Procedure : 2015/2760(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0687/2015

Ingediende teksten :

B8-0687/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.6
CRE 09/07/2015 - 12.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0270

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 170kWORD 73k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0680/2015
6.7.2015
PE565.665v01-00
 
B8-0687/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))


Javier Couso Permuy, Paloma López Bermejo, Marie-Christine Vergiat, Malin Björk, Marina Albiol Guzmán, Ángela Vallina, Sabine Lösing, Kostas Chrysogonos, Stelios Kouloglou, Kostadinka Kuneva, Lidia Senra Rodríguez, Pablo Iglesias namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Jemen (2015/2760(RSP))  
B8-0687/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien de in 1998 ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Jemen en het EU-strategiedocument voor Jemen voor de periode 2007-2013,

–       gezien de verklaringen over Jemen van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki-moon, en de VN-vredesgezant voor Jemen, Ismail Ould Cheikh Ahmed,

–       gezien de conclusies over Jemen van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 april 2015,

–       gezien de verklaringen van de vicevoorzitter / hoge vertegenwoordiger, en met name die van 9 juni 2015, 23 november 2014 en 5 mei 2014,

–       gezien de gezamenlijke verklaring van de vicevoorzitter / hoge vertegenwoordiger en de commissaris voor Humanitaire Hulp en Crisisbeheersing van 3 juli 2015,

–       gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Jemen, en met name de Resoluties 2201 (2015) van 15 februari 2015, 2204 (2015) van 24 februari 2015 en 2216 (2015) van 14 april 2015,

–       gezien de resolutie van de 26e topbijeenkomst van de Liga van Arabische Staten over de ontwikkelingen in Jemen,

–       gezien zijn eerdere resoluties over Jemen,

–       gezien zijn resolutie van 27 februari 2014 over de inzet van gewapende drones(1),

–       gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de Houthi's een zaidi-sjiitische tribale groep zijn die al tussen 2004 en 2010 tegen de Jemenitische regering vocht en die, na grote gebieden in Noord- en Midden-Jemen te hebben ingenomen, is uitgegroeid tot de allergrootste kracht in het land ; dat de confrontatie tussen de Houthi's en de Jemenitische regering begin 2014 weer oplaaide en ertoe leidde dat de Houthi's in augustus 2014 oprukten naar Sanaa;

B.     overwegende dat de Houthi's, ondanks het feit dat er met bemiddeling van de VN op 21 september 2014 een akkoord was bereikt, zijn doorgegaan met het consolideren van hun greep op de macht en het grondgebied; dat de Houthi's eind 2014 aanzienlijke delen van het land innamen, wat leidde tot maandenlange botsingen en de verbanning van de internationaal erkende president, Abd-Rabbu Mansour Hadi; dat de Houthi's op 6 februari 2015 het parlement ontbonden en verklaarden dat er een vijfkoppige presidentiële raad zou worden gevormd;

C.     dat Saudi-Arabië, met steun van de Verenigde Staten, de coalitie leidt waartoe ook de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar, Bahrein, Koeweit, Jordanië, Marokko en Sudan behoren en die sinds 26 maart 2015 bombardementen uitvoert in Jemen in het kader van een interventiecampagne die tot doel heeft Hadi weer in het zadel te helpen; dat de Houthi's nu een verbond hebben gesloten met de strijdkrachten die trouw zijn gebleven aan de vroegere president Saleh; dat Saudi-Arabië een vrijwel totale blokkade heeft ingesteld tegen Jemen, een land dat in hoge mate afhankelijk is van de import; dat het brandstofembargo van de coalitie en de gerichte aanvallen op civiele infrastructuur in strijd zijn met het internationaal humanitair recht;

D.     overwegende dat het conflict is afgeschilderd als een probleem tussen sjiieten en soennieten in een poging de werkelijke redenen ervan te verhullen, dat Saudi-Arabië de Houthi's ervan beschuldigt gesteund te worden door Iran en hen beschouwen als een bedreiging van de Saudische veiligheid; dat de complexiteit van het conflict in Jemen in sommige opzichten een oorlog op afstand is tussen de twee grootste regionale machten, Saudi-Arabië en Iran, in een land met een sterke aanwezigheid van Al Qaida-groepen en met afscheidingsbewegingen en zaidi-sjiitische rebellen in het noorden en gevechten tussen Houthi's en gewapende groeperingen in het zuiden;

E.     overwegende dat er bij het conflict in het land circa 3 000 doden zijn gevallen; dat de VN aandringt op een humanitaire onderbreking van de gevechten in Jemen, opdat er hulp kan worden geboden aan de bevolking in nood, aangezien de oorlog in Jemen onlangs is geclassificeerd in de ergste categorie van humanitaire crisis; dat honderdduizenden vluchtelingen buurlanden als Saudi-Arabië en Djibouti hebben weten bereiken;

F.     overwegende dat de humanitaire gevolgen voor de burgerbevolking van de aanhoudende gevechten tussen verschillende milities, de bombardementen op en de verstoring van essentiële diensten, een reeds zeer ernstige humanitaire situatie nog verder verslechteren; overwegende dat de Verenigde Natie crisisniveau 3 hebben afgekondigd in Jemen, de hoogste graad van humanitaire noodsituatie; dat het land geconfronteerd wordt met een humanitaire ramp, dat er onder meer het gevaar van hongersnood bestaat en dat 21 miljoen mensen - 80 % van de bevolking - humanitaire bijstand nodig heeft; dat volgens Unicef miljoenen Jemenitische kinderen het risico lopen ondervoed te raken en vermijdbare, mogelijk dodelijke ziektes op te lopen, zoals mazelen en longontsteking;

G.     overwegende dat de VN heeft aangedrongen op besprekingen tussen de partijen over onder meer de noodzaak van een staakt-het-vuren, een geordende terugtrekking van troepen, een VN-monitoringmechanisme, een afspraak dat het internationaal humanitair recht geëerbiedigd zal worden en dat de steunverlening niet zal worden verhinderd, en een toezegging om verder te onderhandelen met bemiddeling van de VN; dat deze besprekingen van 16 tot 19 juni onder auspiciën van de VN hebben plaatsgevonden in Genève, en dat daar geen overeenstemming werd bereikt; dat de luchtaanvallen doorgaan ondanks de oproep van de VN tot alle partijen om een humanitaire onderbreking in acht te nemen om een klimaat te scheppen dat tot vooruitgang in de vredesbesprekingen kan leiden;

H.     overwegende dat de EU een Houthi-leider en de zoon van voormalig president Saleh een wapenembargo en andere gerichte sancties hebben opgelegd; dat EU-landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Frankrijk en Duitsland intussen wapens blijven verkopen aan Saudi-Arabië;

I.      overwegende dat op 30 juni 2015 naar schatting 1 200 gevangenen, waaronder ook personen die ervan verdacht worden tot Al Qaida te behoren, ontsnapten uit de gevangenis van de stad Taïz; dat er in april al 300 gevangenen ontsnapt waren uit een andere gevangenis in de provincie Hadramout; dat er terroristische aanslagen worden gepleegd in Jemen, zoals de aanslagen van 17 juni in Sanaa, onder meer op drie moskeeën, waarbij talrijke doden en gewonden zijn gevallen;

J.      overwegende dat de VS de militaire luchtmachtbasis al-Annad in de nabijheid van de Zuid-Jemenitische stad al-Houta bezitten, van waaruit zij drone-aanvallen uitvoeren op mensen die ervan verdacht worden lid te zijn van de plaatselijke tak van Al Qaida; dat er in december 2014 raketaanvallen werden uitgevoerd op deze VS-luchtmachtbasis als vergelding voor een VS-bombardement; dat de VS-troepen op 21 maart 2015 geëvacueerd werden nadat Al Qaida een nabijgelegen stad had ingenomen;

K.     overwegende dat voormalig president Saleh als een bondgenoot van de VS werd beschouwd en miljoenen dollars aan bijstand op het gebied van "terrorismebestrijding" en hulp bij het trainen van het leger heeft ontvangen; dat die wapens tegen de Jemenitische bevolking werden ingezet en nu worden gebruikt bij gevechten tussen diverse groeperingen;

L.     overwegende dat het Britse ministerie van Defensie bevestigd heeft dat het precisiewapens levert die Saudi-Arabië gebruikt in de voortdurende oorlog tegen Jemen; dat Saudi-Arabië de grootste afnemer is van Britse wapens en dat het VK de grootste wapenleverancier is van de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf;

M.    overwegende dat er in 2011 door studenten van de universiteit van Sanaa in Jemen een protestgolf is gestart die steeds verder is uitgegroeid; dat Saleh-getrouwe scherpschutters in burger in maart 2011 het vuur openden op een demonstratie tegen de regering, waarbij 52 mensen om het leven kwamen en wat leidde tot nieuwe betogingen en protesten van mensen die een einde wilden maken aan het bewind van Ali Abdullah Saleh, die van 1978 tot 2011 aan de macht was; dat veiligheidstroepen hard ingrepen en circa 2 000 mensen doodden,

N.     overwegende er in 2011 een aantal landen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten volksprotesten zijn uitgebarsten waarbij werkgelegenheid, betere levensomstandigheden, sociale en arbeidsrechten, democratie en eerbiediging van de mensenrechten, alsmede grondwetswijzigingen geëist werden; dat de verzwakking van de staatsstructuur in sommige van die landen de versterking van de rol van tribale en religieuze groeperingen in de hand heeft gewerkt; dat gewapende groeperingen zoals Al Qaida op het Arabisch schiereiland of Anshar al-Sharia profiteren van dit machtsvacuüm;

O.     overwegende dat Jemen een van de armste landen van de wereld is en dat armoede en ondervoeding wijdverbreid zijn in dit land met zijn 25 miljoen inwoners; dat de ligging van Jemen aan de toegang tot de Rode Zee, die leidt naar het Suezkanaal, en aan de Golf van Aden het land een strategisch belang verleent in verband met belangrijke zeeroutes en energievoorraden;

1.      is ernstig verontrust over het voortduren van de oorlog in Jemen; veroordeelt het gebruik van geweld tegen burgers door Houthi-rebellen, regeringstroepen, Al Qaida en andere gewapende groeperingen, dat geleid heeft tot een ernstige humanitaire crisis in het land en een groot aantal doden en gewonden onder de burgerbevolking heeft veroorzaakt, alsook een groot aantal ontheemden en ongeveer 21 miljoen Jemenieten die humanitaire steun nodig hebben; betuigt zijn diepe medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers;

2.      verzoekt de lidstaten en de internationale gemeenschap met spoed overeenstemming te bereiken over een gecoördineerde humanitaire actie onder leiding van de VN om de humanitaire noden in Jemen te lenigen, en verzoekt alle lidstaten daaraan bij te dragen;

3.      veroordeelt de interventie van de door Saudi-Arabië geleide alliantie in Jemen, die tot doel heeft de Saudische controle over de regio te versterken; is ervan overtuigd dat dit optreden alleen maar zal leiden tot nog meer leed onder de Jemenitische bevolking en tot nog diepere verdeeldheid tussen religieuze groeperingen in het Midden-Oosten; verwerpt elk buitenlands militair ingrijpen in het land, ongeacht of dat Saudisch, Iraans, Arabisch of westers is; waarschuwt voor het risico dat de situatie uiteindelijk zal ontaarden in een godsdienstoorlog; benadrukt dat de oorlog in Jemen niet louter een conflict tussen Sjiieten en Soennieten is; veroordeelt het feit dat religieuze verschillen worden gebruikt om politieke crises en sekte-oorlogen uit te lokken;

4.      is uiterst bezorgd dat Al Qaida op het Arabisch schiereiland gebruik zal kunnen maken van de verslechtering van de politieke en veiligheidssituatie in Jemen, bedenkend dat elke terroristische daad misdadig en ongerechtvaardigd is, ongeacht de redenen die ervoor worden aangevoerd, wanneer dan ook, waar dan ook en door wie dan ook;

5.      is ervan overtuigd dat alleen een politieke oplossing een eind kan maken aan het conflict in Jemen; verzoekt daarom alle partijen in Jemen zich te onthouden van provocaties en unilaterale acties en de weg in te slaan naar omvattende, door Jemenieten geleide onderhandelingen om de vrede in het land te herstellen; is ervan overtuigd dat elke langetermijnoplossing moet bestaan in het aanpakken van de onderliggende oorzaken van de instabiliteit en de armoede in het land en tegemoet moet komen aan de legitieme wensen en aspiraties van de Jemenitische bevolking;

6.      herinnert alle partijen eraan dat zij medeverantwoordelijk zijn voor de naleving van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, hetgeen inhoudt dat zij burgers moeten beschermen, zich moeten onthouden van gerichte aanvallen op civiele infrastructuur en veilige en onbelemmerde toegang tot het land moeten bieden aan humanitaire organisaties; uit zijn ernstige bezorgdheid over de meldingen dat de Houthi-strijdkrachten, Ansar Al-Sharia en de regeringstroepen gebruik maken van kindsoldaten; dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht ter verantwoording worden geroepen voor hun daden;

7.      veroordeelt de stilzwijgende medewerking en medeplichtigheid van de Europese Unie aan dictatoriale regimes in de regio; staat uiterst kritisch tegenover de rol die de diverse Westerse interventies de afgelopen jaren gespeeld hebben bij het aanwakkeren van conflicten in het gebied; benadrukt dat de conflicten in de regio niet met militaire middelen kunnen worden opgelost; verwerpt het idee van "verantwoordelijkheid om te beschermen" omdat dit inbreuk maakt op internationaal recht en geen adequate rechtsgrondslag biedt die het eenzijdig gebruik van geweld kan rechtvaardigen;

8.      levert felle kritiek op de intensieve wapenhandel die EU-lidstaten, zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, bedrijven met diverse landen in de regio; verzoekt de Raad in dit verband na te gaan of er sprake is geweest van inbreuk op de EU-gedragscode voor de wapenuitvoer en maatregelen vast te stellen om te waarborgen dat deze code door alle lidstaten volledig wordt nageleefd;

9.      is sterk gekant tegen het gebruik van drones voor buitengerechtelijke en extraterritoriale executies van terreurverdachten, en vraagt dat het gebruik van drones voor dit doel wordt verboden;

10.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voorextern optreden, de regeringen van de lidstaten, de regering van Jemen en de leden van de Samenwerkingsraad van de Golf en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0172.

Juridische mededeling