Procedure : 2015/2685(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0836/2015

Ingediende teksten :

B8-0836/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/09/2015 - 8.5
CRE 10/09/2015 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0318

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 159kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0836/2015
7.9.2015
PE565.804v01-00
 
B8-0836/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de rol van de EU in het vredesproces in het Midden-Oosten (2015/2685(RSP))


Charles Tannock, Bas Belder, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Antoni Legutko, Zdzisław Krasnodębski, Ryszard Czarnecki, Tomasz Piotr Poręba, Angel Dzhambazki, Geoffrey Van Orden, Raffaele Fitto, Arne Gericke namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de rol van de EU in het vredesproces in het Midden-Oosten (2015/2685(RSP))  
B8-0836/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over het Midden-Oosten,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over het vredesproces in het Midden-Oosten van 17 november 2014,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken over het vredesproces in het Midden-Oosten van 22 juli 2014,

–       gezien Resolutie 1701 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat het Israëlisch-Palestijnse conflict in de ruimere context van het Israëlisch-Arabische conflict bezien moet worden;

B.     overwegende dat elke verandering in het status quo betreffende het Israëlisch-Palestijnse conflict destabiliserende gevolgen kan hebben;

1.      is ingenomen met de aanstelling van de heer Fernando Gentilini als speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten en steunt hem bij zijn inspanningen om dit vredesproces in samenwerking met het Kwartet, de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische regering opnieuw op te starten;

2.      drukt nogmaals zijn onverminderde steun uit voor een oplossing in de vorm van twee staten voor twee volkeren via onderhandelingen op basis van de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad; beschouwt het Arabische vredesinitiatief en over het nieuwe paradigma voor het politieke proces in Israël en Palestina dan ook als een positief uitgangspunt voor een duurzame oplossing voor het Israëlisch-Arabische conflict en pleit voor een onmiddellijke hervatting van rechtstreekse vredesonderhandelingen;

3.      verheugt zich over de positieve rol die de EU wenst te spelen en de noodzakelijke ondersteuning die zij wil bieden om de oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict en het grotere Israëlisch-Arabisch conflict met vreedzame en constructieve middelen te vergemakkelijken, wat de EU-belangen op het gebied van veiligheid, stabiliteit en voorspoed in het Midden-Oosten dient; vraagt dat de EU een reeks positieve stimulansen uitwerkt voor zowel Palestijnen als Israëli's, die alle partijen – inclusief regionale actoren zoals de Liga van Arabische Staten – bij het begin van de onderhandelingen moeten uitvoeren, aangezien dit de enige mogelijke manier is om de positieve sfeer te creëren die noodzakelijk is om het vredesproces tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit weer op te starten en opnieuw voor wederzijds vertrouwen te zorgen; vraagt alle instellingen en lidstaten van de EU daarom de betrekkingen tussen Israël en zijn buren in de regio op het vlak van handel, cultuur, wetenschap, energie, water en economie alsook de trilaterale handelsbetrekkingen tussen de lidstaten, Israël en de Palestijnse Autoriteit aan te moedigen;

4.      stelt vast dat de recente gebeurtenissen in de ruimere regio van het Midden-Oosten ernstige bedreigingen hebben veroorzaakt voor de EU en haar naaste buren; herhaalt dat de EU de veiligheid van Israël, Jordanië, Egypte, Libanon, Syrië, Jemen, Irak, Libië, de Raad voor samenwerking van de Arabische Golfstaten en alle andere landen in het Midden-Oosten zeer ernstig neemt, onder meer met betrekking tot de huidige en opkomende dreigingen in de regio; wijst daarom in het bijzonder op het grote gevaar dat ISIS en andere terroristische organisaties vormen voor de bevolking van het Midden-Oosten, en doet een beroep op de relevante regionale actoren om terreurbewegingen die zich schuldig maken aan gruweldaden en schendingen van de mensenrechten niet langer te financieren;

5.      benadrukt dat het van levensbelang is dat de EU zich samen met Israël, de Palestijnse Autoriteit, Egypte en Jordanië inspant om te verhinderen dat terroristische groeperingen in Gaza en op de westelijke Jordaanoever zich herbewapenen, wapens smokkelen en raketten en tunnels bouwen; benadrukt nogmaals dat het absoluut noodzakelijk is Gaza te demilitariseren en een eind te maken aan de bewapening van Hamas, in overeenstemming met de conclusie van de Raad Buitenlandse Zaken van juli 2014; vraagt alle terroristische groeperingen hun activiteiten ogenblikkelijk stop te zetten en niet langer geweld te gebruiken, zodat Israël en de toekomstige Palestijnse staat eindelijk vrede, stabiliteit en welvaart kunnen kennen;

6.      bestempelt haatuitingen en opruiing in de openbare ruimte als contraproductief voor het vredesproces in het Midden-Oosten en als strijdig met het EU-beginsel van de bevordering van een cultuur van vrede; vraagt dat de Palestijnse autoriteit erkent dat Israël een legitiem bestaansrecht heeft als het thuisland van het joodse volk; vraagt dat de Palestijnse autoriteit afziet van geweld, eerdere overeenkomsten naleeft en zich bereid toont tot samenwerking met betrekking tot de wederopbouw van Gaza; doet nogmaals een beroep op de Palestijnse Autoriteit om op constructieve wijze gebruik te maken van haar VN-status en om geen unilaterale stappen te ondernemen waardoor nog verder zou worden afgeweken van de weg naar een oplossing door onderhandelingen;

7.      benadrukt dat de grensovergangen moeten worden opengesteld voor de doorgang van humanitaire hulpverlening, handelsgoederen en mensen van en naar de Gazastrook, dat de EU in overeenstemming met het trilaterale mechanisme voor financiële ondersteuning alleen specifieke, duidelijk gedefinieerde projecten in Gaza mag financieren en dat er moet worden voor gezorgd dat deze financiering zoals bedoeld wordt ingezet voor de burgerbevolking; herhaalt dat de Palestijnse Autoriteit de controle over de Gazastrook moet overnemen;

8.      vraagt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden om financiering te verstrekken aan ngo's in de regio waarvan de politieke doelen overeenstemmen met de globale doelstellingen van het vredesproces in het Midden-Oosten;

9.      is ingenomen met de oprichting van het Euro-mediterraan gasplatform; vraagt speciale aandacht voor de rol die dit initiatief kan spelen als middel om de regionale samenwerking te bevorderen en de landen van Noord-Afrika en Europa via samenwerking op energiegebied nader tot elkaar te brengen;

10.    benadrukt dat de versterking van de dialoog over energievraagstukken in het Middellandse Zeegebied de samenwerking en stabiliteit in de regio alsook de milieu-integriteit ten goede kan komen; stelt daarom voor dat de EU haar inspanningen op het gebied van energiediplomatie in de MENA-regio opvoert, zoals wordt geschetst in de energie-unie;

11.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de regeringen en parlementen van de leden van de VN-Veiligheidsraad, de afgezant van het Midden-Oostenkwartet, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad, het parlement en de regering van Egypte, de Raad voor samenwerking van de Arabische Golfstaten en de leden van de Arabische Liga.

 

Juridische mededeling