Procedure : 2017/2525(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0146/2017

Ingediende teksten :

B8-0146/2017

Debatten :

PV 15/02/2017 - 4
CRE 15/02/2017 - 4

Stemmingen :

PV 15/02/2017 - 7.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 272kWORD 52k
8.2.2017
PE598.472v01-00
 
B8-0146/2017

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

Ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de sluiting van de CETA-overeenkomst tussen de EU en Canada (2017/2525(RSP))


Manfred Weber, Artis Pabriks, Daniel Caspary, Salvatore Cicu, Christofer Fjellner, Danuta Maria Hübner, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Viviane Reding, Fernando Ruas, Tokia Saïfi, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, Jarosław Wałęsa, Hermann Winkler namens de PPE-Fractie
David Campbell Bannerman, Emma McClarkin, Sander Loones, Jan Zahradil, Joachim Starbatty, Anna Elżbieta Fotyga namens de ECR-Fractie
Guy Verhofstadt, Marietje Schaake, Ramon Tremosa i Balcells, Hannu Takkula, Dita Charanzová, Frédérique Ries, Johannes Cornelis van Baalen, Sylvie Goulard, Morten Løkkegaard, Alexander Graf Lambsdorff, Fredrick Federley, Nils Torvalds, Angelika Mlinar, Hilde Vautmans, Gesine Meissner, Cecilia Wikström, Sophia in ‘t Veld, Petras Auštrevičius, Jozo Radoš namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de sluiting van de CETA-overeenkomst tussen de EU en Canada (2017/2525(RSP))  
B8-0146/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien de onderhandelingsrichtsnoeren van 24 april 2009 uitgevaardigd door de Raad van de Europese Unie, alsook de aanbeveling van de Commissie aan de Raad van 20 december 2010 over de wijziging van de onderhandelingsrichtsnoeren en de daaropvolgende wijziging ervan door de Raad van 14 juli 2011,

–  gezien zijn resolutie van 8 juni 2011 over de betrekkingen EU-Canada(1),

–  gezien het juridisch advies 259/16 van de Juridische Dienst van het Europees Parlement van 1 juni 2016 over de verenigbaarheid van de bepalingen inzake de beslechting van investeringsgeschillen in door de Europese Unie onderhandelde handelsovereenkomsten, met name CETA, met de Verdragen,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad van 5 juli 2016 over de ondertekening en sluiting van CETA als een "gemengde" overeenkomst

–  gezien het besluit van de Raad van 5 oktober 2016 over de voorlopige toepassing van de CETA,

–  gezien het Gezamenlijk uitleggingsinstrument betreffende CETA tussen de EU en Canada, door de Raad goedgekeurd op het tijdstip van ondertekening op 28 oktober 2016, dat moet zorgen voor een bindende uitlegging van CETA overeenkomstig artikel 31 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht,

–  gezien de 38 verklaringen die zijn opgenomen in de notulen van de Raad naar aanleiding van de vaststelling door de Raad van het besluit tot ondertekening van de CETA,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat goede handelsovereenkomsten, waarin duidelijke regels voor handels- en investeringsstromen zijn vastgelegd, vorm moeten geven aan wereldwijde normen, zodat deze overeenkomsten voordelen bieden voor de burgers door middel van banen en groei voor onze economie en een welvarende toekomst helpen veiligstellen;

B.  overwegende dat in een tijd waarin het moeilijk is multilaterale handelsovereenkomsten te sluiten, bilaterale overeenkomsten een belangrijke rol vervullen in het genereren van economische groei en werkgelegenheid;

C.  overwegende dat de EU met gelijkgestemde landen moet samenwerken om het op wereldwijde regels gebaseerde systeem te versterken, vooral omdat het multilaterale systeem onder steeds grotere druk komt te staan;

D.  overwegende dat Canada en de EU cruciale partners en bondgenoten zijn, met gedeelde waarden en een gemeenschappelijk geloof in open, democratische en liberale samenlevingen en het belang van op regels gebaseerde handel, en dat zij hebben afgesproken hun multilaterale en bilaterale samenwerking op het gebied van buitenlands beleid te versterken;

E.  overwegende dat CETA de modernste en de meest vooruitstrevende en uitgebreide handelsovereenkomst is waarover de EU ooit heeft onderhandeld;

F.  overwegende dat de prioriteiten die in zijn resolutie van 8 juni 2011 zijn uiteengezet, terug te vinden zijn in het resultaat van de onderhandelingen;

G.  overwegende dat de CETA-onderhandelingen in 2009 van start zijn gegaan op basis van een unaniem mandaat van alle lidstaten;

H.  overwegende dat met CETA wordt gezorgd voor toegang tot nieuwe markten, ruimere keuzes voor de consumenten en investeringsmogelijkheden en tegelijk waarborgen worden geboden voor hoge normen, zowel in Canada als in de EU, terwijl onnodige handelsbarrières tot een minimum worden beperkt en het recht gevrijwaard blijft om regelgeving vast te stellen om legitieme doelstellingen van overheidsbeleid na te streven;

I.  overwegende dat CETA onder meer zorgt voor de opheffing van rechten, de toegang van Europese bedrijven tot de Canadese markt voor overheidsopdrachten, de bescherming van 145 Europese geografische aanduidingen en een groter transparantie in administratieve en douaneprocedures;

J.  overwegende dat CETA de verdere ontwikkeling van internationale arbeids- en milieunormen kan bevorderen, met name door de vaststelling van regels inzake duurzame ontwikkeling en klimaatbescherming;

K.  overwegende dat ingevolge de bezwaren van de maatschappelijke organisaties en het Europees Parlement inzake de beslechting van geschillen tussen investeerders en staten (ISDS), de partijen overeengekomen zijn dit mechanisme uit de tekst te verwijderen en het te vervangen door een nieuw model voor de beslechting van investeringsgeschillen, het Investeringshof (ICS);

L.  overwegende dat de CETA-onderhandelingen in grote mate hebben bijgedragen aan de visumliberalisering voor burgers van Roemenië en Bulgarije;

M.  overwegende dat de CETA-onderhandelingen hebben aangetoond dat een meer inclusief proces betere resultaten kan opleveren en geleid hebben tot grondige discussies over de noodzaak van meer transparantie in handelsonderhandelingen in het algemeen;

1.  verwelkomt de Brede Economische en Handelsovereenkomst met Canada als de meest moderne, uitgebreide en ambitieuze handelsovereenkomst waarover de EU ooit heeft onderhandeld en die kan zorgen voor aanzienlijke voordelen voor burgers en ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen;

2.  dringt aan op een snel ratificatieproces door de nationale en regionale parlementen van de lidstaten zodat de Europese en Canadese burgers zo snel mogelijk van de voordelen van CETA kunnen profiteren;

3.  onderstreept dat deze overeenkomst een gelegenheid biedt om de regels en normen voor de wereldhandel samen met onze sterkste partner vast te leggen en ervoor te zorgen dat de sociale, arbeids- en milieunormen niet worden aangetast bij de vaststelling van de voorwaarden voor groei en banen;

4.  is ervan overtuigd dat CETA een sterk signaal stuurt naar andere handelspartners over de manier waarop de EU de wereldwijde regels en normen bepaald wil zien en de blijvende inzet van de EU voor open markten en op regels gebaseerde handel, met name in een tijd van onzekerheid inzake het handelsbeleid;

5.  beklemtoont dat alle toekomstige handelsovereenkomsten, net zoals CETA, passende maatregelen moeten bevatten voor gevoelige producten, onder meer landbouwproducten, evenals vrijwaringsclausules die moeten worden toegepast bij marktverstoringen;

6.  herinnert eraan dat onder CETA de regeringen niet verplicht worden tot het privatiseren van openbare diensten en dat ook niet voorkomen wordt dat diensten die vroeger geprivatiseerd waren weer eigendom van de staat worden of onder bestuurlijke of andere controle worden gebracht;

7.  is ingenomen met het door de Commissie voorgestelde nieuwe model voor de beslechting van investeringsgeschillen, het Investeringshof (ICS), dat een fundamentele verandering is tegenover het ISDS en dat voorziet in de instelling van een permanent gerechtshof met openbare rechters die willekeurig worden toegewezen voor elke zaak, een permanente beroepsinstantie, strikte voorschriften inzake belangenconflicten, een gedragscode die kan worden opgelegd door de president van het Internationaal Gerechtshof en versterkte transparantiebepalingen zodat geschillen niet langer ‘achter gesloten deuren’ worden beslecht;

8.  vindt het goed dat de vragen over CETA een antwoord hebben gekregen dankzij activisme, inzet en andere verduidelijkingen over de inhoud van de overeenkomst, zoals het Gezamenlijk uitleggingsinstrument, opgesteld door de EU en Canada;

9.  onderstreept het belang van handel en duurzame ontwikkeling in CETA en de desbetreffende toezeggingen van de Partijen in het gezamenlijk uitleggingsinstrument om de bepalingen in die zin te versterken;

10.  vraagt dat het Parlement volledig betrokken wordt bij de uitvoering van de overeenkomst en vraagt de Commissie het Parlement geregeld te informeren over de voorlopige uitvoering ervan;

11.  dringt bij de Commissie aan op grotere transparantie in de lopende en toekomstige onderhandelingen, teneinde het gesprek met burgers en belanghebbenden aan te gaan;

12.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan Commissie, de Raad van de Europese Unie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering en het parlement van Canada.

(1)

PB L 378 van 11.12.2012, blz. 20.

Juridische mededeling