat dan ooit, ten eerste omdat veel Jemenitische vluchtelingen – samen met personen afkomstig uit de Hoorn van Afrika die zich de voorbije jaren in Jemen hebben gevestigd – nu in Europa asiel zullen aanvragen, en ten tweede omdat de instabiliteit in Jemen een vruchtbare voedingsbodem vormt voor de opleiding van terroristen die in Europese landen aanslagen uitvoeren (zoals in het geval van Charlie Hebdo in Parijs);

1.      verklaart nogmaals zijn sterke steun voor de eenheid, soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen en dat het de Jemenitische bevolking bijstaat;

2.      is verontrust over de snel verslechterende politieke, humanitaire en veiligheidssituatie in Jemen en dringt er bij alle partijen in het conflict op aan in te stemmen met een humanitaire pauze, minstens tijdens de nu lopende, voor moslims heilige ramadanmaand, zodat de uiterst noodzakelijke hulp kan worden verstrekt aan de bevolking, als eerste stap naar een langdurig staakt-het-vuren dat de weg moet vrijmaken om via onderhandelingen tot een politieke oplossing te komen; uit zijn ernstige bezorgdheid over de 13 miljoen mensen in Jemen die met een voedselzekerheidscrisis te kampen hebben en de 9,4 miljoen die geen of weinig toegang tot water hebben;

3.      veroordeelt de destabiliserende en gewelddadige unilaterale acties van de Houthi's en militaire troepen die loyaal zijn aan voormalig president Saleh, vooral in de steden Aden en Taïz; veroordeelt eveneens de luchtaanvallen van de door Saudi-Arabië geleide coalitie en de zeeblokkade van Jemen, die het leven hebben gekost aan duizenden mensen, voorwaarden hebben gecreëerd die de verspreiding van terroristische en extremistische organisaties, zoals IS/Da'esh en AQAP, bevorderen, en de reeds schrijnende humanitaire situatie hebben verslechterd;

4.      roept alle strijdende partijen op het geweld onmiddellijk te staken; dringt er bij de door Saudi-Arabië geleide coalitie op aan de zeeblokkade van Jemen onmiddellijk op te heffen, waardoor de invoer van handel naar Jemenitische havens kan worden hervat teneinde nog ernstigere hongersnood en tekorten, in het bijzonder het tekort aan voeding, brandstof en medische benodigdheden, te voorkomen; roept alle partijen op contacten te leggen met het oog op de effectieve verstrekking van humanitaire hulp aan personen in nood in alle delen van het land;

5.      vraagt in dit verband dat de EU, de EU-lidstaten en de VS hun druk op de regering van Saudi-Arabië opvoeren opdat het zich beperkt tot het tegenhouden en doorzoeken van afzonderlijke schepen waarvan met reden wordt vermoed dat het wordt gebruikt voor wapensmokkel; vraagt de lidstaten elke uitvoer van wapens naar partijen in het conflict te staken, aangezien dit indruist tegen het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake de controle op de uitvoer van wapens;

6.      vraagt alle partijen de bescherming van de burgerbevolking te garanderen en geen doelgerichte aanvallen uit te voeren op civiele infrastructuur, in het bijzonder medische voorzieningen en watersystemen;

7.      dringt er bij alle partijen op aan hun verplichtingen in het kader van internationaal humanitair recht en mensenrechtenrecht na te komen en dringend humanitaire hulpverleners en humanitaire hulp ongehinderde toegang te verlenen zodat onmiddellijk levensnoodzakelijke bijstand kan worden verleend aan de meest kwetsbaren;

8.      herinnert eraan dat het een schending van internationaal humanitair recht vormt humanitaire hulp willekeurig toegang te weigeren en levensnoodzakelijke goederen te ontzeggen aan burgers;

9.      vraagt om een onafhankelijk internationaal onderzoek naar alle vermeende schendingen van de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht;

10.    benadrukt dat alleen een politieke, inclusieve en onderhandelde oplossing voor het conflict mogelijk is; dringt er derhalve bij alle Jemenitische partijen op aan via dialoog, compromis en het verdelen van macht te werken aan de oplossing van hun geschillen, waardoor een regering van nationale eenheid kan worden gevormd teneinde de vrede te herstellen, een economische en financiële instorting van het land te voorkomen en de humanitaire crisis aan te pakken;

11.    uit zijn volledige steun voor de inspanningen van de VN en Ismail Ould Cheikh Ahmed, de speciale gezant van VN-secretaris-generaal voor Jemen, om vredesonderhandelingen tussen alle partijen te bewerkstelligen; steunt de inspanningen van Oman om een staakt-het-vuren tussen de Houthi's en de aan de regering van Jemen loyale troepen te bereiken als eerste stap in de richting van een onderhandelde politieke oplossing;

12.    veroordeelt in de strengst mogelijke bewoordingen de terroristische aanvallen van IS/Da'esh op sjiitische moskeeën in Sanaa en Saada, waarbij honderden mensen zijn omgekomen en gewond geraakt, alsook de verspreiding van de extreme sektarische ideologie die de basis vormt voor deze misdaden;

13.    is verontrust over het feit dat AQAP heeft kunnen profiteren van de verslechterende politieke en veiligheidssituatie in Jemen; dringt er bij alle partijen in het conflict op aan blijk te geven van hun vastberadenheid en beslistheid om extremistische en terroristische groeperingen zoals IS/Da'esh en AQAP als eerste prioriteit te bestrijden; waarschuwt dat elke poging om deze groeperingen als handlangers in de strijd tegen gepercipieerde vijanden te gebruiken een averechts effect zal hebben en alleen tot meer instabiliteit, sektarisch bloedvergieten en de destabilisering van buurlanden zal leiden;

14.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de speciale gezant van VN-secretaris-generaal voor Jemen, de regeringen van Jemen en van het Koninkrijk Saudi-Arabië, en de parlementen en regeringen van de Samenwerkingsraad van de Golf en van de Liga van Arabische Staten.

Juridische mededeling