Procedure : 2015/2747(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0722/2015

Ingediende teksten :

B8-0722/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 09/07/2015 - 12.12
CRE 09/07/2015 - 12.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0276

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 151kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0716/2015
7.7.2015
PE565.700v01-00
 
B8-0722/2015

naar aanleiding van een verklaring van de voorzitter

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de herdenking van Srebrenica (2015/2747(RSP))


Cristian Dan Preda, Andrej Plenković, Eduard Kukan, Davor Ivo Stier, Dubravka Šuica, Ivana Maletić, Marijana Petir namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement de herdenking van Srebrenica (2015/2747(RSP))  
B8-0722/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn resoluties van 7 juli 2005(1) en van 15 januari 2009(2) over Srebrenica,

–       gezien de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina (BiH), anderzijds, die op 16 juni 2008 werd ondertekend in Luxemburg en op 1 juni 2015 van kracht werd,

–       gezien de bepalingen van de Universele Verklaring van de rechten van de mens, van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, waarin het recht van eenieder op leven, vrijheid en veiligheid van zijn persoon en op de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst wordt erkend,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat 20 jaar geleden, in juli 1995, de Bosnische stad Srebrenica, destijds een geïsoleerde enclave die in de resolutie van 16 april 1993 van de VN-Veiligheidsraad tot beschermde zone was uitgeroepen, in handen viel van Servische milities onder bevel van generaal Ratko Mladić en onder leiding van de toenmalige president van de Republika Srpska, Radovan Karadžić;

B.     overwegende dat na de val van Srebrenica verscheidene dagen lang een massaslachting heeft plaatsgevonden waarbij meer dan 8 000 moslimmannen en -jongens, die hun toevlucht hadden gezocht in dit gebied dat onder de bescherming stond van de beschermingsmacht van de VN (UNPROFOR), zonder vorm van proces werden terechtgesteld door Bosnisch-Servische strijdkrachten van generaal Mladić en door paramilitaire eenheden, zoals ongeregelde Servische politie-eenheden die het Bosnische gebied vanuit Servië waren binnengekomen; overwegende dat bijna 30 000 vrouwen, kinderen en ouderen werden gedeporteerd, waarmee deze gebeurtenis de ernstigste oorlogsmisdaad in Europa sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog werd;

C.     overwegende dat, ondanks de inspanningen om individuele en massagraven te lokaliseren en te onderzoeken, de stoffelijke resten van bijna 1 200 mannen en jongens uit Srebrenica nog niet zijn gevonden en geïdentificeerd;

D.     overwegende dat de tragische gebeurtenissen in Srebrenica diepe emotionele wonden hebben achtergelaten bij de overlevenden en blijvende obstakels hebben opgeworpen voor politieke verzoening onder etnische groeperingen in Bosnië en Herzegovina (BiH);

E.     overwegende dat de massamoord in Srebrenica door zowel het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) als het Internationaal Strafhof (ICJ) als genocide is erkend;

F.     overwegende dat de Europese Unie als doel heeft vrede te bevorderen en dat verzoening de spil van het Europese integratieproces vormt;

1.      eert de nagedachtenis van alle slachtoffers en betuigt zijn medeleven aan en solidariteit met de families van de slachtoffers, waarvan velen niet met zekerheid weten wat er met hun familieleden is gebeurd;

2.      veroordeelt in de strengst mogelijke bewoordingen de genocide in Srebrenica; verklaart plechtig dat dergelijke afschuwelijke misdrijven nooit meer mogen plaatsvinden en verklaart dat het alles zal doen wat in zijn vermogen ligt om dergelijke misdrijven te voorkomen; verzet zich tegen elke ontkenning en relativering van de genocide;

3.      benadrukt dan ook dat de preventie en daadwerkelijke bestraffing van genocide en misdaden tegen de menselijkheid tot de hoofdprioriteiten van de Europese Unie en de internationale gemeenschap moeten blijven behoren;

4.      onderstreept het cruciale belang van verzoening voor de toekomst van de regio; herhaalt hoe belangrijk het werk van het ICTY is om dit doel te bereiken; herhaalt dat meer aandacht moet worden besteed aan de berechting van oorlogsmisdaden op nationaal niveau;

5.      roept alle burgers van Bosnië en Herzegovina op om de herdenking van de massamoord in Srebrenica twintig jaar geleden aan te grijpen als een kans om een verdere impuls te geven aan verzoening en samenwerking, twee elementen die voor alle landen in de regio de belangrijkste voorwaarden vormen voor vervolgstappen in hun toenadering tot Europa;

6:      moedigt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan het voortouw te nemen bij het gedenken van de slachtoffers en in het proces om de samenleving de verschrikkelijke misdrijven begaan in en rond Srebrenica, te doen erkennen en hiermee in het reine te komen;

7.      benadrukt het belang van onpartijdige verslaggeving in de media en op feiten gebaseerde onderwijsprogramma's over Srebrenica overal in Bosnië en Herzegovina voor het verwerken van het verleden en het wegnemen van de spanningen;

8.      meent dat regionale samenwerking en het Europese integratieproces de beste manier zijn om haat en tweedracht het hoofd te bieden; herhaalt dat de EU er alles aan gelegen is om Bosnië en Herzegovina en alle landen op de westelijke Balkan een Europees perspectief te bieden;

9.      verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering en het parlement van Bosnië en Herzegovina en zijn entiteiten, en de regeringen en parlementen van de landen van de westelijke Balkan.

 

(1)

PB L 157 E van 6.7.2006, blz. 468.

(2)

PB L 46 E van 24.2.2010, blz. 111.

Juridische mededeling