Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1285/2016

Ingediende teksten :

B8-1285/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 170kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1285/2016
23.11.2016
PE593.719v01-00
 
B8-1285/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8‑1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))


Lambert van Nistelrooij, Salvatore Cicu, Antonio Tajani, Elisabetta Gardini, Ramón Luis Valcárcel Siso, Lorenzo Cesa, Lara Comi, Marian-Jean Marinescu, Alessandra Mussolini namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/5988(RSP))  
B8-1285/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie,

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(1),

–  gezien zijn resolutie van 8 oktober 2009 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie: Italië, de aardbeving in de Abruzzen (COM(2009)0445 – C7-0122/2009 – 2009/2083(BUD))(2),

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(3),

–  gezien Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ("EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp")(4),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(5),

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 april 2011 over het verder ontwikkelen van risicobeoordelingen met het oog op de beheersing van rampen in de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 november 2008 met het oog op de versterking van de civielebeschermingsvermogens door middel van een Europees systeem voor wederzijdse bijstand op basis van de modulaire aanpak voor civiele bescherming,

–  gezien zijn resolutie van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(6),

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O-000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141/2016 – B8-1814/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer werd getroffen door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat Midden-Italië de afgelopen maanden is geteisterd door tal van schokken en naschokken; overwegende dat de schok die Italië op 30 oktober trof, de krachtigste aardbeving was die het land sinds 1980 heeft gekend;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat de verwoestende aardbevingen een domino-effect kunnen hebben dat kan leiden tot de ontheemding van 100 000 inwoners;

E.  overwegende dat als gevolg van de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd en schade is berokkend aan economische activiteiten, met name aan kmo's, de landbouw en toeristische en culinaire trekpleisters;

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 km2, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter;

G.  overwegende dat de duurzame wederopbouw goed moet worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen op te vangen;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen die door de aardbevingen zijn getroffen, alsook met hun families en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de lokale, regionale en nationale autoriteiten om levens te redden en de schade in de getroffen gebieden binnen de perken te houden;

3.  wijst op de zware economische gevolgen van de opeenvolgende aardbevingen en het spoor van vernieling dat zij hebben achtergelaten;

4.  merkt op dat andere lidstaten, Europese regio's en internationale spelers hun solidariteit hebben betoond door middel van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

5.  wijst op de feilbaarheid van systemen die aardbevingen voorspellen en op de grote seismische activiteit in Zuidoost-Europa; merkt met bezorgdheid op dat de afgelopen 15 jaar als gevolg van verwoestende aardbevingen in Europa duizenden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden dakloos zijn geworden;

6.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden dat zal worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen; verzoekt de Commissie daarom alle mogelijkheden te identificeren om hulp te bieden aan de Italiaanse autoriteiten teneinde behoorlijke levensomstandigheden te waarborgen voor de mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt;

7.  benadrukt het belang van het Europees mechanisme voor civiele bescherming van de Unie bij de bevordering van de samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke tijden in heel Europa en bij het tot een minimum beperken van de gevolgen van uitzonderlijke situaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

8.  dringt er bij de Commissie op aan alle nodige maatregelen te treffen om onmiddellijk een analyse te maken van verzoeken om bijstand uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU), en zo een snelle beschikbaarstelling van middelen te waarborgen; benadrukt hierbij dat het belangrijk is dat er zo spoedig mogelijk voorschotten beschikbaar worden gesteld aan de nationale autoriteiten om hen in staat te stellen te reageren op de dringende behoeften van de situatie;

9.  is van mening dat de gedeeltelijke opname in de begroting ("budgettisering") van de jaarlijkse financiële toewijzing voor het SFEU, zoals voorzien in de voorgestelde omnibusverordening, ertoe kan bijdragen de procedure voor het beschikbaar stellen van steun te versnellen en de burgers die door een ramp worden getroffen sneller en doeltreffender te helpen; verzoekt de Commissie voorts met het oog op toekomstige hervormingen te kijken naar de mogelijkheid om de drempel voor voorschotten te verhogen en de termijn voor de behandeling van aanvragen te verkorten;

10.  benadrukt het belang van het totstandbrengen van synergie tussen alle beschikbare instrumenten, waaronder de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI-fondsen), en van het waarborgen dat middelen daadwerkelijk worden gebruikt voor wederopbouwactiviteiten en dat alle andere noodzakelijke maatregelen in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten worden getroffen; verzoekt de Commissie bereid te zijn om met het oog hierop zo spoedig mogelijk na de indiening van een wijzigingsverzoek van een lidstaat, wijzigingen in programma's en operationele programma's aan te brengen; wijst ook op de mogelijkheid het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) te gebruiken voor steunverlening aan plattelandsgebieden en landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

11.  benadrukt bovendien het belang van een optimaal gebruik van de bestaande EU-financiering om te investeren in preventie van natuurrampen, alsook van het garanderen van de consolidatie en de duurzame ontwikkeling op lange termijn van wederopbouwprojecten, en wijst nogmaals op het feit dat de administratieve procedures voor de coördinatie van de fondsen moet worden vereenvoudigd; benadrukt dat de betrokken lidstaten na het ontvangen van steun uit het SFEU hun inspanningen moeten opvoeren om passende strategieën voor risicobeheer te ontwikkelen en hun mechanismen voor rampenpreventie moeten versterken;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(2)

PB C 230E van 26.8.2010, blz. 13.

(3)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(4)

PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1.

(5)

PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(6)

PB C 286E van 27.11.2009, blz. 15.

Juridische mededeling