Procedure : 2015/2979(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1364/2015

Ingediende teksten :

B8-1364/2015

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/12/2015 - 9.10
CRE 17/12/2015 - 9.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2015)0471

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 257kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1362/2015
9.12.2015
PE574.433v01-00
 
B8-1364/2015

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten (2015/2979(RSP))


Jiří Maštálka, Sofia Sakorafa namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over het vredesakkoord van Dayton, dat twintig jaar geleden werd gesloten (2015/2979(RSP))  
B8-1364/2015

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Bosnië en Herzegovina,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het uiteenvallen van Joegoslavië de aanleiding was voor een bloedige oorlog en buitenlandse interventie in de regio van de Westelijke Balkan; overwegende dat toenmalige ontwikkelingen op de Westelijke Balkan tevens aantoonden dat de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap als geheel niet in staat waren met een beleid te komen om dergelijke crisissituaties te voorkomen;

B.  overwegende dat het vredesakkoord van Dayton weliswaar een einde heeft gemaakt aan de oorlog, maar dat het conflict tussen de Serviërs, Kroaten en Bosniërs in het land erdoor werd bevroren in plaats van opgelost; overwegende dat het politieke bestel dat bij het vredesakkoord van Dayton werd ingesteld, de besluitvorming heeft bemoeilijkt en ervoor heeft gezorgd dat de etnische verdeeldheid is blijven bestaan;

C.  overwegende dat het inefficiënte en onnodig ingewikkelde institutionele bestel, het ontbreken van een gemeenschappelijke visie en politieke bereidheid, alsmede etnocentrische attitudes de vooruitgang in het land ernstig hebben belemmerd; overwegende dat de voortdurende politieke patstelling een ernstige belemmering vormt voor de stabilisering en ontwikkeling van het land en dat de burgers een veilige en voorspoedige toekomst wordt onthouden;

D.  overwegende dat Bosnië en Herzegovina om te kunnen functioneren afhankelijk blijft van buitenlandse hulp; overwegende dat meer dan 50 % van de staatsinkomsten van Bosnië en Herzegovina wordt besteed aan de instandhouding van tal van bestuursniveaus; overwegende dat, aan de andere kant, het jeugdwerkloosheidspercentage in Bosnië en Herzegovina een van de hoogste van Europa is (59 % van de beroepsbevolking tussen de 15 en 24 jaar is werkloos);

E.  overwegende dat er aanhoudende politieke spanningen zijn tussen de twee entiteiten en tussen de drie etnische gemeenschappen en dat deze spanningen een averechts effect hebben op het functioneren van Bosnië en Herzegovina; overwegende dat deze spanningen terug te zien zijn in het gerechtelijk apparaat van het land, dat niet optimaal functioneert als het gaat om de behandeling van zaken met betrekking tot personen die zijn aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en om de uitspraak van definitieve vonnissen; overwegende dat het ingewikkelde en versnipperde rechtskader de grootste belemmering vormt voor de doeltreffende vervolging van oorlogsmisdaden in Bosnië en Herzegovina;

F.  overwegende dat oorlogsmisdadigers niet ongestraft mogen blijven; overwegende dat de beëindiging van de straffeloosheid van oorlogsmisdaden voor de bevolking van Bosnië en Herzegovina een basisvoorwaarde is om vertrouwen te kunnen krijgen in het eigen rechtsstelsel;

G.  overwegende dat Bosnië en Herzegovina nog altijd een internationaal protectoraat is; overwegende dat de hoge vertegenwoordiger van de VN in Bosnië en Herzegovina over ruime bevoegdheden beschikt, waaronder wetgevende en bestuurlijke bevoegdheden; overwegende dat politici uit Bosnië en Herzegovina hierdoor hun politieke inbreng, verantwoordelijkheid en verantwoordingsplicht uit de weg kunnen gaan;

H.  overwegende dat de meeste Bosnische politici en buitenlandse ambtenaren het er inmiddels over eens zijn dat het vredesakkoord van Dayton zijn tijd heeft gehad; overwegende dat de schriftelijke toezegging – zoals vastgesteld door het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, ondertekend door de leiders van alle politieke partijen en goedgekeurd door het parlement van Bosnië en Herzegovina op 23 februari 2015 – over maatregelen om institutionele functionaliteit en efficiëntie tot stand te brengen, op alle bestuursniveaus hervormingen door te voeren, meer vaart te zetten achter het verzoeningsproces en de bestuurlijke capaciteit te vergroten, weliswaar een stap was in de richting van een constitutionele hervorming, maar tot dusver geen concrete resultaten heeft opgeleverd;

I.  overwegende dat Bosnië en Herzegovina te maken heeft met uitdagingen zoals de vluchtelingencrisis, georganiseerde misdaad (en dan in het bijzonder drugssmokkel en mensenhandel) en religieus extremisme; overwegende dat de landen van de Westelijke Balkan een groot aantal asielzoekers te verwerken zullen krijgen; overwegende dat hieruit een toename van het geweld in de regio zou kunnen voortvloeien, waardoor de reeds bestaande problemen, zoals etnische spanningen, georganiseerde misdaad en de hoge werkloosheid, de komende maanden zouden kunnen verergeren;

1.  benadrukt dat het van doorslaggevend belang is voor de stabiliteit en de welvaart van de Balkan dat de problemen in Bosnië en Herzegovina worden opgelost; onderstreept dat een onafhankelijke, democratische en inclusieve staat en samenleving een voorwaarde vormen voor economische welvaart en maatschappelijke stabiliteit; merkt op dat een constitutionele hervorming die gericht is op de consolidering, stroomlijning en versterking van het institutionele bestel dat bij het vredesakkoord van Dayton werd ingesteld, nog altijd van essentieel belang is om Bosnië en Herzegovina om te vormen tot een doeltreffende, inclusieve en volledig functionerende staat; roept zowel alle politieke leiders in Bosnië-Herzegovina als de internationale gemeenschap op werk te maken van de nodige wijzigingen en als onderdeel daarvan in ieder geval ook de geldverslindende en ingewikkelde bestuursstructuur van het land aan te pakken die een zekere overlap van de bevoegdheden van de centrale overheid, entiteiten, kantons en gemeenten met zich meebrengt;

2.  benadrukt dat het van essentieel belang is dat de bevolking van Bosnië en Herzegovina daadwerkelijk zeggenschap krijgt over het hervormingsproces; roept daarom op onmiddellijk de onderhandelingen te openen die tot de opheffing van de status van protectoraat moeten leiden;

3.  verzoekt de politieke krachten op alle nationale overheidsniveaus om, met het oog op het beslechten van bestaande geschillen, de samenwerking en de dialoog voort te zetten; is ingenomen met de toezegging van de leiders van alle politieke partijen om hervormingen in te zetten op alle bestuursniveaus en meer vaart te zetten achter het verzoeningsproces, en is verheugd dat het parlement ook zijn goedkeuring hieraan heeft gehecht; verzoekt om de transparantie en de inclusiviteit van deze processen te waarborgen;

4.  meent dat het van essentieel belang is de rol van het maatschappelijk middenveld in politieke processen te versterken door het maatschappelijk middenveld de belangen van de burgers te laten verwoorden, en dan met name van jongeren; betreurt het dat de institutionele mechanismen voor de samenwerking met het maatschappelijk middenveld zwak blijven en daardoor in het hele land de ontwikkeling van een meer participerende, inclusieve en ontvankelijke democratie in de weg staan; dringt derhalve aan op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van transparante en inclusieve mechanismen van openbare raadpleging waarbij alle publieke belanghebbenden worden betrokken, op de vaststelling van een kader voor openbaar debat over belangrijke wetgevingsbesluiten, en op de goedkeuring van een nationale strategie voor het maatschappelijk middenveld;

5.  verzoekt de entiteiten en het nationale rechtsstelsel alle oorlogsmisdadigers voor het gerecht te brengen en aan de verwachtingen van de honderdduizenden slachtoffers van de oorlog in Bosnië en Herzegovina te voldoen, teneinde het verzoeningsproces in goede banen te leiden en ernaartoe te werken dat alle drie de etnische gemeenschappen op het gehele grondgebied van Bosnië en Herzegovina in vrede kunnen samenleven;

6.  roept de politieke leiders van de drie constituerende bevolkingsgroepen in Bosnië en Herzegovina op hun nationalistische en etnocentrische retoriek achter zich te laten; veroordeelt alle vormen van segregatie en discriminatie op religieuze of etnische gronden in welk land dan ook;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het presidentschap van Bosnië en Herzegovina, de ministerraad van Bosnië en Herzegovina, de Parlementaire Vergadering van Bosnië en Herzegovina en de regeringen en de parlementen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Republika Srpska, de secretaris-generaal van de VN en de regeringen van de tien provincies/kantons van Bosnië en Herzegovina.

Juridische mededeling