Procedure : 2017/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0186/2017

Ingediende teksten :

B8-0186/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0089

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 299kWORD 57k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0183/2017
13.3.2017
PE598.539v01-00
 
B8-0186/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))


Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Marielle de Sarnez, Gérard Deprez, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Louis Michel, Javier Nart, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Carolina Punset, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Hannu Takkula, Pavel Telička, Hilde Vautmans, Paavo Väyrynen namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))  
B8-0186/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-verdragen over de rechten van de mens en de facultatieve protocollen hierbij,

–  gezien resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC) is opgericht,

–  gezien het Europees Verdrag betreffende de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest en het Handvest van de grondrechten van de EU,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de zittingen van de UNHRC,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van donderdag 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over mensenrechtenschendingen, waaronder de spoedresoluties van 2016 over Ethiopië, Noord-Korea, India, de Krim, Hongkong, Kazachstan, Egypte, de Democratische Republiek Congo, Pakistan, Honduras, Nigeria, Gambia, Djibouti, Cambodja, Tadzjikistan, Vietnam, Malawi, Bahrein, de Filipijnen, Somalië, Zimbabwe, Rwanda, Sudan, Thailand, China, Brazilië, Rusland, Tibet, Myanmar, Irak, Indonesië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Nicaragua, Koeweit en Guatemala,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(2),

–  gezien artikel 2, artikel 3, lid 5, en de artikelen 18, 21, 27 en 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het jaarverslag 2015 van de UNHRC aan de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bevordering en waarborging van het universele karakter van mensenrechten deel uitmaakt van het ethische en juridische acquis van de Europese Unie en een van de hoekstenen vormt van de Europese eenheid en integriteit; overwegende dat eerbiediging van de mensenrechten moet worden gemainstreamed op alle EU-beleidsterreinen;

B.  overwegende dat de EU zich sterk maakt voor multilateralisme als factor van belang voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, en van mening is dat de organen van de VN een belangrijke rol spelen op dit gebied;

C.  overwegende dat de reguliere zittingen van de UNHRC, de benoeming van speciaal rapporteurs, de universele periodieke doorlichting (UPR) en de zogeheten speciale procedure voor landenspecifieke situaties of voor thematische kwesties bijdragen tot de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;

De VN-Mensenrechtenraad

1.  is ingenomen met de inspanningen die zijn verricht door de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, en zijn Bureau (OHCHR); verklaart nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt diens integriteit, onafhankelijkheid en werkzaamheden te blijven steunen; is ingenomen met de rol die het OHCHR speelt bij het bevorderen van samenwerking tussen internationale en regionale mensenrechtenmechanismen en bij het zoeken naar wegen om de rol van "regionale regelingen" in verband met universele mensenrechtelijke normen te vergroten;

2.  is van mening dat de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de UNHRC afhangen van de werkelijke wil van zijn leden om alle mensen in alle landen te beschermen tegen elke vorm van mensenrechtenschending, overeenkomstig de internationale mensenrechtenverdragen die universaliteit, onpartijdigheid, objectiviteit, niet-selectiviteit, constructieve dialoog en samenwerking nastreven; dringt erop aan dat polarisatie in de debatten in de UNHCR wordt vermeden en pleit voor een constructieve dialoog;

3.  verzoekt de staten de onafhankelijke deskundigen en de speciaal rapporteurs van de UNHRC of de deskundigen van het OHCHR toe te laten om onderzoeken in te stellen naar vermeende mensenrechtenschendingen en een constructieve bijdrage te leveren aan de verbetering van de situatie, hun verbintenissen uit hoofde van de mensenrechtenverdragen na te komen en hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC; moedigt alle staten ertoe aan om concrete maatregelen te nemen om gevolg te geven aan UPR-aanbevelingen en tekortkomingen weg te werken door een mechanisme voor tenuitvoerlegging en follow-up in het leven te roepen, in het kader waarvan onder meer nationale actieplannen worden opgesteld en nationale coördinatiemechanismen worden ingevoerd;

4.  herinnert aan de verplichting van de Algemene Vergadering om bij de verkiezing van de leden van de UNHRC rekening te houden met de eerbied van de kandidaten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, de rechtsstatelijkheid en de democratie; is ingenomen met het besluit van de UNHRC om zijn adviescommissie te vragen een verslag op te stellen over de vorderingen die geboekt zijn bij de totstandbrenging van regionale en subregionale regelingen voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; verzoekt de EU en haar lidstaten ervoor te zorgen dat het gelijke belang van rechten en van stemgedrag en de coördinatie van de EU-standpunten dienovereenkomstig te verbeteren; verzoekt de EU met klem om met één stem te spreken en bij stemmingen in de UNHRC een gemeenschappelijk EU-standpunt in te nemen;

5.  wijst er nogmaals op dat het belangrijk is om te waarborgen dat de EU actief en consequent deelneemt aan de VN-mensenrechtenmechanismen, met name de Derde Commissie, de Algemene Vergadering en de UNHRC, teneinde haar geloofwaardigheid te vergroten; steunt de inspanningen van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), de EU-delegaties in New York en Genève en de lidstaten om de samenhang van het EU-standpunt inzake mensenrechtenkwesties binnen de VN verder te vergroten;

Thematische prioriteiten

6.  wijst op het belang van de inspanningen van mensenrechten-ngo's en -activisten voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; benadrukt dat mensenrechten en fundamentele vrijheden op alle gebieden beschermd moeten worden, onder meer in de context van nieuwe technologieën; deelt de bezorgdheid van de UNHRC over meldingen van dreigementen en vergeldingsacties tegen leden van maatschappelijke organisaties die met de UNHRC hebben samengewerkt bij de UPR;

7.  uit zijn diepe bezorgdheid over het grote en steeds toenemende aantal pogingen om de handelingsvrijheid van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers te beperken, onder meer door middel van invoering van anti-terrorismewetgeving; veroordeelt elke daad van geweld, intimidatie of vervolging van mensenrechtenverdedigers, klokkenluiders, journalisten of bloggers, zowel online als offline; verzoekt alle staten een veilige en bevorderlijke omgeving te begunstigen en te garanderen voor ngo's, het maatschappelijk middenveld, journalisten, verdedigers van de mensenrechten, met bijzondere aandacht voor vrouwen en kinderen, milieuactivisten en leden van kwetsbare groepen als LBGTI's, waarin deze kunnen opereren op onafhankelijke wijze en zonder interferentie; roept de landen die restrictieve wetten hebben vastgesteld tegen onafhankelijke mensenrechtenorganisaties nogmaals op die wetgeving in te trekken;

8.  meent dat vrije, onafhankelijke, onpartijdige media tot de essentiële fundamenten behoren van een democratische samenleving waarin open debatten een cruciale rol spelen; steunt het pleidooi voor de aanwijzing van een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de veiligheid van journalisten; dringt erop aan dat de onderwerpen online vrijheid van meningsuiting, digitale vrijheden en het belang van een vrij en open internet op alle internationale fora onder de aandacht worden gebracht; verzoekt om verkleining van de digitale kloof en om bevordering van de onbeperkte toegang tot informatie en communicatie, alsook om ongecensureerde toegang tot internet;

9.  herinnert eraan dat het recht van vrije vereniging en vergadering een belangrijke opgave blijft; is uiterst ingenomen met het werk van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, Maina Kiai; roept de staten naar behoren rekening te houden met diens rapporten;

10.  dringt er bij alle staten op aan snel de facultatieve protocollen bij het International Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR) te ratificeren, waarbij klachten- en onderzoeksmechanismen worden ingesteld;

11.  verzet zich tegen elke vorm van discriminatie en vervolging om welke reden of op grond van welke status dan ook, zoals ras, huidskleur, taal, godsdienst en levensovertuiging, genderidentiteit en seksuele gerichtheid, maatschappelijke afkomst, kaste, geboorte, leeftijd of handicap; steunt de betrokkenheid van de EU bij de desbetreffende speciale procedures, met inbegrip van de nieuwe onafhankelijke deskundige voor de bescherming tegen geweld jegens vrouwen en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit; verzoekt de EU gelijkheid en non-discriminatie actief te blijven bevorderen en te blijven strijden tegen geweld en discriminatie jegens alle individuen;

12.  maakt zich zorgen over het feit dat vele mensen individueel of als groep hun recht van vrijheid van godsdienst of levensovertuiging geschonden zien worden door statelijke en niet-statelijke actoren, hetgeen leidt tot discriminatie, ongelijkheid en stigmatisering; wijst er nogmaals op dat intolerantie en discriminatie op grond van godsdienst of geloof bestreden moeten worden, om de eerbiediging van andere, daarmee samenhangende mensenrechten, zoals vrijheid van meningsuiting, te waarborgen;

13.  verzoekt de EU om te werken aan verbetering van de bescherming van religieuze en etnische minderheden tegen vervolging en geweld en aan de intrekking van wetten waarin godslastering of geloofsverzaking strafbaar worden gesteld en op grond waarvan religieuze en etnische minderheden en niet-gelovigen worden vervolgd; vraagt om steun voor de werkzaamheden van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;

14.  spoort de EU krachtig aan om een zerotolerancebenadering ten aanzien van de doodstraf te blijven steunen, en vraagt haar te blijven proberen meer regio-overschrijdende steun te vergaren voor de volgende resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over een moratorium op de doodstraf; is ingenomen met het besluit dat in 2015 is genomen door Madagaskar, Fiji, Suriname en Congo om de doodstraf af te schaffen voor alle misdrijven; betreurt de hervatting van executies in een aantal landen, waaronder Bahrein, Koeweit, Belarus, Bangladesh, India, Oman, Zuid-Soedan, Indonesië en Tsjaad; betreurt voorts de gemelde stijging van het aantal doodvonnissen dat wordt uitgesproken in met name China, Egypte, Iran, Nigeria, Pakistan en Saoedi-Arabië; herinnert de autoriteiten in deze landen eraan dat ze partij zijn bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, uit hoofde waarvan de doodstraf voor misdaden begaan door iemand die nog geen 18 jaar oud is strikt wordt verboden;

15.  verzoekt de EU zich uit te spreken voor en steun te geven aan het werk van de VN tegen foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing, massa-executies en executies voor drugsgerelateerde misdrijven, en verzoekt de EDEO op alle overlegniveaus en in alle fora de inspanningen van de EU op het gebied van de bestrijding van standrechtelijke executies, foltering en andere vormen van slechte behandeling op te voeren, overeenkomstig de richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen op het gebied van foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing; dringt aan op de universele ratificatie en effectieve tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol hierbij;

16.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen en -inbreuken wereldwijd; is fervent voorstander van het Internationaal Strafhof (ICC) als essentiële instelling om daders ter verantwoording te roepen en slachtoffers te helpen gerechtigheid te verkrijgen op basis van het beginsel van complementariteit voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden; verzoekt alle partijen politieke, diplomatieke, financiële en logistieke steun te verlenen voor de dagelijkse werking van het ICC;

17.  verzoekt de EU het werk van het ICC te blijven versterken; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad; betreurt het besluit van sommige Afrikaanse staten om zich terug te trekken uit het ICC en verzoekt hen dat besluit te heroverwegen; roept alle VN-lidstaten op zich bij het Strafhof aan te sluiten door zo spoedig mogelijk het Statuut van Rome te ratificeren, en spoort aan tot ratificatie van de in Kampala overeengekomen wijzigingen;

18.  veroordeelt het gebrek aan eerbiediging van het internationaal humanitair recht en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de alarmerende toename van civiele nevenschade in gewapende conflicten overal ter wereld en van dodelijke aanslagen op ziekenhuizen, scholen, humanitaire konvooien en andere burgerdoelwitten; dringt erop aan dat met deze schendingen naar behoren rekening wordt gehouden in verband met landspecifieke acties van de UNHRC en met UPR-evaluaties;

19.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen die door Islamitische Staat, Boko Haram en andere terroristische of paramilitaire organisaties gepleegd worden tegen burgers, en in het bijzonder tegen vrouwen en kinderen; veroordeelt de frequentie waarmee en de schaal waarop cultureel erfgoed vernietigd wordt, en vraagt om steun voor de inspanningen ter zake in de diverse VN-fora;

20.  verzoekt de EU actief te werken aan een initiatief voor erkenning door de VN van de genocide tegen etnische en religieuze minderheden waaraan de zgn. Islamitische Staat/Da'esh zich schuldig maakt en aan het voor het ICC brengen van degenen die verdacht worden van misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad;

21.  verzoekt de EU alle staten op te roepen om de mensenrechten centraal te stellen bij hun ontwikkelingsbeleid en de VN-Verklaring van 1986 inzake het recht op ontwikkeling ten uitvoer te leggen; juicht het toe dat de UNHRC onlangs een speciaal rapporteur voor het recht op ontwikkeling heeft benoemd, wiens mandaat zich onder meer uitstrekt tot de bevordering, bescherming en vervulling van het recht op ontwikkeling in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en andere internationale overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking; benadrukt dat de eerbiediging van ieders mensenrechten de rode draad moet vormen bij de verwezenlijking van alle doelstellingen en streefcijfers van de agenda 2030;

22.  verzoekt de EU gelijkheid van vrouwen en mannen te blijven bevorderen en actief steun te geven aan het werk van VN Women, en gendermainstreamingsinitiatieven te blijven stimuleren in haar activiteiten en programma's; verzoekt om voortzetting van steunmaatregelen voor het weerbaar maken van vrouwen en meisjes en de uitroeiing van alle vormen van geweld en discriminatie tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van gendergebaseerd geweld; verzoekt de EU met klem te streven naar regio-overschrijdende initiatieven voor de bevordering, bescherming en vervulling van de vrouwenrechten en naar de onverkorte en effectieve tenuitvoerlegging van het Actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de ICPD, en zich in deze context te blijven inzetten voor seksuele en reproductieve rechten;

23.  herinnert aan de toezegging van de EU om mensenrechten en genderaspecten te integreren in GVDB-missies, overeenkomstig de op dit punt cruciale resoluties 1325 (2000) en 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad betreffende vrouwen, vrede en veiligheid; verzoekt de EU om op internationaal niveau te ijveren voor de erkenning van de toegevoegde waarde van de deelname van vrouwen aan de preventie en oplossing van conflicten, alsook aan vredeshandhaving, humanitaire hulpverlening en wederopbouw en duurzame verzoening na conflicten;

24.  verzoekt de EU de rechten van het kind te blijven promoten, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs, ook in conflictgebieden en vluchtelingenkampen, en dat er een einde komt aan kinderarbeid, ronseling van kindsoldaten, vrijheidsberoving, marteling, kinderhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, seksuele uitbuiting en schadelijke praktijken zoals genitale verminking; vraagt de internationale inspanningen binnen het kader van de VN te ondersteunen en versterken om een einde te maken aan het inzetten van kinderen in gewapende conflicten en om de gevolgen van conflict- en post-conflictsituaties voor vrouwen en meisjes doeltreffender aan te pakken; verzoekt alle VN-landen zich te houden aan hun verdragsverplichtingen en hun verbintenissen uit hoofde van het in 1989 goedgekeurde Verdrag inzake de rechten van het kind, en de rechten van alle onder hun jurisdictie vallende kinderen te handhaven, ongeacht hun status en zonder enige vorm van discriminatie;

25.  verzoekt de staten de rechten van personen met een handicap te bevorderen, met inbegrip van hun gelijke deelname en sociale inclusie; roept alle staten op het VN-Verdrag inzake personen met een handicap te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

26.  verzoekt de EU met haar partners te werken aan de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en onder andere meer landen ertoe aan te sporen nationale actieplannen vast te stellen en zich aan te sluiten bij de werkzaamheden van de VN-werkgroep en van het OHCHR; roept alle landen, met inbegrip van de EU, op om actief en constructief meer te werken aan dit proces, teneinde een juridisch bindend instrument te bereiken om mensenrechtenschendingen te voorkomen en, telkens wanneer zij plaatsvinden, te voorzien in verhaalmogelijkheden en toegang tot rechtsmiddelen;

27.  is ingenomen met de Verklaring van New York van de VN voor vluchtelingen en migranten, waarin de omvangrijke bewegingen van vluchtelingen en migranten aan de orde werden gesteld en die geleid heeft tot de vaststelling van een Alomvattend reactiekader vluchtelingen en het voor migranten en vluchtelingen geldende commitment dat tot doel heeft levens te redden, specifieke behoeften aan te pakken, racisme en vreemdelingenhaat tegen te gaan, mensenhandel te bestrijden, gelijke erkenning en bescherming voor de wet te waarborgen en te zorgen voor opname in nationale ontwikkelingsplannen; verzoekt alle betrokken partijen te zorgen voor politieke inzet, financiering en concrete daden van solidariteit ter ondersteuning van de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten, en herinnert eraan dat het migratievraagstuk op wereldwijde schaal moet worden beschouwd en niet alleen op Europese schaal; verzoekt de EU en haar lidstaten het voortouw te nemen bij deze internationale inspanningen en overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, hun plichten te vervullen in verband met de bescherming van de mensenrechten van asielzoekers, vluchtelingen, migranten en alle ontheemden, in het bijzonder vrouwen, kinderen en kwetsbare groeperingen, zoals personen met een handicap;

28.  herinnert eraan dat de terugkeer van migranten met volledige eerbiediging van hun rechten moet worden uitgevoerd, en alleen wanneer de bescherming van hun rechten gewaarborgd is in hun land; verzoekt regeringen een einde te stellen aan de willekeurige arrestatie en opsluiting van migranten waaronder ook minderjarigen; verzoekt alle staten concrete maatregelen te nemen in het belang van gevluchte en migrerende kinderen, op basis van het Verdrag inzake de rechten van het kind, en maatregelen in te voeren om de systemen ter bescherming van kinderen te versterken, inclusief opleiding van sociale werkers en andere beroepsgroepen, alsmede gecoördineerde inspanningen met niet-gouvernementele organisaties; verzoekt alle staten het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

29.  benadrukt het belang van bevordering van de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten, waaronder burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten, overeenkomstig artikel 21 van het Verdrag van Lissabon en de algemene bepalingen inzake het extern optreden van de Unie;

30.  benadrukt dat er een op rechten gebaseerde aanpak moet worden gekozen en dat de eerbiediging van de mensenrechten in al het beleid van de EU moet worden geïntegreerd, met inbegrip van het handelsbeleid, het investeringsbeleid, de ontwikkelingssamenwerking, het migratiebeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

31.  herinnert eraan dat interne en externe coherentie op het gebied van de mensenrechten essentieel is voor de geloofwaardigheid van het mensenrechtenbeleid van de EU in haar externe betrekkingen met derde landen, en verzoekt de EU haar verplichtingen ter zake na te komen;

Landenprioriteiten

Belarus

32.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de voortdurende beperkingen van de vrijheid van meningsuiting, van vereniging en vreedzame vergadering; veroordeelt de intimidatie van onafhankelijke en oppositiejournalisten, de pesterijen en opsluiting van mensenrechtenverdedigers en de handhaving van de doodstraf; pleit voor verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Belarus tijdens de 35e zitting van de UNHRC, en dringt er bij de regering op aan de speciaal rapporteur haar volledige samenwerking te verlenen en zich ertoe te verbinden werk te maken van de hervormingen op het gebied van de mensenrechten die al zo lang op zich laten wachten, en onder meer de aanbevelingen van de speciaal rapporteur en andere mensenrechtenmechanismen uit te voeren;

Burundi

33.  uit zijn grote bezorgdheid over de verslechterende politieke en veiligheidssituatie in Burundi en over het groeiend aantal mensen dat het land ontvlucht; veroordeelt het geweld dat sinds 2015 in Burundi heerst en geleid heeft tot ombrenging, foltering, en gericht geweld van of tegen vrouwen, waaronder groepsverkrachting en intimidatie; veroordeelt de opsluiting van duizenden mensen en de gedwongen ontheemding van honderdduizenden Burundezen, en de schending van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, en de overwegende straffeloosheid van zulke daden; vraagt een grondig en onafhankelijk onderzoek naar de moorden en misdaden en verlangt dat de plegers van deze daden voor de rechter worden gebracht; staat achter het besluit van de Raad om, na het mislukken van het overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, de rechtstreekse financiële steun aan de Burundese overheid, waaronder begrotingssteun, te schorsen, maar wel volledige financiële steun te blijven geven aan de bevolking en humanitaire hulp te blijven bieden via rechtstreekse kanalen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan een gezamenlijke verklaring over Burundi te steunen waarin zijn lidmaatschap van de UNHRC in het geding komt tenzij Burundi volledige medewerking gaat verlenen aan de onderzoekscommissie (COI) en de UNHRC en diens mechanismen, op constructieve wijze samenwerkt met de COI en de ernstige problemen op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten aanpakt;

Democratische Republiek Congo

34.  is uiterst bezorgd over de ernstige mensenrechtenschendingen die volkomen straffeloos door veiligheidstroepen worden begaan en verlangt dat de verantwoordelijken worden verplicht rekenschap af te leggen; roept de Raad op om uitbreiding te overwegen van de huidige restrictieve maatregelen als gerichte EU-sancties, met inbegrip van reisverboden en bevriezing van tegoeden, tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het ondermijnen van de democratische processen in de DRC in geval van nog meer geweld, zoals in de Cotonou-overeenkomst gestipuleerd; dringt er bij de autoriteiten van de DRC op aan het in december 2016 bereikte akkoord ten uitvoer te leggen en uiterlijk in december van dit jaar verkiezingen te houden, met de ondersteuning van de internationale spelers; vraagt de UNHRC om zijn toezicht te handhaven totdat de verkiezingen en democratische overgang hun beslag hebben gekregen; herinnert eraan dat stabiliteit in de regio van de Grote Meren belangrijk is, met name de mensenrechtensituatie in het oosten van de DRC, waar sprake is van seksueel geweld en de situatie uiterst zorgwekkend is;

De Georgische regio's Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië

35.  blijft bezorgd over de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid en over het feit dat waarnemers geen toegang krijgen tot de bezette gebieden Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië, waar mensenrechtenschendingen schering en inslag blijven; dringt aan op een intensivering van de intermenselijke contacten tussen het gebied dat gecontroleerd wordt door Tbilisi en de twee bezette regio's; vraagt volledige eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië, alsmede van de onschendbaarheid van zijn internationaal erkende grenzen; benadrukt de noodzaak van een veilige en waardige terugkeer van vluchtelingen en intern ontheemden naar hun vaste verblijfplaats; roept de regering van Georgië op adequate maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de in het UPR-proces gedane aanbevelingen worden opgevolgd;

Iran

36.  dringt er bij Iran op aan volledige medewerking te verlenen aan alle mensenrechtenmechanismen van de VN en toe te werken naar de toepassing van de in dat verband gedane aanbevelingen, waaronder de universele periodieke doorlichting, door internationale mensenrechtenorganisaties in staat te stellen hun missies uit te voeren; dringt er bij de regering van Iran op aan de wezenlijke punten van zorg die worden benoemd in de verslagen van de speciale VN-rapporteur en de secretaris-generaal van de VN over de mensenrechtensituatie in Iran aan te pakken, alsmede gehoor te geven aan de specifieke oproepen tot actie die zijn opgenomen in resoluties van de Algemene Vergadering van de VN; merkt bezorgd op dat het aantal uitgevoerde doodstraffen per hoofd van de bevolking in Iran hoger ligt dan waar ook ter wereld; roept Iran op een moratorium op de doodstraf in te stellen; dringt aan op de vrijlating van alle politieke gevangenen;

Myanmar/Birma

37.  is uitermate bezorgd over de berichten over gewelddadige botsingen in de noordelijke deelstaat Rakhine en betreurt het verlies van levens, bestaansmiddelen en huizen en het buitensporige gebruik van geweld door het leger van Myanmar; dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya, en het platbranden van hun huizen; eist dat de regering en de civiele autoriteiten onmiddellijk een einde maken aan de discriminatie en segregatie van de Rohingya-minderheid; dringt erop aan dat de rechten van de Rohingya-bevolking worden geëerbiedigd en dat de veiligheid, zekerheid en gelijkheid van alle burgers van Myanmar wordt verzekerd;

38.  is ingenomen met het besluit van de regering van Myanmar om van vrede en nationale verzoening een hoofdprioriteit te maken; is verheugd over de aankondiging door de regering van Myanmar van de instelling van een onderzoekscommissie naar het recente geweld in de noordelijke deelstaat Rakhine; benadrukt dat de schuldigen op passende wijze moeten worden vervolgd, en dat er aan de slachtoffers van de gewelddadigheden adequate vergoedingen moeten worden aangeboden; dringt er bij de regering van Myanmar op aan het proces van democratisering voort te zetten en de beginselen van de rechtsstaat, het recht op vrijheid van meningsuiting en de fundamentele mensenrechten te eerbiedigen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun steun te geven aan een hernieuwd mandaat voor de speciaal rapporteur voor Myanmar;

Saudi-Arabië

39.  spreekt nogmaals zijn bezorgdheid uit over de systematische schendingen van de mensenrechten in dit land; veroordeelt het zorgwekkend hoge aantal doodvonnissen in Saudi-Arabië, alsook de massa-executies, en verzoekt Saudi-Arabië een moratorium op de doodstraf af te kondigen; verzoekt de Saudische autoriteiten met klem alle gewetensgevangenen, onder wie Raif Badawi, winnaar van de Sacharovprijs 2015, in vrijheid te stellen; verzoekt de EU dit specifieke geval nauwlettend te volgen; herhaalt dat de leden van de UNHRC verkozen moeten worden uit de groep landen die mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie eerbiedigen,; verzoekt de autoriteiten van Saudi-Arabië hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC en het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten;

Syrië

40.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de troepen van Assad, met steun van Rusland en Iran, alsook de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht door niet tot de overheid behorende gewapende terroristische groeperingen, in het bijzonder Da'esh, Jabhat Fateh al-Sham/het Al-Nusra Front en andere jihadistische groepen; onderstreept dat het onderzoek naar het gebruik en de vernietiging van chemische wapens door alle partijen in Syrië moet worden voortgezet en betreurt de beslissing van Rusland en China om een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad over het gebruik van chemische wapens te blokkeren; roept nogmaals op tot ongehinderde humanitaire toegang en tot het waarborgen dat de plegers van oorlogsmisdaden gevolgen ondervinden en rekenschap moeten afleggen; ondersteunt het EU-initiatief om de situatie in Syrië te verwijzen naar het ICC en verzoekt de VN-Veiligheidsraad hiertoe stappen te ondernemen;

41.  verwelkomt het bij resolutie in de 33e zitting van UNHRC ingestelde het panel op hoog niveau dat in overleg met de onafhankelijke Internationale Onderzoekscommissie (COI) onderzoek zal doen naar gedwongen verdwijningen, willekeurige detentie en de voor dergelijke schendingen nog af te leggen verantwoording, en daarbij zal zorgen dat getuigenverklaringen en stemmen van Syriërs te horen zullen zijn; steunt het mandaat van de COI om een specifiek onderzoek in te stellen naar de situatie in Aleppo en hierover uiterlijk op de 34e zitting van de UNHRC in maart verslag uit te brengen, en vraagt dat dit verslag wordt gepresenteerd aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad; steunt de verlenging van het mandaat van de COI;

Zuid-Sudan

42.  roept alle partijen op geen mensenrechtenschendingen en inbreuken op het internationaal humanitair recht te plegen en zich niet schuldig te maken aan schendingen die aangemerkt kunnen worden als internationale misdaden, zoals buitengerechtelijke executies, etnisch geweld, conflictgerelateerd seksueel geweld, waaronder verkrachting, of gendergerelateerd geweld, het ronselen en inzetten van kinderen, gedwongen verdwijningen of willekeurige arrestaties en opsluiting; merkt op dat de regering van Sudan de stappenplanovereenkomst op 16 maart 2016 heeft ondertekend en vervolgens zijn verbintenissen heeft toegelicht wat betreft de deelname van andere relevante belanghebbenden aan de nationale dialoog en het eerbiedigen van besluiten genomen door de ondertekenaars van de oppositie en het 7+7 mechanisme, de stuurgroep van de nationale dialoog; benadrukt dat alle partijen hun verbintenissen moeten eerbiedigen en roept op tot een voortgezette dialoog met als doel tot een definitief staakt-het-vuren te komen; roept de EU en haar lidstaten ertoe op zich te houden aan hun verbintenis om de inspanningen van de Afrikaanse Unie te ondersteunen voor vrede in Sudan en voor de Sudanese burgers in hun overgang naar een intern hervormde democratie;

43.  verzoekt de EU en haar lidstaten het mandaat van de Commissie voor de rechten van de mens in Zuid-Sudan te verlengen, de rol ervan bij het instellen van onderzoeken naar mensenrechtenschendingen te versterken en het seksueel geweld in kaart te brengen; is voorstander van de opneming van zijn aanbevelingen in een rapport dat zal worden toegestuurd aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN;

Oekraïne

44.  betreurt dat de aanhoudende Russische agressie tot een rampzalige humanitaire situatie in het Donetsbekken heeft geleid en dat Oekraïense en internationale humanitaire organisaties geen toegang krijgen tot de bezette gebieden; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de ernstige humanitaire situatie van de meer dan 1,5 miljoen binnenlandse ontheemden; is zeer bezorgd over de mensenrechtenschendingen in de door Rusland bezette Krim, met name de benarde situatie van de Krim-Tataren, en benadrukt de behoefte aan verder financiële steun van de EU voor Oekraïne; bevestigt nogmaals dat het de soevereiniteit, politieke onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen krachtig steunt, alsook het recht van Oekraïne om vrij en soeverein een Europese weg in te slaan; verzoekt alle partijen om zich onverwijld in te zetten voor de vreedzame re-integratie van het bezette schiereiland de Krim in de Oekraïense rechtsorde door middel van politieke dialoog en in volledige overeenstemming met het internationaal recht; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden en de Raad om de druk op de Russische Federatie op te voeren om internationale organisaties toegang te verschaffen tot de Krim, zodat zij toezicht kunnen houden op de mensenrechtensituatie in het licht van de flagrante schendingen van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten op het schiereiland, en om permanente, internationale en op verdragen gebaseerde mechanismen voor het houden van toezicht in te stellen;

Jemen

45.  maakt zich ernstig zorgen over de rampzalige humanitaire situatie in Jemen; veroordeelt dat burgers het doelwit zijn en in een onmogelijke situatie in de val zitten tussen oorlogvoerende partijen die hun tegenstrijdige instructies geven, wat in strijd is met het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten; benadrukt dat het ronselen en inzetten van kinderen bij gewapende conflicten strikt verboden is door het internationaal humanitair recht en het internationale mensenrechtenrecht, en dat dit, wanneer de kinderen jonger zijn dan 15 jaar, kan neerkomen op een oorlogsmisdaad; roept alle partijen op zulke kinderen onmiddellijk te laten gaan en ze niet langer te ronselen; verzoekt alle partijen dringend de spanningen te temperen en een onmiddellijk en stabiel staakt-het-vuren in te stellen dat zal leiden tot een politieke, inclusieve en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing van het conflict; staat in dit verband volledig achter de inspanningen van de speciale VN-gezant voor Jemen, Ismaïl Ould Cheikh Ahmed, alsook achter de tenuitvoerlegging van resolutie 33/16 van de Mensenrechtenraad van oktober 2016 waarin de VN gevraagd wordt met de nationale onafhankelijke onderzoekscommissie samen te werken, en steunt alle inspanningen met het oog op een onafhankelijk internationaal onderzoek om het klimaat van straffeloosheid dat in Jemen heerst te doorbreken;

o

o  o

46.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de VN-Veiligheidsraad, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 69e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de VN-Mensenrechtenraad, de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN en de secretaris-generaal van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0317.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

Juridische mededeling - Privacybeleid