Procedure : 2016/2637(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1136/2016

Ingediende teksten :

B8-1136/2016

Debatten :

PV 25/10/2016 - 19
CRE 25/10/2016 - 19

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 184kWORD 53k
19.10.2016
PE589.736v01-00
 
B8-1136/2016

naar aanleiding van vragen voor mondeling antwoord B8‑1801/2016 en B8‑1802/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over transvetzuren (2016/2637(RSP))


Mireille D'Ornano, Sylvie Goddyn, Jean-François Jalkh namens de ENF‑Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over transvetzuren (2016/2637(RSP))  
B8-1136/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, en met name artikel 30, lid 7(1),

–  gezien het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2015 over trans-vetzuren in levensmiddelen en in de totale voeding van de bevolking van de Unie (COM(2015)0619),

–  gezien het verslag van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) getiteld "Trans fatty acids in Europe: where do we stand? A synthesis of the evidence: 2003‑2013",

–  gezien de volgende publicaties van de WHO: "The effectiveness of policies for reducing dietary trans fat: a systematic review of the evidence"(2), "Eliminating trans fats in Europe – A policy brief"(3) en "Effect of trans-fatty acid intake on blood lipids and lipoproteins: a systematic review and meta-regression analysis"(4),

–  gezien de vragen aan de Raad en de Commissie over transvetzuren (O-000105/2016 – B8‑1801/2016 en O-000106/2016 – B8‑1802/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat transvetzuren (TFA's) een bijzondere soort onverzadigd vet vormen;

B.  overwegende dat TFA's weliswaar van nature aanwezig zijn in van herkauwers afkomstige levensmiddelen, zoals zuivelproducten en vlees, en in een aantal planten en producten van plantaardige oorsprong (prei, erwten, sla en koolzaadolie), maar met name worden aangetroffen in industrieel geproduceerde, gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliën (plantaardige oliën die gemodificeerd worden door waterstofatomen toe te voegen en die gebruikt worden om te bakken en te braden, en in kunstmatig gefabriceerde levensmiddelen om de houdbaarheid te verlengen);

C.  overwegende dat het gebruik van dierlijk vet, met inbegrip van TFA's, in de Franse gastronomie door de Unesco is erkend als immaterieel cultureel erfgoed, en algemeen bekend is vanwege de zogenaamde Franse paradox;

D.  overwegende dat TFA's dan ook veelal in verband worden gebracht met de consumptie van industrieel geproduceerde, gedeeltelijk gehydrogeneerde oliën, die door de industrie worden gebruikt in een breed scala aan voedingsproducten en dranken (zowel voorverpakte levensmiddelen als niet-voorverpakte levensmiddelen, bijvoorbeeld levensmiddelen die los worden verkocht en levensmiddelen die worden aangeboden door catering- en voedingsdiensten);

E.  overwegende dat de menselijke consumptie van TFA's die van nature afkomstig zijn van herkauwers doorgaans laag is, en dat de WHO aangeeft dat deze van nature voorkomende TFA's waarschijnlijk geen risico opleveren voor de gezondheid binnen de huidige voedingspatronen, gezien de relatief lage consumptie;

F.  overwegende dat TFA's van nature worden aangetroffen in moedermelk;

G.  overwegende dat deze resolutie alleen betrekking heeft op industrieel geproduceerde vetzuren;

H.  overwegende dat veel restaurants en fastfoodketens TFA's gebruiken om voedsel te frituren, omdat ze goedkoop zijn en in commerciële frituurpannen meermaals gebruikt kunnen worden;

I.  overwegende dat er extra TFA's worden toegevoegd of gevormd bij de bereiding van bepaalde levensmiddelen (zoals koekjes, gebak, zoute snacks en gefrituurde producten);

J.  overwegende dat de veelvuldige consumptie van industrieel geproduceerde, gedeeltelijk gehydrogeneerde plantaardige oliën in verband wordt gebracht met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (meer dan andere langetermijnfactoren), onvruchtbaarheid, endometriose, galstenen, de ziekte van Alzheimer, diabetes, obesitas en bepaalde vormen van kanker;

K.  overwegende dat de risico's in verband met de consumptie van TFA's goed in kaart gebracht zijn, aangezien de Noord-Amerikaanse suikerindustrie onderzoeksprogramma's op het vlak van lipides heeft gefinancierd om het verband aan te tonen tussen cardiovasculaire aandoeningen en vetconsumptie;

L.  overwegende dat de lidstaten alle nodige maatregelen moeten nemen om de oorzaken van obesitas aan te pakken;

M.  overwegende dat vanwege een verhoogde consumptie van TFA's het risico op aandoeningen aan de kransslagaders toeneemt (per calorie meer dan alle andere voedingsstoffen), waaraan volgens een conservatieve schatting elk jaar ongeveer 660 000 mensen in de EU overlijden, wat gelijk staat aan ongeveer 14 % van alle sterfgevallen;

N.  overwegende dat de WHO de specifieke aanbeveling doet dat de consumptie van TFA's minder dan 1 % moet vormen van de dagelijkse energie-inname(5);

O.  overwegende dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) in juni 2015 concludeerde dat gedeeltelijk gehydrogeneerde oliën niet "algemeen worden erkend als veilig" voor gebruik in voor menselijke consumptie bestemde levensmiddelen;

P.  overwegende dat de beschikbaarheid van gegevens voor de hele EU beperkt is, maar dat uit een recente studie op basis van gegevens uit negen EU-landen naar voren komt dat de gemiddelde dagelijkse consumptie van TFA's minder dan 1 % van de dagelijkse energie-inname bedraagt, maar dat er in een aantal van deze lidstaten specifieke bevolkingsgroepen waren waarbij de consumptie hoger ligt(6);

Q.  overwegende dat de analyse van de meest recente publiek beschikbare gegevens bevestigt dat in bepaalde levensmiddelen weliswaar minder TFA's aangetroffen worden, maar dat er nog altijd levensmiddelen zijn met een hoog TFA-gehalte, d.w.z. meer dan 2 gram TFA's per 100 gram vet (zoals koekjes of popcorn met 40 à 50 gram TFA's per 100 gram vet, en niet-voorverpakte voeding zoals bakkerijproducten) op bepaalde levensmiddelenmarkten in de EU;

R.  overwegende dat internationale studies aantonen dat beleidsmaatregelen om het TFA-gehalte in levensmiddelen te beperken, leiden tot een verlaging van het TFA-gehalte zonder dat het totale vetgehalte hoger wordt; overwegende dat dergelijke maatregelen haalbaar, uitvoerbaar en naar alle waarschijnlijkheid gunstig voor de volksgezondheid zijn;

S.  overwegende dat slechts één op de drie consumenten in de EU bekend is met TFA's, waaruit blijkt dat de etiketteringsmaatregelen niet effectief zijn en dat er maatregelen moeten worden genomen om bewustzijn te kweken via het onderwijs en door middel van mediacampagnes;

T.  overwegende dat in de EU-wetgeving het TFA-gehalte in levensmiddelen niet is vastgelegd, en ook de etikettering ervan niet verplicht is;

U.  overwegende dat Oostenrijk, Denemarken, Letland en Hongarije wetgeving hebben aangenomen waardoor het TFA-gehalte in levensmiddelen wordt beperkt, en dat de meeste andere lidstaten vrijwillige maatregelen hebben ingevoerd, bijvoorbeeld zelfregulering, aanbevelingen voor een gezond voedingspatroon of criteria voor de samenstelling van bepaalde traditionele producten;

V.  overwegende dat het begrijpen van de verschillen tussen soorten vet technische vaardigheden vereist die consumenten zich niet gemakkelijk eigen kunnen maken; overwegende dat etikettering in dit geval niet volstaat om de gezondheid van mensen te beschermen;

W.  overwegende dat recente studies hebben uitgewezen dat personen met een hogere sociaaleconomische status een gezonder voedingspatroon hebben dan personen met een lagere sociaaleconomische status, en dat deze kloof steeds groter wordt als gevolg van de toenemende sociale ongelijkheid; overwegende dat vanwege de bezuinigingen die de lidstaten onder druk van de Commissie hebben doorgevoerd de armoede is gestegen en het moeilijker is geworden om aan gezonde, lokaal geproduceerde levensmiddelen te komen;

X.  overwegende dat TFA's met name gebruikt worden in goedkopere levensmiddelen en dat het risico op grotere ongelijkheid op het vlak van gezondheid toeneemt, aangezien mensen met een lager inkomen gemakkelijker aan goedkopere levensmiddelen met een hoger TFA-gehalte komen;

Y.  overwegende dat de lidstaten adequate besluiten moeten nemen om de consumptie van industriële TFA's te beperken;

Z.  overwegende dat gezondheidsorganisaties, consumentenverenigingen, verenigingen van beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg en voedingsconcerns erop hebben aangedrongen(7) de hoeveelheid industriële TFA's in levensmiddelen te beperken tot een niveau dat vergelijkbaar is met het niveau dat is vastgesteld door de Deense autoriteiten (d.w.z. 2 gram TFA's per 100 gram vet);

AA.  overwegende dat de melkcrisis niet moet worden verergerd met een wetgevingsvoorstel over TFA's;

1.  wijst erop dat de problematiek rond industrieel geproduceerde TFA's een grote bron van zorg is voor het Parlement, en herhaalt zijn bezorgdheid over de risico's van armoede, en een van de gevolgen daarvan – een bovenmatig aanbod van TFA's – voor de menselijke gezondheid;

2.  wijst erop dat de VS al heeft aangekondigd dat levensmiddelenproducenten vanaf medio 2018 gedeeltelijk gehydrogeneerde oliën zullen moeten verwijderen uit producten die op de binnenlandse markt worden verkocht, gezien de conclusie uit 2015 dat transvetten niet algemeen worden erkend als veilig;

3.  merkt op dat er bewijs is dat grenswaarden voor industrieel geproduceerde TFA's snel aanzienlijke gezondheidsvoordelen kunnen opleveren;

4.  benadrukt dat de meeste EU-burgers – vooral de meest kwetsbare personen – niet de nodige kennis hebben over industrieel vervaardigde TFA's en de gezondheidsgevolgen daarvan, waardoor consumenten geen weloverwogen keuzes kunnen maken;

5.  vreest dat kwetsbare groepen, waaronder burgers met een lager onderwijsniveau en een lagere sociaaleconomische status, en kinderen, meer geneigd zijn voedsel met een hoger gehalte aan industrieel geproduceerde TFA's tot zich te nemen;

6.  onderkent dat alle bestaande strategieën voor de beperking van TFA's gekoppeld lijken te zijn aan significante beperkingen van het TFA-gehalte in levensmiddelen, en dat lidstaten het juiste niveau zelf zouden moeten kunnen bepalen, afhankelijk van hun lokale gastronomische tradities;

7.  wijst erop dat een etiketteringsbeleid voor transvetten volgens de WHO(8) waarschijnlijk de duurste maatregel is om doeltreffend ten uitvoer te leggen, terwijl in landen die een verbod op transvetten hebben ingesteld de financiële gevolgen van een dergelijk verbod minimaal zijn geweest vanwege de lage kosten van tenuitvoerlegging en monitoring;

8.  is van mening dat een verplichte vermelding van TFA's op het etiket een belangrijk maar ontoereikend middel is ten opzichte van verplichte maxima om de consumptie van TFA's onder EU-burgers te beperken, omdat consumenten zich niet bewust zijn van het negatieve effect van TFA's op de gezondheid;

9.  wijst er in dit verband verder op dat een etiketteringsstrategie voor industrieel geproduceerde TFA's alleen gevolgen heeft voor bepaalde levensmiddelen, en niet voor zuivelproducten, onverpakte levensmiddelen of levensmiddelen in restaurants;

10.  verzoekt de lidstaten voedselproducenten die zich inzetten voor de beperking van industriële TFA's in hun producten te ondersteunen en te stimuleren, en de voordelen te benadrukken van het gebruik van plaatselijke zuivelproducten als bron van lipiden;

11.  wijst in dit verband op de aankondiging door de Commissie dat zij een grondige effectbeoordeling zal uitvoeren om de kosten en baten van diverse drempelopties te evalueren, en verzoekt de Commissie specifiek rekening te houden met het effect op kmo's;

12.  verzoekt de levensmiddelenindustrie voorrang te geven aan alternatieve oplossingen waarbij de gezondheidsnormen in acht worden genomen, bijvoorbeeld het gebruik van verbeterde oliën, nieuwe procedés voor de modificering van vetten of combinaties van ingrediënten ter vervanging van TFA (vezels, cellulose, zetmeel, proteïnemengsels, enz.); verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat beleidsmaatregelen die bedoeld zijn om het TFA-gehalte van verwerkte levensmiddelen te beperken, niet aanzetten tot het gebruik van palmolie in producten, omdat dat gepaard gaat met hoge milieu- en sociale kosten in de ontwikkelingslanden:

13.  verzoekt de Commissie bovendien om de lidstaten te ondersteunen teneinde de kennis over voeding te verbeteren en consumenten te stimuleren en in staat te stellen gezondere voedselkeuzen te maken, en de dialoog aan te gaan met de industrie om een gezondere samenstelling van hun producten aan te moedigen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

(1)

PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.

(2)

Bull World Health Organ 2013;91:262–269H.

(3)

http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0010/288442/Eliminating-trans-fats-in-Europe-A-policy-brief.pdf?ua=1

(4)

http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/246109/1/9789241510608-eng.pdf

(5)

http://apps.who.int/iris/bitstream/10665/42665/1/WHO_TRS_916.pdf?ua=1 pg89, WHO/FAO technical report series 916.

(6)

Mouratidou et al. Trans Fatty acids in Europe: where do we stand? JRC Science and Policy Reports 2014 doi:10.2788/1070.

(7)

http://www.beuc.eu/publications/open_letter_industrially_produced_tfas_freeeu.pdf

(8)

"Eliminating trans fats in Europe: A policy brief", blz. 6, http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0010/288442/Eliminating-trans-fats-in-Europe-A-policy-brief.pdf

Juridische mededeling