Procedure : 2015/2760(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0686/2015

Ingediende teksten :

B8-0686/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.6
CRE 09/07/2015 - 12.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0270

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 160kWORD 295k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0680/2015
6.7.2015
PE565.664v01-00
 
B8-0686/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))


Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Angel Dzhambazki, Jana Žitňanská, Beatrix von Storch, Ashley Fox, Ryszard Czarnecki, Marek Jurek, Valdemar Tomaševski, Raffaele Fitto, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Marcus Pretzell namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))  
B8-0686/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien resoluties 2014 (2011), 2051 (2012), 2140 (2014), 2201 (2015) en 2216 (2015) van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, waarin de noodzaak van een vreedzaam, ordelijk en inclusief overgangsproces onder Jemenitische leiding in Jemen wordt beklemtoond,

–       gezien het verslag dat tijdens de 7411e bijeenkomst van de VN-Veiligheidsraad op 22 maart 2015 is gepresenteerd door Jamal Benomar, speciaal adviseur van de VN voor Jemen(1),

–       gezien de slotverklaring van de 26e topbijeenkomst van de Arabische Liga van 29 maart 2015 over de ontwikkelingen in Jemen, waarin onder meer wordt benadrukt dat het politieke overgangsproces in Jemen moet worden hervat met de deelname van alle Jemenitische partijen, in overeenstemming met het initiatief van de Samenwerkingsraad van de Golf en het bijbehorende uitvoeringsmechanisme en met de bevindingen van de veelomvattende conferentie voor nationale dialoog,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing, Christos Stylianides, van 3 juli 2015 over de crisis in Jemen,

–       gezien zijn resolutie van 7 april 2011 over de situatie in Syrië, Bahrein en Jemen(2),

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het politieke overgangsproces dat na de Arabische lente in 2011 van start is gegaan, maar weinig resultaten heeft opgeleverd en overwegende dat er geen oplossing is gevonden voor de structurele problemen van Jemen zoals corruptie en ongelijkheid;

B.     overwegende dat het conflict voor een aanzienlijk deel veroorzaakt wordt door een gevoel van verwaarlozing, ongelijkheid en armoede, die de diepe kloven tussen stammen en regio's in de Jemenitische samenleving nog hebben vergroot; overwegende dat Iran deze tribale geschillen met zijn inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Jemen nog aanwakkert;

C.     overwegende dat het op 4 juli 2015 100 dagen geleden is dat president Abd-Rabbu Mansour Hadi het land ontvlucht is en dat de door Saudi-Arabië geleide coalitie is begonnen met luchtaanvallen om de gestage opmars van de Houthi's en de Saleh steunende strijdmachten in Jemen tot stilstand te brengen;

D.     overwegende dat de VN Jemen op 2 juli 2015 heeft toegevoegd aan de lijst met landen waar het hoogste niveau van humanitaire noodtoestand heerst (crisisniveau 3), aangezien 21 miljoen mensen (80 % van de bevolking) in het land humanitaire bijstand nodig hebben en er een ernstige voedselcrisis dreigt;

E.     overwegende dat het vredesakkoord en de nationale partnerschapsovereenkomst die tot stand zijn gekomen met de hulp van de VN en op 21 september 2014 zijn ondertekend, niet hebben volstaan om de situatie in Jemen te stabiliseren maar de enige haalbare optie blijven om een eind te maken aan de oorlog en de stabiliteit in het land te herstellen;

1.      verklaart nogmaals dat het pal staat voor de eenheid, soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Jemen en zich ertoe verbindt de Jemenitische bevolking bij te staan;

2.      herhaalt dat het de legitimiteit van de president van Jemen, Abd-Rabbu Mansour Hadi, verdedigt;

3.      roept alle partijen in Jemen en met name de Houthi's ertoe op af te zien van nieuwe unilaterale acties die de politieke overgang in het land zouden kunnen schaden en resolutie 2201 (2015) van de VN-Veiligheidsraad volledig ten uitvoer te leggen, hetgeen inhoudt dat zij:

–       geen geweld meer gebruiken en hun troepen terugtrekken uit alle bezette gebieden, inclusief de hoofdstad Sanaa,

–       afstand doen van alle wapens die zij hebben afgenomen van leger- en veiligheidsinstanties, inclusief raketsystemen,

–       alle acties stopzetten waarvoor de wettige regering van Jemen als enige verantwoordelijk is en zich onthouden van provocaties of bedreigingen aan het adres van buurlanden,

–       alle politieke gevangenen en alle individuen die zich onder huisarrest of in willekeurige detentie bevinden, ongedeerd vrijlaten,

–       ophouden kinderen in te lijven en in te zetten en alle kinderen uit hun rangen laten gaan;

4.      drukt nogmaals zijn steun uit voor de pogingen die de VN momenteel doet om een langdurig, voorspelbaar en duurzaam humanitair staakt-het-vuren te verkrijgen met het oog op de verstrekking van dringende humanitaire bijstand en essentiële waren zoals brandstof, voedsel en basisvoorzieningen; herhaalt eveneens dat de toegang tot Jemen voor commerciële leveringen daarom absoluut moet worden versoepeld;

5.      roept Iran ertoe op zich niet meer te bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van Jemen en de Houthi-milities niet langer opleiding en financiering te verschaffen;

6.      is van mening dat een hervorming van de overheidsinstellingen ook moet leiden tot hervormingen van het overheidsapparaat, de verbetering en vereenvoudiging van de procedureregels in de overheidsadministratie, justitiële hervormingen en de verbetering van openbare diensten, onder meer op het vlak van gezondheid, onderwijs, watervoorziening en veiligheid;

7.      benadrukt bovendien dat er iets moet worden gedaan aan de inefficiëntie van de overheid inzake grondstoffenbeheer, aangezien deze niet alleen tot een verdere verslechtering van de economische crisis leidt maar ook ernstige politieke implicaties heeft;

8.      is van mening dat de internationale gemeenschap zich met betrekking tot de geopolitieke toestand in Jemen vooral zorgen moet maken over twee punten: ten eerste het feit dat Jemen een bolwerk vormt voor Al Qaida op het Arabische schiereiland (AQAP) en in toenemende mate voor ISIS/Da'esh, en ten tweede het feit dat de straat van Bab el-Mandeb een kruispunt vormt voor de belangrijkste scheepsroutes ter wereld, waar onder meer naar schatting 4 % van het wereldwijde olietransport passeert;

9.      benadrukt dat alle partijen het internationale humanitaire recht en de internationale mensenrechtenwetgeving moeten naleven, conform de beginselen van onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid, onder meer door de burgerbevolking te beschermen en geen rechtstreekse aanvallen uit te voeren op civiele infrastructuur;

10.    vraagt om veilige en ongehinderde toegang voor humanitaire organisaties die ter plaatse werkzaam zijn; vraagt alle partijen daarom met klem de verstrekking van humanitaire noodhulp aan alle delen van Jemen te vereenvoudigen en voor een snelle, veilige en ongehinderde doorgang te zorgen zodat humanitaire organisaties burgers kunnen bereiken die humanitaire hulp – inclusief medische verzorging – nodig hebben;

11.    herhaalt dat godsdienstvrijheid een grondrecht is en veroordeelt met klem elke vorm van geweld of discriminatie op grond van godsdienst in Jemen;

12.    toont zich uiterst verontrust over het feit dat godsdienst wordt misbruikt door de plegers van terroristische aanslagen in Jemen; hekelt de instrumentalisering van godsdienst in verscheidene conflicten in Jemen;

13.    dringt aan op de onmiddellijke uitvoering van een grondig, onpartijdig en effectief onderzoek naar de aanslagen in Jemen met het oog op het identificeren en berechten van de daders, organisatoren, geldschieters en sponsors van deze laakbare daden van terrorisme;

14.    betuigt andermaal zijn steun voor alle initiatieven om de dialoog en het wederzijds respect tussen religieuze en andere gemeenschappen te bevorderen; verzoekt alle religieuze autoriteiten verdraagzaamheid te bevorderen en initiatieven te nemen tegen haat en gewelddadige en extremistische radicalisering;

15.    herhaalt zijn standpunt dat de huidige crisis alleen kan worden overwonnen met behulp van een echte dialoog en een inclusief politiek proces onder leiding van de VN, en dat een brede politieke consensus op basis van de in resolutie 2216 van de VN-Veiligheidsraad vastgelegde parameters de enige manier is om een duurzame oplossing voor de crisis te vinden, de dreiging van terroristische groeperingen weg te nemen en een verergering van de instabiliteit in de regio te verhinderen;

16.    vraagt dat de Jemenitische partijen zonder voorwaarden vooraf en te goeder trouw met elkaar in gesprek treden, onder meer door hun verschillen via een dialoog en raadplegingen te benaderen, het gebruik van geweld om politieke doelen te bereiken af te wijzen en zich te onthouden van provocaties en unilaterale acties die de politieke overgang zouden schaden;

17.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de hoofden van de relevante delegaties van de EU.

(1)

S/PV.7411.

(2)

PB C 296 E van 2.10.2012, blz. 81.

Juridische mededeling