Procedure : 2016/3001(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-1310/2016

Ingediende teksten :

B8-1310/2016

Debatten :

PV 01/12/2016 - 3
CRE 01/12/2016 - 3

Stemmingen :

PV 01/12/2016 - 6.24
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2016)0479

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 265kWORD 49k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-1310/2016
28.11.2016
PE593.747v01-00
 
B8-1310/2016

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in de Democratische Republiek Congo  (2016/3001(RSP))


Michèle Rivasi, Maria Heubuch, Barbara Lochbihler, Bart Staes, Igor Šoltes, Josep-Maria Terricabras, Judith Sargentini namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Democratische Republiek Congo  (2016/3001(RSP))  
B8-1310/2016

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de resolutie van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU van 15 juni 2016 over de situatie aan de vooravond van de verkiezingen en de veiligheidssituatie in de DRC,

–  gezien de gezamenlijke persverklaring van 16 februari 2016 van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie,

–  gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en haar woordvoerder over de situatie in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land, het verkiezingsproces en de zogenoemde nationale dialoog,

–  gezien de conclusies van de Raad van 17 oktober 2016 en 23 mei 2016 over de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaring van 2 september 2015 van de groep van internationale gezanten en vertegenwoordigers voor het gebied van de Grote Meren in Afrika over de verkiezingen in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien de verklaringen van 2 november 2016 en 15 augustus 2016 van de internationale gezant voor het gebied van de Grote Meren over de situatie in de regio en in het oosten van Congo,

–  gezien het gezamenlijke persbericht van 12 februari 2015 van de speciale rapporteur van de Afrikaanse Unie inzake mensenrechtenverdedigers en de speciale rapporteur van de Afrikaanse Unie inzake gevangenissen en detentieomstandigheden in Afrika over de mensenrechtensituatie na de gebeurtenissen rond de wijziging van de kieswet in de DRC,

–  gezien het voorlopige onderzoeksrapport van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties MONUSCO-OHCHR over mensenrechtenschendingen en geweld tijdens demonstraties in Kinshasa tussen 19 en 21 september 2016,

–  gezien de persverklaring van de voorzitter van de Subcommissie mensenrechten van het Europees Parlement van 16 februari 2016 over de arrestatie van jonge activisten in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 27 juli 2015 over de mensenrechtensituatie en de activiteiten van het gezamenlijke mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in de Democratische Republiek Congo,

–  gezien het verslag van de groep van deskundigen van de VN inzake de DRC van 12 januari 2015,

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de VN-stabilisatiemissie in de DRC en de tenuitvoerlegging van het kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de Partnerschapsovereenkomst van Cotonou die op 25 juni 2000 werd ondertekend en werd herzien op 25 juni 2005 en 22 juni 2010,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien de verklaringen van Nairobi van december 2013,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat in overeenstemming met de Congolese grondwet verkiezingen zouden moeten plaatsvinden in 2016;

B.  overwegende dat in de grondwet is vastgelegd dat een president niet meer dan twee ambtstermijnen kan dienen; overwegende dat de huidige president Joseph Kabila bijgevolg geen derde ambtstermijn mag dienen;

C.  overwegende dat president Kabila al het mogelijke heeft gedaan om deze verkiezingen uit te stellen, en overwegende dat hij nog niet publiekelijk heeft verklaard dat hij op enig moment zal aftreden;

D.  overwegende dat president Kabila heeft verkondigd dat de weg naar verkiezingen via een nationale inclusieve dialoog loopt; overwegende dat een aanzienlijk deel van het maatschappelijk middenveld en de politieke oppositie deze dialoog als een vertragingstactiek beschouwt en heeft afgewezen;

E.  overwegende dat de Congolese regering heeft verklaard dat de presidentsverkiezingen die in november 2016 gehouden zouden moeten worden tot wel vier jaar worden uitgesteld, met het argument dat het land niet klaar is voor een stembusgang;

F.  overwegende dat de Internationale Organisatie van de Francofonie daarentegen heeft verklaard dat het mogelijk zou zijn om de kieslijsten binnen drie maanden te actualiseren;

G.  overwegende dat de VN-Veiligheidsraad in resolutie 2277 (2016) de Congolese nationale kiescommissie, bekend onder het Franse acroniem CENI, heeft opgeroepen een herziene, alomvattende agenda voor de gehele verkiezingscyclus te publiceren, en de Congolese regering heeft verzocht snel te zorgen voor een begroting en een gedragscode voor de verkiezingen, en de kieslijsten te actualiseren, zodat de verkiezingen in kwestie binnen de grondwettelijk overeengekomen termijnen kunnen worden gehouden;

H.  overwegende dat de deelnemers aan de zogenaamde nationale dialoog overeen zijn gekomen de verkiezingen uit te stellen tot ten minste april 2018; overwegende dat oppositiepartijen en maatschappelijke organisaties deze conclusie hebben afgewezen en volhouden dat het mogelijk is om kiezers begin 2017 te registreren en datzelfde jaar verkiezingen te houden;

I.  overwegende dat de Europese Unie het uitstel van de verkiezingen tot 2017 heeft aanvaard op voorwaarde dat dit besluit vóór het einde van de ambtstermijn van president Kabila in december 2016 zou worden genomen in het kader van een inclusieve, onpartijdige en transparante politieke dialoog tussen Congolese belanghebbenden;

J.  overwegende dat protesten tegen het aanblijven van president Kabila in september hebben geleid tot gewelddadig optreden tegen demonstranten en leden van de oppositie; overwegende dat de VN melding maakt van 422 slachtoffers van mensenrechtenschendingen door overheidsfunctionarissen in Kinshasa, waarbij 48 mensen omkwamen en 143 mensen gewond raakten, acht journalisten en 288 anderen werden gearresteerd en onrechtmatig werden vastgehouden, terwijl panden van politieke partijen werden vernield;

K.  overwegende dat een poging om de kieswet te wijzigen zodat de organisatie van verkiezingen zou worden gekoppeld aan een nationale volkstelling, hetgeen uitstel van de verkiezingen zou kunnen betekenen, al in 2015 strandde, nadat in de hoofdstad Kinshasa en in andere steden protesten uitbraken;

L.  overwegende dat volgens de Congolese autoriteiten bij de protesten van januari 2015 27 mensen omkwamen, inclusief twee politieagenten, terwijl 350 mensen werden gearresteerd na botsingen tussen demonstranten, de politie en soldaten van de Republikeinse Garde;

M.  overwegende dat op 26 januari 2016 in de provincie Haut-Katanga twee televisiezenders, Nyota TV en Radio en Télévision Mapendo, werden gesloten wegens het vermeende niet-betalen van belastingen; overwegende dat beide televisiezenders in het bezit zijn van de voormalig gouverneur van Katanga, Moïse Katumbi, die president Kabila eerder steunde, maar in september 2015 uit de regeringspartij stapte, en die zich nu tegen een derde ambtstermijn voor de president verzet;

N.  overwegende dat vertraging bij de organisatie van de verkiezingen leidde tot een nationale staking ('ville morte') op 16 februari 2016;

O.  overwegende dat Radio France Internationale, eens een van de meest beluisterde radiostations in de DRC, in de vroege ochtend van 16 februari, de dag van de 'ville morte', uit de lucht werd gehaald in een duidelijke poging om de staking te verstoren; overwegende dat veel oppositieactivisten in aanloop naar de staking op willekeurige wijze werden gearresteerd en vastgehouden, onder wie een parlementslid dat naar verluidt tijdens zijn detentie in elkaar werd geslagen;

P.  overwegende dat de mensenrechtensituatie in de DCR de afgelopen twee jaar aanzienlijk is verslechterd; overwegende dat oppositieleiders en activisten continu te maken hebben met intimidatie door de Congolese veiligheidstroepen, inclusief willekeurige detentie en eenzame opsluiting, mishandeling, verstoring van vergaderingen en politiek gemotiveerde processen;

Q.  overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering in het land ernstig zijn ingeperkt, onder meer door het gebruik van buitensporig geweld tegen vreedzame demonstranten, journalisten, politieke leiders en anderen die zich verzetten tegen pogingen om president Kabila in staat te stellen langer aan de macht te blijven dan de in de grondwet vastgelegde twee termijnen;

R.  overwegende dat het door de VN ondersteunde radiostation Okapi en de Franstalige Belgische radio- en televisiezender (RTBF) tijdelijk uit de lucht zijn gehaald; overwegende dat Radio France Internationale (RFI) in Kinshasa is gesloten;

S.  overwegende dat sinds de protesten in september een verbod op alle politieke demonstraties in Kinshasa, Kalemie en Lubumbashi van kracht is;

T.  overwegende dat de VN en meerdere mensenrechtenorganisaties hebben verklaard dat een groot aantal mensenrechtenschendingen wordt gepleegd door overheidsfunctionarissen en dat er slechts beperkte vooruitgang wordt geboekt bij het berechten van de voornaamste daders;

1.  is zeer ontstemd over de vertragingen bij de organisatie van de volgende presidents- en parlementsverkiezingen in de DRC, die een ernstige schending van de Congolese grondwet vormen;

2.  houdt president Kabila en de Congolese regering volledig verantwoordelijk voor deze situatie die het gevolg is van hun pogingen de verkiezingen uit te stellen; is van mening dat het optreden van president Kabila en zijn regering een ernstige bedreiging vormen voor de vrede en veiligheid in de DRC;

3.  dringt er bij de Congolese regering op aan onmiddellijk in te gaan op onbeantwoorde vragen met betrekking tot de verkiezingskalender, het budget voor de verkiezingen en de actualisering van het kiesregister, zodat de komende maanden vrije, eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden;

4.  brengt in herinnering dat de onafhankelijke nationale kiescommissie een onpartijdige en inclusieve instelling moet zijn met voldoende middelen om een uitgebreid en transparant proces mogelijk te maken;

5.  dringt er bij de Congolese overheid op aan het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en goed bestuur zo spoedig mogelijk te ratificeren;

6.  betreurt de verslechtering van de situatie in de DRC die de afgelopen twee jaar is opgetreden wat betreft de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van de media en het recht van vereniging; is van mening dat deze tendens duidelijk verband houdt met de pogingen van de regering om de verkiezingen uit te stellen en de ambtstermijn van de president te verlengen;

7.  herinnert aan de toezegging die de DRC in het kader van de overeenkomst van Cotonou heeft gedaan om de beginselen inzake democratie, rechtsstaat en mensenrechten te zullen eerbiedigen, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en de media, goed bestuur en transparantie met betrekking tot politieke functies; spoort de Congolese regering aan om deze bepalingen na te komen overeenkomstig de artikelen 11B, 96 en 97 van de overeenkomst van Cotonou;

8.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan een klimaat te herstellen dat bevorderlijk is voor de vrije en vreedzame uitoefening van de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering en voor de persvrijheid;

9.  beschouwt dit als een cruciale stap om te waarborgen dat de geplande verkiezingen vrij en eerlijk zullen verlopen, wanneer zij uiteindelijk plaatsvinden;

10.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan het in september 2016 ingestelde verbod op vreedzame demonstraties in Kinshasa, Kalemie en Lubumbashi op te heffen;

11.  dringt erop aan Radio France Internationale (RFI) in Kinshasa onmiddellijk te heropenen en het uit de lucht halen van onafhankelijke media te stoppen;

12.  roept de Congolese regering op het ministerieel decreet nr. 010 CAB/M-CM/LMO/010/2016 van 12 november 2016 inzake de regulering van radio- en televisie-uitzendingen door buitenlandse entiteiten onmiddellijk in te trekken, aangezien dit decreet het in artikel 24 van de Congolese grondwet vastgelegde recht op informatie op ongeoorloofde wijze inperkt;

13.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan de onafhankelijkheid en controleerbaarheid van de Congolese veiligheidsdiensten te waarborgen, inclusief de nationale inlichtingendienst en de politie; verzoekt de EU in dit verband haar bestaande programma's op het gebied van justitie en veiligheid in de DRC als drukmiddel te gebruiken om een dialoog af te dwingen met de Congolese autoriteiten over het voortdurende gewelddadige optreden van de veiligheidstroepen, en te overwegen deze programma's stop te zetten indien geen vooruitgang wordt geboekt;

14.  dringt er bij de Congolese autoriteiten op aan een onderzoek en vervolging in te stellen naar functionarissen van de veiligheids- en inlichtingendiensten en anderen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het illegale optreden tegen activisten, oppositieleiders en anderen die zich hebben verzet tegen de pogingen van president Kabila om langer aan de macht te blijven, en hen op passende wijze te bestraffen;

15.  roept op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle gevangenen die om politieke redenen zijn vastgezet, in het bijzonder Jean-Claude Muyambo, Norbert Luyeye, Nsiala Bukaka, Paul Yoka, Nathan Lusela, Totoro Mukenge, Yannick Kibinga, Franck Mwashila, Sefu Idi, Gédeon Butandu, Fiston Malanga, Aaron Ngwashi, Augustin Kabamba, Bruno Vumbi, Ndol Tshamundj, Gabriel Tambwe, Philippe Namputu, Lwembe Munika, Mukonde Kapenda, Moïse Moni Della, Bruno Tshibala, Huit Mulongo, Ngongo Kasongo, Glody Ntambwe, Faustin Dunia en Jacques Muhindo, en verlangt dat alle aanklachten jegens hen worden ingetrokken;

16.  betreurt de veroordeling van Rebecca Kavugho, Serge Sivya, Justin Kambale, John Anipenda, Ghislain Muhiwa en Melka Kamundu ten zeerste en benadrukt dat het enige wat zij hebben misdaan het vreedzaam uitoefenen van hun gegarandeerde recht op vrijheid van meningsuiting is;

17.  betreurt de zeer toegevende benadering ten aanzien van de crisis in de DRC van de EU, de secretaris-generaal van de VN en de Afrikaanse Unie, die hun steun hebben uitgesproken voor de zogenaamde nationale dialoog, een instrument dat slechts ten doel had de overeenkomstig de grondwet geplande verkiezingen uit te stellen; betreurt eveneens dat de EU, ondanks een uitgebreide strafcampagne tegen oppositieleiders en activisten en onderdrukking van onafhankelijke media, nog steeds geen overleg heeft geopend uit hoofde van artikel 96 van de overeenkomst van Cotonou;

18.  dringt er bij de EU op aan duidelijk en ondubbelzinnig te stellen dat zij het aan de macht blijven van president Kabila na 2016 als een ernstige schending van de Congolese grondwet zou beschouwen en als een bedreiging voor de betrekkingen tussen de EU en de DRC;

19.  verzoekt de EU onverwijld gerichte sancties op te leggen, zoals reisverboden en bevriezingen van tegoeden, jegens degenen die verantwoordelijk zijn voor het gewelddadige optreden in de DRC, teneinde verder geweld te voorkomen; herinnert eraan dat de VS reeds dergelijke maatregelen hebben genomen;

20.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Europese Dienst voor extern optreden, de Afrikaanse Unie, de ACS-EU-Raad van ministers, de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, en de regering en het parlement van de Democratische Republiek Congo.

Juridische mededeling