Procedure : 2017/2510(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0126/2017

Ingediende teksten :

B8-0126/2017

Debatten :

PV 01/02/2017 - 16
CRE 01/02/2017 - 16

Stemmingen :

PV 02/02/2017 - 7.6
CRE 02/02/2017 - 7.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0017

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 273kWORD 47k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0120/2017
25.1.2017
PE598.437v01-00
 
B8-0126/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de crisis van de rechtsstaat in de Democratische Republiek Congo en in Gabon (2017/2510(RSP))


Mariya Gabriel, Bogdan Brunon Wenta, Michael Gahler, György Hölvényi, Maurice Ponga, Cristian Dan Preda, Anna Záborská, Joachim Zeller, Željana Zovko, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Frank Engel, Ádám Kósa, Adam Szejnfeld, Krzysztof Hetman, Tadeusz Zwiefka, Ivo Belet, Paul Rübig namens de PPE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de crisis van de rechtsstaat in de Democratische Republiek Congo en in Gabon (2017/2510(RSP))  
B8-0126/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Democratische Republiek Congo (DRC),

–  gezien de verklaringen van de EU-delegatie naar de Democratische Republiek Congo over de mensenrechtensituatie in het land,

–  gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, van 18 december 2016 over het feit dat er geen akkoord kon worden bereikt in de DRC,

–  gezien de verklaring van 23 november 2016 door de woordvoerder van de VV/HV over de lopende politieke inspanningen in de DRC,

–  gezien de conclusies van de Raad van 23 mei 2016 en 17 oktober 2016 over de DRC,

–  gezien de lokale verklaringen van de EU van 2 augustus 2016 en 24 augustus 2016 inzake het verkiezingsproces in de DRC na de aanvang van de nationale dialoog in de DRC,

–  gezien de resoluties van de VN-Veiligheidsraad over de DRC, met name resolutie 2293(2016) over verlenging van het sanctieregime ten aanzien van de DRC en het mandaat van de groep van deskundigen, en resolutie 2277(2016) waarbij het mandaat van de Stabilisatiemissie van de VN in de DRC (Monusco) werd verlengd,

–  gezien de persverklaringen van de VN-Veiligheidsraad van 15 juli 2016 en 21 september 2016 over de situatie in de DRC,

–  gezien het jaarverslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens, gepubliceerd op 27 juli 2015, over de mensenrechtensituatie in de DRC,

–  gezien de verslagen van de secretaris-generaal van de VN van 9 maart 2016 over de VN-stabilisatiemissie in de DRC en de tenuitvoerlegging van het kader voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio,

–  gezien de gezamenlijke persmededeling van 16 februari 2016 en van 5 juni 2016 van de Afrikaanse Unie, de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Internationale Organisatie van de Francofonie over de noodzaak van een inclusieve politieke dialoog in de DRC en over hun toezegging de Congolese actoren te zullen steunen in hun streven naar consolidatie van democratie in het land,

–  gezien de kaderovereenkomst voor vrede, veiligheid en samenwerking voor de DRC en de regio, die in februari 2013 in Addis Abeba werd ondertekend,

–  gezien het verslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie (EU‑EOM),

–  gezien de gezamenlijke verklaring van de VV/HV, Federica Mogherini, en de commissaris voor internationale samenwerking en ontwikkeling, Neven Mimica, van 24 september 2016 naar aanleiding van de bekendmaking door het Grondwettelijk Hof van Gabon van de officiële resultaten van de presidentsverkiezingen,

–  gezien de verklaring inzake Gabon van de woordvoerder van de VV/HV van 11 september 2016,

–  gezien de persmededeling van de Afrikaanse Unie van 1 september 2016 waarin het geweld in het na de verkiezingen in Gabon uitgebroken conflict wordt veroordeeld en wordt opgeroepen tot een vreedzame schikking,

–  gezien het jaarverslag van de EU inzake mensenrechten en democratie in de wereld in 2015, dat op 22 juni 2015 door de Raad is aangenomen,

–  gezien het nationaal indicatief programma voor 2014-2020 van het 11de Europees Ontwikkelingsfonds, waarin voorrang wordt gegeven aan het versterken van democratie, bestuur en rechtsstaat,

–  gezien de Congolese en Gabonese grondwet,

–  gezien het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren van juni 1981,

–  gezien het Afrikaans Handvest voor democratie, verkiezingen en bestuur,

–  gezien de Overeenkomst van Cotonou,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat een aantal Afrikaanse politiek leiders geprobeerd heeft aan de macht te blijven ondanks grondwettelijke beperkingen, betwiste verkiezingsprocessen of krachtig protest van de bevolking, waardoor hun land in een aanhoudende periode van crisis en instabiliteit terecht is gekomen;

B.  overwegende dat recentelijk Ali Bongo, de Gabonese scheidende president die sinds de dood van zijn vader Omar Bongo in 2009 aan de macht is, tot winnaar van de presidentsverkiezingen van 2016 werd uitgeroepen; overwegende dat door internationale waarnemers, en met name door de EU-EOM, duidelijke onregelmatigheden bij het samenvoegen van de uitslagen werden vastgesteld;

C.  overwegende dat Jean Ping, zijn belangrijkste tegenstander, dit resultaat onmiddellijk in twijfel heeft getrokken en verworpen; overwegende dat er een aanklacht is ingediend bij het Grondwettelijk Hof wegens veronderstelde onregelmatigheden bij de verkiezingen, alsmede een verzoek om hertelling, en dat het Hof de uitslag uiteindelijk bevestigd heeft; overwegende dat de behandeling van de aanklacht de twijfel omtrent het resultaat van de presidentsverkiezingen echter niet volledig heeft kunnen wegnemen;

D.  overwegende dat er na de uitspraak in het hele land openlijke demonstraties losbarstten, die met geweld werden onderdrukt; overwegende dat de crisis na de verkiezingen tot een duidelijke verslechtering van de mensenrechtensituatie in Gabon heeft geleid, hetgeen blijkt uit het feit dat het aantal arrestaties door de autoriteiten en het geweld onder de burgerbevolking zijn toegenomen, waarbij een aantal doden is gevallen;

E.  overwegende dat de Congolese president Joseph Kabila, die sinds 2001 aan de macht is, de verkiezingen heeft uitgesteld en aan de macht is gebleven na afloop van zijn constitutionele ambtstermijn; overwegende dat dit heeft geleid tot nog niet eerder geziene politieke spanningen, onrust en geweld in het hele land, met talloze doden tot gevolg;

F.  overwegende dat leden van de Congolese veiligheids- en inlichtingendiensten naar aanleiding daarvan leden van de oppositie en van maatschappelijke organisaties de mond snoeren; overwegende dat mensenrechtengroeperingen onophoudelijk berichten over de verslechterende situatie op het gebied van de mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vergadering in de DRC en melding maken van excessief geweld tegen vreedzame demonstranten, willekeurige arrestaties en opsluiting, en rechtszaken om politieke redenen;

G.  overwegende dat het geweld na het aflopen van de ambtstermijn van president Kabila in december 2016 is geëscaleerd, met als gevolg tientallen doden door botsingen tussen demonstranten en veiligheidstroepen;

H.  overwegende dat de situatie is verslechterd vanwege het feit dat straffeloosheid in de DRC nog altijd blijft voortbestaan;

I.  overwegende dat de persvrijheid in beide landen sterk is achteruitgegaan en wordt beperkt door aanhoudende bedreigingen en geweld ten aanzien van journalisten; overwegende dat mediabedrijven en radiostations door de autoriteiten zijn gesloten en er beperkingen zijn gesteld aan internet en sociale netwerken;

J.  overwegende dat het op vreedzame, transparante en tijdige wijze houden van presidentsverkiezingen in deze landen in grote mate zou hebben bijgedragen tot democratische vooruitgang en wisseling van de macht als uitdaging waarmee de Centraal-Afrikaanse regio geconfronteerd wordt;

K.  overwegende dat het nationaal indicatief programma voor 2014-2020 van het 11de Europees Ontwikkelingsfonds voorrang geeft aan het versterken van democratie, bestuur en rechtsstaat; overwegende dat zowel de EU als de Afrikaanse partners een sterk gemeenschappelijk belang hebben bij de voortdurende ontwikkeling van democratie en de invoering van goed functionerend constitutionalisme;

Gabon

1.  is ten zeerste verontrust over de politieke crisis in Gabon en het toenemende geweld tussen demonstranten en veiligheidstroepen na de bekendmaking van de voorlopige resultaten van de presidentsverkiezingen van 2016;

2.  veroordeelt ten zeerste het gebruikte geweld, de schendingen van de mensenrechten, de willekeurige arrestaties en wederrechtelijke vrijheidsberoving, de politieke intimidatie van het maatschappelijk middenveld en leden van de oppositie, alsmede de schendingen van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in de aanloop naar en na afloop van de presidentsverkiezingen; dringt aan op de vrijlating van alle politieke gevangenen;

3.  roept de Gabonese autoriteiten op alle noodzakelijke maatregelen te treffen om onder alle omstandigheden de eerbiediging te waarborgen van de beginselen van democratie, de rechtsstaat, goed bestuur en mensenrechten, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, overeenkomstig de internationale verplichtingen van Gabon;

4.  roept alle politieke actoren en de rechterlijke macht die momenteel bij de controverse naar aanleiding van de verkiezingen zijn betrokken op om verantwoordelijkheid en terughoudendheid te betrachten en zich met name te onthouden van het aanzetten tot geweld;

5.  betreurt het dat de beroepsprocedure op basis waarvan Ali Bongo werd uitgeroepen tot winnaar van de verkiezingen, op ondoorzichtige wijze is verlopen en dat het Grondwettelijk Hof onvoldoende rekening heeft gehouden met de onregelmatigheden die in sommige provincies, met name Haut-Ogooué, het domein van Ali Bongo, zijn vastgesteld;

6.  is van mening dat de officiële uitslag van de presidentsverkiezingen niet transparant en uiterst twijfelachtig is, hetgeen ertoe geleid heeft dat de legitimiteit van president Bongo in twijfel wordt getrokken; betreurt het dat de Gabonese heersende klasse de door de presidentsverkiezingen geboden kans voorbij heeft laten gaan om de internationale gemeenschap te laten zien dat zij in staat is open en eerlijke verkiezingen te organiseren en zich gedurende een verkiezingsproces verantwoordelijk te gedragen;

7.  dringt daarom aan op een hertelling, niet alleen door het Grondwettelijk Hof, maar ook door de Afrikaanse Unie en de VN; dringt erop aan dat de postelectorale missie van de Afrikaanse Unie, die aanvankelijk in september 2016 zou plaatsvinden, van start gaat;

8.  betreurt ten zeerste dat de EU-EOM, ondanks het met de Gabonese regering ondertekende memorandum van overeenstemming, slechts beperkte toegang is verleend tot de gecentraliseerde telling van de stemmen in de lokale kiescommissies en in de zetel van de nationale kiescommissie (CENAP) in Libreville, en vervolgens ook tot grondwettelijke beroepsprocedure, en dat dit de EU-EOM belet heeft de legitimiteit van het verkiezingsproces voor de presidentsverkiezingen te controleren;

9.  veroordeelt te zeerste de intimidatie en dreigementen ten aanzien van leden van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie, alsook de pogingen om de neutraliteit en transparantie ervan ter discussie te stellen, en dringt er bij de Gabonese autoriteiten op aan de aanbevelingen uit het eindverslag van de EU-EOM volledig te eerbiedigen en ten uitvoer te leggen;

10.  wijst erop dat een vrije oppositie van fundamenteel belang is voor een democratisch systeem en het houden van eerlijke verkiezingen; roept de Gabonese autoriteiten op te streven naar een participerende politieke omgeving met meer dan een partij, en deze te faciliteren;

11.  neemt er kennis van dat er op 14 november een nationale dialoog is ingezet, zoals voorgesteld door Ali Bongo; wijst er echter op dat de leider van de oppositie, Jean Ping, weigert daaraan deel te nemen en een eigen nationale dialoog wil opstarten; spreekt dan ook zijn reserves uit over de geloofwaardigheid en de relevantie van dergelijke processen en benadrukt de dringende noodzaak van een open en transparante verzoeningsprocedure om een einde te maken aan de postelectorale crisis;

12.  spoort de regering van Gabon aan om onverwijld een grondige hervorming van de kiesprocedure door te voeren, teneinde de procedure te verbeteren en volledig transparant en geloofwaardig te maken; benadrukt dat de Gabonese autoriteiten volledige en oprechte samenwerking met alle relevante nationale en internationale belanghebbenden moeten garanderen om te verzekeren dat de volgende parlementsverkiezingen transparant en eerlijk zijn en plaatsvinden in een vrije, democratische, inclusieve en vreedzame omgeving;

13.  verzoekt om een onafhankelijk en objectief onderzoek naar het geweld in verband met de verkiezingen en de beschuldigingen van ernstige schendingen van mensenrechten en fundamentele vrijheden, en onderstreept de noodzaak ervoor te zorgen dat eenieder die hiervoor verantwoordelijk wordt geacht, voor de rechter wordt gebracht; roept de EU daarnaast op om in samenwerking met de VN en de Afrikaanse Unie de algemene situatie in Gabon nauwlettend te blijven volgen en melding te maken van alle gevallen van schendingen van de mensenrechten en fundamentele vrijheden; neemt kennis van het feit dat op verzoek van de Gabonese autoriteiten door het Internationaal Strafhof (ICC) een vooronderzoek wordt ingesteld naar het geweld na de verkiezingen;

14.  verzoekt de Raad te overwegen om gerichte sancties op te leggen aan degenen die verantwoordelijk zijn voor het postelectorale geweld en de mensenrechtenschendingen alsmede voor het ondermijnen van het democratische proces in het land;

Democratische Republiek Congo

15.  betreurt dat de Congolese regering er niet in is geslaagd om de presidentsverkiezingen binnen de grondwettelijk vastgelegde termijn te houden; herhaalt zijn oproep om tijdige succesvolle verkiezingen te houden, in volledige overeenstemming met de Congolese grondwet en het Afrikaans handvest inzake democratie, verkiezingen en bestuur, en wijst de Congolese regering nadrukkelijk op haar verantwoordelijkheid om zo snel mogelijk te zorgen voor een omgeving die transparante, geloofwaardige en inclusieve verkiezingen bevordert;

16.  verzoekt alle politieke actoren een vreedzame en constructieve dialoog aan te gaan, teneinde een verergering van de huidige politieke crisis en verder geweld en provocaties te voorkomen;

17.  verwelkomt de inspanningen van de nationale bisschopsconferentie van Congo (CENCO) om tot een bredere consensus over een politieke transitie te komen; neemt kennis van het eind december 2016 bereikte akkoord om president Kabila geen derde termijn toe te staan, waarin ook wordt opgeroepen om vóór eind 2017 verkiezingen te houden;

18.  toont zich opnieuw zeer bezorgd over de verslechterende mensenrechtensituatie, de steeds grotere beperking van de politieke ruimte in de DRC en de intimidatie van verdedigers van de mensenrechten, politieke opponenten en journalisten; veroordeelt alle meedogenloze repressie jegens vreedzame demonstranten;

19.  wijst met nadruk op de taak van de regering om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van haar burgers te eerbiedigen, beschermen en bevorderen; verklaart nogmaals dat de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering de basis vormt van een dynamisch politiek en democratisch leven, en dat het gebruik van geweld tegen vreedzaam demonstreren verboden moet worden;

20.  dringt aan op een volledig, grondig en transparant onderzoek naar de veronderstelde schendingen van de mensenrechten tijdens de protesten, zodat de verantwoordelijken geïdentificeerd en ter verantwoording geroepen kunnen worden;

21.  spreekt zijn voldoening uit over de goedkeuring van gerichte EU-sancties, met inbegrip van reisverboden en bevriezing van tegoeden, tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor de gewelddadige campagne, alsook voor het ondermijnen van de democratische processen in de DRC; verzoekt de Raad te overwegen deze beperkende maatregelen te verlengen als het geweld aanhoudt;

22.  roept de EU-delegatie op om de ontwikkelingen in de DRC nauwlettend te volgen;

°

°  °

23.  benadrukt dat de situatie in Gabon en in de DRC een ernstige bedreiging van de stabiliteit in de Centraal-Afrikaanse regio als geheel betekent; zegt andermaal zijn steun toe aan de Afrikaanse Unie bij haar essentiële rol in het voorkomen van een politieke crisis in de regio en verdere destabilisering van het Grote-Merengebied;

24.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Afrikaanse Unie, de president, de premier en het parlement van de DRC en van Gabon, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de VN-Mensenrechtenraad en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU.

Juridische mededeling