Procedure : 2017/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0187/2017

Ingediende teksten :

B8-0187/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0089

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 206kWORD 57k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0183/2017
13.3.2017
PE598.540v01-00
 
B8-0187/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))


Elena Valenciano, Pier Antonio Panzeri, Soraya Post e.a. namens de S&D-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))  
B8-0187/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN-verdragen over de rechten van de mens en de facultatieve protocollen hierbij,

–  gezien resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij de VN-Mensenrechtenraad (UNHRC) is opgericht,

–  gezien het Europees Verdrag betreffende de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest en het Handvest van de grondrechten van de EU,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de zittingen van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over mensenrechtenschendingen, waaronder de spoedresoluties van 2016 over Ethiopië, Noord-Korea, India, de Krim, Hongkong, Kazachstan, Egypte, de Democratische Republiek Congo, Pakistan, Honduras, Nigeria, Gambia, Djibouti, Cambodja, Tadzjikistan, Vietnam, Malawi, Bahrein, Myanmar, de Filipijnen, Somalië, Zimbabwe, Rwanda, Sudan, Thailand, China, Brazilië, Rusland, Tibet, Irak, Indonesië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Nicaragua, Koeweit en Guatemala,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(2),

–  gezien artikel 2, artikel 3, lid 5, en de artikelen 18, 21, 27 en 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het jaarverslag 2015 van de UNHRC aan de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bevordering en waarborging van het universele karakter van mensenrechten deel uitmaakt van het ethische en juridische acquis van de Europese Unie en een van de hoekstenen vormt van de Europese eenheid en integriteit; overwegende dat eerbiediging van de mensenrechten in alle beleidsdomeinen van de EU geïntegreerd moet worden;

B.  overwegende dat de EU zich sterk maakt voor multilateralisme als factor van belang voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, en van mening is dat de organen van de VN een belangrijke rol spelen op dit gebied;

C.  overwegende dat de reguliere zittingen van de UNHRC, de benoeming van speciaal rapporteurs, de universele periodieke doorlichting (UPR) en de zogeheten speciale procedure voor landenspecifieke situaties of voor thematische kwesties bijdragen tot de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;

De VN-Mensenrechtenraad

1.  is ingenomen met de inspanningen die zijn verricht door de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra’ad Al Hussein, en zijn Bureau (OHCHR); verklaart nogmaals dat de EU zich ertoe verbindt diens integriteit, onafhankelijkheid en werkzaamheden te zullen blijven steunen; is ingenomen met de rol die het OHCHR speelt bij het bevorderen van samenwerking tussen internationale en regionale mensenrechtenmechanismen en bij het zoeken naar manieren om de rol van "regionale regelingen" op het gebied van universele mensenrechtennormen te versterken;

2.  is van mening dat de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de UNHRC afhangen van de werkelijke wil van zijn leden om alle mensen in alle landen te beschermen tegen elke vorm van mensenrechtenschending, overeenkomstig de internationale mensenrechtenverdragen die universaliteit, onpartijdigheid, objectiviteit, niet-selectiviteit, constructieve dialoog en samenwerking nastreven; dringt erop aan dat polarisatie in de debatten in de UNHRC wordt vermeden en pleit voor een constructieve dialoog;

3.  verzoekt de staten de onafhankelijke deskundigen en de speciaal rapporteurs van de UNHRC en de deskundigen van het OHCHR toe te laten om onderzoek in te stellen naar vermeende mensenrechtenschendingen en een constructieve bijdrage te leveren aan de verbetering van de situatie, hun verbintenissen uit hoofde van de mensenrechtenverdragen na te komen en hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC (bijvoorbeeld de universele periodieke doorlichting (UPR)); moedigt alle staten ertoe aan om concrete maatregelen te nemen om gevolg te geven aan UPR-aanbevelingen en tekortkomingen weg te werken door een mechanisme voor tenuitvoerlegging en follow-up in het leven te roepen, in het kader waarvan onder meer nationale actieplannen worden opgesteld en nationale coördinatiemechanismen worden ingevoerd;

4.  herinnert aan de verplichting van de Algemene Vergadering om bij de verkiezing van de leden van de UNHRC rekening te houden met de eerbied van de kandidaten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten, de rechtsstatelijkheid en de democratie; is ingenomen met het besluit van de UNHRC om zijn adviescommissie te vragen een verslag op te stellen over de vorderingen die geboekt zijn bij de totstandbrenging van regionale en subregionale regelingen voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; verzoekt de EU en haar lidstaten ervoor te zorgen dat het gelijke belang van rechten tot uiting komt in hun stemgedrag en de coördinatie van de EU-standpunten dienovereenkomstig te verbeteren; verzoekt de EU met klem om met één stem te spreken en bij stemmingen in de UNHRC een gemeenschappelijk EU‑standpunt in te nemen;

5.  wijst er nogmaals op dat het belangrijk is om te waarborgen dat de EU actief en consequent deelneemt aan de VN-mensenrechtenmechanismen, met name de Derde Commissie, de Algemene Vergadering en de UNHRC, teneinde haar geloofwaardigheid te vergroten; steunt de inspanningen die door de EDEO, de EU-delegaties in New York en Genève en de lidstaten worden geleverd om de samenhang van het EU-optreden op het gebied van mensenrechtenkwesties binnen de VN verder te vergroten;

Thematische prioriteiten

6.  wijst op het belang van de inspanningen van mensenrechten-ngo's en -activisten voor de bevordering en bescherming van mensenrechten; benadrukt dat mensenrechten en fundamentele vrijheden op alle gebieden beschermd moeten worden, onder meer in de context van nieuwe technologieën; deelt de bezorgdheid van de UNHRC over meldingen van dreigementen en vergeldingsacties tegen leden van maatschappelijke organisaties die met de UNHRC hebben samengewerkt bij de UPR;

7.  uit zijn diepe bezorgdheid over het grote en steeds toenemende aantal pogingen om de handelingsvrijheid van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers te beperken, onder meer door middel van invoering van anti-terrorismewetgeving; veroordeelt elke daad van geweld, intimidatie of vervolging jegens mensenrechtenverdedigers, klokkenluiders, journalisten of bloggers, zowel online als offline; verzoekt alle staten ervoor te zorgen dat ngo's, het maatschappelijk middenveld, journalisten en mensenrechtenbeschermers, en vooral alle kwetsbare groeperingen, kunnen opereren in een veilig en gunstig werkklimaat, waarin zij onafhankelijk en zonder inmenging van buitenaf hun activiteiten kunnen ontplooien; roept de landen die restrictieve wetten hebben vastgesteld tegen onafhankelijke mensenrechtenorganisaties nogmaals op die wetgeving in te trekken;

8.  meent dat vrije, onafhankelijke, onpartijdige media tot de essentiële fundamenten behoren van een democratische samenleving waarin open debatten een cruciale rol spelen; steunt het pleidooi voor de aanwijzing van een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de veiligheid van journalisten; dringt erop aan dat de onderwerpen online vrijheid van meningsuiting, digitale vrijheden en het belang van een vrij en open internet op alle internationale fora onder de aandacht worden gebracht; verzoekt om verkleining van de digitale kloof en om bevordering van de onbeperkte toegang tot informatie en communicatie, alsook om ongecensureerde toegang tot internet;

9.  herinnert eraan dat het recht van vrijheid van vereniging en vergadering nog altijd flink onder druk staat; is uiterst ingenomen met het werk van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, Maina Kiai; roept de staten op naar behoren rekening te houden met diens rapporten;

10.  dringt er bij alle staten op aan snel de facultatieve protocollen bij het International Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) en het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (ICESCR) te ratificeren, waarbij klachten- en onderzoeksmechanismen worden ingesteld;

11.  verzet zich tegen elke vorm van discriminatie en vervolging om welke reden of op grond van welke status dan ook, zoals ras, huidskleur, taal, godsdienst en levensovertuiging, genderidentiteit en seksuele gerichtheid, maatschappelijke afkomst, kaste, geboorte, leeftijd of handicap; steunt de betrokkenheid van de EU bij de desbetreffende speciale procedures, met inbegrip van de nieuwe onafhankelijke deskundige voor de bescherming tegen geweld jegens vrouwen en discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit; verzoekt de EU gelijkheid en non-discriminatie actief te blijven bevorderen en te blijven strijden tegen geweld en discriminatie jegens alle individuen;

12.  maakt zich zorgen over het feit dat vele mensen individueel of als groep hun recht op vrijheid van godsdienst of levensovertuiging geschonden zien worden door statelijke en niet-statelijke actoren, hetgeen leidt tot discriminatie, ongelijkheid en stigmatisering; wijst er nogmaals op dat intolerantie en discriminatie op grond van godsdienst of geloof bestreden moeten worden, om de eerbiediging van andere, daarmee samenhangende mensenrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, te waarborgen;

13.  verzoekt de EU om te werken aan verbetering van de bescherming van religieuze en etnische minderheden tegen vervolging en geweld en aan de intrekking van wetten waarin godslastering of geloofsverzaking strafbaar worden gesteld en op grond waarvan religieuze en etnische minderheden en niet-gelovigen worden vervolgd; vraagt om steun voor de werkzaamheden van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging;

14.  spoort de EU krachtig aan om een zerotolerancebenadering ten aanzien van de doodstraf te blijven steunen, en vraagt haar te blijven proberen meer regio-overschrijdende steun te vergaren voor de volgende resolutie van de Algemene Vergadering van de VN over een moratorium op de doodstraf; is ingenomen met het besluit dat in 2015 is genomen door Madagaskar, Fiji, Suriname en Congo om de doodstraf af te schaffen voor alle misdrijven; betreurt de hervatting van executies in een aantal landen, waaronder Bahrein, Koeweit, Belarus, Bangladesh, India, Oman, Zuid-Soedan, Indonesië en Tsjaad; betreurt voorts de gemelde stijging van het aantal doodvonnissen dat wordt uitgesproken in met name China, Egypte, Iran, Nigeria, Pakistan en Saudi-Arabië; herinnert de autoriteiten in deze landen eraan dat ze partij zijn bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, uit hoofde waarvan de doodstraf voor misdaden begaan door iemand die nog geen 18 jaar oud is strikt verboden is;

15.  verzoekt de EU zich uit te spreken voor en steun te geven aan het werk van de VN tegen foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing, massa-executies en executies voor drugsgerelateerde misdrijven, en verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) op alle overlegniveaus en in alle fora de inspanningen van de EU op het gebied van de bestrijding van standrechtelijke executies, foltering en andere vormen van slechte behandeling op te voeren, overeenkomstig de richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen op het gebied van foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing; dringt aan op de universele ratificatie en effectieve tenuitvoerlegging van het VN-Verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol hierbij;

16.  spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen en -inbreuken wereldwijd; is fervent voorstander van het Internationaal Strafhof (ICC) als essentiële instelling om daders ter verantwoording te roepen en slachtoffers te helpen gerechtigheid te verkrijgen op basis van het beginsel van complementariteit voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden; verzoekt alle partijen politieke, diplomatieke, financiële en logistieke steun te verlenen voor de dagelijkse werking van het ICC;

17.  verzoekt de EU het werk van het ICC te blijven versterken; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad; betreurt het besluit van sommige Afrikaanse staten om zich terug te trekken uit het ICC en verzoekt hen dat besluit te heroverwegen; roept alle VN-lidstaten op zich bij het Strafhof aan te sluiten door zo spoedig mogelijk het Statuut van Rome te ratificeren, en spoort aan tot ratificatie van de in Kampala overeengekomen wijzigingen;

18.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen die door Islamitische Staat/Da'esh, Boko Haram en andere terroristische of paramilitaire organisaties gepleegd worden tegen burgers, en in het bijzonder tegen vrouwen en kinderen; veroordeelt de frequentie waarmee en de schaal waarop cultureel erfgoed vernietigd wordt, en vraagt om steun voor de inspanningen ter zake in de diverse VN-fora;

19.  verzoekt de EU actief toe werken naar een initiatief voor erkenning door de VN van de genocide tegen etnische en religieuze minderheden waaraan de zgn. Islamitische Staat/Da'esh zich schuldig maakt en naar het voor het ICC brengen van degenen die verdacht worden van misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN-agentschappen en de VN-Veiligheidsraad;

20.  verzoekt de EU om er bij alle staten op aan te dringen in hun ontwikkelingsbeleid de mensenrechten centraal te stellen en de VN-Verklaring van 1986 over het recht op ontwikkeling ten uitvoer te leggen; juicht het toe dat de UNHRC onlangs een speciaal rapporteur voor het recht op ontwikkeling heeft benoemd, wiens mandaat zich onder meer uitstrekt tot de bevordering, bescherming en vervulling van het recht op ontwikkeling in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en andere internationale overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking; benadrukt dat de eerbiediging van ieders mensenrechten de rode draad moet vormen bij de verwezenlijking van alle doelstellingen en streefcijfers van de agenda 2030;

21.  verzoekt de EU gelijkheid van vrouwen en mannen te blijven bevorderen en actief steun te geven aan het werk van VN Women, en gendermainstreamingsinitiatieven te blijven stimuleren in haar activiteiten en programma's; verzoekt om voortzetting van steunmaatregelen voor het weerbaar maken van vrouwen en meisjes en de uitroeiing van alle vormen van geweld en discriminatie tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van gendergebaseerd geweld; verzoekt de EU met klem te streven naar regio-overschrijdende initiatieven voor de bevordering, bescherming en vervulling van de vrouwenrechten en naar de onverkorte en effectieve tenuitvoerlegging van het Actieprogramma van Peking en het actieprogramma van de ICPD, en zich in deze context te blijven inzetten voor seksuele en reproductieve rechten;

22.  herinnert aan de toezegging van de EU om mensenrechten en genderaspecten te integreren, overeenkomstig de op dit punt cruciale resoluties 1325 (2000) en 1820 (2008) van de VN-Veiligheidsraad betreffende vrouwen, vrede en veiligheid; verzoekt de EU om op internationaal niveau te ijveren voor de erkenning van de toegevoegde waarde van de deelname van vrouwen aan de preventie en oplossing van conflicten, alsook aan vredeshandhaving, humanitaire hulpverlening en wederopbouw en duurzame verzoening na conflicten;

23.  verzoekt de EU de rechten van het kind te blijven promoten, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs, ook in conflictgebieden en vluchtelingenkampen, en dat er een einde komt aan kinderarbeid, ronseling van kindsoldaten, vrijheidsberoving, marteling, kinderhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, seksuele uitbuiting en schadelijke praktijken zoals genitale verminking; vraagt de internationale inspanningen binnen het kader van de VN te ondersteunen en te versterken om een einde te maken aan het inzetten van kinderen in gewapende conflicten en om de gevolgen van conflict- en post-conflictsituaties voor vrouwen en meisjes doeltreffender aan te pakken; verzoekt alle VN-landen zich te houden aan hun verdragsverplichtingen en hun verbintenissen uit hoofde van het in 1989 goedgekeurde Verdrag inzake de rechten van het kind, en de rechten van alle onder hun jurisdictie vallende kinderen te handhaven, ongeacht hun status en zonder enige vorm van discriminatie;

24.  verzoekt de staten de rechten van personen met een handicap te bevorderen, met inbegrip van hun gelijke deelname en sociale inclusie; roept alle staten op het VN-Verdrag inzake personen met een handicap te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

25.  verzoekt de EU met haar partners te werken aan de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en onder andere meer landen ertoe aan te sporen nationale actieplannen vast te stellen en zich aan te sluiten bij de werkzaamheden van de VN-werkgroepen en het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR); roept alle staten en de EU nogmaals op om actief en constructief te werken aan de formulering, op zo kort mogelijke termijn, van een juridisch bindend instrument van internationaal recht inzake de mensenrechten dat de activiteiten van transnationale bedrijven en andere ondernemingen reguleert, om mensenrechtenschendingen te voorkomen en, indien zij plaatsvinden, te onderzoeken en te voorzien in verhaalmogelijkheden en toegang tot rechtsmiddelen;

26.  is ingenomen met de Verklaring van New York van de VN voor vluchtelingen en migranten, waarin de omvangrijke bewegingen van vluchtelingen en migranten aan de orde werden gesteld en die geleid heeft tot de vaststelling van een Alomvattend reactiekader vluchtelingen (CRR) en het engagement ten aanzien van migranten en vluchtelingen om levens te redden, specifieke behoeften aan te pakken, racisme en vreemdelingenhaat tegen te gaan, mensenhandel te bestrijden, gelijke erkenning en bescherming voor de wet te waarborgen en te zorgen voor opname in nationale ontwikkelingsplannen; verzoekt alle betrokken partijen te zorgen voor politieke inzet, financiering en concrete daden van solidariteit ter ondersteuning van de Verklaring van New York voor vluchtelingen en migranten, en herinnert eraan dat het migratievraagstuk op wereldwijde schaal moet worden beschouwd en niet alleen op Europese schaal; verzoekt de EU en haar lidstaten bij deze internationale inspanningen het voortouw te nemen en in overeenstemming met hun verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, hun belofte om de mensenrechten van asielzoekers, vluchtelingen, migranten en alle ontheemden, in het bijzonder vrouwen, kinderen en kwetsbare groeperingen, zoals personen met een handicap, gestand te doen;

27.  herinnert eraan dat de terugkeer van migranten met volledige eerbiediging van hun rechten moet worden uitgevoerd, en alleen wanneer de bescherming van hun rechten gewaarborgd is in hun land; verzoekt regeringen een einde te stellen aan de willekeurige arrestatie en opsluiting van migranten, waaronder minderjarigen; verzoekt alle staten concrete maatregelen te nemen in het belang van minderjarige vluchtelingen en migranten, op basis van het Verdrag inzake de rechten van het kind, en maatregelen in te voeren om de systemen ter bescherming van kinderen te versterken, inclusief opleiding van sociaal werkers en andere beroepsgroepen, alsmede samenwerking met niet-gouvernementele organisaties; verzoekt alle staten het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van de rechten van alle migrerende werknemers en hun gezinsleden te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

28.  benadrukt het belang van bevordering van de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten, waaronder burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten, overeenkomstig artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de algemene bepalingen inzake het extern optreden van de Unie;

29.  benadrukt dat er een op rechten gebaseerde aanpak moet worden gekozen en dat de eerbiediging van de mensenrechten in al het beleid van de EU moet worden geïntegreerd, met inbegrip van het handelsbeleid, het investeringsbeleid, de ontwikkelingssamenwerking, het migratiebeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid;

30.  herinnert eraan dat interne en externe coherentie op het gebied van de mensenrechten essentieel is voor de geloofwaardigheid van het mensenrechtenbeleid van de EU in haar externe betrekkingen met derde landen, en verzoekt de EU haar verplichtingen ter zake na te komen;

Belarus

31.  spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de voortdurende beperkingen van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering; veroordeelt de intimidatie en opsluiting van onafhankelijke en oppositiegezinde journalisten en mensenrechtenactivisten; veroordeelt het feit dat de doodstraf nog altijd wordt toegepast; verzoekt om verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur voor de mensenrechtensituatie in Belarus op de 35e zitting van de Mensenrechtenraad en vraagt de regering volledig samen te werken met de speciaal rapporteur en zich ertoe te verbinden de achterstand bij de hervormingen ter bescherming van de mensenrechten weg te werken, onder meer door de aanbevelingen van de speciaal rapporteur en andere mensenrechtenmechanismen uit te voeren;

Burundi

32.  uit zijn grote bezorgdheid over de verslechterende politieke en veiligheidssituatie in Burundi en over het groeiend aantal mensen dat het land ontvlucht; veroordeelt het geweld dat sinds 2015 in Burundi heerst en geleid heeft tot moord, foltering, en gericht geweld tegen vrouwen, waaronder groepsverkrachting en intimidatie; veroordeelt de opsluiting van duizenden mensen en de gedwongen ontheemding van honderdduizenden Burundezen, en de schending van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, en het feit dat deze daden over het algemeen onbestraft blijven; staat achter het besluit van de Raad om, na het mislukken van het overleg krachtens artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, de rechtstreekse financiële steun aan de Burundese overheid, waaronder begrotingssteun, te schorsen, maar wel volledige financiële steun te blijven geven aan de bevolking en humanitaire hulp te blijven bieden via rechtstreekse kanalen; staat volledig achter de oprichting van een onderzoekscommissie voor Burundi die belast is met de taak degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen in het land op te sporen, zodat deze personen ter verantwoording kunnen worden geroepen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan een gezamenlijke verklaring over Burundi te steunen waarin zijn lidmaatschap van de UNHRC in het geding komt tenzij Burundi volledige medewerking gaat verlenen aan de onderzoekscommissie (COI) en de UNHRC en diens mechanismen, op constructieve wijze samenwerkt met de COI en de ernstige problemen op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten aanpakt;

Democratische Volksrepubliek Korea (DVK)

33.  geeft uitdrukking aan zijn ernstige bezorgdheid over de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie in de DVK; verzoekt de regering van de DVK haar verplichtingen uit hoofde van de mensenrechteninstrumenten waarbij het land partij is na te komen en erop toe te zien dat humanitaire organisaties, onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers en de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechtensituatie van de DVK toegang hebben tot het land en de noodzakelijke medewerking krijgen; verzoekt de DVK vrijheid van meningsuiting en persvrijheid voor nationale en internationale media toe te staan en de burgers ongecensureerde toegang tot internet te verlenen; veroordeelt met klem de stelselmatige en grootschalige toepassing van de doodstraf in de DVK; vraagt de regering van de DVK om een moratorium op alle terechtstellingen af te kondigen, met het oog op de afschaffing van de doodstraf in de nabije komst; eist dat degenen met de meeste verantwoordelijkheid voor de in de DVK gepleegde misdaden tegen de menselijkheid ter verantwoording worden geroepen, voor het Internationaal Strafhof worden gebracht en aan gerichte sancties worden onderworpen; veroordeelt met klem de kernproeven die door de DVK zijn uitgevoerd en beschouwt deze als een onnodige en gevaarlijke provocatie, een schending van de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, en als een ernstige bedreiging voor de vrede en veiligheid op het Koreaanse schiereiland en in de Noordoost-Aziatische regio; dringt aan op verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur; vraagt dat het rapport van de deskundigengroep wordt gepresenteerd in de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad; beveelt aan in de resolutie de essentiële aanbevelingen op te nemen met betrekking tot het afleggen van verantwoording die zijn opgenomen in het deskundigenverslag, onder andere uitbreiding van de capaciteit van het kantoor in Seoul met expertise op het gebied van onderzoek en vervolging, alsmede aanwijzing van een strafrechtdeskundige om vooruitgang in de richting van het afleggen van verantwoording te boeken;

Democratische Republiek Congo (DRC)

34.  veroordeelt de ernstige mensenrechtenschendingen die volkomen straffeloos door veiligheidstroepen worden begaan en vraagt dat de verantwoordelijken worden verplicht rekenschap af te leggen; dringt met name aan op een grondig onderzoek naar het grove geweld tegen burgers in Oost-Congo, waaronder verkrachtingen van vrouwen en kinderslavernij; dringt aan op verlenging van het mandaat van de VN-vredesmacht in Oost-Congo; roept de Raad op om te overwegen de huidige restrictieve maatregelen, zoals gerichte EU-sancties, waaronder reisverboden en bevriezing van tegoeden, tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en het ondermijnen van het democratisch proces in de DRC, uit te breiden in geval van nieuwe geweldplegingen, zoals in de Cotonou-overeenkomst is bepaald; dringt er bij de autoriteiten van de DRC op aan het in december 2016 bereikte akkoord ten uitvoer te leggen en uiterlijk in december van dit jaar verkiezingen te houden, met de ondersteuning van de internationale spelers; verzoekt de UNHRC de DRC te blijven controleren tot er verkiezingen worden gehouden en er sprake is van een democratische overgang; moedigt het Bureau van de Hoge Commissaris ertoe aan de Raad indien nodig over de situatie in de DRC te informeren en, als de situatie dit vereist, krachtiger op te treden;

Myanmar/Birma

35.  is uitermate bezorgd over de berichten over gewelddadige botsingen in de noordelijke deelstaat Rakhine en betreurt het verlies van levens, bestaansmiddelen en huizen en het buitensporige gebruik van geweld door het leger van Myanmar/Birma; dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya, en het platbranden van hun huizen; eist dat de regering en de civiele autoriteiten van Myanmar onmiddellijk een einde maken aan de discriminatie en segregatie van de Rohingya-minderheid; dringt erop aan dat de rechten van de Rohingya-bevolking worden geëerbiedigd en dat de veiligheid, zekerheid en gelijkheid van alle burgers van Myanmar/Birma worden verzekerd; is ingenomen met het besluit van de regering van Myanmar/Birma om van vrede en nationale verzoening een hoofdprioriteit te maken; is verheugd over de aankondiging door de regering van Myanmar/Birma van de instelling van een onderzoekscommissie naar het recente geweld in de noordelijke deelstaat Rakhine; benadrukt dat de schuldigen op passende wijze moeten worden vervolgd en dat de slachtoffers van de gewelddadigheden een toereikende schadeloosstelling moeten krijgen; dringt er bij de regering van Myanmar/Birma op aan het proces van democratisering voort te zetten en de beginselen van de rechtsstaat, het recht op vrijheid van meningsuiting en de fundamentele mensenrechten te eerbiedigen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun steun te geven aan een hernieuwd mandaat voor de speciaal rapporteur voor Myanmar/Birma;

Bezette Palestijnse Gebieden (OPT)

36.  maakt zich ernstige zorgen over de aanhoudende impasse in het vredesproces in het Midden-Oosten en dringt aan op onmiddellijke hervatting van geloofwaardige vredesinspanningen; betreurt de grootschalige schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechten door de bezettingsautoriteit in de Bezette Palestijnse Gebieden; wenst dat de verantwoordelijken voor deze schendingen ter verantwoording worden geroepen; benadrukt dat de EU en de lidstaten zich ervoor moeten blijven inzetten dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de door de VN-onderzoekscommissie voor Gaza (COI) vastgestelde schendingen en inbreuken ter verantwoording worden geroepen; steunt de inspanningen die op dit moment worden geleverd om de schuldigen te verantwoording te roepen, onder meer de inspanningen in het kader van het vooronderzoek door het ICC; benadrukt nogmaals dat bedrijven gehouden zijn de mensenrechten te eerbiedigen, ook wanneer zij actief zijn in de OPT; roept de Israëli's en de Palestijnen op zich te onthouden van activiteiten die het conflict verder kunnen doen escaleren, waaronder het doen van haatzaaiende en opruiende uitspraken in het publieke debat die de resultaten van de onderhandelingen kunnen ondergraven en de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing in het gedrang kunnen brengen; onderstreept dat een permanente oplossing van het conflict alleen mogelijk is in een regionale context en met de inschakeling van alle relevante regionale betrokken partijen en de steun van de internationale gemeenschap;

Zuid-Sudan

37.  roept alle partijen op geen mensenrechtenschendingen en inbreuken op het internationaal humanitair recht te plegen en zich niet schuldig te maken aan schendingen die aangemerkt kunnen worden als internationale misdaden, zoals buitengerechtelijke executies, etnisch geweld, conflictgerelateerd seksueel geweld, waaronder verkrachting, of gendergerelateerd geweld, het ronselen en inzetten van kinderen, gedwongen verdwijningen of willekeurige arrestaties en opsluiting; merkt op dat de regering van Zuid-Sudan de stappenplanovereenkomst op 16 maart 2016 heeft ondertekend en vervolgens zijn verbintenissen heeft toegelicht wat betreft de deelname van andere relevante belanghebbenden aan de nationale dialoog en het eerbiedigen van besluiten genomen door de ondertekenaars van de oppositie en het 7+7 mechanisme, de stuurgroep van de nationale dialoog; benadrukt dat alle partijen hun beloftes moeten nakomen en roept op tot een voortgezette dialoog met als doel tot een definitief staakt-het-vuren te komen; roept de EU en haar lidstaten ertoe op de inspanningen van de Afrikaanse Unie voor vrede in Zuid-Sudan en de inspanningen van de Sudanese burgers in hun overgang naar een intern hervormde democratie te blijven ondersteunen; verzoekt de EU en haar lidstaten het mandaat van de Commissie voor de rechten van de mens in Zuid-Sudan te verlengen en de rol ervan bij het onderzoeken van mensenrechtenschendingen en het in kaart brengen van seksueel geweld te versterken; is voorstander van de opneming van zijn aanbevelingen in een rapport dat zal worden toegestuurd aan de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de VN;

Syrië

38.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door de troepen van het Syrische regime, met steun van actoren uit andere staten, alsook de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht die gelijkgesteld kunnen worden aan genocide, door niet tot de overheid behorende gewapende terroristische groeperingen, in het bijzonder Da'esh, Jabhat Fateh al-Sham/het Al-Nusra Front en andere jihadistische groepen; onderstreept nogmaals dat het onderzoek naar het gebruik en de vernietiging van chemische wapens door alle partijen in Syrië moet worden voortgezet en betreurt de beslissing van Rusland en China om een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad over het gebruik van chemische wapens te blokkeren; roept nogmaals op tot ongehinderde humanitaire toegang en tot het waarborgen dat de plegers van oorlogsmisdaden gevolgen ondervinden en rekenschap moeten afleggen; ondersteunt het EU-initiatief om de situatie in Syrië te verwijzen naar het ICC en verzoekt de VN-Veiligheidsraad hiertoe stappen te ondernemen; steunt het mandaat van de COI om een specifiek onderzoek in te stellen naar de situatie in Aleppo en hierover uiterlijk op de 34e zitting van de UNHRC in maart verslag uit te brengen, en vraagt dat dit verslag wordt gepresenteerd aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad;

Jemen

39.  maakt zich ernstig zorgen over de rampzalige humanitaire situatie in Jemen; bevestigt opnieuw dat het Jemen en de Jemenitische bevolking zal blijven steunen; hekelt het feit dat burgers het doelwit zijn en in een onmogelijke situatie in de val zitten tussen oorlogvoerende partijen die hun tegenstrijdige instructies geven, wat in strijd is met het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten; benadrukt dat het ronselen en inzetten van kinderen bij gewapende conflicten krachtens het internationaal humanitair recht en het internationale mensenrechtenrecht strikt verboden is, en, als kinderen onder 15 jaar worden gerecruteerd, aangemerkt kan worden als een oorlogsmisdaad; roept alle partijen op de betrokken kinderen onmiddellijk vrij te laten; verzoekt alle partijen dringend de spanningen te temperen en een onmiddellijk en duurzaam staakt-het-vuren af te kondigen dat zal leiden tot een politieke, inclusieve en via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing van het conflict; staat in dit verband volledig achter de inspanningen van de speciale VN-gezant voor Jemen, Ismaïl Ould Cheikh Ahmed, alsook achter de tenuitvoerlegging van resolutie 33/16 van de Mensenrechtenraad van oktober 2016 waarin de VN gevraagd wordt met de nationale onafhankelijke onderzoekscommissie samen te werken, en steunt alle inspanningen met het oog op een onafhankelijk internationaal onderzoek om het klimaat van straffeloosheid dat in Jemen heerst te doorbreken; verzoekt de EU-lidstaten om ondersteuning van de door Nederland geïnitieerde gezamenlijke verklaring waarin uiting wordt gegeven aan de bezorgdheid over de schendingen en misstanden in Jemen en wordt aangedrongen op een grondig en onpartijdig onderzoek daarnaar; spoort de Hoge Commissaris aan om de UNHRC door middel van intersessionele briefings op gezette tijden in kennis te stellen van de resultaten van zijn onderzoeken;

o

o  o

40.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciaal vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de VN-Veiligheidsraad, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 69e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de VN-Mensenrechtenraad, de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN en de secretaris-generaal van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0317.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

Juridische mededeling