Procedure : 2016/2956(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1165/2016

Ingediende teksten :

B8-1165/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 12
CRE 26/10/2016 - 12

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0422

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 274kWORD 72k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1159/2016
24.10.2016
PE593.591v01-00
 
B8-1165/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Noord-Irak/Mosul (2016/2956(RSP))


Javier Nart, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Dita Charanzová, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, José Inácio Faria, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Alexander Graf Lambsdorff, Valentinas Mazuronis, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Marietje Schaake, Jasenko Selimovic, Hannu Takkula, Pavel Telička, Ramon Tremosa i Balcells, Ivo Vajgl, Johannes Cornelis van Baalen, Paavo Väyrynen, Ilhan Kyuchyuk namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Noord-Irak/Mosul (2016/2956(RSP))  
B8-1165/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

–  gezien de VN-Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie en overtuiging van 1981,

–  gezien het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 1984,

–  gezien de leidende beginselen van de Verenigde Naties van 1998 inzake ontheemding in eigen land,

–  gezien de verklaring van de hoge VN-commissaris voor de mensenrechten, Navi Pillay, van 16 juni 2014, waarin zij de standrechtelijke executies door ISIS/Da'esh veroordeelt en aangeeft van oordeel te zijn dat ISIS/Da'esh zich hiermee vrijwel zeker schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden,

–  gezien de verklaring van de vicesecretaris-generaal van de VN en de uitvoerend directeur van UN Women, Phumzile Mlambo-Ngcuka, waarin zij specifieke zorgen uit over de veiligheid van vrouwen en meisjes in Irak, met name in de door ISIS/Da’esh bezette gebieden,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Irak, met name resolutie 2299 (2016) en resolutie 2249 (2015), waarin de recente terroristische aanvallen door ISIS/Da’esh worden veroordeeld,

–  gezien resolutie 2091 (2016) over buitenlandse strijders in Syrië en Irak, die op 27 januari 2016 werd aangenomen door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa,

–  gezien zijn eerdere resoluties van 27 februari 2014 over de situatie in Irak(1), 18 september 2014 over de situatie in Irak en Syrië(2) en 12 februari 2015 over de humanitaire crisis en Irak en Syrië(3),

–  gezien de opmerkingen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Federica Mogherini, na de tweede samenwerkingsraad EU-Irak in het kader van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Irak (PSO),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de operatie om de stad Mosul van het zogenoemde IS/Da’esh te bevrijden onlangs van start is gegaan; overwegende dat het offensief tot een uiterst zorgwekkende humanitaire situatie zou kunnen leiden; overwegende dat indien de betrokken militaire actoren die tegen ISIS vechten en de internationale gemeenschap als geheel geen regeling vinden voor de onopgeloste conflicten over interne grenzen in Noord-Irak, dit de rehabilitatie van het gebied en de repatriëring van de ontheemde bevolking in de weg zou kunnen staan, wat een bedreiging vormt voor het toekomstig bestaan van kwetsbare minderheden in het gebied; overwegende dat Noord-Irak van oudsher het thuisland is geweest van etnische en religieuze minderheden, gekenmerkt door pluralisme, stabiliteit en samenwerking tussen de gemeenschappen ondanks periodes van geweld en vervolging;

B.  overwegende dat Mosul een multi-etnische stad was, waar een soennitisch-Arabische meerderheid zij aan zij woonde met Chaldeeërs/Arameeërs/Assyriërs, Koerden, jezidi’s en Turkmenen; overwegende dat omringende gebieden eveneens een geschiedenis hebben van etnisch-religieuze diversiteit, met een concentratie van christenen in de vlakte van Nineveh, jezidi’s in het Sinjargebergte en Turkmeense moslims in Tal Afar;

C.  overwegende dat het Europees Parlement op 4 februari 2016 heeft erkend “dat ISIS/Da'esh zich schuldig maakt aan het plegen van genocide jegens christenen, jezidi's en andere religieuze en etnische minderheden die het oneens zijn met de interpretatie van de islam van "ISIS/Da'esh” en “dat de vervolging, wreedheden en internationale misdrijven aangemerkt kunnen worden als oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid”;

D.  overwegende dat de Raad van Europa, het ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS, het Congres van de VS, het Britse parlement, het Australische parlement en andere naties en instellingen zich achter het Parlement geschaard hebben in de vaststelling dat de wreedheden die ISIS/Da’esh tegen religieuze en etnische minderheden in Irak heeft begaan oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide omvatten;

E.  overwegende dat volgens het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen (UNHCR) sedert 2014 ongeveer 3,3 miljoen Irakezen door oorlog ontworteld zijn en 1,5 miljoen mensen in Mosul met ontheemding worden bedreigd als onmiddellijk gevolg van de operatie om het gebied te heroveren;

F.  overwegende dat het UNHCR vijf kampen heeft geopend en klaar is om 45.000 vluchtelingen uit Mosul en omstreken op te vangen en dat de organisatie plant om in de komende weken in het totaal 11 kampen geopend te hebben, met een capaciteit van 120.000 mensen, op voorwaarde dat land kan worden gevonden in veilige gebieden weg van de frontlinies; overwegende dat het UNHCR-budget voor Mosul momenteel slechts voor iets meer dan 38 % gefinancierd is; overwegende dat financiering nodig is, niet alleen voor de initiële voorbereidingen maar ook voor de massale ontheemdingen die de hele winter lang zouden kunnen voortduren;

G.  overwegende dat de kinderen in en rond Mosul bijzonder kwetsbaar zijn en dat zij het risico lopen bij de gevechten te sterven of gewond te geraken, alsook het slachtoffer te worden van seksueel misbruik of ontvoering of te worden gerekruteerd door gewapende groepen;

H.  overwegende dat de Europese Unie een cruciale rol speelt binnen de wereldwijde coalitie tegen ISIS/Da’esh in Irak door humanitaire en stabiliseringsbijstand te leveren; overwegende dat de EU tot nu toe 134 miljoen EUR heeft verstrekt voor humanitaire hulp in Irak, waarvan 50 miljoen EUR voor Mosul;

I.  overwegende dat het Parlement onderstreept heeft dat het belangrijk is dat de internationale gemeenschap bescherming en hulp biedt, waaronder militaire bescherming en hulp, overeenkomstig het internationaal recht, aan alle mensen op wie "ISIS/Da'esh" en andere terroristische organisaties in het Midden-Oosten het gemunt hebben, zoals etnische en religieuze minderheden, en dat deze mensen een rol kunnen spelen bij toekomstige duurzame politieke oplossingen;

J.  overwegende dat de militaire operatie tegen het zogenoemde ISIS/Da'esh in Noord-Irak uitgevoerd wordt in het kader van een gezamenlijke nationale veiligheidsmissie, waarin de Iraakse veiligheidstroepen, de Peshmerga-troepen van de Koerdische regionale regering en plaatselijke veiligheidstroepen samenwerken; overwegende dat de wereldwijde coalitie steun verleent op het gebied van advies en inlichtingen en in de lucht;

K.  overwegende dat de handhaving van de identiteit en het waarborgen van de veiligheid van de gemeenschappen van Noord-Irak binnen het kader van de federale Republiek Irak de fundamentele mensenrechten, waaronder de eigendomsrechten, van de inheemse bevolking van dit gebied zouden herstellen en handhaven;

L.  overwegende dat artikel 2 van de grondwet van Irak de volledige religieuze rechten van alle personen op vrijheid van geloofsovertuiging en geloofsbeoefening waarborgt;

M.  overwegende dat in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en Irak en met name in de mensenrechtenclausule daarvan wordt benadrukt dat de politieke dialoog tussen de EU en Irak gericht moet zijn op de mensenrechten en op versterking van de democratische instellingen;

1.  veroordeelt met klem het aanhoudende geweld en de massa-executies door ISIS/Da’esh in Irak; drukt zijn diepe bezorgdheid uit over de aanhoudende berichten dat ISIS/Da’esh kinderen, ouderen, vrouwen en kwetsbare personen als schild gebruikt tegen de lopende militaire bevrijdingsoperaties die in Noord-Irak worden uitgevoerd; veroordeelt met klem de ontheemding van duizenden Irakezen, waaronder de etnische en religieuze minderheden die in Noord-Irak wonen; stelt met grote bezorgdheid vast dat ISIS/Da’esh het vizier blijft richten op christenen (Chaldeeërs/Arameeërs/Assyriërs, melkieten en Armeniërs), jezidi's, Turkmenen, sjiieten, Shabakken, Sabiërs, kaka'i en soennieten, in het kader van haar pogingen om alle etnische en religieuze minderheden in de gebieden die zij in handen heeft, uit te roeien;

2.  wijst op het belang van de bescherming van burgers tijdens de militaire operaties in en rond Mosul;

3.  erkent het recht van de regering van de Republiek Irak om haar soeverein grondgebied te verdedigen; dringt er bij de Iraakse veiligheidstroepen op aan zich aan de internationale en nationale wetgeving te houden en de Iraakse verplichtingen in het kader van internationale overeenkomsten inzake mensenrechten en fundamentele vrijheden te respecteren;

4.  verzoekt de Europese Unie, de Verenigde Naties en de gehele internationale gemeenschap steun te blijven verlenen aan de Iraakse regering met humanitaire en militaire bijstand tijdens de lopende bevrijdingsoperaties in diverse regio’s van Irak; verwelkomt de 50 miljoen EUR humanitaire steun die de Europese Unie geeft aan de regio van Mosul, waar zich een uitzonderlijke, nooit eerder geziene humanitaire ramp voltrekt;

5.  onderstreept het belang van Mosul voor heel Irak en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan dat zij zorgen voor de vertegenwoordiging van minderheden in een nieuw bestuur van Mosul; meent dat de terugkeer van vluchtelingen en interne ontheemden zal afhangen van de stabiliteit van het nieuw bestuur; benadrukt het legitieme recht van etnische en religieuze minderheden op politieke participatie en herstel van hun eigendomsrechten;

6.  dringt er bij de Iraakse regering en de Koerdische regionale regering, alsook bij de EU en haar lidstaten, de internationale gemeenschap en de internationale actoren op aan de territoriale integriteit en de veiligheid van de vlakte van Nineveh te waarborgen;

7.  vraagt met klem aan alle actoren die in de Republiek Irak tegen ISIS/Da’esh strijden dat zij werken aan duurzame en inclusieve politieke samenwerking en dialoog op lange termijn die de basis moeten vormen voor een Irak dat vrij is van radicale en extremistische bewegingen; verzoekt de EU en haar lidstaten, de wereldwijde coalitie tegen ISIS/Da'esh, de internationale gemeenschap en internationale actoren met de nationale en regionale regeringen van de Republiek Irak samen te werken aan een duurzame veiligheidsregeling in de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar;

8.  verzoekt de Europese Unie, de Verenigde Naties en de hele internationale gemeenschap met de nationale en regionale regeringen van de Republiek Irak samen te werken om toe te zien op de reïntegratie van alle Irakezen en de etnische en religieuze minderheden die ontheemd zijn; meent dat de opvang van vluchtelingen in veilige gebieden die beschermd worden door troepen onder VN-mandaat een deel van de oplossing zou kunnen zijn voor de enorme uitdaging om tijdelijke bescherming te bieden aan miljoenen mensen die op de vlucht zijn voor het conflict in Syrië en Irak;

9.  onderstreept dat de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, waaronder vrijheid van meningsuiting, persvrijheid en digitale vrijheden, moeten worden gerespecteerd; meent dat het essentieel is dat er in Irak en al zijn regio’s evenwichtige media zijn die vrede bevorderen en alle soorten radicaliserende ideologieën bestrijden na de uitroeiing van ISIS/Da’esh;

10.  vraagt alle regionale actoren dat zij hun uiterste best doen om een eind te maken aan alle activiteiten van officiële of particuliere organen die bedoeld zijn om extreme islamistische ideologieën te propageren en te verspreiden; verzoekt de EU om een regionale dialoog over de problemen in het Midden-Oosten te bevorderen en alle belanghebbende partijen, in het bijzonder Iran, Saoedi-Arabië en Turkije, daarbij te betrekken; erkent de doorslaggevende bijdrage van Iran in Irak, waardoor de opmars van ISIS/Da'esh een halt werd toegeroepen en grondgebied dat onderworpen was aan jihadistisch terrorisme, kon worden herwonnen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, de regionale regering van Koerdistan, de regering van Turkije, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de VN-Mensenrechtenraad.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0171.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0027.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.

Juridische mededeling