Procedure : 2016/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0605/2016

Ingediende teksten :

B8-0605/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/05/2016 - 9.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 165kWORD 58k
10.5.2016
PE582.623v01-00
 
B8-0605/2016

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de markteconomiestatus van China (2016/2667(RSP))


Marine Le Pen, Matteo Salvini, Franz Obermayr, Edouard Ferrand, Barbara Kappel namens de ENF-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de markteconomiestatus van China (2016/2667(RSP))  
B8-0605/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1),

–  gezien het Protocol inzake toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

–  gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 10 mei 2016 over de markteconomiestatus van China,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en China twee van de grootste handelsblokken ter wereld zijn, dat China de tweede handelspartner van de EU is en de EU de belangrijkste handelspartner van China, met een handelsverkeer van ruim 1 miljard EUR per dag;

B.  overwegende dat er bij elk besluit na december 2016 over de wijze waarop met invoer uit China moet worden omgegaan, op moet worden toegezien dat de EU-wetgeving in overeenstemming is met de WTO-normen;

C.  overwegende dat China, ondanks zijn toetreding tot de WTO 15 jaar geleden, nog steeds door geen enkele van zijn belangrijkste handelspartners als een markteconomie wordt beschouwd en overwegende dat het gebrek aan vrij spel wat vraag en aanbod betreft heeft geleid tot de invoering van deel 15 van het toetredingsprotocol, die als basis dient voor een afwijkende behandeling van Chinese invoer ter bescherming tegen dumpingprijzen;

D  overwegende dat het automatische verval van deel 15(a)(ii) van het Protocol inzake toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie niet betekent dat automatisch markteconomiestatus wordt verleend aan de Chinese economie in haar geheel; overwegende dat het resterende deel 15(a)(i) een rechtsgrondslag zal blijven vormen voor de toepassing van een niet-standaardmethode op invoer uit China na 2016;

E.  overwegende dat, gezien de huidige mate van invloed van de staat op de Chinese economie, de besluiten van bedrijven met betrekking tot prijzen, kosten, productie en productiemiddelen niet inspelen op marktsignalen van vraag en aanbod;

F.  overwegende dat de overcapaciteit van Chinese productie al aanzienlijke sociale, economische en milieugevolgen heeft voor de EU, zoals onlangs duidelijk is geworden door het schadelijke effect ervan op de EU-staalsector, en overwegende dat de toekenning van de markteconomiestatus een aanmerkelijke sociale impact kan hebben met het oog op de werkgelegenheid in de EU en volgens een studie van het Economic Policy Institute kan leiden tot mogelijk verlies van meer dan 3,5 miljoen banen;

G.  overwegende dat de onlangs gestarte openbare raadpleging over de mogelijke toekenning van de markteconomiestatus aan China aanvullende informatie kan opleveren die wellicht van pas komt bij de aanpak van de kwestie;

1.  benadrukt nogmaals het belang van samenwerking tussen de EU-lidstaten en China; wijst op de keuze van China als soevereine staat voor interventionisme in economie en handel;

2.  benadrukt dat China geen markteconomie is en dat het niet voldoet aan de vijf criteria die de EU heeft vastgesteld om dergelijke landen te definiëren;

3.  verzoekt de Commissie naar behoren rekening te houden met de door de industrie en diverse belanghebbenden in de EU geuite zorgen over de gevolgen voor de werkgelegenheid in de EU en de duurzame economische groei in alle getroffen be- en verwerkende industriële sectoren en voor de EU-industrie als geheel, en het concurrentievermogen van de EU in een mondiale context te waarborgen;

4.  vraagt de Commissie om de doeltreffende handelsbescherming te versterken;

5.  dringt er dan ook bij de Commissie op aan China niet de status van markteconomie toe te kennen;

6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

Juridische mededeling