Procedure : 2017/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0184/2017

Ingediende teksten :

B8-0184/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


ONTWERPRESOLUTIE
PDF 210kWORD 60k
13.3.2017
PE598.537v01-00
 
B8-0184/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de prioriteiten van de Unie voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))


Marie-Christine Vergiat, Marisa Matias, Ángela Vallina, Merja Kyllönen, Lola Sánchez Caldentey, Miguel Urbán Crespo, Tania González Peñas, Xabier Benito Ziluaga, Estefanía Torres Martínez, Neoklis Sylikiotis, Takis Hadjigeorgiou, Dimitrios Papadimoulis, Kostadinka Kuneva, Stelios Kouloglou, Kostas Chrysogonos, Barbara Spinelli, Maria Lidia Senra Rodríguez, Javier Couso Permuy namens de GUE/NGL-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))  
B8-0184/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC),

–  gezien de 34e zitting van de UNHRC, die van 27 februari tot en met 24 maart 2017 gehouden wordt,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de Europese Unie en haar lidstaten zouden moeten instaan voor de eerbiediging van de mensenrechten in hun gehele binnenlandse en buitenlandse beleid en voor de coherentie van dit beleid, zodat de Unie en de lidstaten binnen de UNHRC een sterkere en geloofwaardiger positie innemen;

B.  overwegende dat de 34e gewone zitting van de UNHRC van 27 februari tot en met 24 maart 2017 gehouden wordt; overwegende dat een delegatie van de Subcommissie mensenrechten van het Europees Parlement zich gedurende de 34e zitting van de UNHRC naar Genève zal begeven, zoals ook de afgelopen jaren voor de eerdere zittingen van deze raad het geval was; overwegende dat er in 2017 nog twee andere zittingen van de UNHRC zullen worden gehouden;

C.  overwegende dat momenteel zeven lidstaten zitting hebben in de UNHRC, te weten: Duitsland (tot in 2018), België (tot in 2018), Letland (tot in 2017), Nederland (tot in 2017), Portugal (tot in 2017), het Verenigd Koninkrijk (tot in 2017) en Slovenië (tot in 2018);

D.  overwegende dat de werkzaamheden van de Unie en haar lidstaten met en binnen de UNHRC en met alle organen van de VN beter moeten worden gecoördineerd en moeten worden versterkt, niet alleen om beter rekening te houden met de aanbevelingen van de UNHRC, maar ook om deze beter uit te voeren in het kader van het mensenrechtenbeleid van de Unie, zowel intern als extern; overwegende dat de delegaties van de Unie binnen de UNHRC er te vaak genoegen mee nemen om hun eigen prioriteiten aan de orde te stellen, zonder rekening te houden met de werkzaamheden van de VN en de UNHRC op het gebied van de mensenrechten;

Het werk en de organisatie van de UNHRC

1.  roept de lidstaten van de Unie opnieuw op zich actief te verzetten tegen elke poging om de universaliteits-, ondeelbaarheids- en onafhankelijkheidsbeginselen van de mensenrechten aan te tasten en de UNHRC actief aan te sporen elke vorm van discriminatie op gelijke wijze te bestrijden, ongeacht het motief waarop deze is gebaseerd;

2.  waarschuwt voor instrumentalisering van de UNHRC; benadrukt het belang van de landenspecifieke resoluties bij het aan de kaak stellen van ernstige mensenrechtenschendingen; onderstreept hoe belangrijk het is om de mensenrechtensituatie op objectieve, transparante, niet-selectieve, constructieve en niet-confronterende wijze te evalueren, op basis van betrouwbare informatie en een interactieve dialoog en met universele deelname en gelijke behandeling van alle staten; verzoekt de lidstaten een actieve bijdrage te leveren aan de tenuitvoerlegging van deze overeengekomen beginselen betreffende de UNHRC;

3.  onderstreept hoe belangrijk het is om, met het oog op het waarborgen van de eerbiediging van de mensenrechten, de onderliggende oorzaken van politieke instabiliteit in tal van landen aan te pakken door middel van ontwikkelingsbeleid dat in overeenstemming is met de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling (SDG), alsook door middel van sociaaleconomische, politieke en culturele maatregelen;

4.  stelt vast dat Saudi-Arabië tot in 2019 lid van de UNHRC is; is sterk gekant tegen de wijdverbreide schendingen van de mensenrechten die door het Koninkrijk Saudi-Arabië worden begaan, dat zijn mandaat gebruikt voor het blokkeren van verzoeken van de speciaal rapporteurs van de VN die benoemd zijn om onderzoeken in te stellen naar voorvallen in verband met foltering, terechtstellingen en vrijheid van mening en meningsuiting, op dezelfde manier waarop het alle pogingen om een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de situatie in Jemen ondermijnt; hekelt het feit dat het land, tijdens de 33zitting van de UNHRC, voor het tweede opeenvolgende jaar erin is geslaagd om een resolutie van de Unie te blokkeren die erop gericht was om een internationaal onderzoek in gang te zetten; verzoekt de Unie deze resolutie opnieuw in te dienen, en wel naar aanleiding van de kritiek van de plaatsvervangend Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, Kate Gilmore, volgens wie de nationale Jemenitische commissie, die werd opgericht nadat het verzoek tot instelling van een internationale commissie van de hand was gewezen, niet onpartijdig genoeg is en de basisnormen voor bescherming niet naleeft;

5.  is ingenomen met de jaarverslagen van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten, en in het bijzonder met de aandacht voor de situatie in Honduras, Colombia, Guatemala, Cyprus, Iran, Sri Lanka, Jemen, de bezette Palestijnse gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, de bezette Syrische Golanhoogvlakte, Afghanistan en Guinea;

6.  verwerpt het gebruik van het begrip "verantwoordelijkheid om te beschermen" omdat het een schending vormt van het internationaal recht en onvoldoende rechtsgrondslag biedt om eenzijdig gebruik van geweld te rechtvaardigen; veroordeelt de rol van "mondiale politieagent" die landen als de Verenigde Staten of organisaties als de NAVO zich toemeten, onder meer wanneer deze rol buiten de VN-mandaten valt of de reikwijdte ervan te buiten gaat; veroordeelt eveneens de zogeheten "selectieve luchtaanvallen" en de inzet van buitenlandse troepen op het grondgebied van bepaalde staten; hekelt de NAVO-interventies om pacificatie- en stabilisatietaken te vervullen die alleen op basis van een brede overeenstemming in het kader van de Algemene Vergadering van de VN kunnen worden uitgevoerd;

Economische, sociale en culturele rechten

7.  is ingenomen met het belang dat de UNHRC toekent aan de bevordering en bescherming van de economische en sociale rechten en aan de kwestie van de onderlinge samenhang en ondeelbaarheid van de mensenrechten; beklemtoont nogmaals dat burgerrechten, economische, sociale, culturele en politieke rechten op voet van gelijkheid moeten worden behandeld; wijst erop dat hoge werkloosheidscijfers, de toenemende armoede en sociale uitsluiting, de steeds moeilijker toegang tot betaalbare openbare diensten op het vlak van gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, vervoer en cultuur alsook de verslechterende kwaliteit van deze diensten grote uitdagingen vormen; is ingenomen met de belangrijke rol van de overheidsdiensten op dit gebied en stelt vast dat hun privatisering en liberalisering ertoe hebben bijgedragen dat de toegang tot sommige van deze rechten is verslechterd;

8.  benadrukt voorts dat de opneming van democratie- en mensenrechtenclausules in de door de Unie ondertekende vrijhandelsovereenkomsten op een mislukking is uitgelopen, niet alleen omdat er nauwelijks aandacht aan werd besteed, maar ook omdat de vrijhandelsovereenkomsten zelf hebben geleid tot schendingen van met name de economische en sociale grondrechten, verpaupering van de betrokken gemeenschappen en monopolisering van hulpbronnen door multinationals; is van oordeel dat er nieuwe samenwerkingsvormen moeten worden geïntroduceerd teneinde de sociaaleconomische ontwikkeling van derde landen te baseren op de behoeften van hun bevolking; meent dat de UNHRC niet alleen de gevolgen van bezuinigingsplannen voor de mensenrechten moet bestuderen en aan de orde moet stellen, maar ook het effect van de huidige vrijhandelsovereenkomsten – en dan met name de risico's en gevolgen van de economische partnerschapsovereenkomsten met de ACS-landen – eens kritisch onder de loep moet nemen en aan de kaak moet stellen;

9.  is van mening dat de kwestie van de verdeling van de rijkdommen in de wereld de hoogste prioriteit moet hebben tijdens de zittingen van de UNHRC in 2017, aangezien zij het belangrijkste obstakel vormt voor de verwezenlijking van de economische en sociale rechten, en meent dat de delegatie van de Unie en haar lidstaten alle nodige maatregelen moet nemen om hiervoor te zorgen;

10.  onderstreept het belang van het verslag over de toegang tot geneesmiddelen in het kader van het recht van eenieder op het hoogst mogelijke niveau van lichamelijke en geestelijke gezondheid; vraagt de delegatie van de Unie en haar lidstaten om voor eenieder de toegang tot geneesmiddelen en kwalitatief hoogwaardige openbare gezondheidszorg te bevorderen en een voorstel in te dienen voor een onderzoek naar de rol van de farmaceutische industrie;

11.  acht het verslag over geschikte huisvesting, als een component van het recht op een behoorlijke levensstandaard, eveneens van belang; vraagt de delegatie van de Unie en haar lidstaten om, zonder discriminatie en als een grondrecht, voor eenieder de toegang tot kwalitatief hoogwaardige huisvesting te bevorderen;

12.  verwelkomt eveneens het verslag over het recht op voedsel; wijst erop dat de lidstaten van de Verenigde Naties de toegang tot natuurlijke en essentiële hulpbronnen en de toegang tot land in sterkere mate zouden moeten bevorderen, evenals de voedselsoevereiniteit en de voedselveiligheid, als instrumenten in de strijd tegen armoede en werkloosheid; betreurt dat een groot aantal mensen geen of niet langer toegang heeft tot bepaalde hulpbronnen, inclusief basisvoorzieningen zoals water, vanwege de monopolisering van deze hulpbronnen, met name door bedrijven of particuliere entiteiten die worden gesteund door de politieke instanties in de betrokken landen, wat leidt tot voedseltekorten en tot een stijging van de prijzen van levensmiddelen; dringt er derhalve bij de delegatie van de Unie en haar lidstaten op aan voorstellen in te dienen bij de UNHRC en, in bredere zin, bij de internationale en regionale fora en conferenties (de Wereldbank, WTO, UNCTAD, IMF, OESO, enz.) met het oog op de erkenning van essentiële basisvoorzieningen en de opneming ervan in een specifiek VN-verdrag;

13.  onderstreept het belang van het punt over de gevolgen van buitenlandse schulden en andere aanverwante internationale financiële verplichtingen van staten voor de volledige uitoefening van de mensenrechten", omdat daarbij in aanmerking wordt genomen dat de betaling van "rente op schulden" van de staat vandaag het merendeel van de landen treft en als uitvlucht wordt gebruikt om bezuinigingsmaatregelen te treffen onder de noemer "structurele aanpassingsplannen", waarmee inbreuk wordt gepleegd op de grondrechten, ook in de Unie;

Burgerrechten en politieke rechten

14.  roept alle lidstaten op foltering te bestrijden, ook in de lidstaten; vraagt de delegatie van de Unie en die van haar lidstaten om in het debat over foltering en andere wrede en mensonterende straffen en behandelingen ook te spreken over de kwestie van het verbieden van de handel in producten die voor foltering kunnen worden gebruikt, binnen en buiten de Unie;

15.  verzoekt de delegatie van de Unie en die van haar lidstaten om zich opnieuw uit te spreken tegen de doodstraf en vóór de wereldwijde afschaffing van de doodstraf en de ogenblikkelijke invoering van een moratorium in die landen waar zij nog wordt uitgevoerd; maakt zich zorgen over het feit dat een aantal landen dat de uitvoering van de doodstraf had opgeschort, opnieuw met terechtstellingen is begonnen, en dat de doodstraf opnieuw wordt uitgesproken, met name om redenen van terrorismebestrijding en in het kader van de bestrijding van de smokkel van verdovende middelen;

16.  wijst op de noodzaak om tijdens deze zitting van de UNHRC de kwestie te bespreken van de vrijheid van vereniging en de bestrijding van alle vormen van repressie, met inbegrip van het vermoorden van vakbondsleiders, politiek activisten, kunstenaars en verdedigers van mensenrechten;

17.  neemt kennis van het belang dat tijdens de 31e zitting aan de vrijheid van geloof of levensovertuiging wordt gehecht en herinnert eraan dat dit zowel het recht inhoudt om te geloven of niet te geloven als het recht om zich in te zetten voor een geloofsovertuiging of om van geloofsovertuiging te veranderen; benadrukt opnieuw zijn gehechtheid aan het secularisme als een essentieel kenmerk van een democratische staat, aangezien dit neerkomt op een strikte scheiding van politiek en religie, hetgeen impliceert dat religieuze inmenging in overheidsaangelegenheden en politieke bemoeienis met religieuze zaken uit den boze zijn, tenzij dit dient om de veiligheid en de openbare orde (met inbegrip van de eerbiediging van andermans vrijheid) te bewaren, en om ervoor te zorgen dat iedereen (gelovigen, agnosten en atheïsten) in gelijke mate vrijheid van mening en van openbare meningsuiting wordt geboden;

18.  hecht zeer veel belang aan het verslag over het recht op een privéleven in het digitale tijdperk; betreurt dat technologieën, met inbegrip van Europese technologieën, worden gebruikt om de mensenrechten te schenden, met name via censuur en grootschalig toezicht; veroordeelt eveneens het feit dat miljoenen mensen zijn bespioneerd, met name door de Amerikaanse NSA; uit zijn ongerustheid over de verspreiding van surveillance-en filtertechnieken, die een steeds grotere bedreiging vormen voor verdedigers van de mensenrechten en vaak afbreuk doen aan het recht op eerbiediging en bescherming van de persoonlijke levenssfeer; wenst dat rekening wordt gehouden met deze zorgen als dit punt op de zitting wordt besproken; betreurt het dat de internationale gemeenschap nog altijd niet is overgegaan tot de onderhandelingen over de sluiting van een internationale overeenkomst betreffende de bescherming van persoonlijke gegevens, waarvoor Verdrag 108 van de Raad van Europa als model kan dienen, en verzoekt de delegatie van de Unie en die van haar lidstaten om samen met hun internationale gesprekspartners aan de opstelling van een dergelijke overeenkomst te werken;

19  veroordeelt de toenemende uitbesteding van beveiligingstaken, met inbegrip van militaire taken, aan particuliere instanties en ondernemingen, terwijl het om een exclusieve bevoegdheid van staten gaat, en wenst dat de Unie en haar lidstaten meer inspanningen leveren om een eind te maken aan deze praktijken; is van mening dat de eerbiediging van de mensenrechten een bevoegdheid van de landen blijft en is van oordeel dat, aangezien het de overdracht van overheidstaken betreft, landen verantwoordelijk moeten worden gehouden voor schendingen van de mensenrechten en het humanitair recht door de desbetreffende ondernemingen;

20.  wijst met nadruk op de tekortschietende wetgeving, de ondoorzichtigheid en het ontbreken van controle op de wapenhandel, welke verantwoordelijk is voor de toename van het menselijk lijden in het kader van burgeroorlogen en gewapende conflicten; is van mening dat de wapenhandel instabiliteit en corruptie in de hand werkt en het vredesproces doet stranden; veroordeelt in het bijzonder de rol ervan in landen als Jemen, Somalië, Zuid-Sudan en Nigeria, en herhaalt de waarschuwing ten aanzien van deze landen die de secretaris-generaal van de Verenigde Naties op 22 februari jl. heeft doen uitgaan; dringt er dan ook op aan om deze kwestie op de agenda van deze zitting te plaatsen;

Rechten van volkeren, groepen en afzonderlijke individuen

21.  onderstreept het belang van de eerbiediging van de grondrechten van inheemse volkeren en stammen, zoals vastgelegd in Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie, en maakt zich ongerust over de verslechtering van de situatie van mensenrechtenverdedigers, -activisten, -organisaties en -instanties die met name landroof aan de kaak stellen; wenst dat deze kwesties als een specifiek discussiepunt op de agenda van de zitting van UNHRC worden geplaatst;

22.  is verheugd over het belang dat tijdens deze 34e zitting wordt toegekend aan de rechten van het kind en de bereidheid, naar aanleiding van de aanneming van resolutie 25/6, de kwesties van kindersmokkel en kinderhandel, jeugdprostitutie en kinderporno onder de loep te nemen;

23.  roept de Unie en haar lidstaten op prioriteit toe te kennen aan concrete acties van de UNHRC die erop gericht zijn om een einde te maken aan schendingen van de mensenrechten van burgers, in het bijzonder vrouwen en kinderen, in situaties van oorlog of gewelddadige conflicten; dringt met name aan op prioritaire acties om het ronselen van kindsoldaten een halt toe te roepen en hun bescherming te waarborgen;

24.  betreurt het dat kwesties in verband met de rechten van LGBTI tijdens de conferenties van de UNHRC in 2017 niet zullen worden besproken; veroordeelt het geweld en de discriminatie waarvan LGBTI over de gehele wereld het slachtoffer zijn; veroordeelt in het bijzonder de gedwongen sterilisatie van transgenders waarvan nog steeds sprake is in een aantal landen, waaronder lidstaten van de Unie, en roept op tot onmiddellijke beëindiging van deze schending van de mensenrechten; nodigt de internationale gemeenschap uit na te denken over de middelen om hun familierecht aan te passen aan de ontwikkeling van de gezinspatronen en -vormen van vandaag de dag, met inbegrip van de mogelijkheid voor een verbintenis en adoptie voor personen van hetzelfde geslacht; benadrukt dat lesbiennes vaak te lijden hebben van meervoudige discriminatie (als vrouw en als lesbienne) en dat maatregelen voor de gelijkheid van LGBTI, om gelijkheid en niet-discriminatie te bereiken, hand in hand moeten gaan met maatregelen voor de gelijkheid van vrouwen en meisjes; uit zijn ongerustheid over de recente stijging van het aantal wetten en gewelddadige praktijken die gericht zijn tegen personen en gebaseerd zijn op hun seksuele gerichtheid of hun geslacht; spreekt nogmaals zijn steun uit voor de voortzetting van de werkzaamheden van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten met het oog op de bevordering en bescherming van de mensenrechten van LGBTI, met name in de vorm van verklaringen, rapporten en de campagne "Vrijheid en Gelijkheid"; moedigt de Hoge Commissaris van de VN aan de strijd tegen discriminerende wetten en praktijken voort te zetten;

25.  is ingenomen met het verslag over de bescherming van de mensenrechten van migranten; veroordeelt de impact van het beleid van uitbesteding ten aanzien van de grenzen van de Unie, hetgeen ertoe leidt dat mensen die op zoek zijn naar een veilig heenkomen in Europa, meer risico nemen, waardoor op weg naar Europa onder hen te land en ter zee meer doden vallen; benadrukt dat de Unie elk migratiebeleid, met inbegrip van de grensbewaking, moet baseren op een coherente aanpak die de mensenrechten, in overeenstemming met haar internationale verplichtingen, als uitgangspunt neemt; veroordeelt in dit verband het "proces van Khartoem", waarbij op het gebied van "migratiebeheer" met name wordt samengewerkt met de regimes van Eritrea en Sudan; roept de lidstaten van de Unie er nogmaals toe op uitvoering te geven aan de clausules van democratie en mensenrechten in alle internationale overeenkomsten, ongeacht de aard van deze overeenkomsten, en toe te zien op de eerbiediging van de mensenrechten in hun eigen intern en extern beleid, met als doel om te voorkomen dat de Unie haar positie binnen de UNHRC en alle andere internationale fora voor de mensenrechten ondermijnt;

Onderlinge samenhang van de mensenrechten en van thematische onderwerpen met betrekking tot de mensenrechten

26.  neemt kennis van het belang dat tijdens de 34e zitting wordt gehecht aan het verband tussen terrorisme en mensenrechten en aan het verslag over de schadelijke gevolgen van terrorisme voor de uitoefening van de mensenrechten en de grondrechten, in het bijzonder het recht op leven en het recht op vrijheid en veiligheid; onderstreept dat de bestrijding van terrorisme in geen geval als voorwendsel mag dienen om de individuele vrijheden en fundamentele rechten te beperken; is van mening dat het "oorlogszuchtige" antwoord van bepaalde westerse landen in plaats van de terroristische dreiging terug te dringen, het geweld alleen maar verder aanwakkert; benadrukt andermaal dat een doeltreffend plan ter bestrijding van terrorisme slechts uitgevoerd kan worden als men de financiering van terroristische organisaties stopzet, met name door alle handelsovereenkomsten of partnerschappen op te schorten met de landen die deze organisaties steunen; onderstreept voorts dat het belangrijk is om de inlichtingendiensten, de veiligheidsdiensten en de justitiële diensten te versterken, maar ook dat de overheden preventieprogramma's en financiële centra dienen op te zetten om de ronselmethoden van terroristische organisaties vroegtijdig in kaart te brengen, ronselen te voorkomen, ronselnetwerken te ontmantelen en de re-integratie van geronselden mogelijk te maken; herinnert eraan dat niet alleen het recht op veiligheid maar ook het recht op beveiliging fundamenteel is, en veroordeelt elk overheidsbeleid dat erop gericht is om een deel van de bevolking te discrimineren op grond van afkomst of feitelijke of vermeende godsdienstige overtuiging; acht in dit verband het punt over de gevolgen van terrorisme voor de uitoefening van de mensenrechten buitengewoon belangrijk;

27.  is van mening dat het punt over de ontwikkeling van een internationaal, juridisch bindend instrument voor transnationale bedrijven, andere ondernemingen en de eerbiediging van de mensenrechten van essentieel belang is; steunt de werkzaamheden van de intergouvernementele werkgroep van de VN op dit gebied en vraagt de instellingen van de Unie en de lidstaten met klem om zich te voegen naar resoluties over dit onderwerp en alles in het werk te stellen om deze doelstelling te verwezenlijken;

28.  hecht voorts buitengewoon veel belang aan het punt over mensenrechten en milieu en meent dat dit nauw verweven is met het recht van volkeren om over hun eigen hulpbronnen en grond te beschikken en een leefbaar milieu in stand te houden; is derhalve van mening dat het uiterst belangrijk is dat het Kyotoprotocol, evenals andere internationale verdragen die de uitoefening van deze rechten mogelijk maken, door allen worden geratificeerd en ten uitvoer worden gelegd; is van mening dat de overeenkomsten die in het kader van de in Parijs gehouden COP 21 zijn gesloten, niet volstaan om een einde te maken aan de klimaatverandering en om de sociale en ecologische rechten van volkeren te waarborgen; wenst dat de delegatie van de EU en de vertegenwoordigers van de lidstaten binnen de UNHRC het voorstel voor de oprichting van een internationaal milieutribunaal onder auspiciën van de Verenigde Naties steunen, en toewerken naar de invoering van een juridisch bindend instrument om de meest vervuilende staten en ondernemingen te bestraffen;

29.  onderstreept dat volgens de Verenigde Naties tussen nu en 2050 naar schatting 200 miljoen mensen ontheemd zullen raken als gevolg van de klimaatomstandigheden; onderstreept de noodzaak van een wereldwijde aanpak voor de oplossing van problemen in verband met klimaatverandering, armoede, exploitatie en toegang tot hulpbronnen, alsook voor de bestrijding van de roof van land en rijkdommen door multinationale ondernemingen, teneinde de ontwikkeling en de toegang van volkeren tot de grondrechten en essentiële goederen en diensten mogelijk te maken; verzoekt de delegatie van de Unie binnen de UNHRC en de vertegenwoordigers van de lidstaten actief deel te nemen aan het debat over de begrippen "klimaatvluchteling en milieuvluchteling", teneinde tot een op grond van het internationaal recht juridisch bindende definitie te komen;

Zelfbeschikkingsrecht van volkeren en mensenrechtensituaties die de aandacht van de UNHRC vereisen

30.  wijst andermaal op het onvervreemdbare recht van volkeren op zelfbeschikking en het kiezen van hun eigen politieke, economische en sociale koers zonder inmenging van buitenaf; vraagt de Unie en haar lidstaten om dit recht tijdens de zittingen van de UNHRC in 2017 zonder voorbehoud te verdedigen en het huidige beleid te laten varen; spreekt daarnaast zijn afkeuring uit over de sancties die de Unie en de VS aan derde landen opleggen om, in plaats van de belangen van de betrokken bevolkingsgroepen, die eigenlijk op de eerste plaats zouden moeten komen, hun eigen geopolitieke en economische belangen te beschermen;

31.  is bijzonder verontrust over de verslechtering van de humanitaire en veiligheidssituatie in Syrië als gevolg van de bezetting van een belangrijk deel van het grondgebied door de organisatie die zich de Islamitische Staat noemt; veroordeelt opnieuw, en ten stelligste, de stelselmatige schendingen van de mensenrechten door terroristische organisaties; is ook bijzonder verontrust over de schendingen van de mensenrechten door het Syrische regime, en dan met name over de inbreuken op de vrijheid van meningsuiting, de willekeurige opsluitingen en de repressie van verdedigers van de mensenrechten; onderstreept het belang van de conclusies van de speciale commissie voor grondig en onafhankelijk onderzoek naar de voorvallen in Aleppo, dit met het oog op de opsporing, voor zover mogelijk, van al degenen voor wie er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat ze verantwoordelijk zijn voor vermeende schendingen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en inbreuken op dit recht; beklemtoont dat de wapenhandel het conflict verder heeft aangewakkerd; veroordeelt met klem de diverse westerse interventies van de afgelopen jaren, die aangrijpende gevolgen hebben gehad voor wat betreft de radicalisering van personen, met name in het Midden-Oosten en in de zuidelijke buurlanden; is ingenomen met de inspanningen die ten gunste van een politieke dialoog onder leiding van de VN zijn geleverd om het land uit de politieke crisis te helpen, en onderstreept dat om doeltreffend te zijn ook de leden van de vreedzame oppositie van het Syrische regime aan deze dialoog moeten deelnemen;

32.  geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over het terugkerende conflict in Zuid-Sudan; roept op tot een onmiddellijk staakt-het-vuren tussen beide conflictpartijen en spreekt zijn steun uit voor een neutrale bemiddeling om zo snel mogelijk tot een akkoord te komen; dringt aan op meer humanitaire steun voor de burgerbevolking die zich in gevechtszones bevindt of het gebied ontvlucht; verzoekt de EU en haar lidstaten het beginsel van non-refoulement na te leven door hun grenzen open te stellen voor vluchtelingen die de crisis in Zuid-Sudan ontvluchten; roept voorts op tot internationale inzet om een einde te maken aan de levering van wapens en militaire uitrusting aan Zuid-Sudan en om de uitvoer van wapens naar de regio een halt toe te roepen;

33.  onderstreept het belang van de besprekingen in de UNHRC over de crisis in Burundi; toont zich uiterst verontrust over de situatie in het land en waarschuwt voor de rampzalige gevolgen die hieruit voor de hele regio kunnen voortvloeien; dringt aan op naleving van het pact inzake veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling in het Grote Merengebied en het protocol inzake non-agressie en wederzijdse verdediging; is van mening dat de huidige crisis uitsluitend kan worden opgelost door middel van een politieke dialoog op nationaal en regionaal niveau en in geen geval als voorwendsel mag dienen voor een nieuwe militaire interventie in de regio; is van mening dat de problemen in Burundi uitsluitend kunnen worden opgelost door te waarborgen dat alle burgers dezelfde rechten genieten, door het hoofd te bieden aan de problemen in verband met de controle over vruchtbare landbouwgrond, werkloosheid en armoede, door corruptie, armoede, ongelijkheden en discriminatie te bestrijden, en door sociale, politieke en economische hervormingen te bevorderen, teneinde een vrije, democratische en stabiele staat te creëren;

34.  stelt vast dat de mensenrechtensituatie in Iran een grote bron van zorg blijft; hekelt de repressie van vreedzame demonstranten en dissidenten, waaronder studenten, academici en verdedigers van de mensenrechten, verdedigers van de vrouwenrechten, juristen, journalisten en bloggers, die in dit land schering en inslag is; benadrukt de cruciale rol die de internationale gemeenschap speelt bij het waarborgen van de vrede; toont zich bezorgd over het aantal politieke gevangenen en gewetensgevangenen, het onveranderd hoge aantal terechtstellingen (ook van minderjarigen), de folteringen, oneerlijke processen en buitensporig hoge borgsommen, en de ernstige beperkingen van de vrijheid van informatie, meningsuiting, vergadering, godsdienst, onderwijs en verkeer;

35.  erkent dat er vooruitgang is geboekt wat de mensenrechten in Myanmar betreft, maar wijst op de weg die nog moet worden afgelegd, met name ten aanzien van de rechten van minderheden en de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vreedzame vergadering; veroordeelt de discriminatie en de onderdrukking van de Rohingya, die nog verergerd worden door het feit dat deze gemeenschap geen wettelijke status heeft, en door de toenemende haatzaaiende uitlatingen tegen niet-boeddhisten; roept op tot grondige, transparante en onafhankelijke onderzoeken naar alle schendingen van de mensenrechten jegens de Rohingya;

36.  onderstreept het belang van het punt over Eritrea dat tijdens deze zitting zal worden besproken; is sterk gekant tegen de stelselmatige en toenemende schendingen van de mensenrechten in Eritrea; is zeer verontrust over de economische en sociale situatie van de gehele Eritrese bevolking en van de vluchtelingen in de buurlanden; veroordeelt de stelselmatige bedreigingen van Eritreeërs in het buitenland, onder meer via "belasting voor herstel en wederopbouw";

37.  is verheugd over het verslag over de mensenrechtensituatie in Libië, onder meer als het gaat om de doeltreffendheid van de maatregelen voor technische bijstand en capaciteitsopbouw waarvan de Libische "regering" voordeel heeft getrokken, en om de beoordeling van de steun of aanvullende technische bijstand die nodig is om de resolutie en de aanbevelingen uit het onderzoeksverslag van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten in Libië ten uitvoer te leggen; is van mening dat de Unie en haar lidstaten dit verslag in aanmerking moeten nemen alvorens zij, op welke manier dan ook, nauwere samenwerking aangaan met de "Libische autoriteiten" en wenst dat bovenal rekening wordt gehouden met de bescherming van migranten en vluchtelingen op doorreis, alsook met de bescherming van de mensenrechten in Libië;

De toestand van de mensenrechten in Palestina en in de andere bezette Arabische gebieden

38.  is ingenomen met de speciale aandacht die de UNHRC de afgelopen jaren heeft besteed aan de mensenrechtensituatie in Palestina en de andere bezette Arabische gebieden, met name aan het zelfbeschikkingsrecht van het Palestijnse volk en het recht om een onafhankelijke en levensvatbare staat op richten aan de hand van de grenzen van 1967; moedigt de delegatie van de Unie krachtig aan elke vorm van kolonialisme te veroordelen, met name in Palestina, de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem, waar het gestaag toeneemt; veroordeelt evenzeer het geweld van de kolonisten tegen de Palestijnse bevolking, in het bijzonder in Hebron, en de plannen tot gedwongen verplaatsing van bedoeïenen;

39.  wenst dat de delegatie van de Unie binnen de UNHRC en de vertegenwoordigers van de lidstaten druk uitoefenen op de Israëlische autoriteiten, zodat het mandaat van de VN kan worden uitgevoerd; roept de Europese Unie en haar lidstaten eveneens op passende maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de ondernemingen in hun rechtsgebied zich niet schuldig maken aan of bijdragen tot schendingen van de mensenrechten, ook zeker niet via activiteiten of winst in de koloniën; verzoekt de Unie in dit verband met klem om de komende resoluties van de UNHRC over illegale nederzettingen en de publicatie van de jaarlijkse databank van de UNHRC over ondernemingen die betrokken zijn bij schendingen van het internationaal recht, te steunen;

40.  spreekt zijn afkeuring uit over de situatie van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen; roept de staat Israël op onmiddellijk een einde te maken aan de praktijk van massale opsluiting, die in 2016 nog meer werd toegepast, toen nog eens ruim 6 000 personen werden opgesloten, waaronder minderjarigen; veroordeelt eveneens de buitengerechtelijke executies, de administratieve detenties, de overbrenging van politieke gevangenen naar buiten de bezette gebieden waardoor ze geen familiebezoek meer kunnen ontvangen, mishandeling, foltering en de toediening van dwangvoeding aan gedetineerden, het ontzeggen van adequate en tijdige medische verzorging, aangezien hiermee overduidelijk het internationaal recht wordt geschonden; vraagt Israël onmiddellijk zijn conformiteit met het VN-Verdrag tegen foltering, waarbij het land partij is, te garanderen; hekelt de detentie en de slechte behandeling van kinderen en eist dat opgesloten kinderen onmiddellijk worden vrijgelaten; roept eveneens op tot de onmiddellijke vrijlating van de gevangengehouden Palestijnse parlementsleden;

41.  is voorts bijzonder verontrust over de beperking van de burgerlijke en politieke vrijheden in Israël, met name als gevolg van de verschillende wetten betreffende ngo's, die inbreuk maken op de vrijheden van vereniging, vergadering en organisatie; wijst eveneens op de toegenomen discriminatie van minderheden in het land, met name de "Arabische" minderheid;

42.  vindt het betreurenswaardig dat het vraagstuk van de Westelijke Sahara niet op de agenda van de zittingen van de UNHRC in 2017 is geplaatst; dringt erop aan dat de grondrechten van de volkeren van de Westelijke Sahara, waaronder de vrijheid van vereniging, meningsuiting en het recht op vergadering, worden geëerbiedigd; eist vrijlating van alle politieke gevangenen van het Sahrawivolk; wenst dat aan VN-vertegenwoordigers, parlementsleden, onafhankelijke waarnemers, ngo's en de pers toegang wordt verleend tot de gebieden van de Westelijke Sahara; verzoekt de Verenigde Naties met klem Minurso een mensenrechtenmandaat te verlenen, overeenkomstig alle andere VN-vredesmissies ter wereld; is voorstander van een rechtvaardige en blijvende oplossing van het conflict in de Westelijke Sahara, op basis van het recht op zelfbeschikking van het Sahrawivolk, in overeenstemming met resoluties 34/37 en 35/19 van de Verenigde Naties; roept de Unie en haar lidstaten op ervoor te pleiten dat de situatie in de Westelijke Sahara wordt opgenomen in de agenda van de komende zittingen van de UNHRC;

Racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende onverdraagzaamheid: follow-up en uitvoering van de verklaring en het actieprogramma van Durban

43.  acht de aandacht die in 2017 wordt besteed aan de bevordering van gelijke rechten en de strijd tegen discriminatie op grond van ras, het behoren tot een minderheid, geslacht, seksuele gerichtheid, seksuele identiteit of handicap van essentieel belang; benadrukt dat de Unie en haar lidstaten ook op dit terrein de aanbevelingen van het de UNHRC ten uitvoer moeten leggen;

44.  is ingenomen met de aandacht die tijdens de zittingen van de UNHRC in 2017 zal uitgaan naar racisme en discriminatie, en in het bijzonder met de wereldwijde oproep tot concrete actie met het oog op de volledige uitbanning van racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende onverdraagzaamheid, en de volledige uitvoering en follow-up van de verklaring en het actieprogramma van Durban; veroordeelt andermaal racistisch, antisemitisch, homofoob, xenofoob en tegen migranten gericht geweld en wijst erop dat dergelijk geweld in sommige lidstaten zorgwekkende proporties heeft aangenomen; is verontrust over de voortdurende toename van haatdragende en stigmatiserende taal ten aanzien van minderheden of groepen van mensen en over de toenemende invloed ervan, in bepaalde media en in tal van politieke bewegingen en partijen op het hoogste beleidsniveau in bepaalde lidstaten, wat geleid heeft tot restrictieve wetgeving;

45.  acht de kwestie van de discriminatie van vrouwen en de uitbanning van alle vormen van geweld tegen vrouwen eveneens van essentieel belang; benadrukt dat universele toegang tot gezondheidszorg, zorg op het gebied van geboorteregeling en reproductieve zorg, met inbegrip van vrije toegang tot seksuele voorlichting en voorlichting over anticonceptie en het recht op abortus, een beleidsprioriteit moet blijven; benadrukt dat de uitbanning van geweld tegen vrouwen en meisjes en de bestrijding van seksuele uitbuiting en mensenhandel een prioriteit moeten zijn en de gelijkheid van vrouwen en mannen tot doel moeten hebben; vraagt daarom aan de UNHRC en de internationale gemeenschap de processen van ICPD+20, Peking+20 en Rio+20 ten uitvoer te brengen; benadrukt eveneens dat de lidstaten van de Unie de aanbevelingen van de UNHRC van 2002 over de internationale bescherming met betrekking tot genderspecifieke vervolging moeten toepassen, met name in het kader van immigratiebeleid;

*

* *

46.  geeft zijn delegatie voor de 34e, 35e en 36e zitting van de UNHRC een mandaat om de in deze resolutie vermelde punten van zorg aan de orde te stellen; verzoekt de delegatie om na afloop van zijn mandaat verslag uit te brengen aan de Subcommissie mensenrechten en acht het wenselijk een delegatie van het Europees Parlement naar relevante zittingen van de UNHRC te blijven afvaardigen;

47.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter van de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties en de door de Commissie buitenlandse zaken ingestelde werkgroep EU-Verenigde Naties.

 

Juridische mededeling - Privacybeleid