Procedure : 2015/3031(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0461/2016

Ingediende teksten :

B8-0461/2016

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0123

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 268kWORD 70k
11.4.2016
PE579.885v01-00
 
B8-0461/2016/rev

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Polen (2015/3031(RSP))


Manfred Weber, Esteban González Pons namens de PPE-Fractie
Gianni Pittella, Tanja Fajon, Josef Weidenholzer, Péter Niedermüller, Birgit Sippel namens de S&D-Fractie
Guy Verhofstadt namens de ALDE-Fractie
Barbara Spinelli, Marie-Christine Vergiat, Marisa Matias, Sofia Sakorafa, Kateřina Konečná, Kostas Chrysogonos, Kostadinka Kuneva, Stelios Kouloglou, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez namens de GUE/NGL-Fractie
Judith Sargentini, Josep-Maria Terricabras, Benedek Jávor, Helga Trüpel, Monika Vana, Terry Reintke namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Polen (2015/3031(RSP))  
B8-0461

Het Europees Parlement,

–  gezien de EU-Verdragen, in het bijzonder de artikelen 2, 3, 4 en 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien de mededeling van de Commissie van woensdag 19 maart 2014: "Een nieuw EU‑kader voor het versterken van de rechtsstaat" (COM(2014)0158),

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

–  gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM),

–  gezien zijn debat van dinsdag 19 januari 2016 over de situatie in Polen,

–  gezien het advies van de Commissie van Venetië van 12 maart 2016 over de amendementen van 22 december 2015 op de Wet inzake het Constitutioneel Hof van Polen van 25 juni 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat eerbiediging van de rechtsstaat, de democratie, mensenrechten, fundamentele vrijheden en de in de EU-Verdragen en internationale mensenrechteninstrumenten vervatte waarden en beginselen verplichtingen zijn die rusten op de Unie en haar lidstaten, en overwegende dat deze verplichtingen nagekomen dienen te worden;

B.  overwegende dat eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot een minderheid behoren, de waarden zijn waarop de Unie overeenkomstig artikel 2 VEU berust; overwegende dat de lidstaten deze waarden gemeen hebben en dat de EU en iedere afzonderlijke lidstaat deze waarden in al hun beleidsvormen dienen te eerbiedigen;

C.  overwegende dat op grond van artikel 4, lid 2, VEU de EU de gelijkheid van de lidstaten voor de Verdragen dient te eerbiedigen, alsmede hun nationale identiteit;

D.  overwegende dat de Unie en de lidstaten uit hoofde van artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie krachtens het beginsel van loyale samenwerking elkaar dienen te respecteren en te steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien;

E.  overwegende dat ingevolge artikel 17 VEU de Commissie toeziet op de toepassing van de Verdragen;

F.  overwegende dat de rechtsstaat de ruggengraat van de democratie vormt en een van de grondbeginselen van de EU is, en functioneert op grond van de veronderstelling van wederzijds vertrouwen dat de lidstaten zich schikken naar democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, als vervat in het Handvest van de grondrechten en het EVRM;

G.  overwegende dat een doeltreffend, onafhankelijk en onpartijdig rechtsstelsel van essentieel belang is voor de rechtsstaat en dient om erop toe te zien dat de grondrechten en burgerlijke vrijheden van de Europese burgers worden beschermd;

H.  overwegende dat het Constitutioneel Hof is opgericht om te fungeren als één van de centrale onderdelen die het evenwicht waarborgen dat voortvloeit uit de scheiding der machten binnen de constitutionele democratie en de rechtsstaat in Polen;

I.  overwegende dat recente gebeurtenissen in Polen, in het bijzonder het politieke en juridische geschil inzake de samenstelling van het Constitutioneel Hof en de nieuwe regels inzake de werking van het Hof (die onder meer verband houden met het onderzoek van zaken en de volgorde waarin dit plaatsvindt, de verhoging van het quorum en de meerderheden die nodig zijn om vonnissen van het Hof aan te nemen) aanleiding hebben gegeven tot bezorgdheid over de mate waarin het Constitutioneel Hof in staat is de grondwet te handhaven en de eerbiediging van de rechtstaat te garanderen;

J.  overwegende dat de Commissie van Venetië duidelijk heeft verklaard dat het Constitutioneel Hof zijn rol als hoeder van de suprematie van de grondwet van Polen niet kan vervullen omdat het vonnis van het Hof van 9 maart 2016 niet openbaar is gemaakt en daarom niet in werking kan treden; overwegende dat deze situatie de rechtsstaat ondermijnt; overwegende dat de Commissie van Venetië ervoor heeft gewaarschuwd dat verlamming van het Hof de democratie, mensenrechten en de rechtsstaat zal ondermijnen;

K.  overwegende dat het handelen van de Poolse regering en van de president van de Republiek Polen ten aanzien van het Constitutioneel Hof een bedreiging vormt voor de constitutionele democratie;

L.  overwegende dat de Commissie na het oriëntatiedebat van 13 januari 2016 besloten heeft de gestructureerde dialoog van start te laten gaan overeenkomstig het kader voor de rechtsstaat, en de Poolse regering een brief heeft gestuurd met het oog op opheldering van de situatie in Polen;

M.  overwegende dat de Commissie, als hoedster van de Verdragen, thans alle relevante informatie zal verzamelen en onderzoeken, en zal beoordelen of er duidelijke indicaties zijn voor een systematische bedreiging van de rechtsstaat;

N.  overwegende dat met het kader voor de rechtsstaat beoogd wordt om systematische bedreigingen van de rechtsstaat aan de orde te stellen, in het bijzonder in situaties die niet effectief kunnen worden opgelost door inbreukprocedures, en waar de 'waarborgen voor de rechtsstaat', die op nationaal niveau bestaan, niet langer in staat lijken te zijn deze bedreigingen effectief het hoofd te bieden;

O.  overwegende dat de huidige Poolse grondwet, die in 1997 is aangenomen, de scheiding der machten waarborgt, alsmede politiek pluralisme, persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie;

P.  overwegende dat er naast de constitutionele crisis andere kwesties spelen die het Europees Parlement ernstige zorgen baren, voor zover zij de Europese wetgeving en grondrechten schenden, met inbegrip van de rechten van vrouwen; overwegende dat de Europese instellingen nauwlettend toezicht moeten houden op dergelijk handelen van de Poolse regering;

1.  acht het van essentieel belang dat de volledige eerbiediging van de in artikel 2 VEU vermelde gemeenschappelijke Europese waarden wordt gewaarborgd;

2.  is van mening dat alle lidstaten het EU-recht volledig moeten eerbiedigen in hun wetgevende en bestuurlijke praktijken en dat alle wetgeving, waaronder ook het primaire recht van elke lidstaat of kandidaat-lidstaat, een afspiegeling moet zijn van en in overeenstemming moet zijn met de fundamentele Europese waarden, te weten democratische beginselen, de rechtsstaat en de grondrechten;

3.  is ernstig bezorgd dat de effectieve verlamming van het Constitutioneel Hof in Polen een gevaar vormt voor de democratie, mensenrechten en de rechtsstaat;

4.  verzoekt de Poolse regering om zonder verdere vertraging de uitspraak van het Constitutioneel Hof van 9 maart 2016 te eerbiedigen, openbaar te maken en volledig ten uitvoer te leggen, alsmede uitvoering te geven aan de uitspraken van het Hof van 3 en 9 december 2015;

5.  verzoekt de Poolse regering volledige uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Commissie van Venetië; deelt de mening van de Commissie van Venetië dat eerbiediging van de vonnissen van het Constitutioneel Hof een vereiste is op grond van de Poolse grondwet en van de Europese en internationale maatstaven;

6.  is ermee ingenomen dat vicevoorzitter van de Commissie Timmermans onlangs een bezoek heeft gebracht aan Polen en stemt in met zijn verklaring tijdens de Commissievergadering van 6 april 2016 over het starten van een dialoog om een uitweg te vinden uit de huidige situatie, die stoelt op volledige eerbiediging van het constitutioneel kader, hetgeen openbaarmaking en tenuitvoerlegging van de uitspraken van het Constitutioneel Hof impliceert; deelt zijn bezorgdheid over het mogelijk ontstaan van twee parallelle rechtsstelsels, wat leidt tot juridische onzekerheid;

7.  schaart zich achter het besluit van de Commissie om een gestructureerde dialoog van start te laten gaan op grond van het kader voor de rechtsstaat, waarmee de vraag beantwoord kan worden of er daadwerkelijk sprake is van een systematische bedreiging van democratische waarden en de rechtsstaat in Polen; is ingenomen met de verzekering van de Commissie dat de dialoog met de Poolse autoriteiten gevoerd zal worden op onpartijdige en coöperatieve wijze en op feiten gebaseerd zal zijn, en verzoekt de Commissie, indien de Poolse regering in de loop van de gestructureerde dialoog geen gehoor geeft aan de aanbevelingen van de Commissie van Venetië, de tweede fase van de rechtsstaatprocedure te laten ingaan door haar 'aanbeveling inzake de rechtsstaat' te doen en Polen te ondersteunen bij het zoeken naar oplossingen ter versterking van de rechtsstaat;

8.  benadrukt niettemin dat alle stappen die worden genomen in overeenstemming moeten zijn met de bevoegdheden van de EU en haar lidstaten, zoals vervat in de Verdragen, en met het subsidiariteitsbeginsel;

9.  verzoekt de Commissie het Parlement regelmatig en nauwgezet te informeren over haar bevindingen, de geboekte voortgang en de actie die zij heeft ondernomen;

10.  geeft uitdrukking aan zijn hoop dat de gestructureerde dialoog tussen de Poolse regering en de Commissie tevens zal leiden tot herziening van andere besluiten van de Poolse regering die aanleiding hebben gegeven tot bezorgdheid over de wettigheid en de mogelijke invloed ervan op de grondrechten;

11.  verwacht dat de Commissie alle lidstaten even nauwgezet volgt op het gebied van democratie, de rechtsstaat en de grondrechten en zo voorkomt dat zij met twee maten meet, en daarover verslag doet aan het Parlement;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de president van de Republiek Polen.

Juridische mededeling