Procedure : 2016/2956(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1166/2016

Ingediende teksten :

B8-1166/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 12
CRE 26/10/2016 - 12

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0422

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 274kWORD 78k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1159/2016
24.10.2016
PE593.592v01-00
 
B8-1166/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Noord-Irak en Mosul (2016/2956(RSP))


Lars Adaktusson, Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Esther de Lange, György Hölvényi, Michèle Alliot-Marie, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Noord-Irak en Mosul (2016/2956(RSP))  
B8-1166/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties van 27 februari 2014 over de situatie in Irak(1), van 18 september 2014 over de situatie in Irak en Syrië en het IS-offensief, met inbegrip van de vervolging van minderheden(2), met name paragraaf 4, van 27 november 2014 over Irak: ontvoeringen en mishandeling van vrouwen(3), van 12 februari 2015 over de humanitaire crisis in Irak en Syrië, met name in verband met de IS(4), in het bijzonder paragraaf 27, van 12 maart 2015 over recente aanvallen en ontvoeringen door ISIS/Da'esh in het Midden-Oosten, met name van Assyriërs(5), in het bijzonder paragraaf 2, 5 en 8, van 12 maart 2015 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld in 2013 en het EU-beleid ter zake(6), met name paragraaf 129 en 211, van 12 maart 2015 over de prioriteiten van de EU voor de VN-Mensenrechtenraad in 2015(7), met name paragraaf 66 en 67, van 30 april 2015 over de vernieling van culturele locaties door IS/Da'esh(8), van 30 april 2015 over de vervolging van christenen over de hele wereld, naar aanleiding van de moordpartij onder studenten in Kenia door de terreurgroep Al-Shabaab(9), en van 4 februari 2016 over de systematische massamoord op religieuze minderheden door IS(10), met name paragraaf 11, 12 en 14,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 over de regionale strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging die uitgaat van ISIL/Da'esh, van 14 december 2015 over Irak, van 16 maart 2015 over de regionale strategie van de EU voor Syrië en Irak en de dreiging die uitgaat van ISIL/Da'esh, van 20 oktober 2014 over de ISIL/Da'esh-crisis in Syrië en Irak, van 30 augustus 2014 over Irak en Syrië, van 14 april 2014 en 12 oktober 2015 over Syrië, en van 15 augustus 2014 over Irak,

–  gezien onder meer de richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging; de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationaal humanitair recht; de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en meisjes en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen en meisjes; de richtsnoeren voor een EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing; de EU-richtsnoeren over kinderen en gewapende conflicten; de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind; en de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake vrijheid van meningsuiting online en offline,

–  gezien de verklaringen over Irak en Syrië van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV),

–  gezien Resolutie 2091 (2016) over buitenlandse strijders in Syrië en Irak, die op 27 januari 2016 werd aangenomen door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over Irak, met name Resolutie 2299 (2016) en Resolutie 2249 (2015), waarin de recente terroristische aanvallen door ISIS/Da'esh worden veroordeeld,

–  gezien het verslag van het VN-Comité voor de uitbanning van rassendiscriminatie van 2 oktober 2013 over het door Irak ingediende rapport; de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van het kind over het door Irak ingediende rapport van 3 maart 2015; de slotopmerkingen van het VN-Comité inzake gedwongen verdwijningen over het door Irak ingediende rapport van 13 oktober 2015; de slotopmerkingen van het VN-Comité voor de rechten van het kind over het door Irak ingediende rapport van 27 oktober 2015; en de slotopmerkingen over Irak van het VN-Mensenrechtencomité van 3 december 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de operatie voor de bevrijding van Mosul van "ISIS/Da'esh" is begonnen, en dat indien de betrokken militaire actoren die tegen "ISIS/Da'esh" vechten en de internationale gemeenschap als geheel geen oplossing vinden voor de onopgeloste conflicten over interne grenzen in Noord-Irak, dit de rehabilitatie van het gebied en de repatriëring van de ontheemde bevolking in de weg zou kunnen staan, wat een bedreiging vormt voor het toekomstig bestaan van kwetsbare minderheden in het gebied;

B.  overwegende dat de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar, alsmede de omliggende regio, van oudsher het thuisland zijn van christenen (Chaldeeën/Arameeërs/Assyriërs), jezidi's, soennitische en sjiitische Arabieren, Koerden, Shabakken, Turkmenen, Kaka'i, Sabiërs-Mandaeërs en anderen, waar zij eeuwenlang hebben geleefd in een geest van pluralisme, stabiliteit en samenwerking tussen gemeenschappen, ondanks perioden van extern geweld en vervolging, tot aan het begin van deze eeuw en de bezetting van een groot deel van de regio door "ISIS/Da'esh" in 2014;

C.  overwegende dat het aantal christenen in Irak in 2003 meer dan 1,5 miljoen bedroeg, maar tegenwoordig minder dan 200 000 tot 350 000, en dat veel van hen in armoede en onzekerheid leven;

D.  overwegende dat de aanwezigheid van christenen en andere minderheden in Irak en andere landen in het Midden-Oosten traditioneel van groot maatschappelijk belang is geweest, aangezien zij een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de politieke stabiliteit, en dat de verdwijning van deze minderheden uit de regio voor verdere destabilisering zal zorgen;

E.  overwegende dat het Europees Parlement op 4 februari 2016 heeft erkend dat "ISIS/Da'esh" zich schuldig maakt aan het plegen van genocide jegens christenen, jezidi's en andere religieuze en etnische minderheden die het oneens zijn met de interpretatie van de islam van "ISIS/Da'esh” en “dat de vervolging, wreedheden en internationale misdrijven aangemerkt kunnen worden als oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid”;

F.  overwegende dat de Raad van Europa, het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, het Congres van de Verenigde Staten, het parlement van het Verenigd Koninkrijk, het Australische parlement en andere naties en instellingen zich achter het Parlement geschaard hebben in de vaststelling dat de wreedheden die "ISIS/Da’esh" tegen religieuze en etnische minderheden in Irak heeft begaan oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide omvatten;

G.  overwegende dat het Parlement de internationale gemeenschap en haar lidstaten, waaronder de EU en haar lidstaten, heeft verzocht de voorwaarden en vooruitzichten op het gebied van veiligheid te creëren die nodig zijn om ervoor te zorgen dat alle mensen die hun thuisland hebben moeten verlaten of die onder dwang ontheemd zijn, zo snel mogelijk hun recht kunnen uitoefenen om terug te keren naar hun thuisland, zoals vastgelegd in artikel 13.2 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 12.4 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, hun huizen, grond, eigendom en bezittingen, alsmede hun kerken en religieuze en culturele sites te behouden en een veilig en waardig leven en veilige en waardige toekomst te hebben en als gelijkwaardige burgers volledig te participeren in het maatschappelijke, economische, culturele en politieke leven van hun eigen land;

H.  overwegende dat de bevrijding van Noord-Irak van "ISIS/Da'esh" kan leiden tot een hernieuwde toename van ontheemding en migratiestromen, hetgeen volgens religieuze leiders zeer wel kan leiden tot een definitief vertrek van christenen, tenzij er een gecoördineerde humanitaire inspanning plaatsvindt met medewerking van hulporganisaties op religieuze grondslag;

I.  overwegende dat het Parlement onderstreept heeft dat het belangrijk is dat de internationale gemeenschap bescherming en hulp biedt, waaronder militaire bescherming en hulp, overeenkomstig het internationaal recht, aan alle mensen op wie "ISIS/Da'esh" en andere terroristische organisaties in het Midden-Oosten het gemunt hebben, zoals etnische en religieuze minderheden, en dat deze mensen een rol moeten spelen bij toekomstige duurzame politieke oplossingen;

J.  overwegende dat het Parlement heeft beklemtoond dat er een veilig gebied moet worden gecreëerd voor de Chaldeeërs, Arameeërs en Assyriërs en alle andere groepen die gevaar lopen in de vlakte van Nineveh, een streek waar veel etnische en religieuze minderheden historisch sterk aanwezig zijn geweest en vreedzaam naast elkaar leefden;

K.  overwegende dat in Resolutie 60–/1 (2005) van de Algemene Vergadering van de VN wordt verklaard: "Het is de verantwoordelijkheid van elke afzonderlijke staat zijn bevolking te beschermen tegen volkerenmoord, oorlogsmisdaden, etnische zuiveringen en misdaden tegen de menselijkheid";

L.  overwegende dat artikel 2 van de grondwet van Irak de volledige religieuze rechten van alle personen op vrijheid van geloofsovertuiging en geloofsbeoefening waarborgt;

M.  overwegende dat artikel 125 van de grondwet van Irak de administratieve, politieke en culturele rechten en het recht op onderwijs waarborgt van de verschillende nationaliteiten, zoals Turkmenen, Chaldeeërs, Assyriërs en alle andere groepen;

N.  overwegende dat de militaire partijen doorgaan met het terugdringen van ISIL in Noord-Irak, in coördinatie met de Iraakse veiligheidstroepen, de Peshmerga-troepen van de Koerdische Regionale Regering en uit Irak afkomstige plaatselijke veiligheidstroepen in het kader van een nationale veiligheidsmissie;

O.  overwegende dat de hervestiging van de inheemse gemeenschappen van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar in hun thuisland en de economische heropleving van deze gemeenschappen op een wijze die de diverse etnische en religieuze gemeenschappen de kans biedt weer op te bloeien, bijdraagt aan de stabiliteit van Irak en de veiligheidsbelangen van de internationale gemeenschap;

P.  overwegende dat plaatselijke zelfbeschikking en het waarborgen van de veiligheid voor de gemeenschappen van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar binnen het kader van de federale Republiek Irak de fundamentele mensenrechten, waaronder de eigendomsrechten, van de inheemse bevolking van dit gebied zou herstellen en handhaven;

Q.  overwegende dat leiders van de verschillende christelijke (Chaldeeën/Arameeërs/Assyriërs) en jezidi- en Turkmeense gemeenschappen steun hebben uitgesproken voor een autonome administratieve regio die ook de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar omvat;

R.  overwegende dat de Iraakse minister-president Haider al-Abadi op 15 april 2015 verklaarde: "Zonder decentralisatie zal het land uiteenvallen. Voor mij kan decentralisatie niet ver genoeg gaan.";

1.  spreekt zijn steun uit voor de Republiek Irak en de Iraakse bevolking, door een politiek, maatschappelijk en economisch levensvatbare en duurzame provincie te erkennen in de regio's van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar, in overeenstemming met het recht op zelfbeschikking van de inheemse bevolking;

2.  benadrukt dat het recht op terugkeer naar hun thuisland van de ontheemde volkeren van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar, waarvan velen zijn ontheemd binnen Irak, een politieke prioriteit moet zijn voor de regering van Irak, met steun van de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap;

3.  benadrukt dat, na de terugkeer van de inheemse volkeren van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar naar hun thuisland, met steun van de regering van de Republiek Irak en de Koerdische regionale regering, de fundamentele mensenrechten van deze volkeren volledig moeten worden hersteld, met inbegrip van hun eigendomsrechten, die voorrang moeten hebben boven aanspraken op eigendomsrechten van anderen;

4.  benadrukt dat de inheemse gemeenschappen van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar - christenen (Chaldeeën/Arameeërs/Assyriërs), jezidi's, Turkmenen en anderen - recht hebben op veiligheid en zelfbeschikking binnen de federale structuur van de Republiek Irak;

5.  dringt er bij de Iraakse regering en de Koerdische regionale regering, alsook bij de EU en haar lidstaten, de internationale gemeenschap en internationale actoren op aan de territoriale integriteit en de veiligheid van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar te waarborgen;

6.  dringt er bij de regering van Irak en haar internationale partners op aan prioriteit te verlenen aan het vinden van vreedzame oplossingen voor conflicten betreffende de interne grenzen van de Republiek Irak;

7.  verzoekt de EU en haar lidstaten, de coalitie tegen ISIL, de internationale gemeenschap en internationale actoren met de nationale en regionale regeringen van de Republiek Irak samen te werken aan een duurzame veiligheidsregeling in de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar;

8.  dringt er bij de EU en haar lidstaten, alsmede bij de VN en hun lidstaten op aan met de nationale en regionale regeringen van de Republiek Irak en met alle nationale en internationale actoren die op dit gebied actief zijn, samen te werken bij het verwezenlijken van de vreedzame herintegratie in hun thuisland van de inheemse volkeren van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar, die nu binnenlands ontheemd of vluchteling zijn of elders asiel zoeken;

9.  dringt er bij de EU en haar lidstaten, alsmede bij de VN en hun lidstaten op aan met de nationale en regionale regeringen van de Republiek Irak, waaronder de Koerdische regionale regering, samen te werken bij het aanwijzen van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar als onbetwiste gebieden die politiek vertegenwoordigd worden door de inheemse volkeren en gemeenschappen van die regio; benadrukt dat de toekomstige bestuurlijke instanties van de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar op professionele wijze opgebouwd moeten worden en benadrukt dat de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap hiervoor specifieke training moeten bieden;

10.  moedigt de EU en haar lidstaten en de internationale gemeenschap aan de regering van Irak te ondersteunen bij de tenuitvoerlegging van het besluit om een provincie van de vlakte van Nineveh te vestigen, overeenkomstig het kabinetsbesluit van 21 januari 2014, alsmede bij de verdere decentralisering door ook provincies te vestigen in Tal Afar en Sinjar en de nieuwe provinciale overheden te ondersteunen bij het verwezenlijken van hun volledige potentieel, overeenkomstig de wettige uiting van zelfbeschikking door de inheemse volkeren;

11.  moedigt de lidstaten van de EU aan de lokale veiligheidstroepen toe te voegen aan de lijst van troepen die steun mogen ontvangen; is van mening dat plaatselijke veiligheidstroepen ook plaatselijke troepen moeten omvatten die tot taak hebben de zeer kwetsbare etnische en religieuze minderheidsgemeenschappen in de vlakte van Nineveh, Tal Afar en Sinjar en elders te beschermen tegen de dreiging van jihadistisch-salafisme; dringt er bij de lidstaten van de EU op aan de lokale veiligheidstroepen te bevoorraden met het oog op de bescherming van hun thuislanden op lange termijn;

12.  dringt er bij de Iraakse regering op aan om, met steun van de EU en haar lidstaten, materieel te verstrekken voor het opruimen van mijnen in voorheen door "ISIS/Da'esh" bezette gebieden en samen te werken met de lokale raden die de minderheden vertegenwoordigen, om te zorgen voor een goed werkende coördinatie en vertragingen te voorkomen die de terugkeer van vluchtelingen en interne ontheemden belemmeren;

13.  dringt er bij de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap op aan meer inspanningen te verrichten om de humanitaire uitdagingen aan te gaan waar de Iraakse bevolking, met name kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en kwetsbare personen, mee te maken heeft en dringt bij alle betrokkenen op aan de levering van humanitaire bijstand zonder enige belemmering mogelijk te maken; benadrukt dat tijdens de bevrijdingsoperatie op grote schaal humanitaire hulp moet worden geboden in de regio Nineveh; herinnert eraan dat het van belang is hulporganisaties op religieuze grondslag te betrekken bij gecoördineerde humanitaire actie, met name voor ontheemde etnische en religieuze minderheden;

14.  onderstreept het belang van Mosul voor heel Irak en dringt er bij de regering van Irak op aan dat zij zorgt voor de vertegenwoordiging van minderheden in een nieuw bestuur van Mosul; meent dat de terugkeer van vluchtelingen en interne ontheemden zal afhangen van de stabiliteit van het nieuwe bestuur; benadrukt het legitieme recht van minderheden op politieke participatie en herstel van hun eigendomsrechten; is van mening dat een evenwichtige vertegenwoordiging van de media in de regio van groot belang is voor de bevordering van vrede en de bestrijding van de verdere verspreiding van de jihadistisch-salafistische ideologie, nadat de bezetting van Mosul door "ISIS/Da'esh" is beëindigd; roept op tot het ondersteunen van projecten die de gematigde media bevorderen en haatzaaiende uitingen tegengaan;

15.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlands en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering en de Raad van Volksvertegenwoordigers van Irak, de regionale regering van Koerdistan en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

(1)

Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0171.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0027.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2014)0066.

(4)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0040.

(5)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0071.

(6)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0076.

(7)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0079.

(8)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0179.

(9)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0178.

(10)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0051.

Juridische mededeling