Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1286/2016

Ingediende teksten :

B8-1286/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 255kWORD 53k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1285/2016
23.11.2016
PE593.720v01-00
 
B8-1286/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8-1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))


Davor Škrlec, Bronis Ropė namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))  
B8-1286/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad(2),

–  gezien zijn resolutie van 8 oktober 2009 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(3) (naar aanleiding van de aardbeving in de Abruzzen, Italië),

–  gezien zijn resolutie van 14 november 2007 over de regionale impact van aardbevingen(4),

–  gezien Speciaal verslag nr. 24/2012 van de Rekenkamer: “De reactie van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie op de aardbeving van 2009 in de Abruzzen: relevantie en kosten van de acties";

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(5),

–  gezien Verordening nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ("EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp")(6),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(7),

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 april 2011 over het verder ontwikkelen van risicobeoordelingen met het oog op de beheersing van rampen in de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 november 2008 met het oog op de versterking van de civielebeschermingsvermogens door middel van een Europees systeem voor wederzijdse bijstand op basis van de modulaire aanpak voor civiele bescherming (16474/08),

–  gezien zijn resolutie van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(8),

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O-000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141 – B8-1814/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer getroffen werd door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat Midden-Italië de afgelopen maanden is geteisterd door tal van schokken en naschokken; overwegende dat de schok die Italië op 30 oktober trof, de krachtigste aardbeving was die het land sinds 1980 heeft gekend;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat de verwoestende aardbevingen een domino-effect kunnen hebben dat kan leiden tot de ontheemding van 100 000 inwoners;

E.  overwegende dat door de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd en schade is toegebracht aan economische activiteiten, met name aan kmo's, aan de landbouw, het landschap, en toeristische en culinaire trekpleisters;

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 vierkante kilometer, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter;

G.  overwegende dat de duurzame wederopbouw goed moet worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen op te vangen;

H.  overwegende dat verschillende instrumenten van de Unie, zoals de Europese structuur- en investeringsfondsen of het mechanisme en het financiële instrument voor civiele bescherming, ingezet kunnen worden met het oog op betere aardbevingspreventiemaatregelen en maatregelen voor de heropbouw;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen en gezinnen in de gebieden die door de aardbevingen zijn getroffen, en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de lokale, regionale en nationale autoriteiten om levens te redden en de schade in de getroffen gebieden binnen de perken te houden;

3.  benadrukt de zware gevolgen van de opeenvolgende aardbevingen en het spoor van vernieling dat zij hebben achtergelaten;

4.  merkt op dat andere lidstaten, Europese regio's en internationale spelers hun solidariteit hebben betoond door middel van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

5.  wijst op de feilbaarheid van systemen die aardbevingen voorspellen en op de grote seismische activiteit van Zuidoost-Europa; merkt met bezorgdheid op dat de laatste 15 jaar duizenden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden mensen dakloos zijn geworden door vernietigende aardbevingen in Europa;

6.  herinnert eraan dat de vereisten voor de constructie van aardbevingsbestendige gebouwen in acht moeten worden genomen, in het bijzonder als het gaat om overheidsgebouwen en -infrastructuur; verzoekt de nationale, regionale en lokale autoriteiten meer inspanningen te leveren om te verzekeren dat de constructie van gebouwen conform de vigerende aardbevingsnormen gebeurt, en om hier de nodige aandacht aan te besteden bij het toekennen van bouwvergunningen;

7.  verzoekt de Commissie om aan te raden de instructies van "Eurocode 8: Ontwerp en berekening van aardbevingsbestendige constructies" op te nemen in de stedenbouwkundige voorschriften van alle kwetsbare lidstaten, en roept de bevoegde autoriteiten op EU- en lidstaatniveau op om deze instructies nauwgezet toe te passen op zowel nieuwe als oude gebouwen;

8.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden dat zal worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen; verzoekt de Commissie alle noodzakelijke hulp te bieden aan de Italiaanse autoriteiten zodat zij behoorlijke levensomstandigheden kunnen waarborgen voor de mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt;

9.  benadrukt het belang van het Europees mechanisme voor civiele bescherming van de Unie bij de bevordering van de samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke tijden in heel Europa en bij het tot een minimum beperken van de gevolgen van uitzonderlijke situaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

10.   verzoekt de Commissie alle noodzakelijke maatregelen te treffen om te zorgen voor snelle financiering voor een zo hoog mogelijk bedrag uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie; verneemt met instemming dat de Italiaanse regering al een aanvraag heeft ingediend; roept de Commissie daarom op om zo snel mogelijk haar beoordeling te verstrekken en daarbij rekening te houden met de maatregelen die de Italiaanse autoriteiten getroffen hebben om rampen te voorkomen, schade te beperken en de levens van burgers te beschermen, ook door het uitvoeren van wettelijke verplichtingen;

11.   verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle beschikbare instrumenten in het kader van het cohesiefonds en de regionale fondsen daadwerkelijk worden gebruikt voor wederopbouwactiviteiten en dat alle andere noodzakelijke maatregelen in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten worden getroffen; verzoekt de Commissie zich te beraden over de mogelijkheid gebruik te maken van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling ter ondersteuning van de plattelandsgebieden en de landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 189 van 27.6.2014, blz. 143.

(2)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(3)

PB C 230 E van 26.8.2010, blz. 13.

(4)

PB C 282 E van 6.11.2008, blz. 269.

(5)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(6)

PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1.

(7)

PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(8)

PB C 286 E van 27.11.2009, blz. 15.

Juridische mededeling