Procedure : 2015/2973(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1348/2015

Ingediende teksten :

B8-1348/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/12/2015 - 9.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0474

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 142kWORD 62k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1348/2015
9.12.2015
PE573.384v06-00
 
B8-1348/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Burundi (2015/2973(RSP))


Charles Tannock, Mark Demesmaeker, Raffaele Fitto, Notis Marias namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Burundi (2015/2973(RSP))  
B8-1348/2015

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Burundi, met name die van 18 september 2014(1), 12 februari 2015(2) en 9 juli 2015(3),

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien de verklaring van 5 november 2015 van de woordvoerder van de Europese Dienst voor Extern Optreden over de situatie in Burundi,

–  gezien de verklaring van 25 november 2015 van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid over de situatie in Burundi,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat sinds april, toen president Pierre Nkurunziza zijn controversiële kandidatuur voor verlenging van zijn ambtstermijn indiende, minstens 240 mensen werden vermoord, en meer dan 210 000 mensen het land hebben ontvlucht;

B.  overwegende dat de situatie in Burundi de laatste weken een gevaarlijk dieptepunt heeft bereikt, dat veiligheidstroepen de mensenrechten van de Burundezen blijven schenden en dat er een algemene teneur van straffeloosheid heerst;

C.  overwegende dat de speciale rapporteurs van de VN op 13 november 2015 hebben verklaard dat de situatie in Burundi blijft achteruitgaan, dat er dagelijks melding wordt gemaakt van zware schendingen van de mensenrechten, door bijvoorbeeld standrechtelijke executies, willekeurige arrestaties en opsluiting, foltering, aanslagen op onafhankelijke media en intimidatie en executie van voorvechters van de mensenrechten, en dat daarnaast ook de vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering ongewettigd wordt beperkt, en bovendien meer dan 200 000 mensen door het geweld zijn ontheemd;

D.  overwegende dat de VN-veiligheidsraad in resolutie 2248, die unaniem goedgekeurd werd op 12 november 2015, de regering van Burundi met klem verzoekt om de mensenrechten en fundamentele vrijheden van allen te eerbiedigen, beschermen en verzekeren, en om haar medewerking te verlenen aan de bemiddelingsinspanningen onder leiding van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) met de goedkeuring van de AU, zodat onmiddellijk gestart kan worden met een inclusieve en daadwerkelijk inter-Burundese dialoog tussen alle vredesgezinde betrokken partijen, zowel binnen als buiten Burundi, om via een consensus en in nationaal beheer een oplossing te vinden voor de crisis;

E.  overwegende dat de plaatsvervangend secretaris-generaal van de VN, Jan Eliasson, de voorzitter van de AU, Nkosazana Dlamini-Zuma, en de hoge vertegenwoordiger / vicevoorzitter van de EU, Federica Mogherini, op 12 november 2015 gezamenlijk hebben verklaard dat zij nauwer zullen samenwerken en alle middelen en instrumenten zullen inzetten om te voorkomen dat de situatie in Burundi verergert, en zij het er bovendien over eens waren dat dringend een vergadering moet worden belegd met afgevaardigden van de Burundese regering en de oppositie, ofwel in Addis Abeba ofwel in Kampala met president Museveni van Uganda als voorzitter;

F.  overwegende dat de Burundese regering tien maatschappelijke groeperingen heeft geschorst die een cruciale rol speelden in de protesten tegen de kandidatuur van president Nkurunziza voor een derde ambtstermijn, en dat aan het hoofd van deze groepen prominente voorvechters van de mensenrechten stonden, die in ballingschap zijn gevlucht nadat hun bankrekeningen geblokkeerd werden;

G.  overwegende dat er etnische haat wordt geuit die doet denken aan de vreselijke gebeurtenissen in Rwanda;

H.  overwegende dat de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat de fundamenten zijn van de relatie tussen de EU en Burundi, die wordt beheerst door de overeenkomst van Cotonou, en overwegende dat de EU verzocht heeft om op grond van artikel 96 van de overeenkomst besprekingen te openen;

I.  overwegende dat de EU en de VS sancties hebben opgelegd aan bepaalde Burundese ambtenaren omdat zij in se de vrede en de veiligheid in Burundi bedreigen, de democratische processen ondermijnen, of verantwoordelijkheid dragen voor of betrokken zijn bij schendingen van de mensenrechten en vermeende wrede misdrijven; overwegende dat de VN-veiligheidsraad in resolutie 2248 (2015) verklaart bijkomende maatregelen te overwegen tegen alle Burundese actoren die door hun handelingen of uitspraken hebben aangespoord tot geweld, en de zoektocht naar een vreedzame oplossing hebben gehinderd;

J.  overwegende dat de perspectieven op gezondheidszorg en onderdak voor de Burundese vluchtelingen in Tanzania in de nu al overbevolkte kampen nog slechter worden nu het regenseizoen ter plaatse begonnen is en er meer vluchtelingen malaria of door water overgebrachte gastro-intestinale ziekten oplopen, en dat de situatie nog erger zal worden doordat gebieden zullen overstromen en de zware regen schade zal toebrengen aan tenten en toiletten;

1.  uit zijn ernstige bezorgdheid over de steeds frequentere schendingen van de mensenrechten en het geweld in Burundi, de steeds groter wordende kloof en het gebrek aan dialoog tussen de Burundese betrokken partijen, en de dreigende regionale crisis;

2.  roept alle partijen in Burundi op om de spiraal van geweld te stoppen;

3.  dringt er bij de Burundese regering op aan haar volle medewerking te verlenen aan de bemiddelingsinspanningen onder leiding van de EAC, die tot doel hebben een blijvende politieke oplossing te bereiken door middel van een geloofwaardige en inclusieve inter-Burundese dialoog op basis van de beginselen van de Overeenkomst van Arusha voor vrede, wat ertoe moet leiden dat de omgeving opnieuw vreedzaam en veilig wordt, zodat vluchtelingen tot terugkeer gestimuleerd worden;

4.  neemt met instemming kennis van het besluit van de Raad voor Vrede en Veiligheid van de Afrikaanse Unie om de schendingen van mensenrechten en andere misbruikpraktijken tegen burgers in Burundi grondig te onderzoeken, en om bijkomende mensenrechtenwaarnemers en militaire deskundigen in te zetten;

5.  herinnert eraan dat Burundi een verdragsstaat is van het Internationaal Strafhof, en dus verplicht is tot het bestrijden van straffeloosheid van misdrijven die binnen de jurisdictie van het Strafhof vallen; verzoekt, op basis van de rechtsmacht van het Strafhof over personen die daden van massageweld plegen of ertoe aanzetten, de openbaar aanklager van het Strafhof om grondig toezicht op de situatie in Burundi;

6.  verzoekt de lidstaten en de Commissie met klem om hun ontwikkelingshulp voor Burundi gedeeltelijk op te schorten en opnieuw te bekijken;

7.  verzoekt de Commissie en de lidstaten sneller hulpfondsen voor Burundese vluchtelingen in buurlanden vrij te geven om te voorkomen dat ziektes uitbreken;

8.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, om te pleiten voor de onmiddellijke vrijlating van Richard Spiros Hagabimana, een politieagent van Griekse origine in Burundi, die onwettig werd opgesloten en gefolterd omdat hij op 28 juli 2015 weigerde in zijn hoedanigheid als politieagent op een menigte te schieten;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering van Burundi en de regeringen van de landen van het gebied van de Grote Meren, de regeringen van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, de Afrikaanse Unie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de covoorzitters van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU en het Pan-Afrikaanse Parlement.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0023.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0275.

Juridische mededeling