Procedure : 2015/2988(RPS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0040/2016

Ingediende teksten :

B8-0040/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 273kWORD 74k
12.1.2016
PE575.938v01-00
 
B8-0040/2016

ingediend overeenkomstig artikel 106, leden 2 en 3 en lid 4, onder c), van het Reglement


over het ontwerp van verordening (EU) .../... van de Commissie van XXX tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (D042120/03 – 2015/2988(RPS))


Matthias Groote, Gerben-Jan Gerbrandy, Bas Eickhout, Merja Kyllönen, Piernicola Pedicini namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van verordening (EU) …/… van de Commissie van XXX tot wijziging van Verordening (EG) nr. 629/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (D042120/03 – 2015/2988(RPS))  
B8-0040/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien het ontwerp van verordening van de Commissie (D042120/03),

–  gezien Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie(1), en met name artikel 5, lid 3,

–  gezien het advies van 28 oktober 2015 van het bij artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2007/46/EG ingestelde technisch comité motorvoertuigen (TCMV),

–  gezien zijn resolutie van 27 oktober 2015 over emissiemetingen in de automobielsector(2),

–  gezien Richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa(3),

–  gezien Richtlijn 2001/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 inzake nationale emissieplafonds voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen(4),

–  gezien de mededeling van de Commissie van 18 december 2013 betreffende het programma "Schone lucht voor Europa" (COM(2013) 918 final),

–  gezien artikel 5 bis, lid 4, onder e), van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden(5),

–  gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

–  gezien artikel 106, leden 2 en 3 en lid 4, onder c), van zijn Reglement,

A.  overwegende dat luchtvervuiling in de EU tot meer dan 430 000 vroegtijdige sterfgevallen per jaar leidt en naar schatting 940 miljard EUR per jaar aan gezondheidskosten tot gevolg heeft; overwegende dat stikstofoxiden (NOx) ernstige luchtverontreinigende stoffen zijn die onder meer longkanker, astma en een groot aantal aandoeningen aan de luchtwegen veroorzaken en tot milieuschade zoals eutrofiëring en verzuring leiden; overwegende dat in stedelijke gebieden in Europa de uitstoot van dieselvoertuigen een belangrijke bron van NOx is; overwegende dat in recente luchtverontreinigingsanalyses van het Europees Milieuagentschap (EEA) 75 000 vroegtijdige overlijdens in Europa toegeschreven worden aan NO2-emissies, waarbij 93 % van alle overschrijdingen dichtbij wegen wordt vastgesteld(6);

B.  overwegende dat fabrikanten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 715/2007, waarin de Euro 5- en Euro 6-emissienormen zijn vastgelegd, verplicht zijn voertuigen zodanig uit te rusten dat ze "onder normale gebruiksomstandigheden" aan de emissievereisten kunnen voldoen (artikel 5, lid 1);

C.  overwegende dat overweging 5 van Verordening (EG) nr. 715/2007, waarover in december 2006 overeenstemming is bereikt, als volgt klinkt: "Om de luchtkwaliteitsdoelstellingen in de Europese Unie te halen, moet onverminderd worden gestreefd naar vermindering van voertuigemissies. Daarom moet de industrie duidelijke informatie krijgen over de toekomstige emissiegrenswaarden. Om deze reden bevat deze verordening naast Euro 5- ook de Euro 6-emissiegrenswaarden"; en overwegende dat overweging 6 van de verordening als volgt klinkt: "Met name de stikstofoxide-uitstoot van dieselvoertuigen moet aanzienlijk dalen om de luchtkwaliteit te verbeteren en te voldoen aan de grenswaarden voor luchtverontreiniging. Hiertoe moeten de ambitieuze grenswaarden worden gehaald van de Euro 6-fase, zonder de voordelen van dieselmotoren te moeten opgeven op het gebied van brandstofverbruik en uitstoot van koolwaterstof en koolmonoxide. Door reeds in een vroeg stadium deze bijkomende norm ter verlaging van de stikstofoxide-uitstoot vast te stellen, verschaft dit de fabrikanten van voertuigen zekerheid voor hun Europese brede langetermijnplanning";

D.  overwegende dat de Euro 6-grenswaarde voor NOx-emissies van dieselvoertuigen 80 mg/km bedraagt en van toepassing is op nieuwe typen sinds 1 september 2014 en op alle voertuigen die sinds 1 september 2015 zijn verkocht;

E.  overwegende dat artikel 14, lid 3, van Verordening (EG) nr. 715/2007 als volgt klinkt: "De Commissie beoordeelt regelmatig de procedures, tests en vereisten zoals bedoeld in artikel 5, lid 3, evenals de testcycli voor het meten van emissies. Blijkt bij deze beoordeling dat deze niet langer adequaat zijn of niet langer de echte emissies weerspiegelen, dan worden zij aangepast teneinde adequaat de emissies bij reëel rijden op de weg te weerspiegelen"; overwegende dat de bepaling vergezeld wordt van overweging 15, die als volgt klinkt: De Commissie moet regelmatig nagaan of de Europese rijcyclus "New European Drive Cycle" – de testprocedure die ten grondslag ligt aan de verordeningen betreffende EG-typegoedkeuring met betrekking tot emissies – aan herziening toe is. Het kan nodig zijn de testcycli te actualiseren of te vervangen naar aanleiding van wijzigingen in de voertuigspecificaties en het rijgedrag. Herzieningen kunnen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de emissies in reële omstandigheden overeenstemmen met de emissies die bij de typegoedkeuring worden gemeten. Voorts moet worden overwogen om draagbare emissiemeetsystemen te gebruiken en het "not-to-exceed"-regelgevingsconcept in te voeren";

F.  overwegende dat overeenkomstig artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 715/2007 de ontwerpuitvoeringsmaatregelen die onder deze bepaling zijn aangenomen, in overeenstemming met de regelgevingsprocedure met toetsing, "tot doel hebben deze verordening op niet-essentiële onderdelen te wijzigen door deze aan te vullen"; overwegende dat de Commissie in de huidige context enkel gemachtigd is tot het aanvullen van Verordening (EG) nr. 715/2007, en niet tot een wijziging van de emissiegrenswaarden zoals bepaald in bijlage I van de verordening;

G.  overwegende dat de Commissie nieuwe ontwerpuitvoeringsmaatregelen heeft ontwikkeld om Verordening (EG) nr.692/2008(7) van de Commissie te wijzigen door de testprocedures zodanig aan te passen dat ze de emissies onder reële rijomstandigheden op een adequate manier weerspiegelen; overwegende dat twee pakketten maatregelen, elk vervat in een ontwerpverordening van de Commissie op basis van artikel 5, lid 3, van Verordening (EG) nr. 715/2007, respectievelijk op 19 mei 2015 en 28 oktober 2015 door het technisch comité motorvoertuigen (TCMV) zijn goedgekeurd;

H.  overwegende dat in het ontwerp van verordening (EU) .../... van de Commissie van XXX tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft (hierna "de ontwerpmaatregel" genoemd) wordt gesteld dat er met het oog op de invoering van de vereisten voor emissies onder reële rijomstandigheden (RDE) "rekening gehouden moet worden met statistische en technische onbetrouwbaarheden in de meetprocedures"; overwegende dat de ontwerpmaatregel ook ruimte laat voor een marge "om rekening te houden met de bijkomende, met het gebruik van draagbare emissiemeetsystemen verbonden onbetrouwbaarheden in de meetresultaten";

I.  overwegende dat fabrikanten krachtens de ontwerpmaatregel verplicht zullen zijn ervoor te zorgen dat bij de typegoedkeuring en gedurende de hele levensduur van een voertuig de emissies die tijdens een RDE-test worden uitgestoten niet hoger zijn dan bepaalde "niet te overschrijden grenswaarden" ("not-to-exceed (NTE) limit values"); overwegende dat de niet te overschrijden grenswaarden worden uitgedrukt in de emissiegrenswaarden zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 715/2007, vermenigvuldigd met een conformiteitsfactor en een overdrachtsfunctie;

J.  overwegende dat de Commissie op basis van een analyse van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) de huidige gemiddelde meetfout voor draagbare emissiemeetsystemen heeft vastgesteld op 18,75 %, wat overeenstemt met een maximale vervullingsfactor van 1,2; overwegende dat in de foutenanalyse van het JRC is vastgesteld dat in de RDE-testprocedure een foutenmarge tot maximaal 30 % mag worden ingevoerd, d.i. een "worst case"-marge van 25 mg NOx/km voor de Euro 6-grenswaarde, wat overeenstemt met een vervullingsfactor van 1,3; overwegende dat verwacht wordt dat dergelijke toegestane afwijkingen of initiële onbetrouwbaarheden van de meetprocedure voor emissies na verloop van tijd zullen afnemen dankzij de technische vooruitgang;

K.  overwegende dat met de ontwerpmaatregel die op 28 oktober 2015 door het TCMV is goedgekeurd een "tijdelijke conformiteitsfactor" van 2,1 zal worden ingevoerd, met als gevolg dat voertuigen 168 mg NOx/km mogen uitstoten in de RDE-test die van toepassing is op alle nieuwe voertuigen vanaf september 2019 (nieuwe voertuigtypen vanaf september 2017), d.i. vier jaar na de inwerkingtreding van de Euro 6-grenswaarde van 80 mg/km; overwegende dat een definitieve kwantitatieve RDE-vereiste met een "definitieve conformiteitsfactor" van 1,5 van toepassing zal zijn op alle nieuwe voertuigen vanaf 2021 (nieuwe voertuigtypen vanaf 2020), met als gevolg dat voertuigen 120 mg NOx/km mogen uitstoten in de RDE-test;

L.  overwegende dat de overdrachtsfunctievermenigvuldiger in de formule voor niet te overschrijden grenswaarden niet uitgelegd of verantwoord wordt; overwegende dat voor de overdrachtsfunctieparameter elke waarde groter dan één tot een verhoging van het in de RDE-test toegestane emissieniveau zal leiden;

M.  overwegende dat de ontwerpmaatregel een eventuele handhaving van de bestaande grenswaarden zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 715/2007 zal ondermijnen met betrekking tot de aangetoonde substantiële overschrijdingen van NOx-emissies van voertuigen onder normale gebruiksomstandigheden tot de RDE-test ten uitvoer wordt gelegd;

N.  overwegende dat het Parlement in paragraaf 14 van zijn resolutie van 27 oktober 2015 over emissiemetingen in de automobielsector zijn goedkeuring uitspreekt voor de bepaling in het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid van het Parlement, waarin wordt geëist dat de Commissie "een emissietest in reële rijomstandigheden [invoert] voor alle voertuigen die vanaf 2015 een typegoedkeuring krijgen of worden geregistreerd om te waarborgen dat de emissiecontrolesystemen doeltreffend genoeg zijn om ervoor te zorgen dat het voertuig aan deze verordening en de uitvoeringsmaatregelen daarbij kan voldoen, met een conformiteitsfactor die alleen rekening houdt met de mogelijke toleranties van de meetprocedure voor emissies tegen 2017";

1.  is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 715/2007;

2.  is van mening dat het ontwerp van verordening van de Commissie zal resulteren in een de facto algemene afwijking van de toepasselijke emissiegrenswaarden en om die reden niet in samenhang is met het Unierecht, in zoverre dat de tekst niet verenigbaar is met het doel en de inhoud van Verordening (EG) nr. 715/2007;

3.  verzoekt de Commissie het ontwerp van verordening in te trekken en onverwijld en uiterlijk op 1 april 2016 een nieuw ontwerp in te dienen om een emissietest onder reële rijomstandigheden voor alle voertuigen in te voeren, teneinde te waarborgen dat de emissiecontrolesystemen doeltreffend genoeg zijn en ervoor te zorgen dat voertuigen kunnen voldoen aan Verordening (EG) nr. 715/2007 en de bijhorende uitvoeringsmaatregelen, met een conformiteitsfactor die alleen de mogelijke toegestane afwijkingen van de meetprocedure voor emissies tegen 2017 uitdrukt;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

(1)

PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0375.

(3)

PB L 152 van 11.6.2008, blz. 1.

(4)

PB L 309 van 27.11.2001, blz. 22.

(5)

PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(6)

EEA, Technisch verslag nr. 5/2015 "Overview of climate change adaptation platforms in Europe" (Overzicht van platformen voor de aanpassing aan klimaatverandering in Europa), blz. 8 en 44.

(7)

Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie (PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1).

Juridische mededeling