Procedure : 2016/2993(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1278/2016

Ingediende teksten :

B8-1278/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0450

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 264kWORD 67k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1276/2016
22.11.2016
PE593.712v01-00
 
B8-1278/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))


Takis Hadjigeorgiou, Marie-Christine Vergiat, Merja Kyllönen, Patrick Le Hyaric, Neoklis Sylikiotis, Malin Björk, Marisa Matias, Martina Michels, Cornelia Ernst, Helmut Scholz, Ángela Vallina, Marina Albiol Guzmán, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Kostas Chrysogonos, Barbara Spinelli, Josu Juaristi Abaunz, Thomas Händel, Eleonora Forenza, Anne-Marie Mineur, Dennis de Jong, Jaromír Kohlíček, Kateřina Konečná, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Estefanía Torres Martínez, Xabier Benito Ziluaga namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))  
B8-1278/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Turkije, in het bijzonder die in verband met de jaarlijkse voortgangsverslagen, de resolutie van 15 januari 2015 over vrijheid van meningsuiting in Turkije(1) en de resolutie van 27 oktober 2016 over de situatie van journalisten in Turkije(2),

–  gezien de conclusies van de Raad van 18 juli 2016 over Turkije,

–  gezien de verklaringen van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa,

–  gezien het voortgangsverslag 2016 van de Commissie over Turkije (SWD(2016)0366),

–  gezien het feit dat de eerbiediging van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, centraal staat in het toetredingsproces,

–  gezien de verklaring van 26 juli 2016 van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa over maatregelen die zijn genomen in het kader van de noodtoestand in Turkije,

–  gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,

–  gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1996,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en het Europees Parlement de mislukte militaire coup in Turkije krachtig hebben veroordeeld;

B.  overwegende dat Turkije nog altijd kandidaat voor het EU‑lidmaatschap is; overwegende dat de repressieve maatregelen in het kader van de noodtoestand onaanvaardbaar zijn voor een kandidaat-lidstaat, een schending vormen van de EU‑grondbeginselen van democratische waarden, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en in strijd zijn met het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;

C.  overwegende dat de covoorzitters van de HDP-partij en acht andere parlementsleden van die partij op 4 november 2016 door de Turkse politie zijn gearresteerd, nadat hun immuniteit werd opgeheven in het kader van een op 20 mei 2016 aangenomen wet;

D.  overwegende dat de autoriteiten sinds de staatsgreep tien leden van de Turkse Grote Nationale Vergadering en zo'n 150 journalisten hebben gearresteerd – het grootste aantal arrestaties wereldwijd in een soortgelijke situatie – terwijl 40 000 mensen zijn aangehouden en er meer dan 31 000 zich nog in hechtenis bevinden, en dat 129 000 ambtenaren ofwel geschorst blijven (66 000) ofwel zijn ontslagen (63 000), in de meeste gevallen tot dusver zonder aanklacht; overwegende dat deze arrestaties een enorme aanslag vormen op de politieke vrijheden en democratie in Turkije;

E.  overwegende dat de rechtsstaat en de grondrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting, tot de essentiële waarden van de EU behoren, en dat Turkije in het kader van zijn kandidatuur voor EU‑lidmaatschap en de onderhandelingen hierover alsook op grond van zijn volwaardig lidmaatschap van de Raad van Europa formeel verplicht is deze waarden te respecteren;

F.  overwegende dat 53 democratisch gekozen coburgemeesters zijn ontslagen en er 39 zijn gearresteerd, en dat de regering in 34 gemeenten bewindvoerders heeft aangesteld;

G.  overwegende dat deze aanhoudende onderdrukking door de Turkse regering een nietigverklaring van de democratische wil van miljoenen kiezers inhoudt en de reeds zwakke dynamiek van de lokale democratie in het land ondermijnt; overwegende dat de Turkse autoriteiten na de mislukte staatsgreep ook pro‑Koerdische mediaorganisaties hebben gesloten en pro‑Koerdische journalisten hebben gearresteerd;

H.  overwegende dat diverse Europese organen, waaronder de Raad van Europa en het Europees Parlement, verscheidene malen hun bezorgdheid hebben geuit over de "bredere definitie" van terrorisme die momenteel in Turkije wordt toegepast en waarmee de weg wordt opengezet voor een toename van de onderdrukking van rechterlijke ambtenaren en tegenstanders van het regime, met name journalisten, mensenrechtenverdedigers, politieke tegenstanders en minderheden, in het bijzonder Koerden;

I.  overwegende dat een onafhankelijke rechterlijke macht een fundamentele pijler vormt van de rechtsstaat; overwegende dat volgens de Europese Vereniging van Rechters bijna 3 400 rechterlijke ambtenaren uit hun ambt zijn ontzet en 2 900 nog steeds in de gevangenis zitten;

J.  overwegende dat Turkije nog niet voldoet aan de vastgestelde criteria voor visumliberalisering;

K.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in Turkije volgens informatieverslagen van Human Rights Watch ernstig is verslechterd, en er sinds de mislukte staatsgreep minstens 13 gevallen van foltering zijn vastgesteld; overwegende dat het verbod op foltering een algemeen beginsel van het internationaal recht vormt en niet kan worden opgeschort;

L.  overwegende dat in lid 5 van het onderhandelingskader voor toetredingsonderhandelingen met Turkije wordt bepaald dat de Commissie in geval van een ernstige en voortdurende schending van de beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten, fundamentele vrijheden en de rechtsstaat zal aanbevelen dat de onderhandelingen worden opgeschort en de voorwaarden zal voorstellen waaronder zij kunnen worden hervat; overwegende dat Turkije niet meer voldoet aan de criteria van Kopenhagen, aangezien het land de waarden van artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie niet eerbiedigt; overwegende dat een tijdelijke stopzetting van de onderhandelingen zou betekenen dat de huidige besprekingen worden bevroren, dat er geen nieuwe hoofdstukken worden geopend en dat er geen nieuwe initiatieven worden genomen met betrekking tot de toetreding van Turkije tot de EU;

1.  is sterk gekant tegen alle repressieve maatregelen die na de mislukte staatsgreep in juli zijn genomen, met inbegrip van de opsluiting van duizenden mensen, onder wie parlementsleden van de HDP-partij, burgemeesters, partijfunctionarissen, journalisten en academici, alsook tegen elke voorlopige hechtenis op grond van politieke overwegingen dan wel ongegronde verdenking van "verheerlijking van een terroristische organisatie"; verzoekt om de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle politieke gevangenen, met inbegrip van politici, journalisten en academici, die zonder bewijs van individuele betrokkenheid bij het plegen van een strafbaar feit of zonder aanklacht worden vastgehouden;

2.  spreekt zijn diepe afkeuring uit over het feit dat de covoorzitters van de HDP-partij en acht andere parlementsleden van die partij onlangs door de Turkse politie zijn gearresteerd, nadat hun immuniteit in het kader van een op 20 mei 2016 aangenomen wet werd opgeheven;

3.  verzoekt de EU en haar staatshoofden en regeringsleiders de verklaring EU‑Turkije in te trekken door een eind te maken aan de overeenkomst; verzoekt de Commissie de procedure voor het bevriezen van de toetredingsonderhandelingen in te leiden en pas weer te overwegen deze te hervatten nadat de rechtsstaat is hersteld, alsook om maatregelen tegen de Turkse autoriteiten te overwegen;

4.  vraagt de Commissie zich te buigen over de gevolgen die zouden voortvloeien uit de opschorting van de financiering aan Turkije in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), en daarbij eveneens rekening te houden met de gevolgen van dit besluit voor het maatschappelijk middenveld van het land; dringt aan op de stopzetting van de modernisering van de douane-unie;

5.  spreekt zijn ernstige zorg uit wat de rechtsstaat, democratie en mensenrechten in Turkije betreft; dringt er bij Turkije op aan het gespannen politieke klimaat dat na de mislukte staatsgreep is ontstaan en waarin de vrijheid van meningsuiting in de media en op internet wordt beperkt, te temperen;

6.  benadrukt dat de Turkse regering het rechtskader voor georganiseerde misdaad en terrorisme moet herzien en in overeenstemming moet brengen met het internationaal en Europees recht, om de grondrechten en de fundamentele vrijheden – met name het recht op een eerlijk proces en op de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering – te garanderen;

7.  roept op tot eerbiediging van het internationaal recht in de omgang met alle migranten, en met name vluchtelingen; betreurt dat Turkije de vluchtelingenkwestie inzet als instrument bij de onderhandelingen met de EU, en verzoekt alle partijen toe te zien op de volledige eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal recht ten aanzien van vluchtelingen;

8.  verzoekt de Turkse regering de mensenrechten van alle mensen die in Turkije wonen en werken, ook degenen die internationale bescherming behoeven, te herstellen; hekelt de aankondiging dat de doodstraf in Turkije zal worden hersteld; spreekt zijn krachtige afkeuring uit over alle vormen van geweld in gevangenissen, en met name over het stijgende aantal gevallen van foltering van gevangenen;

9.  veroordeelt de op 17 november 2016 voorgestelde parlementaire motie die erop gericht is de huidige wetgeving inzake kindermisbruik dusdanig aan te passen dat mannen die zich schuldig hebben gemaakt aan het seksueel misbruik van minderjarigen vervolging en veroordeling kunnen vermijden door met hun slachtoffer te trouwen; veroordeelt de verklaring van president Erdogan dat hij gevangenen die vastzitten voor verkrachting zal vrijlaten om ruimte te maken in de gevangenissen;

10.  verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger actie te ondernemen om de eerbiediging van de democratie en de mensenrechten in Turkije te waarborgen;

11.  verzoekt zijn Voorzitter een uit verschillende fracties samengestelde delegatie naar Turkije te sturen om de situatie te volgen, en om deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van Turkije.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2015)0014.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0423.

Juridische mededeling