Procedure : 2016/2988(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1296/2016

Ingediende teksten :

B8-1296/2016

Debatten :

PV 30/11/2016 - 16
CRE 30/11/2016 - 16

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0476

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 171kWORD 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1285/2016
23.11.2016
PE593.733v01-00
 
B8-1296/2016

naar aanleiding van vragen met verzoek om mondeling antwoord B8-1812/2016, B8-1813/2016 en B8-1814/2016

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de situatie in Italië na de aardbevingen  (2016/2988(RSP))


Curzio Maltese, Eleonora Forenza, Barbara Spinelli, Sofia Sakorafa, Marie-Christine Vergiat, Marisa Matias, João Ferreira, João Pimenta Lopes, Miguel Viegas, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Kostas Chrysogonos, Patrick Le Hyaric, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Estefanía Torres Martínez, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Italië na de aardbevingen  (2016/2988(RSP))  
B8-1296/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien Verordening (EU) 2016/369 van de Raad van 15 maart 2016 betreffende de verstrekking van noodhulp binnen de Unie(1),

–  gezien Verordening (EG) nr. 1257/96 van de Raad van 20 juni 1996 betreffende humanitaire hulp(2),

–  gezien Verordening (EU) nr. 661/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(3),

–  gezien Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht(4),

–  gezien de conclusies van de Raad van 11 april 2011 over het verder ontwikkelen van risicobeoordelingen met het oog op de beheersing van rampen in de Europese Unie,

–  gezien de conclusies van de Raad van 28 november 2008 met het oog op de versterking van de civielebeschermingsvermogens door middel van een Europees systeem voor wederzijdse bijstand op basis van de modulaire aanpak voor civiele bescherming,

–  gezien zijn resolutie van 19 juni 2008 over versterking van het reactievermogen van de Unie bij rampen(5),

–  gezien de vragen aan de Commissie over de situatie in Italië na de aardbevingen (O-000139/2016 – B8-1812/2016, O-000140/2016 – B8-1813/2016 en O-000141/2016 – B8-1814/2016),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat Midden-Italië na de verwoestende aardbeving van 24 augustus 2016 nog drie keer getroffen werd door ernstige aardbevingen en naschokken, op 26 oktober met een kracht van 5,5 en 6,1 op de schaal van Richter en op 30 oktober met een kracht van 6,5;

B.  overwegende dat Midden-Italië de afgelopen maanden is geteisterd door tal van schokken en naschokken; overwegende dat de schok die Italië op 30 oktober trof, de krachtigste aardbeving was die het land sinds 1980 heeft gekend;

C.  overwegende dat bij de recente aardbevingen meer dan 400 mensen gewond zijn geraakt en 290 mensen zijn omgekomen;

D.  overwegende dat de verwoestende aardbevingen een domino-effect kunnen hebben dat kan leiden tot de ontheemding van 100 000 inwoners;

E.  overwegende dat als gevolg van de laatste aardbevingen steden zijn verwoest, lokale en regionale infrastructuur ernstig is beschadigd, historisch en cultureel erfgoed is vernietigd en schade is berokkend aan economische activiteiten, met name aan kmo's, de landbouw en toeristische en culinaire trekpleisters;

F.  overwegende dat er in de getroffen gebieden sprake is van een deformatie die zich uitstrekt over een gebied van ongeveer 130 vierkante kilometer, met een maximale verschuiving van ten minste 70 centimeter, en dat onvoorspelbare hydrogeologische effecten bij een strenge winter kunnen leiden tot meer natuurrampen, zoals overstromingen, aardverschuivingen en cumulatieve schade;

G.  overwegende dat de duurzame wederopbouw goed moet worden gecoördineerd om de economische en sociale verliezen op te vangen;

H.  overwegende dat bepaalde gebieden in de Europese Unie kwetsbaarder en aardbevingsgevoeliger zijn; overwegende dat deze gebieden geconfronteerd kunnen worden met herhaalde natuurrampen van allerlei aard, in sommige gevallen in de loop van één jaar, met recente voorbeelden in Italië, Portugal, Griekenland en Cyprus;

I.  overwegende dat preventie een almaar belangrijkere fase van het rampenbeheer zou moeten vormen en meer maatschappelijk belang zou moeten krijgen;

J.  overwegende dat de huidige rampenpreventiemaatregelen duidelijk tekortschieten en dat de eerdere voorstellen van het Parlement nog niet geheel zijn uitgevoerd, waardoor de uitvoering van een geconsolideerde EU-strategie voor de preventie van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen wordt gehinderd;

K.  overwegende dat de schade ten gevolge van natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen vaak grotendeels vermeden kan worden; overwegende dat het EU-beleid daarnaast consistente stimuleringsmaatregelen moet omvatten die prikkels bieden voor nationale, regionale en lokale autoriteiten om efficiëntere beleidsmaatregelen gericht op preventie en behoud te ontwikkelen, te financieren en ten uitvoer te leggen;

1.  drukt zijn diepste medeleven en solidariteit uit met alle personen die door de aardbevingen zijn getroffen, alsook met hun families en met de Italiaanse nationale, regionale en lokale instanties die betrokken zijn bij de humanitaire hulpverlening na de ramp;

2.  waardeert de niet-aflatende inspanningen van de reddingsteams, de civiele bescherming, de vrijwilligers, de organisaties van het maatschappelijk middenveld en de lokale, regionale en nationale autoriteiten om levens te redden en de schade in de getroffen gebieden binnen de perken te houden;

3.  benadrukt de zware economische gevolgen van de opeenvolgende aardbevingen en het spoor van vernieling dat zij hebben achtergelaten;

4.  merkt op dat andere lidstaten, Europese regio's en internationale spelers hun solidariteit hebben betoond door middel van wederzijdse bijstand in noodsituaties;

5.  wijst op de feilbaarheid van systemen die aardbevingen voorspellen en op de grote seismische activiteit in Zuidoost-Europa; merkt met bezorgdheid op dat duizenden mensen zijn omgekomen en honderdduizenden mensen dakloos zijn geworden door vernietigende aardbevingen in Europa de laatste 15 jaar;

6.  uit zijn bezorgdheid over het grote aantal ontheemden dat zal worden blootgesteld aan de barre weersomstandigheden van het komende winterseizoen; verzoekt de Commissie alle noodzakelijke hulp te bieden aan de Italiaanse autoriteiten zodat zij behoorlijke levensomstandigheden kunnen waarborgen voor de mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt;

7.  benadrukt het belang van het Europees mechanisme voor civiele bescherming van de Unie bij de bevordering van de samenwerking tussen de nationale diensten voor civiele bescherming in moeilijke tijden in heel Europa en bij het tot een minimum beperken van de gevolgen van uitzonderlijke situaties; verzoekt de Commissie en de lidstaten de procedures voor de activering van het mechanisme verder te vereenvoudigen om het in de onmiddellijke nasleep van een ramp snel en doeltreffend ter beschikking te kunnen stellen;

8.  verzoekt de Commissie alle noodzakelijke maatregelen te treffen om te zorgen voor snelle financiering voor een zo hoog mogelijk bedrag uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie; benadrukt de rol en de grotere verantwoordelijkheid van regionale en plaatselijke autoriteiten bij het beheren en verdelen van de fondsen, ter ondersteuning van hernieuwde, duurzame economische groei en sociale cohesie op hun grondgebied;

9.  vraagt de Commissie om te overwegen de bestaande berekening van het Solidariteitsfonds, namelijk op basis van de schade ten gevolge van één enkele ramp, uit te breiden tot een cumulatieve berekening, namelijk op basis van de schade ten gevolge van verschillende natuurrampen in hetzelfde gebied in één jaar;

10.  verzoekt de Commissie erop toe te zien dat alle beschikbare instrumenten in het kader van het cohesiefonds en de regionale fondsen daadwerkelijk worden gebruikt voor wederopbouwactiviteiten en dat alle andere noodzakelijke maatregelen in volledige samenwerking met de Italiaanse nationale en regionale autoriteiten worden getroffen; verzoekt de Commissie zich te beraden over de mogelijkheid gebruik te maken van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling ter ondersteuning van de plattelandsgebieden en de landbouwactiviteiten die door de aardbevingen zijn getroffen;

11.  wijst erop dat het cohesiebeleid een essentieel instrument is bij het voorkomen van risico's betreffende natuurrampen; is van mening dat de verschillende fondsen en instrumenten op flexibele en gecoördineerde wijze moeten kunnen worden ingezet, zodat de werking en doelmatigheid van dit beleid worden verbeterd; dringt erop aan dat risicopreventie wordt gezwaluwstaart met andere vormen van beleid op het gebied van preventie, om versnippering van de maatregelen te voorkomen en hun doelmatigheid en toegevoegde waarde te vergroten;

12.  benadrukt dat dringend een plan voor overheidsinvesteringen in preventiemaatregelen nodig is, evenals een plan voor aardbevingsbestendigheidsmaatregelen in de gebieden die het grootste seismische en hydrogeologische risico lopen; is van mening dat deze uitgaven niet mogen meetellen in de berekening van de drempel voor tekorten van de betreffende lidstaat;

13.  verzoekt de Commissie de uitwisseling van goede praktijken ter voorkoming van rampen te bevorderen, en roept de lidstaten ertoe op ervoor te zorgen dat de regionale autoriteiten trainingen voor rampenbeheer volgen;

14.  onderstreept dat preventie transversaal moet worden benaderd en moet worden opgenomen in de relevante sectorale beleidslijnen tot bevordering van een evenwichtig bodemgebruik en van een coherente economische en sociale ontwikkeling die in evenwicht is met de natuur;

15.  benadrukt het belang van publiek onderzoek en ontwikkeling (O&O) inzake de preventie en het beheer van rampen en pleit voor meer coördinatie en samenwerking tussen de O&O-instellingen van de lidstaten en met name de O&O-instellingen van landen die aan gelijkaardige risico's zijn blootgesteld; pleit voor een versterking van de systemen voor vroegtijdige waarschuwing van de lidstaten en voor de totstandbrenging of verbetering van verbindingen tussen de verschillende systemen voor vroegtijdige waarschuwing; raadt de Commissie aan rekening te houden met deze behoeften en in voldoende financiering te voorzien;

16.  benadrukt de noodzaak om de gezondheidssystemen van de lidstaten op het vlak van de personeelsstructuur, goede praktijken en risicobewustzijn voor te bereiden op rampsituaties;

17.  onderstreept dat het belangrijk is om te beschikken over een uitgebreide hoeveelheid gegevens en informatie over de risico's en kosten van rampen en om deze op EU-niveau beschikbaar te stellen, met als doel vergelijkende studies uit te voeren en de mogelijke grensoverschrijdende gevolgen van rampen vast te stellen, zodat lidstaten informatie over nationale civiele capaciteiten en medische mogelijkheden kunnen uitwisselen, en beklemtoont dat het beter is om bestaande structuren zoals het waarnemings- en informatiecentrum (MIC) te gebruiken en te ontwikkelen dan om nieuwe structuren op te zetten;

18.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Italiaanse regering en de regionale en lokale autoriteiten van de getroffen gebieden.

(1)

PB L 70 van 16.3.2016, blz. 1.

(2)

PB L 163 van 2.7.1996, blz. 1.

(3)

PB L 189 van 27.6.2014, blz. 143.

(4)

PB L 328 van 6.12.2008, blz. 28.

(5)

PB C 286 E van 27.11.2009, blz. 15.

Juridische mededeling