Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1288/2016

Ingediende teksten :

B8-1288/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 258kWORD 46k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1285/2016
23.11.2016
PE593.722v01-00
 
B8-1288/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8‑1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen  (2016/2988(RSP))


Mercedes Bresso, Simona Bonafè, Andrea Cozzolino, Silvia Costa, Nicola Danti, Elena Gentile, Michela Giuffrida, Roberto Gualtieri, Gianni Pittella, Enrico Gasbarra, Tonino Picula, Patrizia Toia, Jens Nilsson, David-Maria Sassoli, Louis-Joseph Manscour, Paolo De Castro, Derek Vaughan, Peter Simon, Victor Boştinaru, Demetris Papadakis, Iratxe García Pérez, Viorica Dăncilă, Damiano Zoffoli namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen  (2016/2988(RSP))  
B8-1288/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(1),

–  gezien Verordening (EU) nr. 375/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 tot oprichting van het Europese vrijwilligerskorps voor humanitaire hulpverlening ("EU-vrijwilligersinitiatief voor humanitaire hulp")(2),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(3),

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 april 2011 over het verder ontwikkelen van risicobeoordelingen met het oog op de beheersing van rampen in de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 november 2008 met het oog op de versterking van de civielebeschermingsvermogens door middel van een Europees systeem voor wederzijdse bijstand op basis van de modulaire aanpak voor civiele bescherming (16474/08),

–  gezien zijn resolutie van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(4);

–  gezien zijn resolutie van 15 januari 2013 over het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, implementatie en toepassing(5),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 28 november 2013 over het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(6),

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O-000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141/2016 – B8-1814/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer getroffen werd door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat Midden-Italië de afgelopen maanden is geteisterd door tal van schokken en naschokken; overwegende dat de schok die Italië op 30 oktober trof, de krachtigste aardbeving was die het land sinds 1980 heeft gekend;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat de verwoestende aardbevingen een domino-effect kunnen hebben waardoor 100 000 inwoners ontheemd zullen zijn;

E.  overwegende dat als gevolg van de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd en schade is berokkend aan economische activiteiten, met name aan kmo's, de landbouw en toeristische en culinaire trekpleisters;

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 km2, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter

G.  overwegende dat de duurzame wederopbouw goed moet worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen op te vangen;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen en gezinnen in de gebieden die door de aardbevingen zijn getroffen, en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de lokale, regionale en nationale autoriteiten om levens te redden, de schade te beperken, en gebruikelijke basisactiviteiten te waarborgen om een fatsoenlijke levensstandaard te handhaven;

3.  wijst op de zware economische gevolgen van de opeenvolgende aardbevingen en het spoor van vernieling dat zij hebben achtergelaten;

4.  benadrukt de ernst van de situatie ter plaatse, die een aanzienlijke en zware financiële druk legt op de nationale, regionale en lokale overheden van Italië;

5.  is ingenomen met de toegenomen flexibiliteit bij de berekening van de tekorten die Italië overeenkomstig de Verdragen is toegekend voor uitgaven in verband met de aardbevingen, teneinde in deze dringende situatie efficiënt en snel te kunnen handelen en in de toekomst maatregelen te kunnen nemen om de getroffen gebieden te beschermen;

6.  is verheugd dat de instellingen van de EU, andere lidstaten, Europese regio's en internationale spelers hun solidariteit hebben betoond door middel van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

7.  wijst op de feilbaarheid van systemen die aardbevingen voorspellen en op de grote seismische activiteit in Zuidoost-Europa; merkt met bezorgdheid op dat de afgelopen 15 jaar als gevolg van verwoestende aardbevingen in Europa duizenden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden dakloos zijn geworden;

8.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden dat zal worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen;

9.  benadrukt het belang van het Europees mechanisme voor civiele bescherming van de Unie bij de bevordering van de samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke tijden in heel Europa en bij het tot een minimum beperken van de gevolgen van uitzonderlijke situaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

10.  is van mening dat de gedeeltelijke "budgettering" van de jaarlijkse financiële toewijzing in het kader van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU), zoals voorzien in de voorgestelde omnibusverordening, ertoe kan bijdragen de procedure voor het beschikbaar stellen van steun te versnellen en de burgers die door een ramp worden getroffen sneller en doeltreffender te helpen; verzoekt de Commissie voorts met het oog op toekomstige hervormingen te kijken naar de mogelijkheid om de drempel voor voorschotten te verhogen en de termijn voor de behandeling van aanvragen te verkorten;

11.  benadrukt het belang van het totstandbrengen van synergie tussen alle alle beschikbare instrumenten, waaronder de Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ESI-fondsen), en van het waarborgen dat middelen daadwerkelijk worden gebruikt voor wederopbouwactiviteiten en dat alle andere noodzakelijke maatregelen in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten worden getroffen; verzoekt de Commissie bereid te zijn om met het oog hierop zo spoedig mogelijk na de indiening van een wijzigingsverzoek van een lidstaat, wijzigingen in programma's en operationele programma's aan te brengen; wijst ook op de mogelijkheid het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling te gebruiken voor steunverlening aan plattelandsgebieden en landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(2)

PB L 122 van 24.4.2014, blz. 1.

(3)

PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(4)

PB C 286 E van 27.11.2009, blz. 15.

(5)

PB C 440 van 30.12.2015, blz. 13.

(6)

PB C 114 van 15.4.2014, blz. 48.

Juridische mededeling