Procedure : 2016/2956(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1161/2016

Ingediende teksten :

B8-1161/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 12
CRE 26/10/2016 - 12

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0422

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 274kWORD 73k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1159/2016
24.10.2016
PE593.587v01-00
 
B8-1161/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Noord-Irak/Mosul (2016/2956(RSP))


Enrique Guerrero Salom, Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri, Ana Gomes, Clara Eugenia Aguilera García, Nikos Androulakis, Zigmantas Balčytis, Hugues Bayet, Brando Benifei, José Blanco López, Vilija Blinkevičiūtė, Simona Bonafè, Biljana Borzan, Soledad Cabezón Ruiz, Nicola Caputo, Andrea Cozzolino, Andi Cristea, Miriam Dalli, Viorica Dăncilă, Isabella De Monte, Tanja Fajon, Jonás Fernández, Monika Flašíková Beňová, Doru-Claudian Frunzulică, Enrico Gasbarra, Michela Giuffrida, Theresa Griffin, Sergio Gutiérrez Prieto, Cătălin Sorin Ivan, Liisa Jaakonsaari, Eva Kaili, Cécile Kashetu Kyenge, Javi López, Krystyna Łybacka, Vladimír Maňka, Louis-Joseph Manscour, Costas Mavrides, Marlene Mizzi, Sorin Moisă, Alessia Maria Mosca, Victor Negrescu, Momchil Nekov, Demetris Papadakis, Emilian Pavel, Vincent Peillon, Pina Picierno, Tonino Picula, Kati Piri, Miroslav Poche, Liliana Rodrigues, Inmaculada Rodríguez-Piñero Fernández, Daciana Octavia Sârbu, Siôn Simon, Tibor Szanyi, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Paul Tang, Claudia Țapardel, Marc Tarabella, Julie Ward, Carlos Zorrinho namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Noord-Irak/Mosul (2016/2956(RSP))  
B8-1161/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van de hoge VN-commissaris voor de mensenrechten, Navi Pillay, van 16 juni 2014, waarin zij de standrechtelijke executies door ISIL veroordeelt en aangeeft van oordeel te zijn dat ISIL zich hiermee vrijwel zeker schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Irak, met name Resolutie 2299 (2016) en Resolutie 2249 (2015), waarin de VN de recente terroristische aanvallen door Da'esh veroordeelt,

–  gezien zijn resoluties van 27 februari 2014 over de situatie in Irak(1), van 18 september 2014 over de situatie in Irak en Syrië en het offensief van IS, met inbegrip van de vervolging van minderheden(2) en van 12 februari 2015 over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in verband met IS(3),

–  gezien de opmerkingen van vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger Federica Mogherini van 18 oktober 2016 naar aanleiding van de tweede samenwerkingsraad EU-Irak in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de EU en Irak,

–  gezien artikel 123, lid 2 van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het Iraakse leger, gesteund door de internationale coalitie tegen Da'esh en de Peshmerga-strijders van de Koerdische Regionale Regering (KRG) en de Hashd al-Shaabi-milities, een offensief is gestart om Mosul, de op één na grootste stad van Irak, en veel steden en dorpen in de corridor van Mosul te heroveren op Da'esh;

B.  overwegende dat door de militaire operaties om Mosul van Da'esh te bevrijden zo'n 1,5 miljoen burgers van Mosul in gevaar worden gebracht; overwegende dat volgens het Bureau van de Verenigde Naties voor de coördinatie van humanitaire zaken misschien wel een miljoen mensen op de vlucht zal moeten slaan, afhankelijk van de intensiteit en de omvang van de gevechten;

C.  overwegende dat de EU een van de grootste financiers is van de humanitaire hulp die op basis van humanitaire beginselen en behoeften beschikbaar wordt gesteld aan de mensen die in heel Irak door dit conflict getroffen worden, en actief betrokken is bij het humanitaire antwoord op de voortdurende humanitaire crisis in Mosul en Hawija, door levensreddende noodhulp te verstrekken aan de kwetsbaarste groepen;

D.  overwegende dat Mosul een multi-etnische stad was, waar een soennitisch-Arabische meerderheid zij aan zij woonde met Chaldeeërs/Syrische christenen/Assyriërs, Koerden, jezidi's, Shabakken en Kaka'i en Turkmenen (sjiitische en soennitische); overwegende dat de gebieden rondom de stad eveneens een geschiedenis hebben van etnisch-religieuze diversiteit, waarbij veel christenen woonachtig waren op de vlakte van Nineveh, veel jezidi's in het Sinjargebergte en veel Turkmeense moslims in Tal Afar;

E.  overwegende dat de wijze waarop vijandelijkheden plaatsvinden en burgers worden behandeld van fundamenteel politiek belang is voor het mogelijk maken van verzoening en ontwikkeling;

F.  overwegende dat het Europees Parlement op 4 februari 2016 heeft erkend dat "Da'esh zich schuldig maakt aan het plegen van genocide jegens christenen, jezidi's en andere religieuze en etnische minderheden die het oneens zijn met de interpretatie van de islam van Da'esh" en dat "de vervolging, wreedheden en internationale misdrijven aangemerkt kunnen worden als oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid";

G.  overwegende dat er op 18 oktober 2016 in Brussel voor de tweede maal in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst EU-Irak een samenwerkingsraad EU-Irak heeft plaatsgevonden, waarbij gesproken werd over de actuele humanitaire problemen en stabilisatie in Irak;

1.  geeft zijn volledige steun aan het offensief dat door Irak is gestart om Mosul te heroveren op Da'esh; acht deze operatie van doorslaggevend belang voor de huidige mondiale inspanningen om Da'esh definitief te verslaan; vertrouwt erop dat Irak de strijd tegen deze gemeenschappelijke vijand zal winnen en Da'esh zal verjagen uit Mosul en andere delen van het land;

2.  spreekt opnieuw zijn onverkorte steun uit voor de onafhankelijkheid, territoriale integriteit en soevereiniteit van Irak en voor het recht van het land om de stappen te nemen die nodig zijn voor het waarborgen daarvan;

3.  dringt er bij de EU, de VN en de gehele internationale gemeenschap op aan om de Iraakse regering tijdens de bevrijdingsoperaties in de verschillende regio's van Irak te blijven ondersteunen met humanitaire en militaire hulp; is ingenomen met de 50 miljoen EUR aan humanitaire steun die de EU beschikbaar heeft gesteld voor de regio Mosul;

4.  dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om samen te werken om de Iraakse autoriteiten en de autoriteiten van de regionale regering van Koerdistan in Irak te helpen bij het veilig maken en de wederopbouw van de bevrijde gebieden, zoals het Sinjargebergte, de vlakte van Nineveh en de stad Mosul, zodat vluchtelingen en binnenlands ontheemden kunnen terugkeren en zich weer kunnen vestigen;

5.  maakt zich zorgen over de recente spanningen tussen Turkije en Irak; dringt er bij Turkije op aan de territoriale integriteit en soevereiniteit van Irak volledig te eerbiedigen en geen militaire actie in Irak te ondernemen zonder dat de Iraakse regering daarmee heeft ingestemd; wijst erop dat het belangrijk is de dialoog tussen Irak en de andere landen in de regio te bevorderen om de veiligheidssituatie in het Midden-Oosten te verbeteren;

6.  benadrukt dat Da'esh een symptoom is van een veel grotere problematiek in Irak en de rest van de regio en benadrukt met name dat er dringend gewerkt moet worden aan politieke verzoening tussen de sjiieten en soennieten in Irak, met name na de bevrijding van Mosul, en in de omliggende regio; wijst op de samenhang tussen de strijd tegen Da'esh in Irak en de strijd tegen Da'esh in Syrië; is in dit verband bezorgd over berichten dat Da'esh-strijders zich van Mosul naar Syrië verplaatsen; beklemtoont dat de strijd tegen Da'esh, het Al-Nusra Front (tegenwoordig bekend als Jabhat Fateh al-Sham) en andere organisaties die door de VN-Veiligheidsraad als terroristische organisaties worden aangemerkt in zowel Irak als Syrië prioriteit moet blijven en herinnert alle partijen bij dit conflict eraan dat bescherming van burgers en eerbiediging van het internationale recht absolute prioriteit moeten krijgen;

7.  dringt er bij alle partijen op aan tijdens en na vijandelijkheden het internationaal humanitair recht te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat het evenredigheidsbeginsel, het beginsel van onderscheid en het voorzorgsbeginsel tijdens het conflict worden nageleefd; dringt er bij alle bij het conflict betrokken partijen op aan om humanitaire corridors te realiseren, teneinde burgers de kans te bieden en te helpen om aan het conflict te ontsnappen, te voorkomen dat burgers vast blijven zitten in Mosul en door Da'esh gebruikt worden als menselijk schild, burgers toegang te bieden tot een veilige plaats en humanitaire hulp, en te waarborgen dat burgers tijdens veiligheidsonderzoeken worden ondersteund en beschermd, overeenkomstig nationale en internationale normen, en er met name voor te zorgen dat familieleden niet van elkaar gescheiden worden en kinderen niet blootgesteld worden aan gevaar, en een VN-mechanisme voor toezicht door derden in het leven te roepen; dringt er met name op aan al het mogelijke te doen om ervoor te zorgen dat kinderen en hun gezinsleden niet gebombardeerd worden, dat er zo min mogelijk slachtoffers vallen en dat de civiele infrastructuur beschermd wordt, en dan met name scholen en ziekenhuizen;

8.  herinnert eraan dat voorkoming van burgerslachtoffers en de eerbiediging van het internationaal humanitair recht fundamentele voorwaarden zijn om verzoening en ontwikkeling mogelijk te maken, en de enige manier zijn waarop een einde gemaakt kan worden aan haat en verdeeldheid, en dat het belangrijk is dat het verder oplaaien van spanningen tussen gemeenschappen voorkomen wordt en dat het fundament gelegd wordt voor een stabiel en welvarend Irak;

9.  dringt er bij de militaire coalitie onder leiding van Irak op aan alle noodzakelijke maatregelen te nemen om bewijsmateriaal met betrekking tot door Da'esh gepleegde oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid te bewaren, om ervoor te zorgen dat de schuldigen ter verantwoording kunnen worden geroepen;

10.  wijst erop dat het van groot belang is dat er tijdig en op doeltreffende wijze veiligheid wordt geboden, door middel van werkelijk veilige routes waarlangs bescherming wordt gewaarborgd, onder meer door het opruimen van mijnen, en door herinvoering van de rechtsstatelijkheid en het waarborgen van basisdiensten, zoals gezondheidszorg, elektriciteit en onderwijs in de bevrijde gebieden; wijst erop dat het gevaar bestaat dat extremistische krachten weer terrein winnen als er niet gezorgd wordt voor basisdiensten en veiligheid en als een langetermijnstrategie voor de aanpak van de onderliggende oorzaken van het conflict en inspanningen ter bevordering van de sociale cohesie uitblijven; dringt daarom aan op meer samenhang tussen humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking, teneinde te waarborgen dat de humanitaire hulp bijdraagt aan de stabilisatie, weerbaarheid en ontwikkeling van Irak;

11.  onderstreept het belang van Mosul voor heel Irak en dringt erop aan dat minderheden binnen het nieuwe openbaar bestuur van Mosul vertegenwoordigd zijn; benadrukt het legitieme recht van etnische en religieuze minderheden op politieke participatie en herstel van hun eigendomsrechten; dringt aan op vreedzame co-existentie en op volledige eerbiediging van de rechten van de verschillende etnische en religieuze minderheden die van oudsher op vreedzame wijze naast elkaar in dit gebied hebben geleefd, met name in het Sinjargebergte (jezidi's), op de vlakte van Nineveh (Chaldeeën, Arameeërs, Assyriërs), in Tel Afar en in delen van de provincie Kirkuk, en dringt tevens aan op maatregelen om de veilige terugkeer van ontheemde vluchtelingen te waarborgen;

12.  dringt er bij de EU en haar lidstaten, alsmede bij de VN en hun lidstaten op aan met de nationale en regionale autoriteiten van Irak en met alle nationale of internationale belanghebbende actoren samen te werken bij het verwezenlijken van de vreedzame herintegratie in hun thuisland van de inheemse volkeren van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar, die nu binnenlands ontheemd of vluchteling zijn of elders asiel zoeken;

13.  benadrukt het belang van voortzetting van de strijd tegen de verdere verspreiding in de regio en daarbuiten van islamistisch-jihadistische ideologieën, waaronder salafistisch jihadisme dat de theologische en politieke onderbouwing vormt voor de misdaden van Da'esh, en onderstreept dat deze strijd ook na de bevrijding van Mosul moet worden voortgezet; roept de lidstaten van de EU op ervoor te pleiten dat de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Irak, Syrië, Libië en elders door militanten van Da'esh, waaronder de poging tot genocide op de jezidi's, naar het Internationaal Strafhof worden verwezen;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, de regionale regering van Koerdistan, de regering van Turkije, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de VN-Mensenrechtenraad.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0171.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0027.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.

Juridische mededeling