Procedure : 2016/2934(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1234/2016

Ingediende teksten :

B8-1234/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.13
CRE 24/11/2016 - 8.13
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0456

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 266kWORD 66k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1232/2016
16.11.2016
PE593.665v01-00
 
B8-1234/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Belarus (2016/2934(RSP))


Bogdan Andrzej Zdrojewski, Jacek Saryusz-Wolski, Sandra Kalniete, Cristian Dan Preda, Elmar Brok, Jerzy Buzek, Michael Gahler, Arnaud Danjean, David McAllister, Tunne Kelam, Algirdas Saudargas, Jaromír Štětina, Lorenzo Cesa, Lars Adaktusson, Eduard Kukan, Alojz Peterle, Dubravka Šuica, Andrzej Grzyb, Laima Liucija Andrikienė, Andrey Kovatchev, Traian Ungureanu, Fernando Ruas, Julia Pitera, Barbara Kudrycka, Daniel Caspary, Agnieszka Kozłowska-Rajewicz namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Belarus (2016/2934(RSP))  
B8-1234/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties en aanbevelingen over Belarus,

–  gezien de op 11 september 2016 gehouden parlementsverkiezingen en de op 11 oktober 2015 gehouden presidentsverkiezingen,

–  gezien de verklaring van de voorzitter van zijn Delegatie voor de betrekkingen met Belarus van 13 september 2016 over de recente parlementsverkiezingen in Belarus,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden van 12 september 2016 over de parlementsverkiezingen in Belarus,

–  gezien de voorlopige verklaring van de OVSE/ODIHR, de Parlementaire Vergadering van de OVSE en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (PACE) van 12 september 2016 over de parlementsverkiezingen in Belarus,

–  gezien de conclusies van de Raad over Belarus, met name die van 16 februari 2016 waarmee de sancties tegen 170 individuen en drie Belarussische bedrijven worden opgeheven;

–  gezien de verklaring van de Europese Volkspartij van 15 september 2016 over de recente verkiezingen in Belarus,

–  gezien de verklaring van de woordvoerder van het Amerikaanse Ministerie van Buitenlandse Zaken van 12 september 2016 over de parlementsverkiezingen in Belarus,

–  gezien het eindverslag van de OVSE van 28 januari 2016 over de presidentsverkiezingen in Belarus van 11 oktober 2015,

–  gezien de talrijke verklaringen van de Belarussische autoriteiten volgens welke een aantal van de aanbevelingen van de OVSE/ODIHR naar aanleiding van de presidentsverkiezingen van 2015 vóór de parlementsverkiezingen van 2016 ten uitvoer zou worden gelegd,

–  gezien het feit dat de Belarussische autoriteiten op 22 augustus 2015 zes politieke gevangenen hebben vrijgelaten, en de daaropvolgende verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, en de commissaris voor nabuurschapsbeleid en uitbreidingsonderhandelingen, Johannes Hahn, over de vrijlating van politieke gevangenen in Belarus op 22 augustus 2015,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de OVSE/ODIHR in haar eindverslag over de presidentsverkiezingen in Belarus van 2015 in samenwerking met de Commissie van Venetië van de Raad van Europa een aantal aanbevelingen heeft opgesteld die Belarus vóór de parlementsverkiezingen van 2016 ten uitvoer moest leggen;

B.  overwegende dat de Belarussische autoriteiten, teneinde betere betrekkingen met het Westen op te bouwen, het democratische oppositiepartijen gemakkelijker hebben gemaakt om zich te registreren dan bij eerdere verkiezingen, en buitenlandse waarnemers betere toegang tot de telling van de stemmen hebben verschaft;

C.  overwegende dat volgens de beoordeling door de OVSE/ODIHR de parlementsverkiezingen van 2016 efficiënt waren georganiseerd, maar dat er nog steeds sprake is van een aantal sinds lange tijd bestaande systemische tekortkomingen, met inbegrip van beperkingen in het rechtskader voor politieke rechten en fundamentele vrijheden; overwegende dat er bij het tellen en het tabuleren sprake was van een aanzienlijk aantal procedurele onregelmatigheden en een gebrek aan transparantie;

D.  overwegende dat er voor het eerst in twintig jaar een democratische oppositie vertegenwoordigd zal zijn in het Belarussische parlement;

E.  overwegende dat er sinds 1994 in Belarus geen vrije en eerlijke verkiezingen zijn gehouden overeenkomstig een kieswet die aan de internationaal erkende OVSE/ODIHR-normen voldoet;

F.  overwegende dat de EU de meeste van haar beperkende maatregelen tegen Belarussische ambtenaren en rechtspersonen in februari 2016 heeft opgeheven, als een gebaar van goede wil om Belarus aan te moedigen om de stand van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in het land te verbeteren; overwegende dat de Raad in zijn conclusies over Belarus van 15 februari 2016 heeft benadrukt dat de samenwerking tussen de EU en Belarus moet worden versterkt op een aantal gebieden op het vlak van economie, handel en hulpverlening, waardoor het mogelijk is geworden voor Belarus om EIB- en EBWO-financiering aan te vragen; overwegende dat er enige zichtbare inspanningen zijn waargenomen om bepaalde langlopende problemen vóór de verkiezingen van 2016 aan te pakken, maar dat tegelijkertijd vele problemen in verband met het juridische en procedurele verkiezingskader nog altijd voortbestaan;

G.  overwegende dat de laatste verkiezingen volgens de twee Belarussische verkiezingswaarnemingsgroepen, Human Rights Defenders for Free Elections (HRD) en Right to Choose-2016 (R2C), niet voldeden aan een aantal belangrijke internationale normen en geen geloofwaardige uiting waren van de wil van de Belarussische burgers;

H.  overwegende dat de Belarussische waarnemingsgroepen tijdens de vijfdaagse periode voor vervroegd stemmen (6-10 september) en op de dag van de verkiezingen (11 september) concreet bewijs hebben gevonden voor massale inspanningen in het hele land om de opkomstcijfers op te krikken;

I.  overwegende dat de centrumrechtse Belarussische oppositiekrachten op 18 november 2015 voor het eerst een gemeenschappelijke samenwerkingsovereenkomst hebben gepresenteerd om bij de parlementsverkiezingen van 2016 met één stem te spreken;

J.  overwegende dat de Delegatie van het Parlement voor de betrekkingen met Belarus op 18 en 19 juni 2015 voor het eerst sinds 2002 een bezoek aan Minsk heeft gebracht; overwegende dat het Parlement momenteel geen officiële betrekkingen met het Belarussische parlement onderhoudt;

K.  overwegende dat Belarus een constructieve rol heeft gespeeld bij de totstandbrenging van de wapenstilstand in Oekraïne;

L.  overwegende dat de Russische agressie in Oekraïne en de illegale annexatie van de Krim door Rusland in de Belarussische maatschappij de vrees heeft aangewakkerd voor destabilisering van de interne situatie in geval van een machtswisseling;

M.  overwegende dat Belarus als enige land in Europa de doodstraf nog uitvoert; overwegende dat het Belarussische Hooggerechtshof op 4 oktober 2016 Siarhei Vostrykau ter dood heeft veroordeeld; overwegende dat het Belarussische Hooggerechtshof hiermee voor de vierde keer in 2016 een doodvonnis heeft bekrachtigd;

N.  overwegende dat een aanzienlijke verbetering van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media, de eerbiediging van de politieke rechten van gewone burgers en oppositie-activisten en de volledige eerbiediging van de rechtsstaat en de grondrechten de randvoorwaarden zijn voor betere betrekkingen tussen de EU en Belarus; overwegende dat de Europese Unie zich onverminderd inzet voor de verdediging van de mensenrechten in Belarus, waaronder de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van de media;

O.  overwegende dat er volgens het verslag van de speciale VN-rapporteur over de mensenrechtensituatie in Belarus van 21 april 2016, ondanks een merkbare intensivering van de contacten tussen Belarus, de EU en de Verenigde Staten, nog steeds mensenrechtenschendingen voorkomen en van significante veranderingen geen sprake is;

P.  overwegende dat mensenrechtenorganisaties hebben gewezen op nieuwe methoden om de oppositie te intimideren;

Q.  overwegende dat de deelneming van Belarus aan het Oostelijk Partnerschap en zijn parlementaire tak Euronest mede tot doel heeft de samenwerking tussen het land en de EU te versterken;

1.  blijft zich ernstig zorgen maken over de tekortkomingen die onafhankelijke internationale waarnemers hebben vastgesteld tijdens de presidentsverkiezingen van 2015 en de parlementsverkiezingen van 2016; erkent de pogingen om vooruitgang te boeken, die nog ontoereikend is; wijst erop dat de oppositie twee vertegenwoordigers afvaardigt naar het onlangs gekozen parlement; meent echter dat dit niet het resultaat is van de verkiezingsuitslag, maar eerder een politieke benoeming; merkt op dat de behandeling van de toekomstige wetgevingsvoorstellen van deze parlementsleden als een lakmoesproef zal dienen voor de politieke bedoelingen van de autoriteiten die aan hun benoeming ten grondslag liggen;

2.  verzoekt de Belarussische autoriteiten onverwijld weer werk te maken van een alomvattende hervorming van het kiesstelsel in het kader van het bredere democratiseringsproces en in samenwerking met internationale partners; benadrukt dat de aanbevelingen van de OVSE/ODIHR tijdig vóór de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018 ten uitvoer moeten worden gelegd; benadrukt dat dit van essentieel belang is om de gewenste vooruitgang te boeken in de betrekkingen tussen de EU en Belarus;

3.  herhaalt zijn verzoek aan de Belarussische autoriteiten om onder alle omstandigheden te zorgen voor de eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, overeenkomstig de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de internationale en regionale mensenrechteninstrumenten die Belarus heeft geratificeerd;

4.  verzoekt de Belarussische regering de vrijgelaten politieke gevangenen te rehabiliteren en hun politieke en burgerrechten terug te geven;

5.  maakt zich zorgen over het feit dat er sinds 2000 geen nieuwe politieke partijen in Belarus zijn geregistreerd; verzoekt in dit verband om een minder restrictieve aanpak; benadrukt dat alle politieke partijen onbeperkt politieke activiteiten moeten kunnen uitoefenen, met name tijdens een verkiezingscampagne;

6.  dringt er bij Belarus op aan zich, als enige land in Europa dat de doodstraf nog steeds toepast, achter een wereldwijd moratorium op de toepassing van de doodstraf te scharen, bij wijze van eerste stap naar definitieve afschaffing van de doodstraf; wijst er nogmaals op dat de doodstraf onmenselijk en onterend is, geen bewezen afschrikkend effect heeft en gerechtelijke fouten onomkeerbaar maakt;

7.  verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie op zoek te gaan naar nieuwe manieren om organisaties van het maatschappelijk middenveld in Belarus te steunen; benadrukt, in dit verband, de noodzaak om alle onafhankelijke nieuwsbronnen voor de Belarussische maatschappij te steunen, met inbegrip van media die in de Belarussische taal uitzenden en media die vanuit het buitenland uitzenden;

8.  wijst op de start, in januari 2014, van de onderhandelingen over een soepelere visumregeling om de interpersoonlijke contacten te verbeteren en de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld te bevorderen; benadrukt dat de Commissie en de EDEO de nodige maatregelen moeten treffen om in dit verband sneller vooruitgang te boeken;

9.  steunt de EU in haar beleid van "kritische betrokkenheid" ten opzichte van de Belarussische autoriteiten en spreekt tevens zijn bereidheid uit om daaraan via zijn Delegatie voor de betrekkingen met Belarus een bijdrage te leveren; verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de wetgevingsinitiatieven en toezicht te houden op de tenuitvoerlegging ervan;

10.  dringt aan op een intensievere samenwerking en meer transparantie inzake de bouw van de kerncentrale in Ostrovets, die gevolgen zal hebben voor haar Europese nabuurschap; benadrukt de noodzaak van breed internationaal toezicht op de tenuitvoerlegging van dit project, teneinde te waarborgen dat het in overeenstemming is met de internationale vereisten en normen inzake nucleaire en milieuveiligheid;

11.  wijst nogmaals op zijn toezegging om zich in te zetten voor de Belarussische bevolking, ondersteuning te bieden aan haar pro-democratische ambities en initiatieven en een bijdrage te leveren aan een stabiele, democratische en voorspoedige toekomst voor het land;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de Commissie, de lidstaten, de OVSE/ODIHR, de Raad van Europa alsmede de Belarussische autoriteiten.

Juridische mededeling