Procedure : 2017/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0188/2017

Ingediende teksten :

B8-0188/2017

Debatten :

Stemmingen :

PV 16/03/2017 - 6.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2017)0089

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 283kWORD 52k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0183/2017
13.3.2017
PE598.541v01-00
 
B8-0188/2017

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))


Karol Karski, Charles Tannock, Anna Elżbieta Fotyga, Ryszard Antoni Legutko, Tomasz Piotr Poręba, Ryszard Czarnecki, Monica Macovei, Jana Žitňanská, Raffaele Fitto, Valdemar Tomaševski, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de prioriteiten van de EU voor de UNHRC-zittingen in 2017 (2017/2598(RSP))  
B8-0188/2017

Het Europees Parlement,

–  gezien het Handvest van de Verenigde Naties,

–  gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens en de VN‑verdragen over de rechten van de mens en de facultatieve protocollen hierbij,

–  gezien resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarbij de VN‑Mensenrechtenraad (UNHRC) is opgericht,

–  gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest en het Handvest van de grondrechten van de EU,

–  gezien zijn eerdere resoluties over de zittingen van de UNHRC,

–  gezien zijn aanbeveling aan de Raad van donderdag 7 juli 2016 over de 71e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties(1),

–  gezien zijn eerdere resoluties over mensenrechtenschendingen, waaronder de spoedresoluties van 2016 over Ethiopië, Noord-Korea, India, de Krim, Hong Kong, Kazachstan, Egypte, de Democratische Republiek Congo, Pakistan, Honduras, Nigeria, Gambia, Djibouti, Cambodja, Tadzjikistan, Vietnam, Malawi, Bahrein, Myanmar, de Filipijnen, Somalië, Zimbabwe, Rwanda, Sudan, Thailand, China, Brazilië, Rusland, Tibet, Irak, Indonesië, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi, Nicaragua, Koeweit en Guatemala,

–  gezien zijn resolutie van 14 december 2016 over het jaarverslag over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake 2015(2),

–  gezien artikel 2, artikel 3, lid 5, en de artikelen 18, 21, 27 en 47 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien het jaarverslag 2015 van de UNHRC aan de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat bevordering en waarborging van het universele karakter van de mensenrechten deel uitmaakt van het ethische en juridische acquis van de Europese Unie en een van de hoekstenen vormt van de Europese eenheid en integriteit; overwegende dat eerbiediging van de mensenrechten in alle beleidsdomeinen van de EU geïntegreerd moet worden;

B.  overwegende dat de EU sterk gehecht is aan de VN‑organen wat de bevordering en de bescherming van de mensenrechten betreft;

C.  overwegende dat de reguliere zittingen van de UNHRC, de benoeming van speciaal rapporteurs, de universele periodieke doorlichting (UPR) en de zogeheten speciale procedure voor landenspecifieke situaties of voor thematische kwesties bijdragen tot de bevordering en eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat;

De VN‑Mensenrechtenraad

1.  is ingenomen met de inspanningen die zijn verricht door de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Zeid Ra'ad Al Hussein, en zijn Bureau (OHCHR); is ingenomen met de rol die het OHCHR speelt bij het bevorderen van samenwerking tussen internationale en regionale mensenrechtenmechanismen en bij het zoeken naar wegen om de rol van regionale regelingen in verband met universele mensenrechtennormen te vergroten;

2.  is van mening dat de doeltreffendheid en geloofwaardigheid van de UNHRC afhangen van de werkelijke wil van zijn leden om alle mensen in alle landen te beschermen tegen elke vorm van mensenrechtenschending, overeenkomstig de internationale mensenrechtenverdragen die universaliteit, onpartijdigheid, objectiviteit, niet-selectiviteit, constructieve dialoog en samenwerking nastreven;

3.  verzoekt de staten de onafhankelijke deskundigen en de speciaal rapporteurs van de UNHRC en de deskundigen van het OHCHR toe te laten om onderzoek in te stellen naar vermeende mensenrechtenschendingen en een constructieve bijdrage te leveren aan de verbetering van de situatie, hun verbintenissen uit hoofde van de mensenrechtenverdragen na te komen en hun volledige medewerking te verlenen aan de speciale procedures van de UNHRC (bijvoorbeeld de UPR); moedigt alle staten ertoe aan om concrete maatregelen te nemen om gevolg te geven aan UPR‑aanbevelingen en tekortkomingen weg te werken door een mechanisme voor tenuitvoerlegging en follow‑up in het leven te roepen, in het kader waarvan onder meer nationale actieplannen worden opgesteld en nationale coördinatiemechanismen worden ingevoerd;

4.  herhaalt hoe belangrijk het is te waarborgen dat de lidstaten actief en consequent deelnemen aan de VN‑mensenrechtenmechanismen, met name de Derde Commissie, de Algemene Vergadering (AVVN) en de UNHRC, teneinde de geloofwaardigheid van deze mechanismen te vergroten;

Thematische prioriteiten

5.  wijst op het belang van de inspanningen van mensenrechten-ngo's en ‑activisten voor de bevordering en bescherming van de mensenrechten; benadrukt dat mensenrechten en fundamentele vrijheden op alle gebieden beschermd moeten worden, onder meer in de context van nieuwe technologieën; deelt de bezorgdheid van de UNHRC over meldingen van dreigementen en vergeldingsacties tegen leden van maatschappelijke organisaties die met de UNHRC hebben samengewerkt bij de UPR;

6.  veroordeelt elke daad van geweld, intimidatie of vervolging gepleegd jegens mensenrechtenverdedigers, journalisten of bloggers, zowel online als offline; verzoekt alle staten een veilige en bevorderlijke omgeving te begunstigen en te garanderen waarin ngo's, het maatschappelijk middenveld, journalisten, verdedigers van de mensenrechten en met name leden van kwetsbare groepen op onafhankelijke wijze en zonder inmenging kunnen opereren; roept de landen die restrictieve wetten hebben vastgesteld tegen onafhankelijke mensenrechtenorganisaties nogmaals op die wetgeving in te trekken;

7.  meent dat vrije, onafhankelijke, onpartijdige media tot de essentiële fundamenten behoren van een democratische samenleving, waarin open debatten een cruciale rol spelen; steunt het pleidooi voor de aanwijzing van een speciaal vertegenwoordiger van de secretaris-generaal van de VN voor de veiligheid van journalisten; dringt erop aan dat de onderwerpen online vrijheid van meningsuiting, digitale vrijheden en het belang van een vrij en open internet op alle internationale fora onder de aandacht worden gebracht; verzoekt om verkleining van de digitale kloof en om bevordering van de onbeperkte toegang tot informatie en communicatie, alsook om ongecensureerde toegang tot het internet;

8.  herinnert eraan dat het recht op vrijheid van vereniging en vergadering nog altijd flink onder druk staat; is bijzonder ingenomen met het werk van de speciaal rapporteur voor de vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging, Maina Kiai; roept de staten op naar behoren rekening te houden met diens rapporten;

9.  verzet zich tegen elke vorm van discriminatie en vervolging op grond van ras, huidskleur, taal, godsdienst en levensovertuiging, seksuele gerichtheid, maatschappelijke afkomst, geboorte, leeftijd of handicap, of status;

10.  maakt zich zorgen over het feit dat vele mensen individueel of als groep hun recht op vrijheid van godsdienst of levensovertuiging geschonden zien worden door statelijke en niet-statelijke actoren, hetgeen leidt tot discriminatie, ongelijkheid en stigmatisering; wijst er nogmaals op dat intolerantie en discriminatie op grond van godsdienst of geloof bestreden moeten worden, om de eerbiediging van andere, daarmee samenhangende mensenrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, te waarborgen;

11.  verzoekt de EU om te werken aan de verbetering van de bescherming van religieuze en etnische minderheden tegen vervolging en geweld en aan de intrekking van wetten waarin godslastering of geloofsverzaking strafbaar worden gesteld en op grond waarvan religieuze en etnische minderheden en niet-gelovigen worden vervolgd; onderstreept in dit verband dat christenen de meest vervolgde religieuze groep ter wereld blijven en dat in 2016 meer dan 90 000 christenen werden gedood wegens hun geloof: vermoord in tribale conflicten, bij terroristische aanslagen, tijdens de geplande vernieling van christelijke dorpen of in het kader van vervolging door de overheid; verzoekt de Europese autoriteiten zich sterker in te zetten voor vervolgde christenen, in het licht van een gemeenschappelijk Europees cultureel erfgoed;

12.  dringt erop aan dat de lidstaten steun verlenen aan het werk van de VN tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, massa-executies en executies voor drugsgerelateerde misdrijven; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) op alle overlegniveaus en in alle fora de inspanningen van de EU op het gebied van de bestrijding van standrechtelijke executies, foltering en andere vormen van slechte behandeling op te voeren, overeenkomstig de richtsnoeren voor het EU‑beleid ten aanzien van derde landen op het gebied van foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke en vernederende behandeling of bestraffing; dringt aan op de universele ratificatie en effectieve tenuitvoerlegging van het VN‑Verdrag tegen foltering en het facultatieve protocol hierbij;

13.  verzoekt de lidstaten het werk van het Internationaal Strafhof (ICC) te blijven versterken; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN‑agentschappen en de VN‑Veiligheidsraad; betreurt het besluit van sommige staten om zich terug te trekken uit het ICC en verzoekt hen dat besluit te heroverwegen; roept alle VN‑lidstaten op zich bij het Strafhof aan te sluiten door zo spoedig mogelijk het Statuut van Rome te ratificeren, en spoort aan tot ratificatie van de in Kampala overeengekomen wijzigingen;

14.  veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de aanhoudende ernstige mensenrechtenschendingen die door Islamitische Staat/Da'esh, Boko Haram en andere terroristische of paramilitaire organisaties gepleegd worden tegen burgers, en in het bijzonder tegen vrouwen en kinderen; veroordeelt de frequentie waarmee en de schaal waarop cultureel erfgoed vernietigd wordt, en vraagt om steun voor de inspanningen ter zake in de diverse VN‑fora;

15.  verzoekt de EU en de lidstaten actief te werken aan een initiatief voor erkenning door de VN van de genocide tegen etnische en religieuze minderheden waaraan Islamitische Staat/Da'esh zich schuldig maakt en aan het voor het ICC brengen van degenen die verdacht worden van misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en genocide; moedigt een intensieve dialoog en nauwe samenwerking aan tussen het Strafhof, de VN, de VN‑agentschappen en de VN‑Veiligheidsraad;

16.  verzoekt de EU alle staten op te roepen om de mensenrechten centraal te stellen bij hun ontwikkelingsbeleid en de VN‑Verklaring van 1986 inzake het recht op ontwikkeling ten uitvoer te leggen; juicht het toe dat de UNHRC onlangs een speciaal rapporteur voor het recht op ontwikkeling heeft benoemd, wiens mandaat zich onder meer uitstrekt tot de bevordering, bescherming en vervulling van het recht op ontwikkeling in de context van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en andere internationale overeenkomsten inzake ontwikkelingssamenwerking; benadrukt dat de eerbiediging van ieders mensenrechten de rode draad moet vormen bij de verwezenlijking van alle doelstellingen en streefcijfers van de Agenda 2030;

17.  verzoekt om voortzetting van steunmaatregelen met het oog op het versterken van de positie van vrouwen en meisjes en de uitroeiing van alle vormen van geweld en discriminatie tegen vrouwen en meisjes, met inbegrip van gendergebaseerd geweld; spoort de lidstaten aan om deel te nemen aan regio-overschrijdende initiatieven voor de bevordering, bescherming en verwezenlijking van de rechten van vrouwen;

18.  verzoekt de EU de rechten van het kind te blijven promoten, in het bijzonder door ervoor te zorgen dat kinderen toegang hebben tot water, sanitaire voorzieningen, gezondheidszorg en onderwijs, ook in conflictgebieden en vluchtelingenkampen, en dat er een einde komt aan kinderarbeid, ronseling van kindsoldaten, vrijheidsberoving, marteling, kinderhandel, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken, seksuele uitbuiting en schadelijke praktijken zoals genitale verminking; vraagt de internationale inspanningen binnen het kader van de VN te ondersteunen en te versterken om een einde te maken aan het inzetten van kinderen in gewapende conflicten en om de gevolgen van conflict- en post-conflictsituaties voor vrouwen en meisjes doeltreffender aan te pakken; verzoekt alle VN‑landen zich te houden aan hun verdragsverplichtingen en hun verbintenissen uit hoofde van het in 1989 goedgekeurde Verdrag inzake de rechten van het kind, en de rechten van alle onder hun jurisdictie vallende kinderen te handhaven, ongeacht hun status en zonder enige vorm van discriminatie;

19.  verzoekt de staten de rechten van personen met een handicap te bevorderen, met inbegrip van hun gelijke deelname en sociale inclusie; roept alle staten op het VN‑Verdrag inzake personen met een handicap te ratificeren en ten uitvoer te leggen;

20.  verzoekt de EU met haar partners te werken aan de tenuitvoerlegging van de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten en onder andere meer landen ertoe aan te sporen nationale actieplannen vast te stellen en zich aan te sluiten bij de werkzaamheden van de VN‑werkgroep en van het OHCHR; roept alle staten en de EU op om actief en constructief meer te werken aan dit proces, teneinde een juridisch bindend instrument tot stand te brengen om mensenrechtenschendingen te voorkomen en, telkens wanneer zij plaatsvinden, te voorzien in verhaalmogelijkheden en toegang tot rechtsmiddelen;

21.  is ingenomen met de Verklaring van New York van de VN voor vluchtelingen en migranten, waarin de omvangrijke bewegingen van vluchtelingen en migranten aan de orde werden gesteld en die geleid heeft tot de vaststelling van een mondiaal pact inzake een Alomvattend reactiekader voor vluchtelingen en het engagement ten aanzien van migranten en vluchtelingen om levens te redden en mensenhandel te bestrijden; herinnert eraan dat de migratiekwestie ook in de toekomst niet alleen op Europees maar op mondiaal niveau moet worden aangepakt; roept op tot bescherming van de mensenrechten van asielzoekers, vluchtelingen, migranten en alle ontheemden, en tot bescherming van de mensenrechten van vrouwen, kinderen en kwetsbare groepen in het bijzonder, onder meer personen met een handicap;

22.  verzoekt alle staten specifieke maatregelen te nemen in het belang van gevluchte en migrerende kinderen, op basis van het Verdrag inzake de rechten van het kind, en maatregelen in te voeren om de systemen ter bescherming van kinderen te versterken, inclusief opleiding van sociale werkers en andere beroepsgroepen, alsmede gecoördineerde inspanningen met niet-gouvernementele organisaties;

Landenprioriteiten

Oekraïne

23.  betreurt dat de aanhoudende Russische agressie tot een rampzalige humanitaire situatie in het Donetsbekken heeft geleid en dat Oekraïense en internationale humanitaire organisaties geen toegang krijgen tot de bezette gebieden; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de ernstige humanitaire situatie van de meer dan 1,5 miljoen binnenlandse ontheemden; geeft uiting aan zijn diepe bezorgdheid over het aanhoudende conflictgebonden seksueel geweld, met name in het grensgebied en op de Krim; is ernstig bezorgd over de mensenrechtenschendingen in de door Rusland bezette Krim, met name jegens de Krim-Tataren; onderstreept de noodzaak van verdere financiële EU‑steun voor Oekraïne; bevestigt nogmaals dat het de soevereiniteit, onafhankelijkheid, eenheid en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen krachtig steunt, alsook het recht van Oekraïne om vrij en soeverein een Europese weg in te slaan; verzoekt alle partijen om zich onverwijld in te zetten voor de vreedzame re-integratie van de bezette Krim in de Oekraïense rechtsorde door middel van politieke dialoog en in volledige overeenstemming met het internationaal recht; steunt de verlenging van de sancties tegen Rusland tot de Minsk-akkoorden volledig zijn uitgevoerd en de Krim is teruggegeven; verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden en de Raad om de druk op de Russische Federatie op te voeren om internationale organisaties toegang te verschaffen tot de Krim, zodat zij toezicht kunnen houden op de mensenrechtensituatie in het licht van de flagrante schendingen van de fundamentele vrijheden en de mensenrechten op het schiereiland, en permanente, internationale en op verdragen gebaseerde toezichtmechanismen kunnen instellen; dringt voorts aan op de volledige tenuitvoerlegging van de Minsk-akkoorden; herinnert eraan dat alle partijen bij het conflict verplicht zijn alle mogelijke maatregelen te nemen om burgers in de gebieden onder hun controle tegen de gevolgen van de vijandelijkheden te beschermen; spreekt zijn steun en aanmoediging uit voor de interactieve dialoog op de 34e zitting van de UNHRC;

Syrië

24.  veroordeelt in de meest krachtige bewoordingen de wreedheden en de grootschalige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht door het Syrische regime, gesteund door Rusland en Iran, alsook de mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationaal humanitair recht door niet-statelijke gewapende terroristische groeperingen, in het bijzonder Islamitische Staat/Da'esh, verantwoordelijk voor misdaden die neerkomen op genocide, Jabhat Fateh al-Sham/het Al-Nusra Front en andere jihadistische groepen; onderstreept dat het onderzoek naar het gebruik en de vernietiging van chemische wapens door alle partijen in Syrië moet worden voortgezet en betreurt de beslissing van Rusland en China om een nieuwe resolutie van de VN‑Veiligheidsraad over het gebruik van chemische wapens te blokkeren; roept nogmaals op tot ongehinderde humanitaire toegang en vraagt dat degenen die zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid worden vervolgd en ter verantwoording worden geroepen; ondersteunt het EU‑initiatief om de situatie in Syrië te verwijzen naar het ICC en verzoekt de VN‑Veiligheidsraad hiertoe stappen te ondernemen; steunt het mandaat van de onderzoekscommissie om een specifiek onderzoek in te stellen naar de situatie in Aleppo en hierover uiterlijk op de 34e zitting van de UNHRC in maart verslag uit te brengen, en vraagt dat dit verslag wordt gepresenteerd aan de Algemene Vergadering en aan de Veiligheidsraad;

Georgië

25.  blijft bezorgd over de vrijheid van meningsuiting en de mediavrijheid en over het feit dat waarnemers geen toegang krijgen tot de gebieden Abchazië en Tsinvali/Zuid-Ossetië, die beide door Rusland worden bezet en waar mensenrechtenschendingen schering en inslag blijven; dringt aan op een intensivering van de intermenselijke contacten tussen het gebied dat gecontroleerd wordt door Tbilisi en de twee bezette regio's; vraagt volledige eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië, alsmede van de onschendbaarheid van zijn internationaal erkende grenzen; benadrukt de noodzaak van een veilige en waardige terugkeer van vluchtelingen en binnenlandse ontheemden naar hun vaste verblijfplaats; roept de regering van Georgië op adequate maatregelen te treffen om te zorgen voor de follow‑up en tenuitvoerlegging van de UPR-aanbevelingen;

DVK (Noord-Korea)

26.  geeft uitdrukking aan zijn ernstige bezorgdheid over de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie in de DVK; verzoekt de regering van de DVK haar verplichtingen uit hoofde van de mensenrechteninstrumenten waarbij het land partij is na te komen en erop toe te zien dat humanitaire organisaties, onafhankelijke mensenrechtenwaarnemers en de speciale VN‑rapporteur voor de mensenrechtensituatie in de DVK toegang hebben tot het land en de noodzakelijke medewerking krijgen; verzoekt de DVK vrijheid van meningsuiting en persvrijheid voor nationale en internationale media toe te staan en haar burgers ongecensureerde toegang tot het internet te verlenen; veroordeelt met klem de stelstelmatige en grootschalige toepassing van de doodstraf in de DVK; vraagt de regering van de DVK om een moratorium in te stellen op alle terechtstellingen, met het oog op afschaffing van de doodstraf in de nabije toekomst; eist dat degenen met de meeste verantwoordelijkheid voor de in de DVK gepleegde misdaden tegen de menselijkheid ter verantwoording worden geroepen, voor het ICC worden gebracht en aan gerichte sancties worden onderworpen; veroordeelt met klem de kernproeven die door de DVK zijn uitgevoerd en beschouwt deze als een onnodige en gevaarlijke provocatie, een schending van de resoluties van de VN‑Veiligheidsraad, en een ernstige bedreiging voor de vrede en veiligheid op het Koreaanse schiereiland en in de Noordoost-Aziatische regio; dringt aan op verlenging van het mandaat van de speciaal rapporteur; vraagt dat het rapport van de deskundigengroep wordt gepresenteerd in de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad; beveelt aan om in de resolutie de essentiële aanbevelingen van het deskundigenverslag met betrekking tot het afleggen van verantwoording op te nemen, onder andere uitbreiding van de capaciteit van het kantoor in Seoel met expertise op het gebied van onderzoek en vervolging, alsmede aanwijzing van een strafrechtdeskundige om vooruitgang in de richting van verantwoordingsplicht te boeken;

Myanmar/Birma

27.  is uitermate bezorgd over de berichten over gewelddadige botsingen in de noordelijke deelstaat Rakhine en betreurt het verlies van levens, bestaansmiddelen en huizen en het buitensporige gebruik van geweld door het leger van Myanmar; dringt er bij de militaire en veiligheidstroepen op aan onmiddellijk te stoppen met het vermoorden, intimideren en verkrachten van Rohingya, en het platbranden van hun huizen; eist dat de regering en de civiele autoriteiten onmiddellijk een einde maken aan de discriminatie en segregatie van de Rohingya-minderheid; dringt erop aan dat de rechten van de Rohingya-bevolking worden geëerbiedigd en dat de veiligheid en gelijkheid van alle burgers van Myanmar wordt verzekerd; is ingenomen met het besluit van de regering van Myanmar om van vrede en nationale verzoening een hoofdprioriteit te maken; is verheugd over de aankondiging door de regering van Myanmar van de instelling van een onderzoekscommissie naar het recente geweld in de noordelijke deelstaat Rakhine; benadrukt dat de schuldigen op passende wijze moeten worden vervolgd, en dat er aan de slachtoffers van de gewelddadigheden adequate vergoedingen moeten worden aangeboden; dringt er bij de regering van Myanmar op aan het proces van democratisering voort te zetten en de beginselen van de rechtsstaat, het recht op vrijheid van meningsuiting en de fundamentele mensenrechten te eerbiedigen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun steun te geven aan een hernieuwd mandaat voor de speciaal rapporteur voor Myanmar;

o

o    o

28.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de VN‑Veiligheidsraad, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 69e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de VN‑Mensenrechtenraad, de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN en de secretaris-generaal van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

 

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0317.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0502.

Juridische mededeling