Procedure : 2015/2833(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0837/2015

Ingediende teksten :

B8-0837/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/09/2015 - 8.4
CRE 10/09/2015 - 8.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0317

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 189kWORD 87k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0832/2015
7.9.2015
PE565.805v01-00
 
B8-0837/2015

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over migratie en vluchtelingen in Europa (2015/2833(RSP))


Judith Sargentini, Ska Keller, Jean Lambert, Ulrike Lunacek, Benedek Jávor, Bart Staes, Michel Reimon namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over migratie en vluchtelingen in Europa (2015/2833(RSP))  
B8-0837/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–       gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,

–       gezien het Verdrag van 1951 betreffende de status van vluchtelingen en het aanvullende protocol,

–       gezien zijn resolutie van 9 oktober 2013 over maatregelen van de EU en de lidstaten om met de vluchtelingenstroom als gevolg van het conflict in Syrië om te gaan(1),

–       gezien zijn resolutie van 17 december 2014 over de situatie in het Middellandse Zeegebied en de noodzaak van een holistische EU-aanpak van migratie(2),

–       gezien zijn resolutie van 29 april 2015 over de recente tragedies op de Middellandse Zee en het migratie- en asielbeleid van de EU(3),

–       gezien de Europese migratieagenda van de Commissie van 13 mei 2015 (COM(2015)0240),

–       gezien het 10-puntenplan inzake migratie van de gezamenlijke Raad van ministers van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken van 20 april 2015,

–       gezien de conclusies van de speciale top van de Europese Raad op 23 april 2015 over de vluchtelingencrisis op de Middellandse Zee,

–       gezien het verslag van april 2012 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa "Lives lost in the Mediterranean Sea",

–       gezien de verslagen van de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechten van migranten, met name het verslag "Rekenen op de mobiliteit van een hele generatie: follow-up van het regionale onderzoek naar het beheer van de buitengrenzen van de EU en de gevolgen daarvan voor de mensenrechten van migranten", dat gepubliceerd is in mei 2015,

–       gezien het jaarverslag 2014 van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) over de asielsituatie in de Europese Unie,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat Europa ten gevolge van de mondiale vluchtelingencrisis getuige is van een ongekend aantal mensen dat bescherming zoekt in de EU; overwegende dat de stijging van het aantal vluchtelingen lijkt aan te houden ten gevolge van de steeds grotere instabiliteit aan de grenzen van Europa door conflicten die gepaard gaan met flagrante schendingen van de mensenrechten, een sterke toename van geweld en terrorisme en de vernietigende gevolgen van de klimaatverandering, en overwegende dat dit er eens te meer op wijst dat alles in het werk moet worden gesteld om de levens te redden van mensen die hun land ontvluchten en die in gevaar zijn en het feit dat de lidstaten zich moeten houden aan hun internationale verplichtingen, o.a. de verplichting om mensen die op zee in nood zijn te redden;

B.     overwegende dat volgens gegevens van de UNHCR in 2015 van 2 800 vrouwen, mannen en kinderen is gemeld dat zij vermist of omgekomen zijn bij hun poging om zich in Europa in veiligheid te brengen; overwegende dat Artsen zonder Grenzen er op 5 augustus 2015 in een verklaring op heeft gewezen dat er een ernstig tekort is aan adequate zoek- en reddingsoperaties; overwegende dat vluchtelingen en migranten ook tijdens hun tocht door Europa om het leven komen; overwegende dat er afgelopen maand 71 vrouwen, mannen en kinderen dood in een vrachtwagen zijn aangetroffen die onderweg was van Hongarije naar Oostenrijk;

C.     overwegende dat de EU en haar lidstaten vluchtelingen en migranten in feite in de armen drijven van criminele mensensmokkelaars door hekken te bouwen en de buitengrenzen steeds meer af te sluiten tegen illegale migratie, zonder mogelijkheden tot legale toegang te bieden;

D.     overwegende dat Griekenland, volgens gegevens van de UNHCR, van januari tot augustus 2015 229 460 aankomsten over zee en over land heeft geregistreerd en dat Italië van januari tot juli 2015 115 500 aankomsten over zee heeft geregistreerd; overwegende dat Hongarije volgens de gegevens van Frontex van januari tot juli 2015 150 000 aankomsten heeft geregistreerd;

E.     overwegende dat het aantal aanvragen voor internationale bescherming in juli 2015 in de EU-lidstaten plus Noorwegen en Zwitserland 123 294 bedroeg, en daarmee voor de eerste keer de 100 000 overschreed en in totaal 28 % hoger lag dan in juni 2015;

F.     overwegende dat volgens gegevens van Frontex in 2015 tot nu toe het grootste aantal asielzoekers afkomstig is uit Syrië, Afghanistan, Eritrea en Irak; overwegende dat aan het merendeel van de mensen uit deze landen die naar Europa vluchten bescherming wordt geboden;

G.     overwegende dat tijdens de meest recente bijeenkomst van de Europese Raad van 25-26 juni 2015 en de daarop volgende bijeenkomst van de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken op 20 juli 2015 geen overeenstemming werd bereikt over een bindende herverdelingsregeling voor herplaatsing en hervestiging van mensen en dat er in plaats daarvan gekozen werd voor een vrijwillige regeling; overwegende dat de lidstaten geen overeenstemming hebben bereikt over het aanbieden van 40 000 plaatsen voor de herplaatsing van vluchtelingen uit Griekenland en Italië en er in plaats daarvan slechts 32 256 plaatsen werden toegezegd;

H.     overwegende dat de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president François Hollande op 3 september 2015 overeengekomen zijn dat er een permanente en bindende regeling moet komen voor de toewijzing van vluchtelingen over alle lidstaten;

I.      overwegende dat de voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk er op 3 september 2015 op heeft aangedrongen dat er ten minste 100 000 vluchtelingen moeten worden herverdeeld;

J.      overwegende dat onderzoek van de Internationale organisatie voor migratie (IOM) erop wijst dat Europa een van de gevaarlijkste bestemmingen ter wereld is voor 'onregelmatige' migranten, wat er eens te meer op wijst dat alles in het werk moet worden gesteld om de levens te redden van mensen die in gevaar zijn en dat de lidstaten zich moeten houden aan hun internationale verplichtingen;

K.     overwegende dat veel burgers een ongekende mate van solidariteit betuigen met de vluchtelingen en hen warm verwelkomen en op indrukwekkende wijze steunen; overwegende dat Europese burgers daarmee aantonen dat het beschermen van behoeftigen en het tonen van mededogen nog steeds echte Europese waarden zijn;

L.     overwegende dat de huidige situatie een beschamend gebrek aan solidariteit jegens asielzoekers aan het licht heeft gebracht van de zijde van regeringen, onvoldoende gecoördineerde en coherente beleidsmaatregelen; overwegende dat dit leidt tot chaos en schendingen van de mensenrechten;

M.    overwegende dat sommige lidstaten en hun leiders gekozen hebben voor een proactieve benadering en hebben getoond dat ze gereed en bereid zijn om vluchtelingen op te nemen; overwegende dat andere lidstaten dit goede voorbeeld moeten volgen;

N.     overwegende dat de verschillende standpunten van de verschillende lidstaten blijven illustreren dat het migratiebeleid van de EU sterk versnipperd is; overwegende dat het ontbreken van een uniform systeem van asielprocedures en -normen in de lidstaten zorgt voor verschillende beschermingsniveaus, in sommige gevallen zelfs voor inadequate waarborgen voor asielzoekers;

O.     overwegende dat de leiders van sommige lidstaten en de extreemrechtse partijen de huidige situatie aangrijpen om anti-migratiesentimenten aan te wakkeren en de EU de schuld geven van de crisis, wat bijdraagt tot een toenemend aantal gewelddadigheden tegen migranten;

P.     overwegende dat mensen volgens het Verdrag van Genève van 1951 asiel kunnen aanvragen in een ander land, ongeacht hun land van herkomst, als ze gegronde vrees hebben voor vervolging wegens hun ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of hun politieke overtuiging;

1.      betuigt zijn diepe teleurstelling en leedwezen over de huidige vluchtelingensituatie en het gebrek aan solidariteit en verantwoordelijkheid onder de EU-lidstaten; is van mening dat het restrictieve asiel- en migratiebeleid van de EU en haar lidstaten leidt tot de dood van mensen; dringt derhalve aan op een onmiddellijke koerswijziging in het asiel- en migratiebeleid om het verlies van nog meer levens te voorkomen;

2.      prijst de groeperingen en individuen in heel Europa die grote aantallen mensen mobiliseren om vluchtelingen en migranten te verwelkomen en hen te ondersteunen; is zeer verheugd over de opmerkelijke publieke respons, inclusief van confessionele organisaties, ngo's en individuen die regeringen er in toenemende mate toe aanzetten hun beleid en retoriek te wijzigen; moedigt Europese burgers aan hun steun en inzet voor een humanitaire respons op de vluchtelingencrisis vol te houden; is van mening dat dergelijke acties aantonen dat de Europese waarden echt worden aangehangen en een teken van hoop zijn voor de toekomst van Europa;

3.      is van mening dat de toenemende onevenwichtigheid tussen de lidstaten wat betreft de aankomst van vluchtelingen en migranten en hun uiteindelijke bestemming, onhoudbaar is; betreurt dat de Europese Raad geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over een bindende regeling voor de dringende herplaatsing van 40 000 vluchtelingen uit Griekenland en Italië in andere lidstaten en is diep teleurgesteld dat de lidstaten, ondanks de duidelijke richtsnoeren van de Europese Raad, tot dusver slechts 32 256 plaatsen hebben toegezegd, terwijl er in Griekenland alleen al 23 000 mensen per week aankomen; is verheugd over het besluit van Oostenrijk en Duitsland om duizenden vluchtelingen en migranten, die onder onhoudbare omstandigheden in Hongarije waren gestrand, op te nemen en dringt er bij alle lidstaten op aan dit voorbeeld van politiek leiderschap op basis van humanitaire waarden te volgen;

4.      is verheugd over de nieuwe initiatieven van de Commissie om het aantal herplaatsingsplaatsen te verviervoudigen om de situatie in Hongarije te verzachten en Griekenland en Italië verder te ondersteunen; is desalniettemin van mening dat adhoc-oplossingen voor noodsituaties alleen een beperkt effect kunnen hebben; keurt derhalve het aanvullende voorstel van de Commissie voor een permanente herplaatsingsregeling die in noodsituaties geactiveerd moet worden, goed; dringt er bij de Raad op aan beide maatregelen onverwijld en zonder vertraging goed te keuren; is bereid de nieuwe herplaatsingsregeling middels een versnelde procedure te behandelen en verklaart voornemens te zijn alle overige door de Commissie voorgestelde maatregelen sneller te behandelen om ervoor te zorgen dat de lidstaten de permanente herplaatsingsregeling niet vertragen; betreurt het gebrek aan samenwerking dat de Raad aan de dag heeft gelegd met betrekking tot de eerdere herplaatsingsmaatregel wat ertoe geleid heeft dat de suggesties van het Parlement in de raaplegingsprocedure zijn genegeerd; herinnert de Raad eraan dat het Parlement een groot voorstander is van een bindende herplaatsingsregeling, waarbij, voor zover mogelijk, rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de vluchtelingen en waarvoor in beginsel de instemming van de vluchteling met zijn of haar overplaatsing vereist is; dringt er bij de Raad op aan rekening te houden met deze suggestie bij de goedkeuring van de nieuwe herplaatsingsmaatregel; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan ervoor te zorgen dat alle initiatieven op dit gebied worden ingediend en goedgekeurd volgens de medebeslissingsprocedure als wettelijk bindende rechtshandeling, zonder opt-out-mogelijkheden; dringt er bij de lidstaten op aan dergelijke rechtshandelingen spoedig en te goeder trouw uit te voeren;

5.      benadrukt dat het vrije verkeer van personen in de Schengen-zone een van de grootste prestaties van de Europese integratie is geweest, dat Schengen een positief effect heeft op de levens van honderdduizenden EU-burgers, zowel door het gemakkelijk te maken om grenzen te overschrijden als door het stimuleren van de economie, en dat de vrijheid van verkeer een fundamenteel recht is en een pijler van het EU-burgerschap; veroordeelt de pogingen om het functioneren van de Schengen-zone te ondermijnen;

6.      is verheugd over de operationele steun die de Commissie zal geven aan lidstaten in de frontlinie, zoals Griekenland, Italië en Hongarije, via 'hotspots' door deskundigen van EU-agentschappen zoals Frontex, het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) en de Europese politiedienst (Europol) te bundelen, om lidstaten te helpen met de registratie van de mensen die aankomen; herinnert de lidstaten eraan dat het welslagen van zulke registratiecentra afhangt van de bereidheid om vluchtelingen te herplaatsen van de 'hotspots' naar hun grondgebied; herinnert eraan dat de procedures voor de terugkeer van personen die niet in aanmerking komen voor bescherming volledig moeten voldoen aan de mensenrechtennormen en dat de voorkeur gegeven moet worden aan vrijwillige terugkeer boven gedwongen terugkeer;

7.      dringt er bij de Commissie op aan substantiële budgettaire ruimte en bereidheid in de begroting 2016 en in de bepalingen van het meerjarig financieel kader (MFK) te creëren om ervoor te zorgen dat EASO en de lidstaten sneller en krachtiger kunnen worden ondersteund bij hun maatregelen om vluchtelingen op te nemen en te integreren, inclusief in het kader van herplaatsingsregelingen;

8.      dringt erop aan om humanitaire corridors te creëren door de doorreislanden (de mediterrane landen en de Westelijke Balkan) om de vluchtelingen humanitaire hulp te bieden en ervoor te zorgen dat wordt voorzien in hun basisbehoeften en dat hun mensenrechten worden geëerbiedigd;

9.      dringt erop aan om de Dublin-verordening op korte termijn te herzien door een EU-breed, wettelijk bindend systeem in te voeren om asielzoekers over de lidstaten te verdelen, op basis van een eerlijke, bindende toewijzing, rekening houdend met de behoeften en voorkeuren van de asielzoekers zelf; meent dat een systeem waarin asielzoekers asiel kunnen aanvragen in een lidstaat waar zij reeds familie- of gemeenschapsbanden of betere werkvooruitzichten hebben, hun vooruitzichten voor integratie aanzienlijk zou verbeteren; is bovendien van mening dat de onregelmatige secundaire migratiestromen met een dergelijk systeem aanzienlijk zouden verkleinen en dat het ook veel minder nodig zou zijn dwangmaatregelen te nemen, zoals de detentie van asielzoekers met het doel hen terug te brengen naar de verantwoordelijke lidstaat; dringt er verder bij de Commissie op aan met voorstellen te komen waardoor het mogelijk wordt positieve asielbesluiten wederzijds te erkennen, een internationale beschermde status binnen de EU over te dragen en een gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) op te richten; dringt er in de tussentijd bij de lidstaten op aan de bepalingen van de Dublin-verordening zonder enige restrictie toe te passen, in overeenstemming met het beginsel van solidariteit en fundamentele rechten, zoals de rechten inzake niet-begeleide kinderen, gezinshereniging en discretionaire bepalingen; is verheugd dat Duitsland de soevereiniteitsclausule van de Dublin-verordening toepast op Syrische vluchtelingen zodat zij in Duitsland kunnen blijven in plaats van te worden teruggestuurd naar de lidstaat van aankomst; moedigt andere lidstaten aan dit goede voorbeeld te volgen;

10.    neemt er kennis van dat de Triton- en Poseidon-operaties van Frontex in de Middellandse Zee zijn verdrievoudigd en dat dit ertoe heeft bijgedragen dat er levens zijn gered op zee; is van mening dat er een permanent en humanitair Europees systeem voor zoek- en reddingsoperaties moet komen;

11.    herinnert eraan dat het voor mensen die bescherming behoeven zeer lastig is om op legale wijze de EU in te reizen en betreurt het feit dat zij hun toevlucht moeten nemen tot criminele smokkelaars en gevaarlijke routes om bescherming te krijgen in Europa; acht het daarom van prioritair belang dat de EU en haar lidstaten veilige en legale inreismogelijkheden voor vluchtelingen creëren; dringt er bij de Commissie op aan te komen met een ambitieuzer Europees hervestigingsprogramma, door de tot dusver geplande 20 000 hervestigingsplaatsen substantieel uit te breiden, en dringt er bij de lidstaten op aan de nodige plaatsen te bieden; herinnert eraan dat de UNHRC op zoek is naar 230 000 hervestigingsplaatsen voor Syrische vluchtelingen; moedigt de lidstaten aan om particuliere sponsorprogramma's op te richten zodat ngo's of andere groeperingen, zoals confessionele organisaties, de hervestiging van vluchtelingen kunnen ondersteunen; dringt er bij de lidstaten op aan gezinshereniging te stimuleren, wettelijke en praktische bezwaren te overwinnen om sneller te kunnen besluiten over gezinshereniging en zich te houden aan de richtsnoeren van de Commissie betreffende de toepassing van de gezinsherenigingsrichtlijn, zowel naar de geest als de letter; is van mening dat de Visumcode moet worden gewijzigd door specifiekere gemeenschappelijke bepalingen over humanitaire visa op te nemen; vraagt de lidstaten dat zij ten volle gebruik maken van de reeds bestaande mogelijkheden voor de afgifte van humanitaire visa in hun ambassades en consulaire posten, zodat mensen die bescherming behoeven de EU kunnen binnenkomen op een veilige manier, op een ferryboot of met het vliegtuig, in plaats van hun leven in de waagschaal te leggen op een onzeewaardige smokkelboot; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat mensen asiel kunnen aanvragen in hun ambassades en consulaire posten; dringt er bij de Commissie op aan om een visumvrijstelling voor Syrië in te voeren zodat Syrische vluchtelingen niet langer een visum nodig hebben om de Schengen-zone in te reizen;

12.    is bezorgd over het Commissievoorstel om EU-kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, waaronder de landen van de Westelijke Balkan en Turkije, als veilige landen van herkomst aan te merken met betrekking tot asielaanvragen; is van mening dat de procedurele rechten van burgers uit die landen daardoor aanzienlijk zouden worden beperkt in de asielprocedure; vestigt de aandacht op het feit dat de benadering die gebaseerd is op 'veilige landen' de mensenrechten ondermijnt, met name van mensen die behoren tot kwetsbare groepen, zoals minderheden of LGBTI-personen; herinnert eraan dat burgers van de Westelijke Balkan-landen in 2014 een gemiddeld erkenningspercentage hadden van bijna 5% en in sommige lidstaten als Finland en Italië van wel 50%; wijst erop dat de situatie met betrekking tot de mensenrechten en burgerlijke vrijheden in kandidaat-lidstaten vaak geen prioriteit is voor de Commissie, en dat het misleidend is om te suggereren dat de mensenrechten in die landen niet langer worden geschonden;

13.    benadrukt dat de EU ook aan personen die naar Europa willen komen legale mogelijkheden moet bieden om de EU in te reizen en er te verblijven; wijst erop dat arbeidsmigranten amper andere mogelijkheden hebben om de EU op legale wijze in te reizen dan door asiel aan te vragen; dringt erop aan voor de EU-kandidaat-lidstaten een corridor te creëren voor arbeidsmigranten, zodat burgers van die landen gemakkelijker toegang hebben tot de Europese arbeidsmarkt; herinnert eraan dat de vergrijzing in Europa doortastende actie vereist op het gebied van migratie; is van mening dat de huidige stukje-bij-beetje-benadering van de EU en haar lidstaten bij de regulering van migratie moet worden vervangen door een EU Migratiecode; roept de lidstaten op de Internationale Conventie inzake de bescherming van de rechten van arbeidsmigranten en hun gezinsleden te ratificeren;

14.    veroordeelt de incidenten waarbij migranten en vluchtelingen onmenselijke en vernederende behandeling moeten ondergaan in Europese landen, waaronder haatdragende uitspraken en gewelddadigheden door sommige ordehandhavingsautoriteiten en extremistische groeperingen; vraagt de Commissie en de lidstaten dringend maatregelen te nemen ter bestrijding van gewelddadige acties en haatdragende uitspraken die gericht zijn tegen vluchtelingen en migranten; verzoekt tevens de regeringsleiders van de EU en de lidstaten zich duidelijk uit te spreken voor Europese solidariteit, eerbiediging van de menselijke waardigheid en de rechten van vluchtelingen en asielzoekers;

15.    veroordeelt de detentie van migranten en de criminalisering van hun gedrag, zoals het op onregelmatige wijze overschrijden van grenzen; is van mening dat migranten in deze benadering ten onrechte worden beschouwd als criminelen en als een bedreiging van de openbare orde; herinnert eraan dat de lidstaten hun verplichtingen uit hoofde van wetgeving inzake mensenrechten en asiel niet mogen verzaken omdat de personen in kwestie zogenaamd bestaande regels zouden hebben overtreden, behalve ingeval van zeer ernstige overtredingen; dringt aan op beëindiging van de detentiepraktijken; benadrukt dat de omstandigheden in de opvangfaciliteiten volledig moeten voldoen aan de normen op het gebied van de grondrechten en de EU-wetgeving; dringt er bij de lidstaten op aan degenen die vrijwillig op humanitaire gronden hulp bieden aan migranten, onder wie vervoerders, niet te penaliseren;

16.    tekent bezwaar aan tegen de EUNAVFOR Med-operatie tegen smokkelaars en handelaars in het Middellandse Zeegebied; wijst het initiatief van de hoge vertegenwoordiger af om fase 2 van de operatie van start te laten gaan, die zou kunnen leiden tot het onbedoelde gebruik van dodelijk geweld tegen ongewapende migranten en vluchtelingen; herhaalt zijn oproep om af te zien van optreden dat niet gedekt wordt door het internationaal recht; betreurt de buitensporige militarisering van de inspanningen van sommige lidstaten om de vluchtelingencrisis op te lossen; is van mening dat de focus op militaire bestrijding van smokkelaars, de sloop van hun vaartuigen, de versterkte patrouilles en het bouwen van muren en omheiningen aan de buitengrenzen het zelfs gevaarlijker maken voor mensen die oorlog en vervolging ontvluchten en hen nog meer in de armen drijft van smokkelaars; is van mening dat hier een verkeerd signaal vanuit gaat, nl. dat asielzoekers een bedreiging vormen van de veiligheid, die met militaire middelen moet worden bestreden; benadrukt dat de lidstaten de plicht hebben ervoor te zorgen dat mensen die internationale bescherming behoeven toegang hebben tot de EU;

17.    verzoekt de Commissie en de lidstaten onmiddellijk een eind te maken aan de samenwerking inzake het voorkomen van illegale migratie en verbetering van grenscontroles met derde landen, zoals met Eritrea en Egypte, grenscontroles waarbij vluchtelingen in feite worden teruggestuurd, en alle financiële steun aan deze regimes op te schorten in het licht van verslagen van de VN en ngo's over mensenrechtenschendingen; verwerpt de voorstellen van de lidstaten om asielzoekerscentra op te richten in derde landen en Noord-Afrikaanse landen en Turkije te betrekken bij de Europese zoek- en reddingsoperaties met het doel vluchtelingen te onderscheppen en naar het Afrikaanse en Turkse grondgebied terug te sturen; verzoekt de Commissie in dit verband aan het Parlement een evaluatie voor te leggen van de mate waarin deze voorstellen overeenstemmen met het internationale asielrecht en ook van de praktische en juridische obstakels voor de uitvoering van deze voorstellen; vraagt dat het proces van Khartoem wordt vervangen door een proces dat gebaseerd is op de volledige eerbiediging van de mensenrechten en dat gericht is op het verbeteren van de levensomstandigheden teneinde de dieperliggende oorzaken van migratie aan te pakken; dringt er bij de Commissie en de Raad op aan op de top in Valletta in november nader in te gaan op de dieperliggende oorzaken van migratie, zoals armoede, ongelijkheid, onrechtvaardigheid, klimaatverandering, corruptie, wanbestuur en gewapende conflicten; verwerpt plannen om ontwikkelingshulp te koppelen aan meer grenscontroles of terugkeerovereenkomsten met derde landen; verzoekt de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap hun bijdrage aan armoede en conflict door hun landbouw-, handels-, buitenlands, vredes- en ander beleid, te herzien; verzoekt de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap een prominentere rol te spelen bij de oplossing van conflicten, en in het bijzonder te zoeken naar duurzame politieke oplossingen in conflictlanden zoals Irak, Syrië en Libië, en om de politieke dialoog over alle mensenrechtenaspecten te intensiveren, onder meer met regionale organisaties, teneinde inclusieve en democratische instellingen te ondersteunen, weerbaarheid van lokale gemeenschappen op te bouwen en de sociale en democratische ontwikkeling van de landen van herkomst en hun bevolking te bevorderen;

18.    verzoekt de lidstaten en de Commissie om de financiering te verhogen en meer middelen opzij te zetten om te kunnen reageren op de humanitaire crises die zich binnen en buiten de Europese Unie voltrekken; benadrukt dat het humanitaire antwoord op de vluchtelingencrisis deel moet uitmaken van een plan voor de langere termijn dat humanitaire steun omvat voor de landen die grenzen aan de herkomstlanden van de vluchtelingen, hun capaciteit tot vroeg herstel en bescherming opvoert, de rol van aan de VN gelieerde agentschappen intensiveert en de mensenrechtengerelateerde en economische situatie in de ontwikkelingslanden van herkomst en doorreis verbetert;

19.    verzoekt om een spoedige en volledige omzetting en daadwerkelijke uitvoering van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel door alle deelnemende lidstaten, waarbij wordt gezorgd voor gemeenschappelijke Europese normen op grond van de bestaande wetgeving; verzoekt de Commissie om te zorgen voor zorgvuldig toezicht op de omzettings- en implementatieprocessen;

20.    herinnert eraan dat de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken – de bevoegde commissie – momenteel een verslag opstelt waarin de beleidsoriëntaties van het Parlement voor de middellange en langere termijn op het vlak van migratie weerspiegeld worden;

21.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2013)0414.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0105.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0176.

Juridische mededeling