Procedure : 2016/2667(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0608/2016

Ingediende teksten :

B8-0608/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/05/2016 - 9.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0223

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 263kWORD 60k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0607/2016
10.5.2016
PE582.626v01-00
 
B8-0608/2016

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de markteconomiestatus van China (2016/2667(RSP))


Iuliu Winkler, Daniel Caspary, Tokia Saïfi, Krišjānis Kariņš, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Adam Szejnfeld, Fernando Ruas, Jarosław Wałęsa, Seán Kelly, Pablo Zalba Bidegain, Herbert Reul, Françoise Grossetête, Theodoros Zagorakis namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de markteconomiestatus van China (2016/2667(RSP))  
B8-0608/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de antidumpingwetgeving van de EU (Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap(1)),

–  gezien het protocol van toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WTO),

–  gezien zijn eerdere resoluties over de handelsbetrekkingen tussen de EU en China,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en China twee van de grootste handelsblokken ter wereld zijn, dat China de op een na belangrijkste handelspartner van de EU is en dat de EU de belangrijkste handelspartner van China is, met een handelsverkeer ten belope van ruim 1 miljard EUR per dag;

B.  overwegende dat er bij elk besluit na december 2016 over de wijze waarop met invoer uit China moet worden omgegaan, op moet worden toegezien dat de EU-wetgeving in overeenstemming is met de WTO-normen;

C.  overwegende dat de bepalingen van afdeling 15 van het protocol van toetreding van China tot de WTO die na 2016 van kracht blijven, een rechtsgrondslag vormen voor de toepassing van een niet-standaardmethode op invoer uit China na 2016;

D.  overwegende dat, gezien de huidige mate van invloed van de staat op de Chinese economie, de besluiten van bedrijven inzake prijzen, kosten, productie en productiemiddelen niet inspelen op marktsignalen van vraag en aanbod;

E.  overwegende dat de overtollige Chinese productiecapaciteit nu al zeer zware sociale, economische en milieugevolgen heeft voor de EU, zoals onlangs is gebleken uit het negatieve effect op de staalsector in de EU; overwegende dat de toekenning van de markteconomiestatus een aanzienlijke sociale impact kan hebben wat de werkgelegenheid in de EU betreft;

F.  overwegende dat de onlangs aangevatte openbare raadpleging over de mogelijke toekenning van de markteconomiestatus aan China aanvullende informatie kan opleveren die wellicht van pas komt bij de aanpak van de kwestie;

G.  overwegende dat in de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2012 met als titel "Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel" als doel wordt gesteld het aandeel van de industrie in het bbp van de EU tegen 2020 te verhogen tot 20 %;

1.  wijst nogmaals op het belang van het strategisch partnerschap van de EU met China, waarin handel en investeringen een belangrijke rol spelen en dat gebaseerd moet zijn op wederkerigheid en wederzijdse voordelen;

2.  benadrukt dat China geen markteconomie is en dat nog niet is voldaan aan de vijf criteria die de EU heeft vastgesteld om dergelijke landen te definiëren;

3.  dringt er bij de Commissie op aan om, ook in het kader van de komende G7-top, met haar belangrijkste handelspartners af te stemmen wat de beste manier is om ervoor te zorgen dat alle bepalingen van afdeling 15 van het protocol van toetreding van China tot de WTO die na 2016 van kracht blijven, volledig juridisch bindend worden uit hoofde van hun nationale wetgeving, en zich te verzetten tegen een unilaterale verlening van de markteconomiestatus of wijzigingen van de methode ten aanzien van China;

4.  verzoekt de Commissie naar behoren rekening te houden met de door de industrie en diverse belanghebbenden in de EU geuite zorgen over de gevolgen voor de werkgelegenheid in de EU en de duurzame economische groei in alle getroffen be- en verwerkende industrietakken en voor de EU-industrie als geheel, en het concurrentievermogen van de EU in een mondiale context te waarborgen;

5.  is ervan overtuigd dat de EU, zolang China niet voldoet aan de vijf EU-criteria om als markteconomie te worden aangemerkt, bij haar antidumping- en antisubsidieonderzoeken naar Chinese invoer gebruik moet maken van een niet-standaardmethode om de vergelijkbaarheid van de prijzen te bepalen, met volledige inachtneming van de onderdelen van afdeling 15 van het protocol van toetreding van China die voldoende ruimte laten voor de toepassing van een niet-standaardmethode;

6.  verzoekt de Commissie een doeltreffend handelsbeschermingsinstrument te versterken waarmee wordt gewaarborgd dat de EU-industrie dezelfde concurrentievoorwaarden geniet als China, met volledige inachtneming van de WTO-regels, en ervoor te zorgen dat de gehanteerde methode de EU-industrie effectief beschermt tegen invoer met dumping uit China;

7.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PB L 343 van 22.12.2009, blz. 51.

Juridische mededeling