Procedure : 2015/2747(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0721/2015

Ingediende teksten :

B8-0721/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.12
CRE 09/07/2015 - 12.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 149kWORD 66k
7.7.2015
PE565.699v01-00
 
B8-0721/2015

naar aanleiding van een verklaring van de Voorzitter

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de herdenking van Srebrenica (2015/2747(RSP))


Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de herdenking van Srebrenica (2015/2747(RSP))  
B8-0721/2015

Het Europees Parlement,

–       onder verwijzing naar zijn resolutie van 15 januari 2009 over Srebrenica(1),

–       gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en Bosnië en Herzegovina anderzijds, die op 16 juni 2008 in Luxemburg werd ondertekend en door alle EU-lidstaten is geratificeerd,

–       gezien de conclusies van de Raad van 16 maart 2015 over Bosnië en Herzegovina,

–       gezien de resoluties 827 (1993), 1551 (2004) en 1575 (2004) van de VN­Veiligheidsraad,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de Oost-Bosnische stad Srebrenica, die in resolutie 819 (1993) van de VN-Veiligheidsraad tot veilig gebied was verklaard, op 11 juli 1995 in handen viel van de strijdkrachten van generaal Ratko Mladić, opererend onder verantwoordelijkheid van de toenmalige president van de Servische Republiek, Radovan Karadžić;

B.     overwegende dat in de dagen na de val van Srebrenica een waar bloedbad werd aangericht, waarbij meer dan 8 000 moslimmannen en -jongens die een veilig heenkomen hadden gezocht in de enclave, die onder de bescherming stond van de beschermingsmacht van de Verenigde Naties (UNPROFOR), zonder enige vorm van proces werden terechtgesteld door de Bosnisch-Servische strijdkrachten van generaal Mladić en door paramilitaire eenheden, waaronder ongeregelde politie-eenheden; overwegende dat in het kader van een massale etnische zuivering bijna 30 000 vrouwen, kinderen en bejaarden onder dwang werden gedeporteerd, waardoor dit de ernstigste oorlogsmisdaad is die sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa heeft plaatsgevonden;

C.     overwegende dat deze dramatische gebeurtenissen, die door het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (Joegoslavië-Tribunaal) zijn erkend als genocide, plaatsvonden in een door de VN veilig verklaard gebied en daarom symbool staan voor het onvermogen van de internationale gemeenschap om in te grijpen in een conflict en de onschuldige burgerbevolking te beschermen;

D.     overwegende dat de Conventie van Genève talloze malen is geschonden bij de tegen de burgerbevolking van Srebrenica gepleegde gruweldaden, die onder meer bestonden in de deportatie van duizenden vrouwen, kinderen en bejaarden en de verkrachting van een groot aantal vrouwen;

E.     overwegende dat, ondanks de inspanningen om individuele en massagraven te lokaliseren en te onderzoeken, de stoffelijke resten van bijna 1 200 mannen en jongens uit Srebrenica nog niet zijn gevonden en geïdentificeerd;

F.     overwegende dat het Joegoslavië-Tribunaal op 30 januari 2015 de vonnissen van vijf hoge Bosnisch-Servische officieren heeft bekrachtigd die voor hun aandeel in de dramatische gebeurtenissen van 1995 in Srebrenica waren veroordeeld; overwegende dat dit de eerste definitieve veroordeling wegens genocide is; overwegende dat een aantal van de veroordeelde officieren onder het rechtstreekse gezag stond van de voormalige legercommandant Ratko Mladić, die momenteel voor het Joegoslavië-Tribunaal terechtstaat;

G.     overwegende dat de tekortkomingen van bepaalde besluitvormingsmechanismen van de EU en het ontbreken van een echt gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid het verloop van de gebeurtenissen geenszins positief hebben beïnvloed;

H.     overwegende dat de instelling van een herdenkingsdag de beste manier is om de slachtoffers van de genocide te herdenken en een duidelijke boodschap mee te geven aan komende generaties;

1.      eert de nagedachtenis van alle slachtoffers van de gruweldaden die tijdens de oorlogen in het voormalige Joegoslavië werden gepleegd; betuigt zijn deelneming aan en zijn medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers;

2.      benadrukt dat tijdige preventie en daadwerkelijke bestraffing van genocides en misdaden tegen de menselijkheid tot de hoofdprioriteiten van de EU moeten behoren;

3.      roep de Raad, de Commissie en de lidstaten op al het mogelijke te doen om te voorkomen dat Europa ooit weer door dergelijke monsterlijke misdaden wordt opgeschrikt;

4.      onderstreept het belang van verzoeningsbeleid en benadrukt dat religieuze autoriteiten, de media en het onderwijs een belangrijke rol hebben in dit moeizame proces;

5.      herinnert aan het belang van vrede en stabiliteit in de regio en is overtuigd van het belang van nauwere regionale samenwerking;

6.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering en het parlement van Bosnië en Herzegovina en zijn entiteiten, en de regeringen en parlementen van de landen van de westelijke Balkan.

(1)

PB C 46 E van 24.2.2010, blz. 111.

Juridische mededeling