Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1284/2016

Ingediende teksten :

B8-1284/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 164kWORD 67k
22.11.2016
PE593.718v01-00
 
B8-1284/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8-1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))


Matteo Salvini, Mara Bizzotto, Mario Borghezio, Angelo Ciocca, Lorenzo Fontana namens de ENF-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))  
B8-1284/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O‑000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141/2016 – B8-1814/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Apennijnen tussen augustus en oktober 2016 door drie verwoestende aardbevingen werden getroffen, waarbij 290 mensen om het leven kwamen, 400 gewond raakten en tienduizenden geëvacueerd werden; overwegende dat de laatste van deze aardbevingen (op 30 oktober) de zwaarste aardbeving was in Italië sinds 1980 (Irpinia);

B.  overwegende dat de getroffen gebieden een vervorming hebben ondergaan die ongeveer 130 km2 treft, met een maximumdislocatie van minstens 70 cm, met als gevolg de ernstige verwoesting van woongebieden, infrastructuur en historisch, artistiek en cultureel erfgoed, dat ook van mondiaal belang is, en de totale platlegging van productieve en toeristische activiteiten;

C.  overwegende dat de lidstaten met aardbevingsrisico constant met aanzienlijke uitgaven voor nood-, reconstructie- en preventiewerkzaamheden worden geconfronteerd; overwegende dat deze lidstaten daardoor in de context van door de EU opgelegde budgettaire beperkingen een structureel nadeel hebben ten opzichte van andere lidstaten;

D.overwegende dat vanuit het Europees Solidariteitsfonds enkel wordt bijgedragen in de kosten voor reddingswerken en noodhulp;

E.  overwegende dat het in de zin van Verordening (EU) nr. 651/2014(1) toegestaan is de vergoeding van materiële schade aan activa zoals gebouwen, uitrusting, machines, voorraden, en van inkomensverlies door de volledige of gedeeltelijke onderbreking van activiteiten gedurende een periode van ten hoogste zes maanden nadat de ramp zich heeft voorgedaan, niet als staatssteun te beschouwen; overwegende dat deze maatregel geheel ontoereikend is, in het bijzonder voor aardbevingen, waarbij de gevolgen van de schade langer aanhouden met het volledige of gedeeltelijke verlies van een hele reeks gekwalificeerde lokale producties;

F.  overwegende dat Italië, om de kosten voor de reconstructie te kunnen dragen, waarschijnlijk een verzoek tot wijziging van de nationale en regionale operationele programma's zal moeten indienen overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1303/2013(2) om meer middelen toe te kennen aan thematische doelstelling 5 ("Bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en -beheer") ten koste van reeds geplande structurele investeringen;

G.  overwegende dat gepaste openbare investeringsplannen van de lidstaten voor de reconstructie en de preventie van natuurrampen een bepalende bijdrage zouden leveren aan het bereiken van kwalitatieve, stabiele en duurzame werkgelegenheid en daardoor zouden bijdragen aan het verwezenlijken van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgestelde doelstellingen van volledige werkgelegenheid en economische, sociale en territoriale samenhang;

1.  betuigt zijn innige deelneming aan de slachtoffers en zijn medeleven aan alle door de aardbevingen getroffen burgers alsook zijn bewondering voor de zelfopoffering en het snelle optreden van alle actoren om de reddingswerken te organiseren en uit te voeren, in het bijzonder de civiele bescherming, vrijwilligers, politie, brandweerdiensten en burgemeesters;

2.  betreurt het dat de door de vigerende normen van de Unie opgelegde beperkingen op het vlak van begroting en staatssteun het in de praktijk de lidstaten met aardbevingsrisico onmogelijk maken gepaste investeringsplannen voor de reconstructie en de preventie van aardbevingen uit te voeren en de getroffen economische activiteiten te steunen behalve wanneer ze besparen op diensten of op de middelen voor andere reeds geplande structurele investeringen;

3.  acht het noodzakelijk en dringend: a) dat de uitgaven van de lidstaten voor investeringen in de reconstructie en de preventie van aardbevingen op geen enkele manier worden onderworpen aan de door de Unie opgelegde budgettaire beperkingen; b) dat de fiscale maatregelen van de lidstaten ten voordele van door een natuurramp getroffen bevolking of economische activiteiten in geen enkel geval als staatssteun worden beschouwd en dus gewoon worden toegestaan; c) dat de Europese instellingen zich sterk inzetten voor de bescherming, bevordering en ontwikkeling van de productieve en toeristische activiteiten in door aardbevingen getroffen gebieden;

4.  vraagt de Commissie spoedig een voorstel te doen om de relevante wetgeving van de Unie in die zin te wijzigen;

5.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten.

(1)

Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB L 187 van 26.6.2014, blz. 1).

(2)

Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320).

Juridische mededeling