Procedure : 2016/2584(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0449/2016

Ingediende teksten :

B8-0449/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0122

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 283kWORD 85k
6.4.2016
PE579.866v01-00
 
B8-0449/2016

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8-000119/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de uitbraak van het zikavirus (2016/2584(RSP))


Giovanni La Via, Annie Schreijer-Pierik, Matthias Groote, José Inácio Faria, Kateřina Konečná, Martin Häusling, Piernicola Pedicini namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de uitbraak van het zikavirus (2016/2584(RSP))  
B8-0449/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) van 1 februari 2016, waarin de uitbraak van het zikavirus wordt beschreven als een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang,

–  gezien Besluit nr. 1082/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid en houdende intrekking van Beschikking nr. 2119/98/EG(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van Horizon 2020 – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (2014-2020)(2),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de uitbraak van het zikavirus (O-000030/2016 – B8-000119/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de WHO de uitbraak van het zikavirus op 1 februari 2016 heeft beschreven als een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid van internationaal belang;

B.  overwegende dat het zikavirus een opkomend muggenvirus is dat in 1947 voor het eerst is vastgesteld bij resusapen in het in Uganda gelegen Zikawoud, via een netwerk voor toezicht op sylvatische gele koorts;

C.  overwegende dat er sporadische uitbraken van het zikavirus zijn geregistreerd in twee EU-regio's (Martinique en Frans-Guyana) en Afrika, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en het Stille-Oceaangebied, en dat er gevallen van besmetting zijn vastgesteld op EU-grondgebied, in het bijzonder Guadeloupe en Saint-Martin;

D.  overwegende dat het zikavirus in 2007 voor het eerst de bekende endemische zikagrenzen overschreed en een epidemie veroorzaakte op het eiland Yap in de Federale Staten van Micronesia, die werd gevolgd door een wijdverbreide epidemie in Frans-Polynesië in 2013-2014, en zich vervolgens verspreidde naar diverse landen in Oceanië, waaronder Nieuw-Caledonië en de Cookeilanden; overwegende dat algemeen werd aangenomen dat het zikavirus slechts een milde menselijke ziekte veroorzaakte, maar dat door de uitbraak in Frans-Polynesië duidelijk is geworden dat het virus neurologische complicaties kan veroorzaken (namelijk het syndroom van Guillain-Barré en meningo-encefalitis);

E.  overwegende dat volgens het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) de meeste besmettingen symptoomvrij blijven (circa 80 %);

F.  overwegende dat de grootste uitbraak van het zikavirus is geregistreerd in Brazilië, met name in het noordoosten van het land;

G.  overwegende dat de Braziliaanse minister van Volksgezondheid in november 2015 een noodtoestand voor de volksgezondheid afkondigde vanwege een opvallende toename van het aantal kinderen dat werd geboren met microcefalie in de deelstaat Pernambuco in 2015; overwegende dat deze opvallende toename met name zichtbaar is voor de meest ernstige vormen van microcefalie, maar dat uit sommige rapporten blijkt dat het aantal gevallen van mildere vormen van deze aandoening zelfs enkele jaren vóór de uitbraak van het zikavirus in 2015 uitzonderlijk hoog was;

H.  overwegende dat de levenscyclus van muggen afhankelijk is van het klimaat, de habitat en de biodiversiteit, en dat de verspreiding van muggen in de hand wordt gewerkt door menselijke factoren, zoals klimaatverandering, kunstmatige aquatische habitats, ontbossing, verstedelijking en een gebrek aan sanitaire voorzieningen, stedelijk afval, conflicten en reizen;

I.  overwegende dat de uitbraak van het zikavirus bestaande ongelijkheden in de getroffen landen aan het licht heeft gebracht, bijvoorbeeld wat gezondheidszorg en woonomstandigheden betreft, en de armsten in de samenleving — die vaak dicht bij bronnen van stilstaand water wonen en slecht zijn uitgerust om de ziekte te voorkomen en te bestrijden — onevenredig vaak treft; overwegende dat vrouwen nog altijd de meerderheid van de armen in de wereld uitmaken en hun situatie met name in het geding is, aangezien zij in het huishouden primair verantwoordelijk zijn voor voedsel, schoon water, hygiëne en de opvoeding van kinderen met aan microcefalie gerelateerde syndromen, waarvoor mogelijk aanvullende financiële middelen nodig zijn, met name bij gebrek aan passende of betaalbare ondersteunende structuren;

J.  overwegende dat in diverse Europese landen melding is gemaakt van ingevoerde gevallen van besmetting met het zikavirus; overwegende dat het ECDC op 11 februari 2016 heeft gewezen op een vastgesteld geval van microcefalie bij een zwangere vrouw in Slovenië, die tijdens haar zwangerschap in Brazilië woonde en daar een zika-achtige besmetting ontwikkelde;

K.  overwegende dat er sinds 9 februari 2016 op het Europese continent geen gevallen van autochtone overdracht van het zikavirus meer zijn gesignaleerd, maar wel een paar gevallen in ultraperifere gebieden van de EU;

L.  overwegende dat de verschijning van het virus in verband is gebracht met clusters van microcefaliegevallen en andere neurologische stoornissen, waaronder gevallen van het syndroom van Guillain-Barré; overwegende dat de WHO op 1 februari 2016 heeft verklaard dat er een sterk vermoeden is dat er een causaal verband bestaat tussen zikavirusbesmettingen bij zwangere vrouwen en microcefalie, maar dat dit nog niet wetenschappelijk is bewezen;

M.  overwegende dat het verband tussen met het zikavirus besmette zwangere vrouwen en de toename van het aantal gevallen van microcefalie, een aandoening waardoor baby's worden geboren met een abnormaal klein hoofd en in de meeste gevallen vertraagde hersenontwikkeling, na de uitbraak van het zikavirus, momenteel wordt onderzocht en volgens het WHO steeds plausibeler wordt; overwegende dat deze onzekerheid, evenals de onzekerheid met betrekking tot overdrachtsmechanismen, vrouwen en meisjes — en met name zwangere vrouwen en hun gezinnen — in een uitzonderlijk moeilijke positie brengen, in het bijzonder voor wat hun gezondheid en de langetermijngevolgen voor het huishouden betreft, en dat deze onzekerheden in geen geval mogen worden gebruikt om dringende besluiten en maatregelen uit te stellen die nodig zijn om deze crisis het hoofd te bieden;

N.  overwegende dat microcefalie vele mogelijke oorzaken kent, maar dat de werkelijke oorzaak vaak onbekend blijft, en overwegende dat het belangrijk is dat bij gebrek aan een specifieke behandeling voor microcefalie een multidisciplinair team wordt opgericht om pasgeborenen en kinderen met microcefalie te onderzoeken en te behandelen, dat vroege interventie met stimulatie en spelletjes een positief effect op de ontwikkeling kunnen hebben en dat gezinsbegeleiding en ondersteuning van de ouders eveneens van essentieel belang zijn;

O.  overwegende dat het cluster van microcefaliegevallen in Brazilië door Argentijnse en Braziliaanse onderzoekers in verband is gebracht met de larvicide pyriproxyfen, die in 2014 aan de drinkwatervoorziening werd toegevoegd in getroffen gebieden van Brazilië; overwegende dat de lokale overheid in Rio Grande do Sul, een deelstaat in het zuiden van Brazilië, in reactie op dit mogelijke verband, tegen het advies van het Ministerie van Volksgezondheid en in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel het gebruik hiervan met ingang van 13 februari 2016 heeft opgeschort;

P.  overwegende dat van meer dan 700 van de 4 783 gemelde microcefaliegevallen sinds oktober 2015 is uitgesloten dat het microcefalie betreft;

Q.  overwegende dat slechts 17 van de 404 zuigelingen waarvan is bevestigd dat zij microcefalie hebben positief zijn getest op het zikavirus;

R.  overwegende dat de uitbraak van het zikavirus sinds 2013 een realiteit is in overzeese gebieden van de EU;

S.  overwegende dat er in Europa gedurende de zomermaanden van 2016 een risico op lokale overdracht via vectoren bestaat;

T.  overwegende dat er momenteel geen specifieke behandeling of specifiek vaccin beschikbaar is, maar dat het Indiase bedrijf Bharat Biotech op 3 februari 2016 heeft aangekondigd dat het twee kandidaat-vaccins aan het ontwikkelen is, namelijk een recombinant vaccin en een geïnactiveerd vaccin dat het stadium van preklinische tests op dieren heeft bereikt;

U.  overwegende dat er enkele meldingen zijn gemaakt van overdracht van het zikavirus door middel van seksueel contact;

V.  overwegende dat er ook meldingen zijn gemaakt van overdracht van het zikavirus via bloedtransfusies;

W.  overwegende dat er een reëel gevaar bestaat op grensoverschrijdende overdracht van het zikavirus als gevolg van besmette reizigers en de wereldwijde handel;

1.  erkent dat het zikavirus meestal op mensen wordt overgedragen via een beet van een besmette mug van het genus Aedes, met name Aedes aegypti in tropische gebieden, en dat dezelfde mug dengue, chikungunya en gele koorts verspreidt;

2.  wijst erop dat, volgens de evaluatie van het ECDC, aangezien er geen behandeling of vaccins voorhanden zijn en de muggen die het zikavirus verspreiden zowel binnenshuis als buitenshuis steken, met name overdag, preventie momenteel gebaseerd is op persoonlijke beschermingsmaatregelen, zoals het dragen van met permethrine behandelde shirts met lange mouwen en lange broeken (met name tijdens de uren waarin de muggensoort die het zikavirus verspreidt het meest actief is) en het slapen of rusten in kamers die zijn voorzien van een hor of airconditioning of onder klamboes;

3.  benadrukt het belang van de opstelling van communicatieplannen op de meest passende schaal om onder de bevolking meer besef te kweken en passend gedrag te stimuleren om muggenbeten te voorkomen;

4.  is ingenomen met het feit dat het ECDC permanent toezicht houdt op de situatie; verzoekt het ECDC zijn risicobeoordelingen en epidemiologische updates regelmatig bij te werken; is van oordeel dat het ECDC een deskundigencomité inzake tropische overdraagbare ziekten moet oprichten teneinde alle in de EU te treffen maatregelen doeltreffend te coördineren en te monitoren;

5.  is ingenomen met het besluit van de Commissie om 10 miljoen EUR vrij te maken voor onderzoek naar het zikavirus en stelt voor de aandacht toe te spitsen op gevallen van ernstige aangeboren hersenmisvormingen in Latijns-Amerika en het vermoede verband daarvan met zikavirusbesmettingen; vraagt zich echter af of dit bedrag in verhouding staat tot de grote wetenschappelijke uitdaging om inzicht te krijgen in het zikavirus en de neurologische complicaties ervan en om diagnostische onderzoeken en een behandeling voor de ziekte te ontwikkelen;

6.  wijst erop dat het zikavirus in 28 landen is gesignaleerd en mogelijk levensveranderende gevolgen heeft, met name voor jonge en arme vrouwen, van wie de overgrote meerderheid in de minst ontwikkelde regio's van deze landen woont; benadrukt dat, met het oog op de te verwachten verdere verspreiding van de ziekte, de lessen die uit de ebolacrisis van vorig jaar zijn getrokken dringend in de praktijk moeten worden gebracht door de internationale gemeenschap;

7.  benadrukt dat onderzoek in de eerste plaats gericht moet zijn op preventieve maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van het virus en op behandelingen; verzoekt om een drieledig onderzoek naar het zikavirus: een onderzoek naar het sterk vermoede verband tussen het zikavirus en aangeboren hersenmisvormingen, de ontwikkeling van behandelingen en vaccins, en de ontwikkeling van tests voor snelle en doeltreffende diagnoses;

8.  benadrukt dat er meer onderzoek moet worden gedaan naar het mogelijke verband tussen microcefalie en de larvicide pyriproxyfen, gezien het feit dat er geen wetenschappelijk bewijs bestaat dat dit verband uitsluit;

9.  benadrukt dat onderzoekers de andere mogelijke en aanvullende oorzaken van microcefalie niet over het hoofd mogen zien;

10.  benadrukt de verdere financieringsmogelijkheden die uit hoofde van Horizon 2020 en KP7 beschikbaar zijn voor onderzoek naar de ontwikkeling van vaccins voor malaria en verwaarloosde infectieziekten, waartoe het zikavirus behoort;

11.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat, indien EU-overheidsgeld aan onderzoek wordt besteed, de resultaten van dit onderzoek vrij van intellectuele-eigendomsrechten zijn en de prijstoegankelijkheid voor patiënten van de in het kader hiervan ontwikkelde producten is gewaarborgd;

12.  verzoekt de Commissie om specifieke maatregelen voor te stellen voor de Europese regio's waar het zikavirus zich reeds heeft verspreid, teneinde alle mogelijke overdrachtsvectoren in die regio's uit te roeien, om reeds besmette personen ondersteuning te bieden, met name zwangere vrouwen, en om verdere verspreiding in die regio's en op de rest van het Europese continent te voorkomen;

13.  verzoekt de Commissie met een actieplan te komen om de verspreiding van het virus in Europa te voorkomen en de lidstaten en derde landen te helpen bij de bestrijding van deze epidemie in de zwaarst getroffen regio's (met name in het Caribisch gebied en Midden- en Zuid-Amerika); is van mening dat dit plan moet voorzien in gerichte en voldoende doelstellingen op het gebied van gratis verstrekking van mechanische barrières, zoals klamboes (om muggenbeten te voorkomen) en condooms (om overdracht door middel van seksueel contact te voorkomen); verzoekt de Commissie om de opstelling van een beheersprotocol dat gericht is op burgers die, gezien hun epidemiologische achtergrond, mogelijk met het zikavirus zijn besmet, teneinde door middel van vroegtijdige opsporing de keten van besmetting door middel van seksueel contact en bloedtransfusies op doeltreffende wijze te verbreken;

14.  benadrukt de noodzaak van een genderbewuste aanpak bij het bespreken van de financiering en het inschatten van de behoeften van laboratoria, gezien de complexiteit van het testen en ontwikkelen van veilige, doeltreffende, betaalbare en leverbare vaccins voor zwangere vrouwen, die vaak zijn uitgesloten van preklinische experimenten; dringt er bij de financiële donoren op aan realistisch te blijven over de verwachte kosten van de ontwikkeling van deze vaccins, ook bij de toewijzing van EU-onderzoeksfinanciering, en de veiligheid van meisjes en vrouwen voorop te stellen;

15.  wijst op het feit dat het zikavirus de zwakheden heeft blootgelegd in zowel de respons van de gezondheidszorgstelsels, met name op het niveau van primaire gezondheidszorg, als de zorgverlening en toekenning van rechten op het gebied van reproductieve gezondheid aan vrouwen en meisjes in de getroffen landen, met name wat betreft voorlichting en zorg tijdens en na de zwangerschap en de preventie en beëindiging van zwangerschappen, hoewel overheidsfunctionarissen in deze landen vrouwen hebben geadviseerd om zwangerschap uit te stellen tot er meer over het zikavirus bekend is;

16.  erkent dat de laboratoriumcapaciteit moet worden uitgebreid om vermoedelijke besmettingen met het zikavirus in de EU/EER te kunnen bevestigen, teneinde onderscheid te maken tussen besmettingen met het zikavirus en andere arbovirusbesmettingen (bijvoorbeeld dengue en chikungunya); verzoekt de lidstaten en de Commissie om de activiteiten van de laboratoria die onderzoek doen naar het zikavirus te coördineren en om de oprichting van dergelijke laboratoria te bevorderen in de lidstaten die er nog geen hebben;

17.  verzoekt de EU en de lidstaten met strategieën te komen die bijdragen aan onderlinge verbindingen tussen vaccinmakers, centra voor ziektepreventie en -bestrijding en andere nationale en openbare volksgezondheidsinstanties en zorgverleners, teneinde de uitwisseling van gegevens en analyses te bevorderen;

18.  benadrukt het belang van het vergroten van het besef onder verloskundigen, kinderartsen en neurologen dat patiënten die sinds 2014 naar Brazilië of een ander getroffen land zijn gereisd, moeten worden gecontroleerd op besmettingen met het zikavirus, evenals personen met een aangeboren misvorming van het centrale zenuwstelsel, microcefalie of het syndroom van Guillain-Barré;

19.  verzoekt de EU de getroffen landen te ondersteunen bij de verwezenlijking van universele toegang tot primaire gezondheidszorg, met inbegrip van antenatale en postnatale zorg en diagnostische tests voor het zikavirus, en verzoekt de EU de regeringen van de getroffen landen te ondersteunen bij de verstrekking van een uitgebreid pakket met informatie en zorgverlening op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid, met inbegrip van mogelijkheden voor gezinsplanning, waarbij de nadruk ligt op toegang tot een scala aan kwalitatief hoogwaardige anticonceptiemiddelen voor alle vrouwen en meisjes, en toegang tot veilige abortus om de toename van het aantal onveilige abortussen sinds het begin van de epidemie te bestrijden, en in dit verband de vereiste dialoog met partnerlanden over anticonceptie en de rechten van vrouwen en meisjes te bevorderen;

20.  wijst erop dat tot nu toe (10 februari 2016) 25 EU/EER-landen, de Verenigde Staten en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding zwangere vrouwen en vrouwen die proberen zwanger te worden hebben geadviseerd om reizen naar door het zikavirus getroffen gebieden uit te stellen;

21.  verzoekt de Commissie, aangezien er momenteel geen profylaxe, behandeling of vaccin ter bescherming tegen het zikavirus bestaat, en met het oog op het risico op lokale overdracht via vectoren in Europa gedurende de zomermaanden van 2016, onverwijld een onderzoek in te stellen naar de effecten van insecticiden op de menselijke gezondheid en hun doeltreffendheid tegen de mug die het zikavirus verspreidt; verzoekt de Commissie tevens een reeks preventierichtsnoeren te coördineren die deze zomer door de nationale autoriteiten in de praktijk moeten worden gebracht;

22.  erkent dat er een testalgoritme is gepubliceerd voor zwangere vrouwen die terugkeren uit een gebied waar het zikavirus zich verspreidt; wijst er echter op dat de gezondheidsautoriteiten de kwesties van de langdurige aanwezigheid van het zikavirus in sperma en de bewezen overdracht van het zikvirus via geslachtsgemeenschap nog niet hebben aangepakt, die gevolgen kunnen hebben voor mannelijke reizigers die terugkeren uit regio's waar het virus zich verspreidt; is van mening dat, aangezien veel besmettingen symptoomvrij zijn, mannelijke reizigers moeten worden geadviseerd om na terugkeer uit regio's waar het virus zich verspreidt condooms te gebruiken tot er overtuigende gegevens worden gepubliceerd over de omvang van deze wijze van overdracht;

23.  verzoekt de Commissie en de lidstaten, naar aanleiding van de aanbevelingen van de WHO inzake preventie in Europese landen, om het toezicht op invasieve muggensoorten aanzienlijk te verbeteren en muggen intensiever te bestrijden door broedplaatsen (zoals stilstaande wateren) te verwijderen en te zorgen voor bespuiting met insecticiden in geval van uitbraken, en om lading, cargovoertuigen en de voor vliegtuigpassagiers en cabinepersoneel gereserveerde ruimten aan boord van vliegtuigen die terugkeren uit besmette landen vaker te desinfecteren;

24.  verzoekt de ambassades van de EU en van de lidstaten om de EU-burgers die in besmette gebieden wonen en reizen informatie te verstrekken en steun te bieden;

25.  verzoekt vliegtuigmaatschappijen uit de EU en uit derde landen om vliegtuigen die terugkeren uit besmette gebieden behoorlijk en correct te desinfecteren;

26.  verzoekt de EU om lidstaten en derde landen (nationale, regionale en lokale overheden) die deskundig zijn op het gebied van toezicht, sensibilisering, preventie en/of bestrijding van de mug van het genus Aedes — zoals de regionale overheid van Madeira en het stadsbestuur van Funchal, die meer dan tien jaar ervaring hebben met de aanpak van dit probleem, en de Franse ultraperifere en overzeese gebieden, met jarenlange expertise op het gebied van nieuwe vectorziekten en met name het zikavirus — te raadplegen, met het oog op de ontwikkeling van een strategie voor de bestrijding van het zikavirus;

27.  wijst op de noodzaak van een gecoördineerde aanpak op EU- en internationaal niveau bij de bestrijding van deze uitbraak; is in dit verband ingenomen met de oprichting van het Europees medisch korps en acht dit van belang voor de mobilisatie van medische en volksgezondheidsteams en -apparatuur om, indien nodig, het zikavirus te bestrijden; verzoekt de Commissie tevens snel te komen met een horizontale EU-strategie inzake mondiale gezondheid, gericht op de verwezenlijking van het nieuwe kader voor duurzame ontwikkeling en de doelstellingen daarvan;

28.  verzoekt de Commissie om, in samenwerking met andere partners, te helpen bij het toezicht op de verspreiding van het zikavirus, ook in ontwikkelingslanden, en om een passende respons wat betreft ontwikkeling van gezondheidscapaciteiten, opleiding van gezondheidspersoneel, epidemiologisch toezicht, voorlichting en mobilisatie van de gemeenschap en beheersing van muggenpopulaties op te nemen in de bestaande landenspecifieke ontwikkelingsprogramma's, in samenwerking met de getroffen landen;

29.  benadrukt dat elk voorstel gebaseerd moet zijn op een ruime waaier van epidemiologische studies die niet alleen betrekking hebben op de effecten van het zikavirus, maar ook op andere oorzaken van deze effecten;

30.  verzoekt de lidstaten meer bewustzijn te creëren bij clinici en klinieken voor gezondheid op reis over de evolutie van de zikavirusepidemie en de door de autoriteiten beoogde vectorbestrijding in de getroffen gebieden, zodat zij besmetting met het zikavirus kunnen opnemen in hun differentiële diagnose voor inwoners en bezoekers van die gebieden en zich indien nodig kunnen voorbereiden op de quarantaine van reizigers van wie wordt vermoed dat zij drager van het zikavirus zijn, teneinde autochtone overdracht te voorkomen; verzoekt de nationale gezondheidsautoriteiten een door het ECDC gecoördineerde voorlichtingscampagne op te zetten om de Europese burgers voor te lichten en gerust te stellen en onnodige bezorgdheid te voorkomen;

31.  verzoekt de Commissie en de lidstaten hun waakzaamheid te vergroten met betrekking tot de vroege opsporing van ingevoerde gevallen van besmetting met het zikavirus in de EU, met inbegrip van de overzeese landen en gebieden van de EU en de ultraperifere gebieden van de EU, met name waar vectoren of potentiële vectoren aanwezig zijn, teneinde het risico op autochtone overdracht te beperken; erkent bovendien dat er een — zij het laag en seizoensgebonden — risico op invoer van het zikavirus bestaat in gebieden met een gematigd klimaat waar veel Aedes-muggen voorkomen (waaronder gebieden in Noord-Amerika en Europa), met daaropvolgende autochtone overdracht;

32.  benadrukt het belang van toegang tot een breed scala aan gezondheidsdiensten bij de bestrijding van het zikavirus;

33.  steunt de verzoeken van de Verenigde Naties(3) om wetten en beleidsmaatregelen in te trekken die de toegang tot zorgverlening en rechten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid beperken, in strijd met internationale normen, en herhaalt zijn bereidheid om erop toe te zien dat de maatregelen op het gebied van de volksgezondheid in overeenstemming zijn met de mensenrechten, met name op het gebied van gezondheid en hiermee verband houdende rechten;

34.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de Wereldgezondheidsorganisatie.

(1)

PB L 293 van 5.11.2013, blz. 1.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 104.

(3)

http://www.un.org/apps/news/story.asp?NewsID=53173#.VswcHE32aUk

Juridische mededeling