Procedure : 2016/2993(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1282/2016

Ingediende teksten :

B8-1282/2016

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/11/2016 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0450

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 165kWORD 65k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1276/2016
22.11.2016
PE593.716v01-00
 
B8-1282/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))


Cristian Dan Preda, Renate Sommer, Elmar Brok namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de betrekkingen tussen de EU en Turkije (2016/2993(RSP))  
B8-1282/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Turkije, met name die van 27 oktober 2016 over de situatie van journalisten in Turkije(1),

–  gezien het onderhandelingskader voor Turkije van 3 oktober 2005,

–  gezien het verslag Turkije 2016 van 9 november 2016 (SWD(2016)0366),

–  gezien Verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 tot vaststelling van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II)(2),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en het Europees Parlement de mislukte militaire staatsgreep in Turkije krachtig hebben veroordeeld en dat zij de legitieme bevoegdheid van de Turkse autoriteiten hebben erkend om de personen die voor deze poging verantwoordelijk zijn en die erbij betrokken waren, te vervolgen;

B.  overwegende dat de repressieve maatregelen van de Turkse autoriteiten tegen oppositiepartijen, inclusief de arrestatie van oppositieleiders en leden van het Turkse parlement, journalisten en anderen, disproportioneel zijn en ingaan tegen de interne Turkse wetgeving, met schending van de engagementen van een lidstaat van de Raad van Europa en tegen het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;

C.  overwegende dat president Erdoğan en leden van de Turkse regering herhaaldelijk verklaringen over de herinvoering van de doodstraf hebben afgelegd;

D.  overwegende dat er ernstige bezorgdheid bestaat over de voorwaarden voor personen die na de staatsgreep gearresteerd en opgesloten zijn, over het ontslag op grote schaal van overheidsambtenaren en over de ernstige beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de in Turkije geldende beperkingen voor de pers en de media;

E.  overwegende dat in paragraaf 5 van het onderhandelingskader voor Turkije wordt bepaald dat in geval van een ernstige en voortdurende schending van de principes van vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten, fundamentele vrijheden en de rechtsstaat, waar de Unie op stoelt, de Commissie op eigen initiatief of op verzoek van een-derde van de lidstaten zal aanbevelen dat de onderhandelingen worden opgeschort en de voorwaarden zal voorstellen waaronder zij kunnen worden hervat;

1.  veroordeelt met klem de disproportionele repressieve maatregelen die sinds de – eveneens door het Parlement veroordeelde – mislukte militaire staatsgreep in juli 2016 in Turkije worden genomen; vraagt de Commissie en de lidstaten de lopende onderhandelingen met Turkije – in ieder geval in de huidige omstandigheden – tijdelijk op te schorten;

2.  wijst erop dat verdieping van de douane-unie belangrijk is voor Turkije; beklemtoont dat het opschorten van de verdieping van de douane-unie ernstige economische gevolgen voor dat land heeft;

3.  beklemtoont dat de herinvoering van de doodstraf tot beëindiging van de onderhandelingen zou leiden;

4.  onderkent de moeilijke veiligheidssituatie in Turkije, met interne en externe bedreigingen voor de stabiliteit van het land, maar herhaalt dat dit geen rechtvaardiging kan zijn voor politiek gemotiveerde arrestaties van onschuldige personen, waaronder buitenlanders;

5.  wijst erop dat Turkije tot nu toe niet voldoet aan 7 van de 72 benchmarks van de routekaart voor visumliberalisering, en dat sommige daarvan erg belangrijk zijn;

6.  vraagt de Commissie duidelijke voorwaarden vast te stellen voor de hervatting van de onderhandelingen, met inachtneming van de criteria van Kopenhagen en de verplichtingen van Turkije als lid van de Raad van Europa;

7.  vraagt de Commissie te overwegen de financiering in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) tijdelijk op te schorten; onderstreept dat een deel van de IPA‑financiering voor steun voor de vluchtelingen en migranten in Turkije zou kunnen worden gebruikt;

8.  moedigt de Commissie, de Raad van Europa en de Commissie van Venetië ertoe aan om de Turkse autoriteiten bijkomende justitiële steun te verlenen, teneinde behoorlijke gerechtelijke procedures en adequate en veilige detentievoorwaarden te garanderen voor de personen die gearresteerd zijn op beschuldiging van betrokkenheid bij de poging tot militaire staatsgreep van 15 juli 2016;

9.  onderstreept het strategische belang van de betrekkingen tussen de EU en Turkije voor beide partijen; neemt er nota van dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid op 14 november 2016 heeft aangegeven dat de ministers van Buitenlandse Zaken overeen waren gekomen om als EU‑28 in eerste instantie vast te houden aan een sterk gemeenschappelijk standpunt;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de Raad, de lidstaten, alsmede de regering en het parlement van Turkije.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0423.

(2)

PB L 77 van 15.3.2014, blz. 11.

Juridische mededeling