Procedure : 2016/2727(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0633/2016

Ingediende teksten :

B8-0633/2016

Debatten :

PV 25/05/2016 - 18
CRE 25/05/2016 - 18

Stemmingen :

PV 26/05/2016 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0233

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 175kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0623/2016
23.5.2016
PE582.654v01-00
 
B8-0633/2016

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over trans-Atlantische gegevensstromen (2016/2727(RSP))


Ignazio Corrao, Laura Ferrara, Beatrix von Storch namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over trans-Atlantische gegevensstromen (2016/2727(RSP))  
B8-0633/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien het juridisch kader dat is ingesteld door het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10 en 21 ervan, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name de artikelen 1, 3, 6, 7, 8, 10, 11, 20, 21, 42, 47, 48 en 52 ervan, het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, met name de artikelen 6, 8, 9, 10 en 13 ervan, en de rechtspraak van de Europese rechters op het gebied van veiligheid, privacy en vrijheid van meningsuiting,

–  gezien Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(1) (hierna "richtlijn gegevensbescherming"),

–  gezien Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad van 27 november 2008 over de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken(2),

–  gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene richtlijn gegevensbescherming)(3) en gezien Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad(4),

–  gezien Besluit 2000/520/EG van de Commissie van 26 juli 2000 (het veiligehavenbesluit),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2013 over het herstel van vertrouwen in de gegevensstromen tussen de EU en de VS (COM(2013)0846), en gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2013 betreffende de werking van de veiligehavenregeling ("Safe Harbour") uit het oogpunt van EU-burgers en in de EU gevestigde ondernemingen (de veiligehavenmededeling)(COM(2013)0847),

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 6 oktober 2015 in zaak C-362/14, Maximillian Schrems tegen Data Protection Commissioner (EU:C:2015:650),

–  gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2015 over de doorgifte van persoonsgegevens van de EU naar de Verenigde Staten van Amerika krachtens Richtlijn 95/46/EG naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-362/14 (Schrems) (COM(2015)0566),

–  gezien de verklaring van 3 februari 2016 van de Groep artikel 29 over de gevolgen van het arrest-Schrems,

–  gezien de Judicial Redress Act van 2015, die op 24 februari 2016 door president Obama werd bekrachtigd (H.R.1428),

–  gezien de USA Freedom Act van 2015(5),

–  gezien de hervormde inlichtingen uit berichtenverkeer in de VS, zoals bepaald in presidentiële richtlijn 28 (PPD-28)(6), en gezien de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van maandag 29 februari 2016 getiteld "Trans-Atlantische gegevensstromen: herstel van vertrouwen door solide waarborgen" (COM(2016)0117),

–  gezien Advies 01/2016 van de Groep artikel 29 van 13 april 2016 over het adequaatheidsbesluit met betrekking tot het Europees-Amerikaanse privacyschild,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie op 6 oktober 2015 in zijn uitspraak in zaak C-362/14, Maximillian Schrems v Data Protection Commissioner, heeft geoordeeld dat het veiligehavenbesluit ongeldig is;

B.  overwegende dat het Europese Hof van Justitie in zijn uitspraak in zaak C-362/14 de volgende elementen heeft benadrukt:

i.  het belang van het grondrecht van de bescherming van persoonsgegevens, ook wanneer gegevens de EU verlaten,

ii.  dat het veiligehavenbesluit van de Commissie niet voldoende conclusies omvatte over de beperkingen betreffende de toegang van de Amerikaanse overheidsinstanties tot uit hoofde van dit besluit overgedragen gegevens, noch over het bestaan van doeltreffende rechtsbescherming tegen dergelijke inmenging,

iii.  dat de Amerikaanse regelgeving inzake nationale veiligheid, openbaar belang en rechtshandhaving voorrang hebben gekregen op het veiligehavenkader, met als gevolg dat Amerikaanse bedrijven de beschermende maatregelen in het veiligehavenbesluit zullen negeren als deze in strijd zijn met die regelgeving,

iv.  dat algemene toegang door openbare instanties tot de inhoud van elektronische communicatie een schending vormt van het fundamentele recht op eerbiediging van het privéleven,

v.  dat het bestaan van een Commissiebesluit waarin wordt vastgesteld dat een derde land een gepast niveau van bescherming van overgedragen persoonsgegevens garandeert, geen reden vormt voor het wegnemen of verminderen van de bevoegdheden van nationale toezichthoudende instanties om op onafhankelijke wijze na te gaan of de overdracht van persoonsgegevens aan een derde land in overeenstemming is met de bepalingen van de richtlijn gegevensbescherming;

C.  overwegende, nu het veiligehavenbesluit niet langer geldig is, dat bedrijven die gegevens overbrengen van de EU naar de VS geconfronteerd worden met rechtsonzekerheid en eventuele handhavings- en nalevingsmaatregelen van de lidstaten, maar andere instrumenten kunnen gebruiken om gegevens naar de VS over te brengen, zoals modelcontractbepalingen (de Commissie stelt modellen voor contractvoorwaarden ter beschikking van bedrijven die met overzeese gegevensverwerkers werken) en bindende bedrijfsregels (een reeks regels waarmee het beleid van een bedrijf inzake de internationale overdracht van persoonsgegevens binnen hetzelfde bedrijfsconcern wordt vastgelegd);

D.  overwegende dat vertegenwoordigers uit de zakenwereld over het algemeen ingenomen waren met het akkoord over het Europees-Amerikaanse privacyschild, maar dat het nog niet duidelijk is of het nieuwe kader blijvende rechtszekerheid zal verschaffen voor bedrijven die gegevens overbrengen van de EU naar de VS;

1.  verwelkomt de inspanningen die de Commissie en de regering van de VS geleverd hebben om in het Europees-Amerikaanse privacyschild aanzienlijke verbeteringen door te voeren ten opzichte van het veiligehavenbesluit, en benadrukt het belang van trans-Atlantische handel en samenwerking;

2.  benadrukt dat een gezonde relatie tussen de EU en de VS van levensbelang blijft voor beide partners; beklemtoont in dit verband dat er een globale oplossing moet worden gevonden tussen de EU en de VS, waarin het recht op gegevensbescherming en het recht op privacy worden geëerbiedigd;

3.  is zich bewust van de gevolgen van de uitspraak van het HvJ in zaak C-362/14 en van de regelgeving van de EU inzake het recht om te worden vergeten, zoals beschreven in de uitspraak van het HvJ in zaak C-131/12 van 13 mei 2014 (Google Spain SL en Google Inc v AEPD) en in artikel 17 van de algemene verordening gegevensbescherming die in 2018 van kracht wordt, die nu al een aanzienlijke juridische, economische en culturele wig drijven tussen Europese en Amerikaanse handelspartners;

4.  wijst erop dat het adequaatheidsbesluit en de bijlagen daarbij in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen van de uitspraak in zaak C-362/14 en moeten zorgen voor 'sterke verplichtingen voor bedrijven die gegevens van Europeanen verwerken en robuuste handhaving', 'duidelijke waarborgen en verplichtingen inzake transparantie over de toegang voor de Amerikaanse overheid' en 'doeltreffende bescherming van de rechten van de EU-bevolking met verscheidene mogelijkheden voor verhaal';

5.  verzoekt de Commissie de aanbevelingen die de Groep artikel 29 in zijn Advies 01/2016 over het adequaatheidsbesluit met betrekking tot het Europees-Amerikaanse privacyschild heeft geformuleerd, volledig uit te voeren;

6.  maakt zich zorgen omdat de privacyschildregeling misschien niet volledig in overeenstemming is met de vereisten van het Handvest van de grondrechten van de EU, de richtlijn gegevensbescherming, de algemene verordening inzake gegevensbescherming en relevante uitspraken van zowel het Europees Hof van Justitie als het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;

7.  vraagt de Commissie haar implementatiebevoegdheid niet te overschrijden en niet te besluiten dat de privacyschildregeling een voldoende hoog niveau van bescherming in de VS verzekert zonder een grondige evaluatie van het Amerikaanse stelsel uit te voeren en zonder rekening te houden met de kwesties die in deze resolutie aan bod komen;

8.  benadrukt dat er een vervalbepaling van twee jaar nodig is voor de geldigheid van het adequaatheidsbesluit, en dat er nieuwe onderhandelingen moeten worden gestart met de VS over een verbeterd kader op basis van de algemene verordening inzake gegevensbescherming;

9.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het Congres van de Verenigde Staten van Amerika.

(1)

PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31.

(2)

PB L 350 van 30.12.2008, blz. 60.

(3)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

(4)

PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.

(5)

https://www.congress.gov/114/plaws/publ23/PLAW-114publ23.pdf

(6)

https://www.whitehouse.gov/the-press-office/2014/01/17/presidential-policy-directive-signals-intelligence-activities

Juridische mededeling