Procedure : 2015/2935(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1349/2015

Ingediende teksten :

B8-1349/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/12/2015 - 11.12
CRE 16/12/2015 - 11.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 169kWORD 61k
9.12.2015
PE573.385v01-00
 
B8-1349/2015

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-1110/2015

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Hongarije (2015/2935(RSP))


Monika Hohlmeier, Alessandra Mussolini, Lara Comi, Milan Zver namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Hongarije (2015/2935(RSP))  
B8-1349/2015

Het Europees Parlement,

–  gezien de Verdragen, met name de artikelen 2, 3 en 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 2, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2014 met als titel "Een nieuw EU-kader voor het versterken van de rechtsstaat" (COM(2014)0158),

–  gezien zijn resolutie van 10 juni 2015 over de situatie in Hongarije(1),

–  gezien het antwoord van de Commissie van 5 november 2015 naar aanleiding van de resolutie van het Parlement van 10 juni 2015,

–  gezien zijn debat van 2 december 2015 over de situatie in Hongarije,

–  gezien de vraag aan de Commissie over de situatie in Hongarije: follow-up van de resolutie van het Europees Parlement van 10 juni 2015 (O-000140/2015 – B8-0000/2015),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Commissie in haar antwoord op de mondelinge vraag van het Parlement, die was aangenomen door de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) maar door de administratie van het Parlement niet op tijd was doorgestuurd naar de leden van de Commissie LIBE, verklaarde dat in dit stadium niet aan de voorwaarden is voldaan om het kader voor de rechtsstaat in werking te laten treden;

B.  overwegende dat de Commissie aan de hand van de resolutie van het Parlement van 10 juni 2015 een aantal maatregelen heeft genomen met betrekking tot de recente ontwikkelingen in Hongarije, waarvan de commissaris voor Justitie, consumentenrechten en gendergelijkheid, Věra Jourová, het Parlement een overzicht gaf tijdens het debat in de plenaire vergadering van 2 december 2015;

C.  overwegende dat het debat over de herinvoering van de doodstraf waartoe premier Orbán opriep nooit heeft plaatsgevonden en dat de doodstraf niet is heringevoerd;

D.  overwegende dat de Hongaarse regering op 15 september 2015 een formele "crisissituatie als gevolg van massale immigratie" heeft afgekondigd, op grond van de wetgeving die dezelfde dag van kracht was geworden;

E.  overwegende dat de Commissie de wetgeving van Hongarije – en van de andere lidstaten – inzake migratie, en de tenuitvoerlegging ervan heeft beoordeeld aan de hand van de verenigbaarheid met het EU-acquis inzake asiel en grenzen, en met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; overwegende dat in deze beoordeling een aantal bezwaren en vragen naar voren kwam over de inhoud en de tenuitvoerlegging;

F.  overwegende dat een eerste uitgebreid antwoord van de Hongaarse autoriteiten werd ontvangen op 4 november 2015, waarin een aantal kwesties opgehelderd werden;

G.  overwegende dat de Commissie de situatie in Hongarije en andere lidstaten nauwlettend in de gaten houdt en al inbreuk- en precontentieuze procedures aanhangig heeft gemaakt wanneer ze dat nodig achtte;

H.  overwegende dat de Commissie het Parlement meermalen heeft meegedeeld dat zij bereid is alle beschikbare middelen in te zetten om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun verplichtingen uit hoofde van de EU-wetgeving nakomen;

I.  overwegende dat het kader voor de rechtsstaat bedoeld is om stelselmatige en actuele bedreigingen van de rechtsstaat in een lidstaat aan te pakken voordat ze een niveau bereiken waarop de toepassing van artikel 7 VEU nodig zou blijken, vooral in situaties die niet doeltreffend kunnen worden aangepakt met een inbreukprocedure en in het geval dat de "waarborgen van de rechtsstaat" op nationaal niveau niet langer in staat lijken om deze bedreigingen op doeltreffende wijze af te wenden;

J.  overwegende dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie volledig is opgenomen in de Hongaarse grondwet en de rechtssystemen van de andere lidstaten;

1.  merkt op dat het antwoord van de Commissie op de resolutie van het Parlement uitvoerig en accuraat was; constateert dat de Commissie bereid is om bestaande zorgen aan te pakken door middel van inbreuk- en precontentieuze procedures tegen een aantal lidstaten, waaronder procedures in verband met de rechtsstaat, bijvoorbeeld met betrekking tot rechtszekerheid, de doeltreffendheid van rechterlijke toetsing, de bevoegdheden en de onafhankelijkheid van bestuurlijke autoriteiten, en schendingen van het asielacquis en de grondrechten;

2.  is van mening dat alle lidstaten het EU-recht volledig moeten eerbiedigen in hun wetgevende en bestuurlijke praktijken en dat alle wetgeving, waaronder ook het primaire recht van elke lidstaat of kandidaat-lidstaat, een afspiegeling moet zijn van en in overeenstemming moet zijn met de fundamentele Europese waarden, te weten democratische beginselen, de rechtsstaat en de grondrechten;

3.  is ingenomen met de verzekering van de Commissie aan het Parlement dat zij de situatie in Hongarije en in andere lidstaten op de voet blijft volgen, zo ook de werking van de nationale waarborgen van de rechtsstaat, bijvoorbeeld gerechtelijke en constitutionele mechanismen;

4.  verwacht van de Commissie dat zij alle lidstaten in dezelfde mate controleert op het vlak van migratie, democratische beginselen, de rechtsstaat en de grondrechten, om dubbele standaarden te voorkomen, en dat zij hierover verslag uitbrengt aan het Parlement;

5.  verwacht van de lidstaten dat zij in tijden van crisis samenwerken en de gelederen sluiten, en verzoekt de Commissie als hoedster van de Verdragen de lidstaten te helpen bij het vinden van oplossingen voor de aanpak van deze crises en de versterking van de rechtsstaat;

6.  verwacht van alle lidstaten dat zij een constructieve bijdrage leveren aan de huidige discussie over de Europese agenda voor migratie, die tevens van invloed is op het interne, het externe en het ontwikkelingsbeleid dat in de EU ten uitvoer moet worden gelegd en dientengevolge zijn weerslag heeft op het Afrikaanse continent en het Midden-Oosten;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de president van Hongarije.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0227.

Juridische mededeling