Procedure : 2015/2879(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0999/2015

Ingediende teksten :

B8-0999/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 08/10/2015 - 9.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0348

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 134kWORD 63k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0998/2015
5.10.2015
PE568.486v01-00
 
B8-0999/2015

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-0761/2015

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de doodstraf (2015/2879(RSP))


Charles Tannock, Bernd Lucke, Ulrike Trebesius, Bernd Kölmel, Hans-Olaf Henkel, Joachim Starbatty, Jana Žitňanská, Ruža Tomašić, Beatrix von Storch namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de doodstraf (2015/2879(RSP))  
B8-0999/2015

Het Europees Parlement,

–       gezien zijn eerdere resoluties over de afschaffing van de doodstraf,

–       gezien het strategisch kader en het actieplan van de Europese Unie voor de mensenrechten en democratie,

–       gezien artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

–       gezien de waarborgen van de Verenigde Naties ter bescherming van de rechten van ter dood veroordeelden,

–       gezien het Europese Mensenrechtenverdrag, in het bijzonder de protocollen 6 en 13,

–       gezien artikel 2 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–       gezien de richtsnoeren van de EU inzake de doodstraf,

–       gezien de resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties over de doodstraf, waaronder die van 18 december 2014 (A/RES/69/186),

–       gezien de vraag aan de Raad over de doodstraf (O-000103/2015 – B8-0761/2015),

–       gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.     overwegende dat de wereldwijde afschaffing van de doodstraf een van de belangrijkste doelstellingen van het mensenrechtenbeleid van de EU is;

B.     overwegende dat de afschaffing van de doodstraf een voorwaarde is voor het lidmaatschap van de Europese Unie;

C.     overwegende dat 101 landen de doodstraf voor alle misdrijven hebben afgeschaft en dat het aantal landen dat de doodstraf wettelijk of in de praktijk heeft afgeschaft, sinds 1977 aanzienlijk is toegenomen;

D.     overwegende dat de dertiende Werelddag tegen de doodstraf op 10 oktober 2015 specifiek gericht is op voorlichting over de toepassing van de doodstraf voor strafbare feiten in verband met drugs;

E.     overwegende dat de toepassing van de doodstraf voor drugsdelicten de afgelopen twaalf maanden wereldwijd is toegenomen; overwegende dat dit ook geldt voor landen die een einde hebben gemaakt aan een langdurig moratorium op de doodstraf;

F.     overwegende dat een aantal burgers van EU-lidstaten in derde landen wegens drugsmisdrijven ter dood zijn gebracht of in afwachting zijn van hun terechtstelling;

1.      stelt vast dat de beweging in de richting van afschaffing van de doodstraf internationaal sterker wordt; merkt voorts op dat het aantal landen dat de doodstraf heeft afgeschaft of een moratorium op de toepassing heeft ingesteld, de afgelopen 20 jaar aanzienlijk is gestegen;

2.      merkt op dat de doodstraf op grond van het internationaal recht weliswaar niet is verboden, maar dat er flinke internationale druk bestaat om de doodstraf af te schaffen;

3.      merkt op dat er in 2014, naar wordt aangenomen, wereldwijd bijna 20 000 mensen ter dood waren veroordeeld, van wie er 2 466 dat jaar de doodstraf hebben gekregen;

4.      stelt vast dat er in 2014 over de hele wereld minstens 607 executies hebben plaatsgevonden, een daling van 22 % ten opzichte van het voorgaande jaar; wijst er verder op dat in dit cijfer het vermoedelijke aantal executies in China niet is meegerekend, dat nog steeds meer mensen ter dood brengt dan de rest van de wereld samen en daarnaast nog eens duizenden doodvonnissen uitspreekt;

5.      veroordeelt de toepassing van de doodstraf om de oppositie te onderdrukken, of wegens godsdienstige overtuiging, homoseksualiteit of overspel, dan wel wegens andere feiten die ofwel als triviaal ofwel helemaal niet als strafbaar worden beschouwd;

6.      steunt pogingen om te bereiken dat in landen die de doodstraf handhaven, wordt voldaan aan de in de Europese Unie of internationaal gehanteerde minimumnormen;

7.      moedigt aan dat er tussen de lidstaten, de EU, de VN, derde landen en andere regionale organisaties bilaterale en multilaterale initiatieven worden ontplooid met betrekking tot vraagstukken die verband houden met de doodstraf;

8.      steunt de mondiale inspanningen om in landen die de doodstraf handhaven, de toepassing ervan te beperken om zo het aantal terechtstellingen te verminderen;

9.      verlangt dat aangeklaagden die terechtstaan voor misdrijven waarop de doodstraf staat, volledig aanspraak kunnen maken op vertegenwoordiging in rechte en een eerlijk proces overeenkomstig de internationaal aanvaarde normen.

10.    verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de EDEO, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

 

Juridische mededeling