Procedure : 2016/2993(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1279/2016

Ingediende teksten :

B8-1279/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 258kWORD 64k
22.11.2016
PE593.713v01-00
 
B8-1279/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))


Marine Le Pen, Marcel de Graaff, Harald Vilimsky, Mireille D’Ornano, Edouard Ferrand, Mario Borghezio, Gerolf Annemans, Janice Atkinson, Marcus Pretzell, Jean-Luc Schaffhauser, Laurenţiu Rebega, Michał Marusik, Matteo Salvini namens de ENF-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))  
B8-1279/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van dinsdag 22 november 2016 over de betrekkingen tussen de EU en Turkije,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de situatie op het gebied van de democratie en de mensenrechten in Turkije sinds het begin van de toetredingsonderhandelingen in 2005 aanzienlijk is verslechterd;

B.  overwegende dat de Turkse regering de noodtoestand en de mislukte staatsgreep van 15 juli 2016 aangrijpt om de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van de media en de democratische rechten in het algemeen drastisch in te perken;

C.  overwegende dat volgens Verslaggevers zonder grenzen tijdens de eerste zes weken van de noodtoestand 89 journalisten zijn gearresteerd, 104 mediakanalen het zwijgen is opgelegd, waardoor meer dan 2 300 journalisten hun baan zijn verloren, en de persaccreditatie van ten minste 330 journalisten is ingetrokken; overwegende dat ontelbare andere journalisten momenteel in voorarrest zitten, zonder aanklacht vastgehouden en vrijgelaten zijn, of nog niet gevangengenomen zijn terwijl voor hen wel een arrestatiebevel is uitgevaardigd;

D.  overwegende dat ook al vóór de mislukte staatsgreep en de daaropvolgende noodtoestand de persvrijheid systematisch werd geschonden, met als meest geruchtmakende zaken het in mei 2015 tegen de krant Cumhuriyet ingestelde onderzoek naar terrorisme en spionage wegens het posten van een video en nieuwsverslagen waarin met wapens voor jihadisten in Syrië volgeladen trucks getoond werden, de arrestatie in november van Can Dündar, redacteur, en Erdem Gül, journalist van genoemde krant, de inval van de politie bij de tv-zenders en kranten van de mediagroep Ipek en het ontslaan van journalisten van deze groep in oktober 2015, en de overname door de regering van de krant Zaman in maart 2016;

E.  overwegende dat ook burgers van Europese landen, zoals de Duitse satiricus Jan Böhmermann en de Nederlandse journaliste Ebru Umar, gevolgen hebben ondervonden van de schendingen van de mediavrijheid in Turkije;

F.  overwegende dat momenteel duizenden websites in Turkije geblokkeerd zijn; overwegende dat de Turkse autoriteiten volgens Human Rights Watch in het eerste half jaar van 2015 verantwoordelijk waren voor bijna drie kwart van de wereldwijd ingediende verzoeken aan Twitter tot het verwijderen van tweets en het blokkeren van accounts;

G.  overwegende dat Selahattin Demirtaş en Figen Yüksekdağ, de leiders van de oppositiepartij HDP, samen met tien andere parlementsleden gearresteerd zijn;

H.  overwegende dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de scheiding der machten door de arrestatie en het ontslag van duizenden rechters en openbaar aanklagers ernstig zijn aangetast;

I.  overwegende dat Turkije weigert om erover na te denken een einde te maken aan de illegale militaire bezetting van het noordelijk deel van Cyprus die al sinds 1974 voortduurt; overwegende dat Turkije weigert de Republiek Cyprus te erkennen en aan zijn verplichtingen uit hoofde van het protocol van Ankara te voldoen;

J.  overwegende dat religieuze minderheden stelselmatig worden vervolgd of gediscrimineerd;

K.  overwegende dat de Turkse regering het besluit heeft genomen om de beslissingsbevoegdheid inzake de benoeming van rectores magnifici aan openbare en particuliere universiteiten aan de premier te delegeren;

L.  overwegende dat de Turkse regering hulp en wapens heeft verstrekt aan jihadistische groepen in Syrië en dat nog altijd doet;

M.  overwegende dat de Turkse regering het dreigement heeft geuit drie miljoen migranten naar de EU te laten reizen en hiermee visumvrijstelling voor Turkse burgers wil afdwingen;

N.  overwegende dat Turkije in de periode 2005-2016 in totaal bijna 10 miljard EUR heeft ontvangen in de vorm van pretoetredingssteun;

O.  overwegende dat uit talrijke opiniepeilingen in de meeste lidstaten blijkt dat een zeer grote meerderheid tegen toetreding van Turkije tot de EU is;

1.  verzoekt de Raad om de onderhandelingen over de toetreding van Turkije tot de EU te staken;

2.  dringt bij de Raad aan op onmiddellijke stopzetting van alle betalingen aan Turkije in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun;

3.  verzoekt de lidstaten om in de toekomst zelf invulling te geven aan hun betrekkingen met Turkije;

4.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten, alsmede de regering van Turkije.

Juridische mededeling