Procedure : 2016/2956(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1164/2016

Ingediende teksten :

B8-1164/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 12
CRE 26/10/2016 - 12

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 68k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1159/2016
24.10.2016
PE593.590v01-00
 
B8-1164/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Noord-Irak en rond Mosul (2016/2956(RSP))


Javier Couso Permuy, Ángela Vallina, Patrick Le Hyaric, Kateřina Konečná, Paloma López Bermejo, Eleonora Forenza, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Estefanía Torres Martínez, Marie-Christine Vergiat, Merja Kyllönen, Marina Albiol Guzmán namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Noord-Irak en rond Mosul (2016/2956(RSP))  
B8-1164/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Irak en Syrië, in het bijzonder zijn resolutie van 12 februari 2015 over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in de context van IS(1),

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de humanitaire situatie in Irak na de Amerikaanse invasie in 2003 steeds verder verslechterd is; overwegende dat volgens recente gegevens van de VN het geweld ertoe heeft geleid dat er nu meer dan 3,3 miljoen binnenlandse ontheemden zijn in heel Irak en dat meer dan 10 miljoen mensen humanitaire hulp nodig hebben;

B.  overwegende dat de gewapende groepering de Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) de macht heeft gegrepen in verscheidene steden in het midden en noorden van Irak, waaronder Mosul – de tweede stad van Irak met 2 miljoen inwoners – en Tikrit; overwegende dat een coalitie van Iraakse en Koerdische gewapende troepen een grootschalige militaire aanval op touw heeft gezet om Mosul te heroveren;

C.  overwegende dat de grootschalige humanitaire crisis in Irak die sinds de door de VS geleide invasie van 2003 hand over hand toeneemt door de gevechten verder is verergerd; overwegende dat volgens schattingen van de VN de aanval op Mosul ertoe kan leiden dat maar liefst 1 miljoen mensen ontheemd raken, van wie ongeveer 700 000 personen waarschijnlijk behoefte zullen hebben aan noodopvang;

D.  overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR) en de partners daarvan zich zo goed mogelijk hebben voorbereid om te kunnen voorzien in de behoeften van de mensen die ontheemd raken of anderszins getroffen worden door deze militaire operatie; overwegende dat de financiering van humanitaire hulp ernstig tekortschiet om deze situatie zorgvuldig te kunnen voorbereiden; overwegende dat er momenteel slechts voor 60 000 personen opvang beschikbaar is in kampen en noodlocaties; overwegende dat er op dit moment wordt gewerkt aan de inrichting van extra locaties met een opvangcapaciteit voor 250 000 personen; overwegende dat er een schrijnend tekort is aan drinkwater; overwegende dat er voedselrantsoenen voor slechts 220 000 gezinnen klaar staan voor distributie;

E.  overwegende dat sinds het begin van het conflict in Syrië bijna 240 000 mensen op de vlucht voor het geweld zijn uitgeweken naar Irak, vooral naar het Koerdische deel van het land;

F.  overwegende dat de regionale machthebbers en internationale spelers het conflict in Irak misbruiken door hun eigen belangen en agenda na te jagen; overwegende dat Turkije, onder het voorwendsel van de strijd tegen de zogenoemde Islamitische Staat, in Irak is opgetreden tegen de Koerden en ongeveer 2 000 troepen heeft ingezet in Noord-Irak zonder dit van tevoren af te stemmen of naar overeenstemming te streven met de Iraakse regering; overwegende dat de militaire aanwezigheid van Turkije in Irak een duidelijke schending van de nationale soevereiniteit van Irak vormt;

1.  maakt zich grote zorgen over de veiligheid van zo'n 1,5 miljoen burgers van Mosul die in gevaar zijn vanwege de militaire operaties om de stad te heroveren op ISIS;

2.  benadrukt dat in de strijd tegen ISIS de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in acht moeten worden genomen; roept alle partijen in het conflict op concrete stappen te ondernemen om te garanderen dat alle burgers beschermd worden en dat steun wordt verleend in overeenstemming met het internationaal humanitair recht en humanitaire beginselen, zo ook tijdens alle militaire campagnes; verzoekt alle betrokken partijen met klem geen militaire posities in te nemen in gebieden waar mensen wonen, en af te zien van aanvallen op civiele doelen; onderstreept dat de partijen overeenstemming moeten bereiken over humanitaire pauzes, plaatselijke staakt-het-vuren en wapenstilstanden zodat de humanitaire organisaties in alle getroffen gebieden veilig en onbelemmerd hun werk kunnen doen;

3.  roept de EU op te voorzien in meer steun voor het toegenomen aantal vluchtelingen; verzoekt de Commissie meer financiële en personele middelen ter beschikking te stellen om vluchtelingen te helpen; verwerpt de permanent ontoereikende financiering voor de werkzaamheden van de UNHCR;

4.  dringt er bij de EU op aan hulp te verlenen aan de vluchtelingen in het Koerdische gedeelte van Irak;

5.  waardeert de militaire inspanningen om ten strijde te trekken tegen terroristische groeperingen die opereren als illegale legers, en dringt er bij het Iraakse leger op aan een echte nationale strijdmacht te worden en oude sektarische gedragingen achterwege te laten aangezien die bijdragen aan de verslechtering van de situatie;

6.  benadrukt dat de beste manier om de strijd van de Iraakse bevolking tegen de gewapende groepering ISIS te steunen is om helemaal geen milities meer te financieren, en vooral om geen olie meer te kopen die afkomstig is van door ISIS beheerste olievelden en per vrachtwagen door Turkije wordt vervoerd; onderstreept dat het conflict verergerd is door de wapenhandel en wapenleveranties;

7.  pleit voor het beleggen van een internationale conferentie over Irak onder de auspiciën van de Verenigde Naties, waaraan wordt deelgenomen door de buurlanden; onderstreept dat alleen een politieke oplossing waarmee wordt ingespeeld op de angsten en belangen van alle lagen van de Iraakse samenleving een eind kan maken aan de sektarische conflicten en het geweld in het land;

8.  veroordeelt in niet mis te verstane bewoordingen de rol die de diverse interventies van het Westen de afgelopen jaren hebben gespeeld bij het aanwakkeren van de radicalisering van personen, vooral in het Midden-Oosten; wijst erop dat dergelijk beleid terrorisme niet tegengaat, maar juist in de hand werkt, en dus overboord moet worden gegooid; onderstreept dat die landen verantwoordelijkheid dragen voor de conflicten in het Midden-Oosten, en roept hen in het bijzonder op het lijden van de door het geweld getroffen bevolking te verlichten en asiel te verlenen aan vluchtelingen;

9.  veroordeelt met name de invasie van 2003 die leidde tot de ontmanteling van de nationale staat, en dringt er bij de regionale en internationale partijen op aan het VN-Handvest na te leven en zich niet te mengen in de interne aangelegenheden van andere landen;

10.  verzoekt Turkije met klem zijn troepen terug te trekken uit Iraaks grondgebied, en verzoekt alle landen dringend de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Irak te eerbiedigen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, het hoofd van de EU-delegatie in Irak, de voorzitters van de parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van vertegenwoordigers van de Republiek Irak, de secretaris-generaal van de Unie voor het Middellandse Zeegebied, en de Liga van Arabische Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.

Juridische mededeling