Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1289/2016

Ingediende teksten :

B8-1289/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 260kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1285/2016
23.11.2016
PE593.723v01-00
 
B8-1289/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8‑1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))


Rosa D’Amato, Laura Agea, Isabella Adinolfi, Daniela Aiuto, Fabio Massimo Castaldo, Piernicola Pedicini namens de EFDD-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen (2016/2988(RSP))  
B8-1289/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

–  gezien artikel 174, artikel 175, derde alinea, en artikel 212, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 2012/2002 van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(2) en Verordening (EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(3),

–  gezien het verslag van de Commissie "Solidariteitsfonds van de Europese Unie – Jaarverslag 2014" (COM(2015)0502),

–  gezien zijn resolutie van 14 november 2007 over de regionale impact van aardbevingen(4),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer getroffen werd door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat de meest recente aardbeving van 30 oktober, de zwaarste aardschok was in Italië in meer dan 30 jaar, en resulteerde in de totale vernietiging van hele dorpen, een gevoel van wanhoop bij een groot aantal inwoners van de getroffen gebieden, en diverse indirecte vormen van schade in de omliggende gebieden;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat deze verwoestende aardbevingen een domino-effect hebben waardoor 100 000 inwoners ontheemd zullen zijn;

E.  overwegende dat als gevolg van de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd, economische activiteiten zijn ontwricht, en de landbouw- en de toeristische sector vele verliezen hebben geleden, met name micro-ondernemingen en kmo's;

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 km2, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter;

G.  overwegende dat inspanningen om tot duurzaam herstel te komen deugdelijk moeten worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen goed te maken, en met name aandacht besteed moet worden aan het onschatbare Italiaanse culturele erfgoed, door internationale en Europese projecten te bevorderen die gericht zijn op de bescherming van historische gebouwen en locaties;

H.  overwegende dat het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) is opgericht bij Verordening 2012/2002 naar aanleiding van de zware overstromingen die Midden-Europa troffen tijdens de zomer van 2002;

I.  overwegende dat middels het SFEU, dat niet uit de EU-begroting wordt gefinancierd, jaarlijks tot 500 miljoen EUR (in prijzen van 2011) kan worden vrijgemaakt om de overheidsuitgaven van de betreffende lidstaten voor noodacties aan te vullen;

J.  overwegende dat de hervorming in 2014 van het SFEU het voor lidstaten mogelijk gemaakt heeft om de betaling van voorschotten aan te vragen, en de Commissie tot toekenning van voorschotten besluit indien er voldoende middelen zijn; overwegende dat het voorschot niet meer mag bedragen dan 10 % van de verwachte financiële bijdrage uit het SFEU en geplafonneerd is tot 30 miljoen EUR.

K.  overwegende dat de getroffen staat uiterlijk twaalf weken nadat de eerste schade van de ramp kan worden vastgesteld een verzoek indient bij de Commissie voor steun uit het SFEU; overwegende dat de begunstigde staat verantwoordelijk is voor de besteding van de financiële bijdrage en de controle daarop, en de Commissie ter plaatse controles kan uitvoeren van de door het SFEU gefinancierde acties;

L.  overwegende dat gebleken is dat in Italië duizenden gebouwen niet voldoen aan de normen van de nationale anti-aardbevingswet van 1974, die voorschrijft dat gebouwen zodanig moeten worden gebouwd of gerenoveerd dat zij aardbevingsbestendig zijn; voorts overwegende dat de helft van de huizenvoorraad van later datum is en gezien het feit dat in de loop van de tijd de normen gewijzigd zijn, naar schatting ongeveer 70 % van de huizen die in aardbevingsgebieden gelegen zijn, niet aardbevingsbestendig is;

M.  overwegende dat volgens de Italiaanse civiele bescherming 3 miljoen mensen wonen in gebieden met een "hoog seismisch risico", en het omliggende "risico"gebied veel groter is en door bijna 20 miljoen mensen wordt bewoond;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen en gezinnen in de gebieden die door de aardbevingen zijn getroffen, en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  benadrukt dat het voor de deur staande koude winterweer een grote zorg vormt voor de grote aantallen ontheemde personen, en dat hier snel en doeltreffend iets aan gedaan moet worden om fatsoenlijke levensomstandigheden te garanderen voor hen die hun onderkomen kwijt zijn geraakt;

3.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld in de getroffen gebieden om levens te redden en de schade binnen de perken te houden;

4.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden dat zal worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen; verzoekt de Commissie alle noodzakelijke hulp te bieden aan de Italiaanse autoriteiten zodat zij behoorlijke levensomstandigheden kunnen waarborgen voor de mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt;

5.  erkent de bijzondere aard van het Middellandse Zeegebied, en verzoekt de lidstaten meer onderzoek te verrichten dat gericht is op schadepreventie, crisisbeheer en minimalisering van de impact van rampen, in het kader van de acties op grond van Horizon 2020;

6.  benadrukt het belang van de uitwisseling van internationale optimale praktijken, gericht op de bevordering van direct optreden met het oog op preventie, bestaande uit het in seismisch opzicht moderniseren van structuren, teneinde een onmiddellijke verlaging te bewerkstelligen van het seismisch risico van kwetsbare gebouwen en infrastructuren in gebieden met een groot risico op aardbevingen, alsook indirecte acties, met name kennisverwerving ten aanzien van lokale seismische risico's en de aardbevingsbestendigheid van stedelijke systemen;

7.  neemt kennis van de aanvraag van de Italiaanse regering voor steun uit het Europees Solidariteitsfonds en verzoekt de Europese Commissie deze aanvraag onmiddellijk te beoordelen en steun ter beschikking te stellen, teneinde de betrokken Italiaanse nationale en regionale autoriteiten bij te staan bij de hulpverlening na de ramp;

8.  betreurt het, in dit verband, dat het SFEU buiten de EU-begroting om gefinancierd wordt, met een toewijzing van ten hoogste 500 miljoen EUR (in prijzen van 2011), en derhalve, ondanks enkele verbeteringen ten gevolge van de laatste herziening in 2014, tekortschiet als deugdelijk en flexibel instrument om solidariteit te tonen, en als middel om toereikende en snelle hulp te bieden aan mensen die door grote natuurrampen zijn getroffen;

9.  is van oordeel dat de noodzakelijke in de verordening aan te brengen verbeteringen onder meer kunnen bestaan uit het verplicht actualiseren van nationale plannen voor rampenbeheer, het invoeren van een concreet actieplan en het voorbereiden van overeenkomsten met betrekking tot noodcontracten; benadrukt het belang van het ontwerpen van nieuwe indicatoren voor de subsidiabiliteitsdrempel, welke verder gaan dan het bbp, zoals de menselijkeontwikkelingsindex of de regionale index voor sociale vooruitgang;

10.  onderstreept het belang van de openbare aanbestedingsprocedures die door de lidstaten bij natuurrampen moeten worden gevolgd met het oog op de vaststelling en verspreiding van optimale praktijken en opgedane ervaring in verband met contracten in noodsituaties;

11.  dringt er bij de Commissie op aan duurzaam herstel en aardbevingsbestendige investeringen te overwegen, waaronder investeringen die medegefinancierd worden uit hoofde van de ESIF-fondsen, in het kader van thematische doelstelling 5 ("bevordering van de aanpassing aan klimaatverandering, risicopreventie en risicobeheer"), welke uitgesloten zijn van de berekening van de nationale tekorten in het kader van het stabiliteits- en groeipact;

12.  benadrukt het belang van het Europees mechanisme voor civiele bescherming van de Unie bij de bevordering van de samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke tijden in heel Europa en bij het tot een minimum beperken van de gevolgen van uitzonderlijke situaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

13.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle beschikbare instrumenten in het kader van het cohesiefonds en de regionale fondsen daadwerkelijk worden gebruikt voor wederopbouwactiviteiten en dat alle andere noodzakelijke maatregelen in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten worden getroffen; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling kan worden gebruikt om steun te verlenen aan plattelandsgebieden en landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

14.  verzoekt de Italiaanse regering en de Commissie in overweging te nemen de Italiaanse nationale en regionale operationele programma's te wijzigen, teneinde onder thematische doelstelling 5 ("bevordering van de aanpassing aan de klimaatverandering, risicopreventie en -beheer") vallende kwesties beter aan te pakken, overeenkomstig artikel 30 van de verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen;

15.  neemt kennis van de activering, op verzoek van de Italiaanse regering, van de Copernicus-dienst voor crisismanagement van de EU, met als doel de schade in getroffen gebieden op basis van satellietgegevens te beoordelen; moedigt de samenwerking aan tussen internationale onderzoekscentra en is ingenomen met het gebruik van het systeem van radar met synthetische apertuur (SAR), waarmee, ook in het kader van preventie en risicobeheer, ongehinderd door bewolking dag en nacht aardverschuivingen op centimeterniveau kunnen worden gemeten en geëvalueerd;

16.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(2)

PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.

(3)

PB L 189 van 27.6.2014, blz. 143.

(4)

PB C 282E van 6.11.2008, blz. 269.

Juridische mededeling