Procedure : 2015/2685(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0841/2015

Ingediende teksten :

B8-0841/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/09/2015 - 8.5
CRE 10/09/2015 - 8.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0318

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 156kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0836/2015
7.9.2015
PE565.809v01-00
 
B8-0841/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de rol van de EU in het vredesproces in het Midden-Oosten  (2015/2685(RSP))


Hilde Vautmans, Nedzhmi Ali, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Gérard Deprez, Marielle de Sarnez, Marian Harkin, Filiz Hyusmenova, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Marietje Schaake, Pavel Telička, Ivo Vajgl namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de rol van de EU in het vredesproces in het Midden-Oosten  (2015/2685(RSP))  
B8-0841/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–       gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 juli 2015 over het vredesproces in het Midden-Oosten,

–       gezien de Euromediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de staat Israël, anderzijds,

–       gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (de hoge vertegenwoordiger) haar eerste officiële buitenlandse bezoek in deze functie in november 2014 aan Israël en Palestina bracht en ook de eerste hoge EU-ambtenaar was die Israël na de vorming van de nieuwe regering in mei 2015 bezocht; dat de hoge vertegenwoordiger bij diverse gelegenheden haar gehechtheid aan het vernieuwen en intensiveren van de betrokkenheid van de EU bij het vredesproces in het Midden-Oosten heeft uitgesproken;

B.     overwegende dat de hoge vertegenwoordiger in april 2015 een nieuwe speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten (de speciale vertegenwoordiger van de EU) heeft benoemd;

C.     overwegende dat de Unie de grootste bijstandsverlener van de Palestijnen is en tevens de grootste handelspartner van Israël, en dat Israël in het kader van Horizon 2020 toegang heeft tot EU-fondsen en ook partij is bij overeenkomsten over landbouw-, industrie- en farmaceutische producten;

D.     overwegende dat de tijd waarin de Europese diplomatie zich tot waarnemen beperkte daarom nu voorbij moet zijn;

E.     overwegende dat de Unie van mening is dat vrede in het Midden-Oosten een alomvattende regionale oplossing vereist;

F.     overwegende dat de EU herhaaldelijk haar steun heeft bevestigd voor de tweestatenoplossing waarbij de staat Israël, met veilige en erkende grenzen, en een onafhankelijke, democratische, aangrenzende en levensvatbare staat Palestina zij aan zij leven in vrede en veiligheid, en heeft verklaard dat geen andere wijzigingen van de grenzen van vóór 1967 zullen worden erkend dan deze die door de partijen zijn overeengekomen, ook niet met betrekking tot Jeruzalem als hoofdstad van beide staten;

G.     overwegende dat de bescherming van de Palestijnse bevolking en haar rechten op de Westelijke Jordaanoever, met name in zone C, en in Oost-Jeruzalem van cruciaal belang is om de tweestatenoplossing haalbaar te houden;

H.     overwegende dat er in een aantal lidstaten een proces gaande is met het oog op de erkenning van de Staat Palestina;

I.      overwegende dat de Israëlische nederzettingen in strijd zijn met het internationaal recht en een belangrijk obstakel vormen voor de vredesinspanningen;

J.      overwegende dat de bezetting nu al meer dan 50 jaar voortduurt en dat de Oslo I-akkoorden in 1993 ondertekend werden;

K.     overwegende dat de vorming van een nieuwe Israëlische regering de weg heeft geopend voor een nieuwe start van het vredesproces in het Midden-Oosten;

L.     overwegende dat de VN-Veiligheidsraad zich continu inzet voor de hervatting van de vredesbesprekingen tussen Israëli's en Palestijnen;

Een Europees vredesinitiatief

1.      is van mening dat de Unie zich op een keerpunt bevindt als zij een rol wil spelen bij het brengen van vrede in deze regio; is daarom verheugd dat de hoge vertegenwoordiger een speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten heeft benoemd en daarmee een duidelijk de betrokkenheid van de EU in de regio heeft aangegeven;

2.      benadrukt dat de Unie een belangrijke rol moet spelen bij het bereiken van alomvattende, langdurige en vreedzame oplossingen, zoals dat het geval was bij de onlangs gesloten overeenkomst over het kernenergieprogramma van Iran;

3.      herinnert de lidstaten eraan dat hun eerste taak erin bestaat actief bij te dragen aan de vorming van een gemeenschappelijk Europees standpunt over de aanpak van het vredesproces in het Midden-Oosten en zich te onthouden van unilaterale initiatieven die het Europese optreden afzwakken; wijst er nadrukkelijk op dat de Europese staatshoofden en regeringsleiders niet van de Unie kunnen verlangen dat zij proactief optreedt in de regio als hun uiteenlopende standpunten het de Unie onmogelijk maken om via de hoge vertegenwoordiger met één stem te spreken;

4.      wijst met klem op de noodzaak van een alomvattende vrede die aan de legitieme verwachtingen van beide partijen voldoet, mede in het licht van de sterk verslechterende regionale context en de overloopeffecten daarvan;

5.      verzoekt de lidstaten daarom zich samen met de speciale vertegenwoordiger van de EU in te zetten voor het opzetten van een Europees vredesinitiatief, dat moet worden gelanceerd als de pogingen van de VN-Veiligheidsraad om een resolutie aan te nemen waarmee een kader voor dit proces wordt opgezet, zouden mislukken;

6.      verzoekt de hoge vertegenwoordiger en de speciale vertegenwoordiger van de EU de politieke betrekkingen en de institutionele expertise van de EU en haar lidstaten beter te benutten, aangezien die gebaseerd zijn op de geologische nabijheid van Europa, op historische banden en op intensieve economische uitwisselingen met het Midden-Oosten, teneinde te zorgen voor een actievere en doeltreffendere politieke rol in het vredesproces tussen Israëli's en Palestijnen en tussen de Arabische staten en Israël in een bredere context;

Een nieuw Kwartet

7.      is van mening dat de Unie een sleutelrol moet spelen bij de vaststelling van de doelstellingen en de structuur van het Kwartet;

8.      steunt in dit verband het voornemen van de hoge vertegenwoordiger om de Arabische staten nauwer te betrekken bij het vredesproces door hun een rol te laten spelen in het werk van het Kwartet, en de speciale vertegenwoordiger van de EU te benoemen tot afgezant van de Unie in het Kwartet;

9.      is van mening dat de doelstellingen van het Kwartet zo moeten worden bijgesteld dat de nadruk komt te liggen op het vinden van een politieke oplossing van het conflict;

Toepassing van de EU-wetgeving

10.    dringt aan op de volledige en doeltreffende toepassing van de bestaande EU-wetgeving en bilaterale overeenkomsten tussen de EU en Israël, alsook van het daarmee gepaard gaande controlemechanisme (de "technische regelingen"), op een wijze die verhindert dat producten uit Israëlische nederzettingen via een preferentiële regeling uit hoofde van de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël op de Europese markt worden ingevoerd;

11.    dringt er bij de EDEO en de Commissie op aan om een onderzoek in te stellen naar alle beschuldigingen betreffende de vernietiging en beschadiging van door de EU gefinancierde structuren en projecten in de bezette gebieden en de resultaten hiervan te doen toekomen aan het Parlement;

Gebruik maken van de bevoegdheden van de Unie

12.    verzoekt de Unie substantiële financiële steun te blijven verlenen aan het Palestijnse volk en de opbouw van de Palestijnse staat te ondersteunen, maar er ook op toe te zien dat er meer controle wordt uitgeoefend op EU-fondsen, zodat deze niet direct of indirect kunnen worden misbruikt voor terroristische organisaties of activiteiten; verzoekt om meer financiële steun van de EU aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA), en wijst er tevens op dat het onderliggende kernprobleem van de Palestijnse vluchtelingen moet worden aangepakt;

13.    erkent dat Israël momenteel bijstand verleent aan Gaza en verzoekt Egypte om op zijn minst op gelijke basis toegang te bieden tot bijstand;

14.    herhaalt zijn oproep om met spoed te zorgen voor het herstel en de wederopbouw van de Gazastrook na de oorlog in de zomer van 2014; benadrukt dat dit een prioriteit moet zijn voor de humanitaire steun van de EU en de internationale gemeenschap en verzoekt de lidstaten in dit verband met klem hun toezeggingen dat zij het trilaterale mechanisme voor het toezicht op en de controle van materiaal voor de wederopbouw zullen steunen, gestand te doen;

15.    verzoekt de Israëlische autoriteiten andermaal onmiddellijk een eind te maken aan de blokkade in Gaza en volledige opening van de grensdoorlaatposten te waarborgen;

16.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger, de speciale vertegenwoordiger van de EU, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de gezant van het Kwartet voor het Midden-Oosten, de Knesset en de regering van Israël, de president van de Palestijnse Autoriteit en de Palestijnse Wetgevende Raad.

Juridische mededeling