Procedure : 2016/2935(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1168/2016

Ingediende teksten :

B8-1168/2016

Debatten :

PV 26/10/2016 - 15

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0423

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 176kWORD 71k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1162/2016
24.10.2016
PE593.594v01-00
 
B8-1168/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie van journalisten in Turkije (2016/2935(RSP))


Takis Hadjigeorgiou, Marie-Christine Vergiat, Eleonora Forenza, Marisa Matias, Neoklis Sylikiotis, Patrick Le Hyaric, Barbara Spinelli, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Estefanía Torres Martínez, Ángela Vallina, Malin Björk, Paloma López Bermejo, Merja Kyllönen, Martina Michels, Sofia Sakorafa, Curzio Maltese, Dimitrios Papadimoulis, Kostadinka Kuneva, Stelios Kouloglou, Kostas Chrysogonos, Javier Couso Permuy, Marina Albiol Guzmán namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van journalisten in Turkije (2016/2935(RSP))  
B8-1168/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Turkije, in het bijzonder die in verband met de jaarlijkse voortgangsverslagen en de resolutie over vrijheid van meningsuiting in Turkije(1),

–  gezien het Commissieverslag van 2015 over Turkije (SWD(2015)0216),

–  gezien het feit dat de eerbiediging van de rechtsstaat, met inbegrip van met name de vrijheid van meningsuiting, centraal staat in het toetredingsproces,

–  gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat op 15 juli in Turkije een mislukte staatsgreep heeft plaatsgevonden waarbij meer dan 250 mensen gedood zijn en waarvan de fundamentele democratische instellingen het mikpunt waren;

B.  overwegende dat na de mislukte staatsgreep, 2 500 journalisten hun baan hebben verloren en voor tientallen medewerkers van de media arrestatiebevelen zijn uitgevaardigd;

C.  overwegende dat na de mislukte staatsgreep meer dan 140 journalisten, waaronder verslaggevers, redacteuren en leidinggevenden in de media, door de Turkse politie gearresteerd zijn op verdenking van "lidmaatschap van een terroristische organisatie";

D.  overwegende dat een aantal na 15 juli gearresteerde journalisten naderhand vrijgelaten is maar meer dan 90 journalisten nog steeds vastzitten, velen van hen zonder dat er een aanklacht tegen hen is ingediend; overwegende dat de gedetineerde journalisten het recht op toegang tot een advocaat geweigerd is en vastgehouden worden onder onmenselijke omstandigheden waarbij sprake is van bedreiging en mishandeling;

E.  overwegende dat in enkele gevallen verwanten van journalisten die zich schuilhouden of gevlucht zijn, zijn gearresteerd en hun paspoorten zijn ingenomen, met het doel de journalisten te dwingen zich over te geven;

F.  overwegende dat op grond van de noodtoestand en onder het voorwendsel dat zij verdacht worden van "collaboratie" met de Gülenbeweging, 131 mediaorganisaties, waaronder 45 nieuwsbladen, 16 televisiekanalen, 23 radiostations, 3 persbureaus, 15 tijdschriften en 29 uitgeverijen, zijn onteigend en/of gesloten;

G.  overwegende dat de Turkse autoriteiten na de mislukte staatsgreep ook pro-Koerdische mediaorganisaties hebben gesloten en pro-Koerdische journalisten hebben gearresteerd;

H.  overwegende dat na de couppoging buitenlandse journalisten gearresteerd en uitgezet zijn;

I.  overwegende dat in Turkije de vrijheid van meningsuiting vaak in het gedrang komt, met name door de willekeurige en beperkte uitleg van de wetgeving, politieke druk, ontslagen en talrijke rechtszaken tegen journalisten, wat allemaal ook tot zelfcensuur leidt; overwegende dat deze druk op de media, in het bijzonder na de couppoging, heeft geresulteerd in het tot zwijgen brengen van bijna alle mediaorganisaties met banden met de oppositie of die kritiek hebben op de regering;

J.  overwegende dat in Turkije reeds voor de mislukte staatsgreep een zeer groot aantal journalisten in afwachting van een proces gevangengehouden werd, maar dat sinds juli 2016 Turkije wereldwijd koploper is wat het opsluiten van journalisten betreft, met, volgens de Europese Federatie van Journalisten, momenteel meer dan 90 journalisten in de gevangenis;

K.  overwegende dat diverse EU-instellingen, waaronder het Europees Parlement en de Europese Raad, verscheidene malen hun bezorgdheid hebben geuit over de "bredere definitie" van terrorisme die momenteel in Turkije wordt toegepast en een toename van de repressie van tegenstanders van het regime mogelijk maakt, met name van journalisten, politieke tegenstanders en Koerden;

L.  overwegende dat een onafhankelijke rechtelijke macht een van de fundamentele pijlers vormt van de rechtstaat; overwegende dat volgens de Europese Vereniging van Rechters bijna 3 400 magistraten uit hun ambt zijn ontzet en 2 900 nog steeds in de gevangenis zitten;

M.  overwegende dat veel gevangenen geen toegang hebben tot een advocaat;

1.  veroordeelt met klem elke ongerechtvaardigde opsluiting van journalisten en elke voorlopige hechtenis op grond van politieke overwegingen dan wel ongegronde verdenking van "verheerlijking van een terroristische organisatie"; verzoekt om de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle opgesloten journalisten die zonder bewijs van individuele betrokkenheid bij het plegen van een strafbaar feit of zonder aanklacht worden vastgehouden;

2.  uit zijn ernstige bezorgdheid over de situatie in Turkije ten aanzien van de persvrijheid, en met name de vrijheid van journalisten, redacteuren en medewerkers van de media;

3.  is ervan overtuigd dat de noodtoestand en de buitensporige en ongedifferentieerde maatregelen om een zuivering door te voeren van alle personen die verdacht worden van betrokkenheid bij de couppoging van 15 juli, niet als voorwendsel gebruikt mogen worden voor het ongemotiveerde machtsmisbruik tegen burgers, journalisten en mediaorganisaties;

4.  verzoekt de Turkse regering, conform het EVRM en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM), het EU-acquis en de praktijken van de EU-lidstaten, het rechtskader inzake georganiseerde criminaliteit en terrorisme te herzien, alsmede de uitleg daarvan door de rechters, de veiligheidsdiensten en de rechtshandhavingsinstanties, om het recht op vrijheid en veiligheid, het recht op een eerlijk proces en op vrijheid van meningsuiting en het recht van vergadering en vereniging in de praktijk te garanderen.

5.  verzoekt de Turkse regering onmiddellijk alle omroepen weer te laten uitzenden en alle nodige stappen te zetten waardoor journalisten in staat worden gesteld zonder bedreiging, intimidatie, of angst gevangengezet hun berichtgevingstaak uit te voeren;

6.  veroordeelt de pogingen van de Turkse autoriteiten om buitenlandse journalisten te intimideren en uit te zetten;

7.  verzoekt de Turkse autoriteiten familieleden van onder verdenking staande journalisten niet ook te behandelen als potentiële verdachten en geen gebruik te maken van administratieve of andere sancties tegen hen, zoals in het geval van de echtgenote van de in ballingschap levende journalist Can Dündar, die gearresteerd is en van wie het paspoort in beslag is genomen, teneinde de heer Dündar te dwingen naar Turkije terug te keren;

8.  verzoekt de Turkse autoriteiten tijdens de gevangenhouding en het verhoor van onder verdenking staande journalisten rekening te houden met hun gezondheid en hun familieomstandigheden;

9.  verzoekt de Turkse autoriteiten een onafhankelijke autoriteit, die representatief is voor het journalistieke beroep, te belasten met de uitgifte van perskaarten, in plaats van het directoraat-generaal Informatie en Media dat rechtstreeks valt onder het kabinet van de Turkse eerste minister;

10.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de toestand van de rechtstaat, de democratie en de mensenrechten in Turkije; dringt er bij Turkije op aan de spanningen te verminderen die door het politieke klimaat na de mislukte staatsgreep zijn opgeroepen en waardoor een situatie ontstaat waarin de vrijheid van meningsuiting in de media en op het internet wordt beperkt; veroordeelt de gevangenzetting van bijna 3 400 magistraten en het feit dat bijna 2 900 van hen nog in de gevangenis zitten;

11.  herinnert eraan dat een vrije en pluriforme pers een cruciaal onderdeel is van elke democratie; herinnert de Turkse autoriteiten eraan dat zij in de omgang met media en journalisten uiterst voorzichtig te werk moeten gaan, omdat vrijheid van meningsuiting en vrijheid van de media centrale voorwaarden blijven voor het goede functioneren van een democratische en open samenleving;

12.  verzoekt de Turkse regering onmiddellijk te stoppen met de willekeurige onderzoeken van de internationaal bekende journalisten, auteurs en mensenrechtenactivisten die zich bij de solidariteitscampagne met het dagblad Özgür Gündem hebben aangesloten als "waarnemend redacteur"; verzoekt de regering ook om terstond hen vrij te laten die om dezelfde reden zijn gevangengezet en met name de auteur Asli Erdogan;

13.  roept de Turkse regering op de meldingen van foltering van gevangen journalisten, met name van de hoofdredacteuren van de gesloten krant Özgür Gündem, Bilir Kaya en Inan Kizilkaya, daadwerkelijk te onderzoeken;

14.  veroordeelt met klem de recente sluiting van 13 mediaorganisaties en 11 radiostations, waaronder met name IMC TV, een omroep die in haar uitzendingen de opvattingen van de oppositie verkondigt, en Zarok TV, een televisiestation dat tekenfilms voor kinderen in de Koerdische taal uitzendt; beklemtoont dat het willekeurig tot zwijgen brengen van elke stem van de oppositie onder het voorwendsel van terrorismebestrijding, de spanningen niet zal doen verminderen;

15.  veroordeelt met klem het besluit van het Franse bedrijf Eutelsat om op verzoek van de Turkse autoriteiten de uitzendingen van de in Brussel gevestigde pro-Koerdische nieuwszender MED Nûçe TV niet meer door te geven, en vraagt het bedrijf zijn besluit te herzien;

16.  verzoekt Turkije alle hervormingen door te voeren die zorgen voor adequate controlemechanismen ('checks and balances') waardoor de vrijheid, waaronder de vrijheid van denken en meningsuiting en de vrijheid van de media, de democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten volledig gewaarborgd worden;

17.  onderstreept het belang van de persvrijheid, een onafhankelijke rechterlijke macht en eerbied voor democratische waarden voor het uitbreidingsproces van de EU; benadrukt dat een aantal bepalingen van het Turkse rechtskader en de interpretatie ervan door leden van de rechterlijke macht een hinderpaal blijven vormen voor de vrijheid van meningsuiting, inclusief de mediavrijheid; herinnert eraan dat vrijheid van meningsuiting en pluriformiteit van de media essentiële Europese waarden zijn, en dat een onafhankelijke pers cruciaal is voor een democratische samenleving, aangezien zij burgers in staat stelt geïnformeerd deel te nemen aan de collectieve besluitvorming en daardoor de democratie versterkt; dringt er bij de Turkse regering in dit verband op aan prioriteit te verlenen aan het vraagstuk van de mediavrijheid en in een adequaat rechtskader te voorzien dat overeenkomstig de internationale normen pluriformiteit garandeert; dringt er voorts op aan een einde te maken aan de druk op en intimidatie van kritische mediaorganisaties en journalisten;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van Turkije.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0228.

Juridische mededeling