Procedure : 2015/2979(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1362/2015

Ingediende teksten :

B8-1362/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/12/2015 - 9.10
CRE 17/12/2015 - 9.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0471

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 254kWORD 62k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1362/2015
9.12.2015
PE573.407v01-00
 
B8-1362/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten (2015/2979(RSP))


Charles Tannock, Ryszard Antoni Legutko, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Czarnecki, Mark Demesmaeker, Ruža Tomašić, Angel Dzhambazki, Zdzisław Krasnodębski, Raffaele Fitto, Tomasz Piotr Poręba, Geoffrey Van Orden namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten (2015/2979(RSP))  
B8-1362/2015

Het Europees Parlement,

–  gezien het vredesakkoord van Dayton, het algemeen kaderakkoord en de twaalf bijlagen daarbij,

–  gezien zijn resoluties van 7 juli 2005(1), 15 januari 2009(2) en 9 juli 2015(3) over Srebrenica,

–  gezien het advies van de Commissie van Venetië van 11 maart 2005 over de constitutionele situatie in Bosnië en Herzegovina en de bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat met het vredesakkoord van Dayton, dat op 14 december 1995 in Parijs werd ondertekend, een einde kwam aan het meest bloedige conflict sinds de Tweede Wereldoorlog;

B.  overwegende dat het akkoord weliswaar een einde maakte aan de oorlog, maar niet tot een goed functionerende en levensvatbare staat heeft geleid;

1.  onderstreept hoe belangrijk de ondertekening van het vredesakkoord van Dayton is geweest; herdenkt alle slachtoffers van de tragische gebeurtenissen in Bosnië en Herzegovina en betuigt zijn oprechte medeleven aan de families van al diegenen die in de oorlog zijn omgekomen;

2.  merkt tot zijn spijt op dat de opeenvolgende regeringen in de twintig jaar na de beëindiging van het conflict en na de vaststelling van een algemeen kaderakkoord waarin zowel de belangrijkste aspecten van de vredesregeling zijn uiteengezet als de manier waarop het land in de toekomst moet worden vormgegeven, onvoldoende vorderingen hebben gemaakt met de hervormingsagenda en er niet in zijn geslaagd een volledig functionerende en levensvatbare staat op te bouwen;

3.  roept de autoriteiten op het gegeven dat het inmiddels twintig jaar geleden is dat het vredesakkoord van Dayton werd gesloten als een stimulans te gebruiken om, in het bijzonder met het oog op het in behandeling zijnde verzoek van Bosnië en Herzegovina om toetreding tot de EU, vaart te zetten achter de noodzakelijke hervormingen die erop moeten aansturen dat de drie constituerende bevolkingsgroepen van Bosnië en Herzegovina uiteindelijk echt op voet van gelijkheid komen te staan;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen van de lidstaten, de regering en het parlement van Bosnië en Herzegovina en zijn entiteiten, en de regeringen en parlementen van de landen van de westelijke Balkan.

 

(1)

PB C 157 E van 6.7.2006, blz. 468.

(2)

PB C 46 E van 24.2.2010, blz. 111.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0276.

Juridische mededeling